Improviseren

Het is vrijdagmiddag, 15:25 uur. Bloem is haar judopak aan het aantrekken. Over vijf minuten moeten we weg. Eerst een vriendje thuisbrengen, daarna door naar de judoles.

‘Mam! Je bent vergeten mijn blauwe slip erop te naaien!

Argh! Straal vergeten – vorige week heeft ze haar tweede judo-examen gedaan en na de oranje slip heeft ze nu een blauwe verdiend. De meester riep na het examen al dat de mama’s en de papa’s de slippen er meteen op moesten naaien, maar hij riep ook dat de judoka’s mochten kiezen wat ze wilden eten. Nu roept de meester wel meer en hadden we dit best kunnen negeren – maar vooruit, Bloem keek zo blij. Dus aten wij die avond pannenkoeken en daarna had ik geen zin meer in naaiwerkjes.

‘O, wat stom, dat ben ik helemaal vergeten, sorry lieverd!’
‘Mam, naai hem erop!’
‘Dat lukt echt niet in vijf minuten.’
‘Ja maar ma-ham, dat vind ik niet leuk, ik wil hem er heel graag op!’
‘Nou, als je ‘m er dan perse op wil – ik kan hem er wel op líjmen.’

Ik pak de Bison Kit uit de trapkast en smeer band en slip afzonderlijk in. Nadat ik dat heb gedaan realiseer ik me dat ik ben vergeten eerst de rafelrandjes van de slip weg te branden, zoals de judoleraar me heeft geleerd.

Rafelrandjes wegbranden van slip met lijm blijkt een spectaculair woesj-effect op te leveren. Gelukkig kan ik de vlam snel weer uitslaan, hebben de kinderen niets gezien en is de slip nog steeds blauw. Dat valt me alleszins mee. Nadat ik beide kanten nog even heb laten drogen, plak ik ze op elkaar.

‘Kijk Bloem: klaar!’    
Bloem en haar vriendje knijpen hun neus dicht.
‘Blgh! Het stinkt’
Ik moet toegeven dat het inderdaad stinkt. En aan de achterkant van de eerst nog witte band schijnen de lijmsporen heen. Misschien was dit toch niet zo’n goed idee. Maar ja, daar doe ik nu niets meer aan.
‘Nou ja, dan hoef ze minder lang in de houtgreep te houden moet je maar denken!’ zeg ik overdreven opgewekt.
Tot mijn opluchting accepteert Bloem het en kunnen we zonder verdere problemen de deur uit.

De week erop blijkt dat de lijm nog een ander ongewenst effect heeft: de band is op de plek van de blauwe slip knalhard. Ik hoop dat ze snel haar gele band haalt…..

Wiebeltand

Zodra ze me ziet, zegt ze de juf gedag en rent ze op me af.
– Mama! Ik heb een wiebeltand!
– Echt waar, laat eens kijken?

En ja hoor, het is echt waar. Op weg naar huis gaan we eerst nog even boodschappen doen. Maar voor we bij de supermarkt zijn hoor ik opeens gesnik. Als ik omkijk, zie ik een nat gezichtje. Dikke tranen vallen omlaag.

– Mwamwaa! Ik wil niet dat mijn tand eruit gaat. Ik wi-hil dat deze tand blijft! Ik wi-hil geen andere tanden!
– Hé lieverd, dat is toch niet erg?
– Jawè-hel!
Ik druk haar tegen me aan en veeg een traan van haar wang.
– Maar waarom vind je het dan zo erg?
– Dan moet ik naar de tandarts en dat wi-hil ik niet.
– Ja maar, je hoeft helemaal niet naar de tandarts.
– En dan doet de tandarts er een nieuwe tand in en dan doet het heel veel pijn!
– Welnee, hoe kom je daar nou bij?! Je hoeft helemaal niet naar de tandarts. Laat eens kijken – ja, ik zie je nieuwe tand al zitten, die komt helemaal vanzelf! Als we thuis zijn kan je het zien, in de spiegel!
– ….
– Stel je voor zeg, een nieuwe tand uitzoeken bij de tandarts! En stel je voor dat je dan zelf een kleur mocht uitkiezen – en dat alle witte tanden op waren. Dat zou wel een beetje gek zijn toch?
Ja, dat is Bloem wel met me eens.
– En weet je wat, volgens mij hebben we thuis nog een boekje dat wiebeltand heet. Een boekje dat van Lune was. Dat kunnen we vanavond lezen. En dat komt nog goed uit ook, want het verhaal van Bezem hadden we net uit.

Een beetje vestopt in de kast vind ik het boekje: ‘wiebelbiebeltanden’, van Carry Slee, over kleuters in groep twee. We lezen wat er op de achterkant staat over een wiebeltand en beginnen dan bij het begin. Het gaat over een kleuter met een gebroken arm en een kukelgiechel. De schrijfster heeft zich goed in kleuters ingeleefd – of misschien heeft ze haar verhalen gebaseerd op wat ze meemaakte met haar dochters. Hoe dan ook is het een blije Bloem die ik even later instop.

– Mama,
zegt ze, als ik haar heb toegedekt,
– als mijn tand er nou uitgaat vannacht, dan ben ik bang dat ik ‘m kwijtraak.
– Dan kom je maar naar me toe en dan maak je me wakker.
– Mag dat echt?
– Ja, dat mag echt. Liever niet zomaar, want mama is niet zo gezellig als je haar ‘s nachts wakker maakt.
– Maar word je dan niet boos?
– Nee, als je tand eruit is dan word ik niet boos als je me wakker maakt.

Tien minuten later hoor ik Bloems kamerdeur opengaan en even later staat ze voor mijn neus.
– Kijk mama, mijn tand is eruit, mijn tand is eruit!
– Zo, zeg, dat ging snel! Dat is een mooie tand! Ging hij er helemaal zelf uit, of heb je er een beetje aan gezeten?
– Ik heb er een beetje aan gezeten en ik heb ook een beetje gedraaid. Kijk papa! Mijn tand is eruit!
Ook papa moet de tand bewonderen. En grote zus Lune.

– Nou, kom maar even mee naar de badkamer, dan kan je een slokje water drinken en spoelen we je tand ook even af.
– We moeten hem wel bewaren hè, mama?
– Ja, we zullen ‘m bewaren. Hij mag wel even in dit doosje, dan moeten we van de week maar kijken of we ergens een mooi doosje voor je tanden kunnen vinden.
– Vet hè mama, ik ben wel heel trots!
– Ja, dat snap ik wel! Leuk hè? Zo, nu lekker verder slapen. Welterusten!
– Welterusten mama!

Tevreden ga ik weer naar boven. Zo, denk ik. Dat drama van vanmiddag heb ik toch maar mooi om weten te buigen naar een klein feestje.

Een half uur later hoor ik Bloems kamerdeur echter weer opengaan en weer hoor ik haar de trap op komen.
– Kijk, er is nóg een tand uit!
Manlief, Lune en ik kijken Bloem verbouwereerd aan.
– Hoe kan dat nou? Je had toch maar één wiebeltand?
– Nee, deze wiebelde ook!
– En hij ging er zomaar vanzelf uit?
Enigszins bedrukt door ons gebrek aan enthousiasme geeft ze toe dat het niet helemaal vanzelf ging. Dat ze eraan zat.
Lune heeft moeite haar lachen in te houden. Ik heb vooral visioenen van een kind dat jarenlang met een tandeloze mond verder moet. Bloems lip begint te trillen.
– Maar het was ook zo moeilijk! Want het voelde zo gek!
– Ja, nou, kom maar snel mee, dan gaan we nog een keer naar de badkamer.

Voor de tweede keer sta ik met een kleuter en een losse tand in de badkamer. Een huilende kleuter dit keer.
Ze spoelt haar mond en we poetsen voorzichtig haar tanden. Voor de zekerheid voel ik één voor één haar overgebleven tanden om er zeker van te zijn dat die goed vast zitten.
– Deze zitten allemaal nog vast. Zal je er nu niet meer aanzitten?
Nee, ze zal er niet meer aanzitten. Ik geloof haar, want na het feestje van daarnet is ze nu duidelijk een beetje geschrokken.

Een paar dagen later vinden we in de stad een mooi doorzichtig doosje met blauwe klemmetjes. Het is groot genoeg voor al haar melktandjes. Dat moet ook wel – want in het tandendoosje dat ze in een babywinkel verkopen, kan maar één tandje bewaard worden. En wij weten echt niet meer welk tandje er als eerste uit was.

We leggen haar tanden op een watje in het doosje en Bloem doet het voorzichtig dicht. Dan bergen we de schat veilig op in de kast.

De OV-chipkaart en Eva van de NS

Het is zo makkelijk om er gewoon OV-…kaart van te maken. Niet erg origineel of ‘kindproof’, maar wel verleidelijk. Want als mij spontaan gevraagd zou worden het meest klantonvriendelijke product te noemen van de laatste jaren, staat de OV-chipkaart bovenaan.

Leeftijdskorting
Op de website ov-chipkaart.nl staat vermeld:
Kinderen en reizigers ouder dan 65 jaar reizen met korting vanwege hun leeftijd. Die korting kan alleen worden verrekend als u met een persoonlijke OV-chipkaart op saldo reist.

Dus hebben wij voor onze kinderen braaf gepersonaliseerde ov-chipkaarten aangeschaft, om te voorkomen dat we opeens het volle tarief zouden moeten betalen waar we voorheen nog gebruik konden maken van een roze strippenkaart of railrunner.

Is het heel vreemd om te denken dat je met zo’n leeftijdsgebonden, persoonlijke ov-chipkaart dan ook kunt in- en uitchecken en dat daarbij automatisch het bij jouw leeftijd horende tarief wordt berekend? De NS vindt blijkbaar van wel, want als we onze kleuterdochter op het NS-station met haar gepersonaliseerde OV-chipkaart in laten checken, zien we bij het uitchecken tot onze verbijstering dat  de volle prijs voor een volwassene in rekening is gebracht. Aangezien dat verschil zeker bij een lange treinreis behoorlijk kan oplopen, is het wel de moeite waard om te proberen dat verschil terug te krijgen.

Eva
Eerst maar eens zoeken op de website van de NS. En tada! Daar is EVA!
“(…) onze virtuele medewerker. EVA is geen echt persoon maar kan u wel overal mee helpen.”

Toevallig heb ik EVA een paar jaar geleden al een keer ‘ontmoet’. Wat ik me daar nog van kan herinneren is niet echt positief, maar misschien heeft ze in de tussentijd een upgrade gehad en heeft zelflerende software haar naar een hoger niveau getild.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Ons dochtertje van vijf heeft een gepersonaliseerde ov-chipkaart. Daar hebben we mee ingecheckt, maar bij het uitchecken moesten we gewoon het volle tarief betalen. Hoe kunnen we het verschil tussen het volle tarief en het kindertarief terugvragen?
EVA zegt: Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, ik wil graag weten hoe we het teveel betaalde geld voor de reis met ons vijfjarige dochtertje terug kunnen krijgen.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, het in- en uitchecken is wel gelukt. Er is alleen een veel te groot bedrag geïncasseerd.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. U wilt geld terug vanwege een fout tijdens het uitchecken met uw OV-chipkaart?
U zegt: Zoiets.
EVA zegt: Ik begrijp het nog niet helemaal. Heeft u niet kunnen uitchecken en wilt weten hoe u het instaptarief terug kan krijgen?
U zegt: Nee, we willen graag het railrunnertarief voor ons dochtertje betalen en niet het volwassen tarief. Ze heeft een eigen ov-chipkaart die op haar naam staat en waar haar geboortedatum aan gekoppeld is.
EVA zegt: Ok, daar gaat het niet over. Wilt u informatie over wat een geldige check-in en check-out is?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u een melding maken van een overvolle trein?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. U wilt informatie over het meenemen van kinderen in de trein en weten wat het kost?
U zegt: Ja.
EVA zegt: Kinderen t/m 3 jaar reizen gratis. Kinderen van 4 t/m 11 jaar kunnen gebruik maken van een Railrunner voor € 2,50, ook als zij alleen reizen. Alleenreizende kinderen kunnen gebruik maken van de 2e klas. Een Railrunner kan op een OV-chipkaart worden geladen of gekocht worden in de NS-kaartautomaat als eenmalige OV-chipkaart. Voor kinderen vanaf 12 jaar gelden de reguliere abonnementen of ze kunnen op saldo reizen met de OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Niet helemaal. Hoe zit het met een gepersonaliseerde ov-chipkaart, moet je daar dan nog steeds eerst apart een railrunner opzetten? Dat lijkt me een beetje dubbelop?
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mmm. Ik denk dat er geen geld was voor een upgrade. Maar laat ik het nog eens proberen.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Als een kind van vijf met een gepersonaliseerde ov-chipkaart incheckt, waarom wordt dan toch het volwassenentarief gerekend?
EVA zegt: Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, ik wil weten waarom je geen railrunnertarief krijgt als je met een kinderkaart op naam in- en uitcheckt
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, hoe kan je een railrunner op een kinderkaart laden en waar ik ik teveel betaald geld terugvragen?
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u iets weten over de status van uw aanvraag voor geld terug bij vertraging?
U zegt: Nee. Railrunner kind gepersonaliseerde ov-chipkaart teveel betaald geld terug
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Heeft u een vraag over hoe u bij vertraging geld terug kunt krijgen?
U zegt: nee, hoe je geld voor een kaartje waar je teveel voor hebt betaald terug kunt krijgen
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u weten hoe u saldo op uw OV-chipkaart kunt laden?
U zegt: ja zoiets. een railrunner op een ov-chipkaart
EVA zegt: Wat voor soort OV-chipkaart heeft u? Een anonieme of een persoonlijke?
U zegt: Een persoonlijke
EVA zegt: U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: We hebben al meer dan 50 euro saldo op de ov-chipkaart staan.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: Ja, maar hoe kan je een railrunner op je kaart laden?
EVA zegt: Alleen voor een persoonlijke OV-chipkaart is het mogelijk om het saldo automatisch op te laten waarderen. Via de pagina OV-chipkaart automatisch opladen kun instellen. U kunt kiezen voor een oplaadbedrag van € 10,-, € 20,- of € 50,-. Bij NS-kaartautomaten en overige oplaadpunten met het roze OV-chipkaartsymbool kunt u zelf saldo op uw kaart laden als u reist met een uw anonieme OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Degene die u heeft bedacht bedoelde het vast goed maar ik ben er nog nooit een steek verder mee gekomen.
EVA zegt: NS is benieuwd naar uw mening over deze geautomatiseerde chat.
EVA zegt: Als u de Virtuele Assistent van NS middels een rapportcijfer (1 t/m 10) zou moeten beoordelen, wat voor cijfer zou u de Virtuele Assistent dan geven?
U zegt: Een acht voor het idee maar een drie voor de uitvoering. Denk ik. Ik mag tenminste hopen dat je met een vraag als: hoe laat vertrekt de eerstvolgende trein naar Lutjebroek wel een zinnig antwoord krijgt.
EVA zegt: Als u wilt weten hoe laat uw trein vertrekt, waar deze stopt of wat uw reis kost, kijk dan in deReisplanner. Daar vindt u ook een overzicht van de actuele vertrek- en aankomsttijden en eventuele storingen. Bent u in het bezit van een smartphone, dan kunt u ook gebruik maken van onze handige appReisplanner Xtra.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Ik weet nog steeds niet waar ik het verschil terug kan vragen voor het veel te dure virtuele treinkaartje voor onze dochter van vijf.
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mijn frustratie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor berusting en een zekere fascinatie. Wie zou EVA hebben geprogrammeerd – en hoe stelde die persoon zich voor dat het zou gaan? Weet je wat…

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Goedenavond
EVA zegt: Goedenavond. Waarmee kan ik u helpen?
U zegt: Ik vroeg me af hoeveel woorden u kent.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja, ik vraag me af hoeveel woorden en zinnetjes er zijn geprogrammeerd
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?
U zegt: Nee, liever niet
EVA zegt: Ok, u wilt geen contact opnemen met de klantenservice. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Wat is de meestgestelde vraag en kunt u die oplossen?
EVA zegt: Wat wilt u vragen?
U zegt: Hoe vaak moet u doorverwijzen naar de klantenservice?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vermaak me wel inmiddels.
EVA zegt: Hier weet ik helaas niets over. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee. Wat weet u wel?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Ja hoor. Het gaat over kunstmatige intelligentie
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja hoor, zelfdenkende helpdesk-sofware. Wat komt daar eigenlijk bij kijken?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vind u veel aardiger.
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja. Gaat u vanavond gezellig mee in de trein?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Nergens mee ben ik bang. Maar toch bedankt voor de moeite.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee hoor, laat maar. Fijne avond nog.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Goedenavond.
EVA zegt: Goedenavond. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Welterusten
EVA zegt:Sorry, dat snapte ik even niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Over en uit.
EVA zegt: Tot ziens!

Ja, ‘converseren’ met EVA is best vermakelijk, zolang je maar geen antwoord verwacht waar je iets aan hebt. Of en hoe we ons teveel betaalde geld terug kunnen krijgen leren we pas als manlief overdag contact opneemt met een niet-virtuele medewerker van de NS. Ja, dat kunnen we terugvragen, dat is geen probleem. Heel fijn, maar eigenlijk vind ik het wel een probleem dat Bloem en Lune bij de NS blijkbaar helemaal niets aan hun gepersonaliseerde OV-chipkaart hebben. Het is niet alsof we niets beters te doen hebben dan elke keer op een omslachtige manier achteraf geld terug te moeten vragen…

‘Geen pinpas maar een reismiddel’
Als Bloem gaat logeren bij oma, stap ik dan ook op de kaartjesautomaat af om een railrunnertje te kopen. Er staat 58 euro op Bloems kaart, dan hoeft oma als ze met Bloem op stap gaat tenminste niet telkens zelf kaartjes voor haar te betalen. Ik hou Bloems kaart voor de kaartlezer van de NS-automaat en zie het saldo inderdaad op het scherm verschijnen. Maar wat blijkt: ook al heb je er een saldo van 58 euro op staan: dat kan je niet gebruiken voor de railrunner, nee, die moet je apart betalen – heel logisch, want, zo luidt het antwoord bij de gratis telefonische helpdesk van de NS, “de OV-chipkaart is geen pinpas maar een reismiddel dus natuurlijk kan je er niet mee pinnen”.

Ik vind de redenatie een beetje krom, want op het moment dat je ermee incheckt kan je er wel degelijk mee betalen, dus waarom zou dat bij de automaat niet kunnen? Helaas kan je er ook niet mee reizen bij de NS. Niet voor het kindertarief tenminste.

Enfin – om niet op nog meer onaangename verrassingen te stuiten koop ik uiteindelijk maar een losse railrunner. Met mijn pinpas.

Een aantal weken later blijkt dat dat ook de beste keus was. Als manlief met Lune in de trein zit en gecontroleerd wordt, blijkt namelijk dat er nog meer mis kan gaan.

Dat is handig: railrunner op datum
Je kunt er namelijk voor kiezen om de railrunner die je – met een echte pinpas natuurlijk – bij de automaat koopt, niet uit te laten printen als kaartje, maar te laden op de gepersonaliseerde kinder-ov-chipkaart. En dat doet manlief. Hij koopt een railrunner-kaartje voor de betreffende dag en laadt dit op Lunes chipkaart.

Als de conducteur langskomt, wordt duidelijk dat de NS dit helaas niet als geldig vervoersbewijs herkent, omdat manlief en Lune daarna haar kaart niet hebben ingecheckt. De conducteur laat zien dat hij op zijn scanner alleen te zien krijgt dat er niet is ingecheckt – verdere informatie ontbreekt. Gelukkig gelooft hij het verhaal en schrijft hij geen boete uit. Dank u wel, conducteur.

Het kán wel…
Ik vraag me af hoe dat in Londen gaat. Manlief en ik hebben begin dit jaar in ieder geval zulke positieve ervaringen met de Oyster card – en dat als toerist – dat ik vermoed dat ook reizen met kinderen tegen gereduceerd tarief daar een stuk soepeler zou gaan.

 

In memoriam

Begin juni hebben we mijn laatste oma begraven – ‘oeroma’ voor Lune en Bloem. Ze stierf op Hemelvaartsdag.

Tot mijn verwondering heb ik gemerkt dat ik, als ik aan haar en mijn andere grootouders terugdenk, me vooral dingen herinner uit mijn kindertijd. Of misschien is dat ook wel logisch. Niet dat ik het niet waardevol vond ze ook op oudere leeftijd te hebben gekend, met ze te hebben kunnen praten – integendeel. Toen ik groter werd ben ik pas gaan beseffen hoe bijzonder het was dat ik al mijn opa’s en oma’s nog had. En ook dat ze, zonder dat ik me er bewust van was geweest, heel belangrijk voor me waren. Maar de herinneringen aan hun laatste jaren zijn soms pijnlijk.

Hoe verdrietig is het om te zien hoe het geheugen soms steeds wredere spelletjes gaat spelen tot je tenslotte nog maar een heel kort gesprekje kan voeren dat zich daarna precies weer zo herhaalt. En herhaalt. Of tot kinderen vreemden worden…

Hoe moeilijk is het om te zien als een lichaam steeds meer aftakelt, of steeds minder goed herstelt van letsel – soms steeds meer pijn veroorzaakt – en de onafhankelijkheid van wie eens zo kwiek en fier was steeds verder afbrokkelt.

Hoe onrechtvaardig voelt het als twee mensen die een groot deel van hun leven samen echt een eenheid vormden, op latere leeftijd door de dood worden gescheiden – en dat één van de twee de ander dan jaar na jaar nog moet missen.

Nee, misschien is het niet zo gek dat me vooral beelden en geluiden uit mijn kindertijd te binnen schieten.

Heerlen
Opa en oma

We rijden de oprit op naast het huis. Oma en opa komen al naar buiten door de keukendeur aan de achterkant – oma roept ‘Kijk eens wie we daar hebben!’ en ze lacht zoals alleen oma lachen kan. Opa haalt mijn neus eraf en heeft hem zomaar tussen zijn vingers. Gelukkig plakt hij hem er ook altijd weer op.

De tuin is groot en je kan helemaal om het huis heen lopen, dat vind ik wel leuk. Als het mooi weer is, dan is er een groot zonnescherm uit aan de achterkant en kunnen we allemaal lekker buiten zitten. In het huis blijf ik vooral graag even in de gang staan – en later in het hoekje van de kamer, bij de tuindeur. Want op die plaatsen staan oma’s laarzen. Ze heeft er heel veel en ze zijn lang met hoge hakken. Zulke mooie laarzen zou ik ook wel willen. Ik vind het wel een beetje gek dat de laarzen onder de kapstok in de gang achter een gordijn staan.

Als we gaan eten – opa en oma eten ‘s middags warm – mag ik met een speciaal stokje met een rond ding eraan altijd op de gong slaan in de gang, zelfs als iedereen in de kamer is en het allang weet. De gong heeft een heel mooi geluid.

Ik mag voorbidden, dat vind ik altijd leuk. Het laatste stukje bidden we met zijn allen. Vaak krijgen we eerst soep. Oma maakt altijd soep met vermicelli en van die hele lekkere grote dingen erin. Ze zijn licht van kleur, bol in het midden, puntvormig aan de uiteinden en ik kan nooit onthouden hoe ze heten. Soms krijgen we rollade. Daar snijdt opa dan altijd plakjes van met een groot mes – precies tussen de grepen van een ijzeren tang door, waarmee hij de rollade vasthoudt. En toe – ook al zo’n feest – krijgen we hopjesvla. Vanille, chocolade of karamel. Ik hou het meest van vanille en karamel.

‘s Ochtends om 07:00 uur sta ik altijd samen met oma op. Dan gaan we ochtendgymnastieken met de mevrouw van radio en daarna samen ontbijten. Er mag ook niemand anders naar beneden komen, want dit is óns moment. Opa en oma hebben een doorzichtig plastic potje met een oranje tuutdop. Daar zit hagelslag in.

Als we er op zondag zijn ga ik graag met oma mee naar de kerk. Oma kent de priester goed. Ik vind het hele ritueel wel spannend en ik krijg van oma altijd muntjes die ik bij de collecte zelf in het zakje mag doen.

Ik vind het ook wel leuk om mee te gaan met boodschappen doen. De winkel is heel anders dan die bij ons en ze hebben er ook van die omaworst, die opa en oma ook weleens meenemen als ze bij ons op bezoek komen omdat ik die zo lekker vind.

Op de wc bij opa en oma hangt een verjaardagskalender met allemaal plaatjes die gemaakt zijn door mond- en voetschilders. De plaatjes zijn niet zo bijzonder, maar de fotootjes van de schilders erbij, terwijl ze aan het schilderen zijn met een penseel tussen hun tenen of in hun mond, vind ik heel fascinerend. Ik doe dan ook altijd wat langer over mijn wc-bezoek.

In de kamer staat een piano met een metronoom erop. Die herken ik wel, want thuis hebben we ook een piano en een metronoom, maar die hebben allebei wel een andere kleur. Op de klep van de piano ligt een lang rood kleedje, dat hebben we thuis niet. En op de piano ligt allemaal bladmuziek want oma zingt in een koor. Operettes en andere klassieke muziek. Ze treedt ook vaak op. Ik vind het wel leuk als oma zingt. Mama zingt ook. Als ze moet oefenen, zing ik graag met haar, al snap ik niet waar het over gaat want het is altijd in een andere taal. Mama zingt mooi, maar ze zingt ook vaak op straat en dan schaam ik me altijd heel erg want dat is gek en dan kan iedereen het horen.

In de kamer staat achter de bank een klein tafeltje met een klein stoeltje waar ik graag zit. Oma heeft Libelles. Die vind ik wel interessant, want er staan stripjes in. En soms gaat de klep van een kast langs de muur open en dan schenkt opa een glaasje limonade in. En uit de lage kast voor het zijraam komt weleens iets heel lekkers: een kinderchocolaatje.

Soms zet opa de filmprojector neer in de kamer en dan gaan we filmpjes van de vakantie kijken die opa heeft gemaakt, met titels ertussen. Na een tijdje moet opa de spoel altijd verwisselen. Oma vertelt alles erbij. Ze wordt er altijd helemaal blij van als ze de filmpjes ziet en ze gaat steeds sneller praten en harder lachen. De filmpjes zijn wel een beetje wiebelig. Ik heb er niet zo’n last van, maar mama wordt er altijd en beetje misselijk van.

Opa en oma hebben een caravan. Daar gaan ze vaak mee op vakantie. Als ik al wat groter ben, ga ik op tienertoer met een vriendinnetje en gaan we logeren bij haar oma, maar ook in Heerlen – waar we in de tuin in de caravan mogen slapen. Jammer genoeg zijn er wel veel muggen. Opa en oma nemen ons ook een dagje mee naar de Eifel. Een grote koelbox voor de picknick gaat mee. Dat is een leuk tochtje. Leuker dan een andere tocht die ik me van een andere keer vaag herinner. Toen gingen we geloof ik naar Gemert, waar het graf was van opa’s ouders – en daarna brachten ze me denk ik helemaal naar huis. Hoe dan ook duurde het allemaal heel erg lang, want we reden niet over de snelweg, maar over allemaal binnendoorweggetjes. En oma zat bijna bovenop het stuur van de Mazda. Na die keer wilde ik liever niet meer met ze mee in de auto.

Opa stuurt elke week een kaart (net zoals Lune en Bloem nu bijna elk weekend een kaart van mama krijgen). En als het Sinterklaas is krijgen we altijd ieder een eigen doorzichtige zak met lekkers erin. Ik krijg een chocoladeletter, een speculaaspop, hazelnoten (mama krijgt ook walnoten en andere noten, maar die vind ik niet zo lekker), mandarijnen en nog wat ander fruit. Dat is wel heel bijzonder, zoveel lekkers helemaal voor mij alleen, mmm!

Veenendaal
Opa en oma
Als we op het station aankomen staat opa in zijn legergroene jack al op ons te wachten, want het is nog best een eindje rijden naar de flat van opa en oma toe. De flat ziet er anders uit dan onze flat en het allerleukste vind ik dat er naast het keukenraam een kiepbak zit. Daar doet oma door het keukenraam volle afvalzakken in – en die vallen dan door een koker helemaal naar beneden in het flatgebouw en komen daar in een grote container terecht. Als ik er ben dan hoop ik altijd dat er een volle zak is, want dan mag ik het doen – of als de zak te zwaar is, mag ik helpen.

Opa en oma hebben ook een heel bijzondere bel, veel leuker dan alle andere bellen die ik ken. Hij maakt een heel mooi ding-dong geluid dat je heel goed hoort en hij ziet er ook heel mooi uit. Je kan hem goed zien als je de lange gang binnenkomt. Hij is niet klein en rond maar heeft lange, goudkleurige pijpen.

Het is wel altijd heel erg warm bij opa en oma, maar gelukkig mag ik als ik het heel erg warm krijg lekker op blote voeten en in mijn hemd en onderbroek rondlopen. Dat loopt wel lekker zacht, want er ligt bruine vloerbedekking – met iets donkerdere vlekken erin. Net als de vacht van een hyena, maar dan donkerder. Ik moet dan alleen niet op de groene bank of één van de oranje stoelen gaan zitten, want dat kriebelt. De kussens van de bank en de stoelen zijn trouwens ook heel erg hard, dus je moet altijd voorzichtig gaan zitten. Jammer genoeg vergeet ik dat weleens.

De bank, de stoelen, het vierkante krukje en het tafeltje in het midden hebben randen van bamboe. Het tafeltje heeft een onder- en een bovenplank. Op de onderplank liggen kranten en tijdschriften. En een vliegenmepper maar ik heb nog nooit een vlieg gezien in de flat. Het allermooiste op die plank is echter de oranje koektrommel met een deksel waar een foto van een jongetje in een autootje op staat. En tussen het deksel en de trommel zit altijd een doorzichtig stukje folie, zodat de koekjes niet zacht worden.

We krijgen trouwens ook wel eens andere lekkere dingen dan koekjes. Lumpers bijvoorbeeld. Of een broodje ba pao. Of pisang goreng. Ik denk dat ik dat allemaal nog lekkerder vind dan koekjes. Als we lumpers krijgen, krijgen we ze altijd in een stukje folie, omdat de rijst een beetje kleeft.

Oma kan ook heel lekker Indisch koken. Maar als ik weleens kom logeren maakt ze voor mij vaak erwtjes en worteltjes en een slavink, omdat ik dat zo lekker vind.
Als we Indisch eten dan eet ik nooit de hete dingen. Van opa moet ik niet ‘heet’ zeggen, maar ‘pedis’ – maar dat vind ik een beetje raar, want het is toch hetzelfde? Opa vindt het niet zo snel heet. Of pedis. Hij eet soms zelfs sambal op zijn brood. Bah, sambal op je brood, dat lijkt mij helemáál niet lekker.

Wat mijn neefjes en ik ook heel lekker vinden is de ‘roze salade’ die oma soms maakt als we mijn oom en tante en neefjes er ook zijn. Met rode bietjes en vis erin. Als we met zijn allen zijn gaan we vaak ook wandelen in het bos. Dat is heel leuk. Van oma krijgen we dan alledrie een doorzichtig plastic doosje mee waar nootjes in hebben gezeten. In de dekseltjes mogen we een paar gaatjes prikken en dan verzamelen we in het bos kleine diertjes, mieren en pissebedden enzo, die we dan met wat blaadjes en takjes in het doosje doen. Dan kunnen we ze goed bekijken. (Ik kan me niet meer herinneren wat we dan uiteindelijk met de doosjes deden – de diertjes weer vrijlaten voor we het bos verlieten hoop ik). Als we uitgewandeld zijn mogen we altijd nog even spelen in de grote speeltuin. Daar leer ik mijn neefje schommelen – ik vind het maar niets dat hij dat niet kan, want schommelen is zooooo leuk! En daarna schommelen we altijd samen.

Als ik samen met oma boodschappen doe in de winkel vlakbij, vraagt ze aan de jongen van de groenteafdeling, die ze haar kleinzoon noemt, of de sinaasappels goed zijn, want opa houdt alleen van lekker zoete en sappige navelsinaasappels. De jongen lacht, hij kent haar en zegt dat ze prima zijn.

Opa weet wat hij wil en is in alles heel zorgvuldig. Als hij afwast doet hij dat alleen in water dat goed heet is – en naast dat teiltje met sop zet hij altijd een tweede teiltje, waar heet water zonder sop in zit, om het sop in af te spoelen. Hij kan ook veel met zijn handen – zo heeft hij alle Donald Duckjes waar ik bij papa een abonnement op heb gekregen, ingebonden en op de kaft heeft hij Donald Duck nagetekend. Dat is fijn, want als ik nu ‘s ochtends vroeg als ik bij papa ben naar beneden ga om te lezen dan raak ik er geen kwijt en blijven ze mooi op volgorde.
Soms zijn opa en ik het niet met elkaar eens. Zoals met ‘heet’ en ‘pedis’. Maar ook een keer als ik bezig ben om een broek van mijn barbiepop weer goed te doen, omdat die binnenstebuiten zit. Dan vindt opa dat ik het niet goed doe en dat het veel handiger kan. Maar ik wil het helemaal niet anders doen! En bovendien: wat weet opa nou van barbies?

Oma weet altijd precies wat ik leuk vind om te doen – daar vraagt ze ook altijd naar. Ik voel me wel een beetje schuldig als ik een keer als ik er ben een boekje over papierfiligraan van haar krijg, want dan vind ik eigenlijk alweer iets anders leuk…

Ik kom ook graag in het kleine kamertje, want daar staat oma’s kaptafel met een grote spiegel in het midden en twee zijspiegels die je kan bewegen. Als je op het krukje voor de tafel gaat zitten en de spiegels beweegt dan zie je jezelf wel duizend keer. Naast het kleine kamertje is de slaapkamer van opa en oma. Aan de andere kant van het gangetje, is een kamer waar twee opklapbedden staan. Als ze zijn opgeklapt hangt er een gordijntje voor waar mijn neefjes en ik ons soms achter proberen te verstoppen – maar echt goed gaat dat niet. In één van die bedden mag ik slapen als ik bij opa en oma logeer. Dan ga ik ‘s ochtends altijd heel zachtjes naar de slaapkamer van opa en oma toe en dan mag ik van opa oma kriebelen met een veertje. Dat is altijd heel grappig, want dan denkt oma, die krullers in haar haar heeft, dat het een vlieg is en probeert ze de vlieg weg te slaan. Maar als ze haar ogen opendoet, dan ziet ze mij en dan moet ze lachen.

Opa en oma zijn blij samen en ze houden van lachen. Soms bromt opa iets, met een twinkeling in zijn ogen en dan schatert oma het uit. En als het een keer niet zo goed met ze gaat dan verzinnen ze iets om er toch het beste van te maken. Zoals de keer dat opa geopereerd is aan zijn stembanden en niet kan praten. Dan blaast hij gewoon op een fluitje. Hij heeft een code afgesproken met oma, die oma soms vergeet. Dan worden ze niet boos of verdrietig, maar lachen ze erom. Zoals ze buiten op de foto staan, innig gearmd en lachend – zo herinner ik me ze ook. Als een hecht, onbreekbaar team.

Mindful eten

Wanneer het begon weet ik niet meer, maar plotseling dook overal het woord ‘mindfulness’ op. Aanvankelijk had ik daarbij een beeld van – niet nader gedefinieerde – zweverige toestanden. Het kwam op me over als een hype die je vooral niet te serieus moest nemen. Tot er een bijna tegelijkertijd twee verschillende mensen op mijn pad kwamen die hele positieve en niet-zweverige-ervaringen hadden met mindfulnesstrainingen. Ik kwam er ook achter dat er cursussen bestonden op het gebied van mindful eten. Gezien de nogal heftige eetproblemen waar ik mee heb gekampt, wekte dat mijn interesse.

Her en der heb ik er wat over gelezen en kwam ik erachter dat je ook een online training ‘Mindful eten’ kon volgen. Dat heb ik gedaan. Mindful eten komt neer op heel aandachtig eten en drinken. Hierdoor wordt je je bewuster van wat je eet, hoeveel je eet, van prikkels die maken dat je ergens trek in krijgt – en van waar je lichaam echt om vraagt.

Het klinkt simpel en enerzijds is het dat ook, anderzijds vind ik het knap lastig. Het valt niet mee om jarenlange gewoonten en gedachtes om te buigen. Het doet me soms een beetje denken aan toen ik nog viool speelde. Soms had ik geen zin om voor ik aan een nieuw stuk begon eerst de juiste toonladder te spelen. Dat resulteerde er nogal eens in – vooral als het een wat onbekender werk betrof – dat ik ergens kruisen of mollen speelde die er niet stonden – of vice versa. Ik weet nog hoe moeilijk het was om dat dan weer recht te zetten, simpelweg omdat ik in korte tijd gewend was geraakt aan een verkeerde melodie.

Op momenten dat het lukt, kan het verrassende dingen opleveren. Zo kwam ik er in december achter dat ik kruidnootjes – waarvan mijn eerste automatische gedachte is: ‘o, daar kan ik niet van afblijven; als ik daar een zak van open eet ik ‘m helemaal leeg’ eigenlijk visueel helemaal niet aantrekkelijk vind. De geur is echter een ander verhaal. Als ik die ruik, loopt het water me in mijn mond. Ik merkte ook, dat ik geneigd ben andere dingen te doen terwijl ik eet – als ik alleen ben, pak ik er vaak een boek bij. Maar als ik dat doe zijn die kruidnootjes vrijwel ongemerkt zo op en heb ik er niet eens echt van genoten.

Afgelopen weekend – met gezouten cashewnoten in de dop – merkte ik dat ik automatisch al naar een tweede nootje reikte terwijl ik nog een nootje in mijn mond had. Op dat moment was ik eigenlijk al niet meer bezig met hoe het eerste nootje proefde. Het lijkt zo klein – maar het heeft gek genoeg grote gevolgen. Van tevoren had ik heel veel zin in de cashewnootjes. Mijn eerste gedachte was: nee, dat mag niet. Maar waarom eigenlijk niet? Ik besloot dat ik mezelf best iets lekkers mocht gunnen. Alleen dan niet graaiend uit het zakje, maar tien in een bakje. Dus telde ik tien nootjes uit. Toen ik bij tien was betrapte ik mezelf erop dat ik niet dacht ‘mmm, lekker’ maar ‘o, dat is wel erg weinig’. Toen ik ermee was gaan zitten en de nootjes één voor één zo aandachtig en rustig mogelijk had gegeten, taalde ik tot mijn eigen verbazing echter niet naar meer nootjes. Het was genoeg, ik voelde me voldaan!

Eigenlijk ben ik net een klein kind dat iets nieuws ontdekt – met dezelfde verbazing en verrukking. Nu nog dezelfde volharding en hetzelfde geduld leren opbrengen als een klein kind dat leert lopen. Want het gaat niet altijd goed en makkelijk. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Geduldig oefenen, oefenen, oefenen.

*****
Zie ook:
• De website Mindul eten van Rita Zeelenberg
• Boek ‘Eating mindfully – how to end mindless eating & enjoy a balanced relationship with food’ – second edition van Susan Albers
• Boek ‘Mindful eating – A guide to rediscovering a healthy and joyful relationship with food’ van Jan Chozen Bays
(Van beide boeken zijn ook Nederlandse vertalingen verkrijgbaar).

Naar school

‘Ik zal mijn vriendjes van het kinderdagverblijf wel missen.’
‘Ja, maar we kunnen heus nog wel eens afspreken hoor.’
‘Nu moet ik aan die kindjes vragen of ze mijn vriendje willen worden. Maar dan zeggen sommige kinderen nee en misschien zeggen ze allemaal nee.’
‘Dat zal wel meevallen,’ zeg ik iets stelliger dan ik me voel, ‘je leert ze snel genoeg kennen. En dan merk je vanzelf wie je aardig vind – en wie het leuk vindt om met jou te spelen.’

De avond voor ze voor het eerst gaat wennen op school, heeft ze buikpijn en kan ze niet slapen. We nemen haar uiteindelijk maar een tijd bij ons in bed. Ik aai zachtjes over haar buikje, haar wang en haar haar en denk terug aan hoe ze naast me lag toen ze pasgeboren was.

De volgende ochtend ga ik met haar mee naar school. De juf verwelkomt ons en laat zien dat er aan de kapstok al een luizenzak klaarhangt met Bloems naam erop en een stickertje erbij. En in de kring staat een stoeltje – ook met haar naam en met een stickertje met hetzelfde plaatje. Ik ga zitten op Bloems stoeltje en lees een verhaaltje voor – totdat de juf begint. Ik vraag Bloem of ze nog even op schoot wil zitten, of dat ik nog even op een tafel net buiten de kring zal gaan zitten. Maar nee, ik moet helemaal weg, want de juf gaat beginnen en alle andere ouders lopen ook het lokaal uit! Dus sta ik onverwacht snel buiten. Door het raam zwaai ik nog even naar haar. Ze zwaait vrolijk terug. Uh – nou – dan ga ik maar aan het werk.

Als ik haar aan het eind van de ochtend ophaal, rent ze stralend op me af. ‘Kijk, ik heb een sticker verdiend! En ik heb met een meisje gespeeld!’ Hoewel ik er ergens wel vertrouwen in had dat het goed zo komen, valt er toch een pak van mijn hart. Maar leuk vind ik het nog steeds niet. Vanochtend had ik een laatste oudergesprek met één van Bloems vaste leidsters van het kinderdagverblijf en ik kon een paar tranen niet onderdrukken. We hebben enorm geboft met Bloems leidsters – ze is dol op ze en wij stiekem ook. We lieten haar altijd met gerust hart achter. Ze was in goede handen en kon er naar hartelust spelen èn zich ontwikkelen.

Nu wordt onze peuter een kleuter. Ik weet dat ze bij de kleuters heus ook nog wel spelen, maar toch voelt het beklemmend, als het begin van ‘het moeten’, dat nooit meer ophoudt. Wat zou ik graag willen dat ze nog een jaartje drie bleef. Dat ze nog niet aan kleuter-citotoetsen wordt onderworpen (we leven in doorgeslagen maatschappij als je het mij vraagt). Dat ze nog wat langer zo heerlijk onbezorgd bleef.

Maar ja, aan de andere kant is ze er misschien ook wel aan toe een stapje verder te gaan. Ze wijst enthousiast letters aan op straat en afgezien van de keer dat ze riep dat ze geen huiswerk wilde, niet naar school wilde, niet wilde studeren en niet wilde werken (tja, dat heb je als je je grote zus met tegenzin huiswerk ziet maken) – afgezien van die keer kan ze nu eigenlijk niet meer wachten om ‘helemaal’ naar school te gaan. Zeker niet nu ze voor haar verjaardag een mooie schoolrugzak, broodtrommel en drinkbeker heeft mogen uitkiezen.

Morgen gaat ze nog één dagje naar haar vertrouwde groep en dan moeten we er toch echt aan geloven. Ik neem nog maar een glas wijn. Loslaten valt niet mee.

Dag van de leidster

Soms is het een beetje druk en voel ik me net een jongleur die vijf ballen in de lucht probeert te houden. Gelukkig zijn het geen echte ballen, want dan lukt het me zelfs niet met drie. Maar bij meer dan drie imaginaire ballen, is de kans dat ik er één laat vallen bijna net zo groot.

Er kleeft een geeltje op mijn toetsenbord. ‘Bloemen maken voor de leidsters’. Dus daar zitten we, Bloem en ik. We zijn er extra vroeg voor opgestaan. Eerder deze week lukte het niet door verjaardagen, traktatie, de deadline van een zelfgemaakt familietijdschrift voor mijn oma en meer van dat soort dingen.
‘Wat voor bloemen zullen we maken?’ vraag ik haar en we bekijken een aantal plaatjes.
Rozen, vindt Bloem. Rode rozen.
Met een groen kaartje eraan.
Zij aan zij zitten we aan mijn bureau. Uit groen papier knippen we drie kaarten, waarop we haar handje omtrekken. Daarna mag Bloem ze verder versieren.
Ondertussen volg ik de instructies van een video op YouTube, waar iemand de moeite heeft genomen om stap voor stap te laten zien hoe je een eenvoudige origami-roos kunt vouwen. Lang leve internet.
‘Kijk mama, ik maak grote en kleine stippen want we hebben het over groot en klein.’
‘Ja, ik zie het, leuk hoor.’
‘Stippen in allemaal kleuren, dan is het extra feestelijk.’
‘Dat is het zeker.’
Ik vouw en ik vouw. Het begin is simpel, het kost alleen tijd – zeker als je alles drie keer moet doen; maar ja – Bloem heeft nu eenmaal drie vaste leidsters. Maar dan komt er een stukje dat er op de video heel anders uitziet dan bij mij. Hè? Hoe krijgt hij dat nu voor elkaar?! Ik ben bang dat ik bij ‘only one tricky part’ uit de toelichting bij de video ben aangeland. Ik kijk het stukje nog een keer, vouw mijn blaadje weer open en probeer het opnieuw.
Origami Rose (Jo Nakashima) – YouTube

En eindelijk – ik snap nog steeds niet precies hoe – heb ik iets in handen dat vagelijk op het voorbeeld in de video begint te lijken. Dat is één. Nu de volgende twee. Ik begin een beetje gestrest te raken, want het duurt een stuk langer dan ik dacht. Als ik nu gewoon een paar gekleurde papiertjes had uitgeknipt en Bloem die op een blaadje had laten plakken, waren we een stuk sneller klaar geweest. Maar ja, ik ben nu al zover dat ik dat een beetje zonde vind van de tijd die er al in zit. Gelukkig zijn de stelen sneller klaar, al heb ik er weinig vertrouwen in dat ze goed zullen blijven zitten, dus doe ik iets dat natuurlijk helemaal niet hoort in een origami-vouwwerkje: ik plak alles met plakband stevig aan elkaar vast. Het zal me niet gebeuren dat we nu nog de helft verliezen! We maken Bloems kaartjes met een mooi lintje aan de steeltjes vast en vertrekken dan eindelijk – veel te laat – naar het kinderdagverblijf.

Als ik mijn fiets in het rek zet, bedenk ik plotseling dat het wel vreemd is dat we niets hebben hoeven maken voor Lunes leidsters van de buitenschoolse opvang…. of…. voor wie moesten we eigenlijk bloemen knutselen?! We stappen het kantoortje in om de bloemen af te leveren, waar inderdaad blijkt dat ik me heb vergist; in de e-mail die we van de oudercommissie kregen stond helemaal onderaan dat de bloemen voor de leidsters van de BSO waren. Aaaaargh! Ik was nog wel zo tevreden dat ik het tussen de enorme berg e-mails had gezien èn onthouden. En nu heeft Lune, die allang op school zit, vanmiddag helemaal niets.

Nou ja, eerst Bloem maar naar haar groep brengen – met haar rozen. Trots en blij geeft ze de leidster die het dichtst bij de deur staat, een roos. ‘Kijk, dit zijn allemaal feestelijk stippen!’. De leidster kijkt en luistert aandachtig en bedankt haar uitvoerig. Dat is een verrassing! Bloem en ik geven elkaar een kus, zwaaien naar elkaar door het raampje en dan vlieg ik ervandoor.

Het zit me toch niet lekker dat Lune nu niets heeft – maar samen nog iets knutselen is geen optie meer. Dan maar improviseren. Ik besluit vanmiddag langs de bloemenwinkel te fietsen; voor de leidsters van Lune een klein boeketje te kopen met een kaartje erbij. Als ik ervoor zorg dat ik om 15:00 uur bij school sta, kan ik dat aan Lune meegeven en kan zij nog iets op de kaartjes schrijven. Gelukkig werk ik thuis vandaag – al ben ik de reistijdwinst die ik op dat soort dagen normaal gesproken heb inmiddels wel kwijt. Maar Bloem en Lune staan in ieder geval niet als enige kinderen met lege handen op de dag van de leidster en dat maakt een hoop goed. Dan is het zelfs niet zo erg om vanavond nog wat tijd in te halen.

Vlucht KL1622

Vlak voor de afslag naar Aeroporto Internazionale di Napoli (Capodichino), passeren we drie tankstations, maar ze liggen allemaal aan de verkeerde kant van de vangrails. Eerst maar richting Autonoleggio Aeroporto di Napoli dan. Misschien komen we vlak daarvoor nog een tankstation tegen. Helaas. Het goede nieuws is dat we het terrein van de autoverhuurbedrijven snel terugvinden, maar zonder volle tank kunnen we ons Fiat Pandaatje niet inleveren.

“Driving in Naples? Don’t”
Gelukkig hebben we ruim de tijd uitgetrokken voor deze fase van de terugreis, zodat we, als we opnieuw op de snelweg zitten en na een paar afslagen en verbindingslussen het spoor volkomen bijster zijn, in ieder geval niet bang hoeven te zijn onze vlucht te missen. Op miraculeuze wijze komen we uiteindelijk weer op de goede weg, kunnen we de tank bijvullen en weten we het verhuurbedrijf te bereiken zonder per ongeluk in het centrum van Napels te belanden. Na de hectiek van het verkeer in Salerno aan den lijve te hebben ondervonden en de waarschuwing over autorijden in Napels uit de Lonely Planet laat ik dat liever aan koelere hoofden over:

There can be no greater test of courage than driving your own vehicle in Naples. As a means of locomotion, it’s of limited value. The weight of the anarchic traffic means that cars rarely travel faster than walking pace and parking is an absolute nightmare. A scooter is quicker and easier to park but is even more nerve-wracking to ride. Car and bike theft is also a major problem.
If you’re determined to drive, there are some simple guidelines to consider: get used to tail-gaters; worry about what’s in front of you not behind; watch out for scooters; give way to pedestrians no matter where they appear from; approach all junctions and traffic lights with extreme caution, and keep cool.

Bron: http://www.lonelyplanet.com/italy/campania/naples/transport/getting-there-around#ixzz2b832i68v

Rara wat ben ik?
Ruim op tijd zijn we op het vliegveld voor onze vlucht naar Milaan. Bij het inchecken krijgen we ook meteen instapkaarten voor de volgende vlucht, van Milaan naar Amsterdam, en onze bagage zal rechtstreeks van het eerste naar het volgende vliegtuig worden gebracht. Nadat we door de douane zijn, eten en drinken we wat en nemen we een kijkje in de winkeltjes, maar dat zijn er niet veel. Manlief heeft echter nog een troef achter de hand om Bloem bezig te houden: het spelletje ‘Rara wat ben ik?’. Eigenlijk is het voor iets oudere kinderen, maar dat houdt het ook voor Lune* leuker als die meespeelt. Bovendien is manlief meester in het onopgemerkt sturen van het spelletje zodat Bloem steeds beter snapt wat de bedoeling is en weet hij het moment waarop hij raadt wat hij zelf is, eindeloos uit te stellen. Als het tijd is om de boel op te bergen, heeft Bloem er nog lang geen genoeg van.

Zuid-Italië 2013
Zuid-Italië 2013

Ondanks de krappe overstap is er in Milaan voldoende tijd om het spel nog een keer te spelen. Verschillende mensen om ons heen – we zaten bijna de hele vakantie vrijwel alleen tussen de Italianen, maar nu is het gros van de mensen om ons heen weer Nederlands – hebben er ook zichtbaar plezier in. Vooral de volwassenen, die het ‘dubbele’ spel meekrijgen. Lune heeft niet meer zo’n zin in het spel en kijkt samen met mij hoe alle koffers en tassen in het bagageruim worden geladen. Op het één-na-laatste karretje zien we ook onze eigen bagage, die door het oranje koffertje van Lune goed te herkennen is. Maar voordat die aan de beurt is, worden er plotseling weer tassen en koffers uit het ruim gegooid. Lune is hoogstverontwaardigd (en een tikje benauwd) en zint hardop op een list om zelf het vliegveld op te kunnen stormen om de boel te redden en de mannen de les te lezen. Wat denken ze wel!

Vlucht KL1622: Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS) – KLM/ Alitalia
Tien minuten eerder dan gepland, om 18:50 uur, mogen we het vliegtuig in. Voor de zekerheid melden we onze zorgen aan een stewardess, die ons geruststelt. Er zijn meer mensen die hun bagage weer van boord hebben zien gaan, maar blijkbaar heeft dat met de balans van het toestel te maken. Er wordt nu een luik helemaal voorin het vliegtuig geopend voor alles wat nog – of weer – buiten ligt. Mooi.

Het vliegtuig zit helemaal vol. Wij zitten twee aan twee achter elkaar op de middelste stoel en de stoel aan het gangpad. Het meisje (23) dat naast Bloem en mij zit, vraagt of Bloem aan het raam wil zitten, maar dat wil ze niet. De moeder van het meisje zit in de rij voor ons. Lune en Bloem hebben allebei een klein zakje snoepjes mogen uitzoeken voor de start en de landing, en kiezen alvast een snoepje voor als het vliegtuig opstijgt. Maar hoewel we eerder dan gepland zijn ingestapt, verstrijkt onze aangegeven vertrektijd (19:40 uur) zonder dat er iets gebeurt. We bekijken het vliegtuigtijdschrift.

‘Ik zie een schildpad!’ roept Bloem enthousiast. Ik moet de schildpad ook bewonderen voor ze doorbladert tot een pagina waarop de vliegmaatschappijlogo’s en vliegtuigtypes staan afgebeeld.
‘Daar vlogen we mee, hè mama?’ zegt Bloem, terwijl ze naar het Alitalia-logo wijst.
‘Ja, dat klopt’.
‘En nu?’
‘Nu zitten we in een KLM-toestel, kijk, zo één, met wit en blauw en een kroontje’.

Vastgeslurfd
Dan klinkt er wat gekraak uit de luidsprekertjes en legt de gezagvoerder ons uit waarom we nog steeds aan de grond staan. Het lukt niet om de slurf van de passagiersbrug los te koppelen van het vliegtuig. Er is een technicus opgeroepen, maar de piloot verwacht dat het op zijn Italiaans zeker nog wel een kwartier zal duren voor die ter plekke is. Ondertussen is het verzoek om zoveel mogelijk te blijven zitten. Het bericht zorgt voor enige hilariteit en er worden om ons heen diverse sms’jes en What’s-Appjes naar Nederland gestuurd.

Lune mag een spelletje spelen op haar Nintendo. Als ze ergens echt niet uitkomt mag manlief soms even helpen, maar wel onder een doorlopende stroom aanwijzingen van dochterlief. Voor Bloem, die dol is op auto’s, hebben we nog een nieuw boekje over allerlei voertuigen. Als we dat ook gelezen hebben beginnen we aan Barbapapa. We krijgen te horen dat er ‘extra catering’ besteld is omdat het zo lang duurt. Bloems snoepje wordt steeds smoezeliger en haar handje steeds kleveriger, dus laat ik het haar opeten. De rest van de snoepjes laten we nog wel even in het zakje zitten. Op het gangpad wordt het steeds drukker en mensen die ver van elkaar vandaan zitten gaan maar eens bij elkaar buurten. Een jongetje roept dat de slurf los is, maar er zit nog steeds geen enkele beweging in het toestel. Wij knopen een gesprekje aan met het meisje en haar moeder, die de volgende dag jarig blijkt te zijn. Ze hebben net samen een yogaweek achter de rug in Puglia. Er zijn mensen die vanuit Brindisi naar Milaan zijn gevlogen, mensen die in Sicilië op vakantie zijn geweest en uit Catania of Palermo komen en er is een man die er al 21 uur vliegen op heeft zitten. Amsterdam is zijn eindbestemming.

De wet van Murphy
Dan is er weer nieuws uit de cockpit. De slurf is los, maar nu is de deur kapot. Volgens de piloot omdat het grondpersoneel niet met de bemanning heeft overlegd. Dat past wel in de lijn, want de zwartepiet wordt vanaf het begin zoveel mogelijk toegespeeld naar andere partijen. Ik probeer me ondertussen voor te stellen hoe het gegaan is. ‘De slurf zit helemaal klem’. ‘Nessun problema, gewoon even hard rukken, dan is ‘ie zo weer los. En in het ergste geval hebben we altijd nog de heggenschaar.’
Gelukkig is de extra catering – voor iedereen een glaasje water – inmiddels gearriveerd, want het is erg warm en benauwd in het toestel. Thuisblijvers worden ingelicht dat het nog wel even kan gaan duren. De moeder van het meisje vertelt dat ze haar verjaardag dit jaar voor het eerst weer eens wat grootser wilde vieren en dat er familie en vrienden komen uit alle hoeken van het land. Het begint er echter naar uit te zien dat die misschien wel afgebeld moeten worden. Ondanks alles proberen ze het zen-gevoel echter nog even vast te houden. ‘En anders drinken we gewoon een glas champagne op de hotelkamer’ zegt haar dochter.

Flight KL1622, Milaan (LIN) - Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs
Flight KL1622, Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs

Ik ben vergeten te vragen of het nog gelukt is om champagne te bestellen – ik ben bang van niet – maar wat de rest betreft had het meisje een vooruitziende blik, want een uur nadat we zouden vertrekken wordt ons medegedeeld dat we met dit toestel helaas niet meer kunnen vliegen. Non si può più far niente. Het grondpersoneel op de luchthaven zal ons opvangen en vertellen hoe het verder gaat.

Si può tenere informati, per favore?
Grondpersoneel? Welk grondpersoneel? Informatie? Communicatie? Wat volgt is chaos. Niemand weet waar we naar toe moeten. Of en waar we onze bagage moeten ophalen. Uiteindelijk weet een medepassagier die goed Italiaans spreekt – en die zich ontpopt tot soort vaderfiguur-tolk-reisleider – iemand van de luchthaven te pakken te krijgen. We moeten met onze bagage naar boven, waar balies 1 tot en met 8 geopend zouden zijn om ons verder te helpen. Eenmaal boven blijkt die informatie niet helemaal te kloppen – er zijn uiteindelijk maar twee balies – met hele andere nummers – waar een paar mensen zich met ons ongeveer 200-koppige-probleem bezighouden.

Je zou zeggen dat ze op vliegvelden wel vaker met gestrande reizigers te maken hebben en een draaiboek klaar hebben liggen voor dit soort situaties, maar als dat al het geval is, dan blijkt dat hier nergens uit. Het begint al met het totale gebrek aan communicatie. Voor iemand van het personeel ons als groep toespreekt – op aandringen van enkele passagiers, zelf waren ze blijkbaar nog niet op dat idee gekomen – zijn we alweer een uur verder. En als dat toespreken dan nog gebeurt door een mevrouw met een heel zacht stemmetje, door een microfoontje dat net zo goed niet gebruikt had kunnen worden omdat het totaal geen bereik heeft, dan schiet het nog niet erg op. Om nog maar te zwijgen over het matige Engels dat ze spreekt. Op een luchthaven, zelfs een Italiaanse, zou ik beter verwachten. Maar goed – je zou ook kunnen zeggen dat mensen die op vakantie gaan naar het buitenland zelf meer moeite kunnen doen om de plaatselijke taal te leren.

Uiteindelijk bereikt de boodschap golfsgewijs alsnog ook diegenen die het verst weg staan: we moeten ons allemaal melden bij de balies, dan worden onze namen genoteerd en wordt er gekeken hoeveel hotelkamers er nodig zijn. Oh? Ja, vliegen zit er deze avond niet meer in. Mensen die contact hebben gehad met familieleden en vrienden in Nederland hadden allang gehoord dat we waarschijnlijk pas morgen zouden vertrekken – maar ja, je moet toch afwachten of die informatie inderdaad klopt en bent afhankelijk van wat je uiteindelijk ter plekke te horen krijgt.

Lijstjes
Een passagierslijst, om de boel iets efficiënter te laten verlopen, hebben ze blijkbaar niet. Kennelijk hebben ze ook niet zo’n goede band met de Amerikanen dat ze de gegevens even uit PRISM kunnen halen. Dat het best een ingewikkelde klus is om ’s avonds last-minute voor 200 mensen bussen en een hotelkamer te regelen, snap ik best. Maar hoe moeilijk is het, om zelfs zonder passagierslijst een nieuwe lijst op te stellen en groepjes te maken. Dat hoeft toch niet zo lang te duren? Ondanks het lange wachten en het totale gebrek aan communicatievaardigheid en organisatietalent op de vloer, blijft de sfeer echter redelijk. Ik heb niet zo’n positief beeld van ons volk en vreesde veel agressief en onbeschoft gedrag, maar dat blijft uit. Iedereen baalt natuurlijk wel, maar de meeste mensen zijn wat gelaten en velen proberen met wat humor de moed erin te houden. Ook alle kinderen zijn lief en zorgen niet voor overlast. Op een bepaald moment vraag ik me zelfs af of we ze niet beter hadden kunnen opstoken om het vlak voor de balies op een krijsen te zetten – misschien had dat de boel nog wat kunnen versnellen.

Wachten...
Wachtend op het vliegveld van Milaan

We zijn echter nog geen Engelsen, want van nette rijen is inmiddels geen sprake meer. Iedereen is moe, hongerig en dorstig, wil graag weten waar ‘ie aan toe is en stroomt van alle kanten naar voren. Bloem ziet steeds witter van vermoeidheid en probeert bovenop de bagage een goede slaaphouding te vinden, maar tevergeefs. Na een hele tijd begint ze zachtjes een beetje te snikken: ‘Mama, waarom is de deur van het vliegtuig stuk? Ik wil naar huis!’ Ook Lune, die laat opblijven toch hoog in het vaandel heeft staan en vaak probeert of ze alsjeblieft nog éven op mag blijven, zou nu het liefste naar bed willen, maar zeurt niet. Ze wordt beloond voor haar flinkheid doordat ze met een jongetje mee mag kijken naar filmpjes van Tom & Jerry op een iPad.

Als onze namen eindelijk op een lijstje staan, wordt ons gewezen waar we moeten wachten. Dat het niet zo handig is om mensen aan twee uiteinden van een grote hal te laten wachten als je er niet bij vertelt waarom je ze een andere kant opstuurt, is wel duidelijk als er plotseling aan één kant namen worden opgelezen van inmiddels deels samengevoegde lijstjes. Dankzij enkele medepassagier-boodschappers snel ik naar de andere kant zodat we onze namen in ieder geval niet missen. Maar nee, wij staan hier niet bij. Sommige andere mensen die ook aan ‘onze kant’ stonden te wachten, wel. Even later zien we de eerste groep naar een bus vertrekken.

Om 23:55 uur belanden wij in de derde en laatste bus. Er was nog de nodige verwarring door de lijstjes; toen één lijstje werd verfrummeld, kon iemand nog net roepen: ‘ho, onze namen staan op dat lijstje, maar niet op de nieuwe lijst!’

‘È un autre mama’
Hoewel we blij zijn eindelijk het vliegveld te kunnen verlaten – Bloem is inmiddels, volledig uitgeput, op manliefs schouder in slaap gevallen – zakt de moed ons in de schoenen als we aankomen bij het hotel en daar nog een grote groep mensen in de hal zien staan uit de tweede bus. Paspoorten worden gekopieerd, sleutels moeten worden geprogrammeerd… Ik heb er nu ook wel genoeg van – als we met zijn tweeën waren zou het nog anders zijn, maar ik wil mijn peuterdochter nu echt snel in een bed kunnen leggen. Gelukkig schiet de vaderfiguur-tolk-reisleider ons te hulp en dankzij hem en vele begripvolle andere medereizigers mogen we voorgaan (è un autre mama, ha i bambini!) en kunnen we om 01:00 uur onze oververmoeide driejarige en hele flinke negenjarige in bed te leggen (De laatste mensen bleken pas om 03:00 uur een kamer te hebben gekregen…). Omdat we de hele avond nog niets gegeten hebben en alleen een bekertje water hebben gehad, hebben ze echter ook honger en dorst; dus kijken we wat de minibar op de kamers te bieden heeft. Nooit gedacht Bloem en Lune nog eens te zien dineren op een zakje salt-and-vinegar-chips. Gelukkig is er ook gewoon water, dat is toch net iets kindvriendelijker.

Saluta il giorno con un sorriso
Er is ons verteld dat we ’s ochtends om acht uur bij de balie van het hotel moeten verzamelen, dan horen we meer. Omdat we geen idee hebben of we daarna misschien halsoverkop het hotel moeten verlaten, besluiten we toch ook Bloem en Lune maar op tijd te wekken – dat valt nog niet mee, want Bloem is half in coma – zodat we in ieder geval voor die tijd ontbeten hebben. Gelukkig is het wel een goed hotel waar ze ons gedropt hebben. Prettig om even lekker te kunnen douchen en schone kleren aan te kunnen trekken. Ik voel me meteen een stuk meer mens. Ook het ontbijtbuffet is prima. Het is zeer uitgebreid en Lunes ogen zijn groter dan haar maag; maar ja, er is ook zoveel lekkers uitgestald.

Na het ontbijt blijkt dat we de dametjes rustig nog een tijdje hadden kunnen laten liggen, want om acht uur is er bij de balie niemand te bekennen en hebben we nog steeds geen idee of we vandaag wel zullen vliegen en zo ja, hoe laat dan.

Tartarughe
Gelukkig is het nog steeds prachtig weer en blijken er in de vijver van het aangrenzende parkje naast een paar eenden en zwanen, karpers en schildpadden te zwemmen. Vooral Bloem is verrukt over deze onverwachte ontdekking – helemaal als ze samen met Lune wat brood mag voeren. Niet dat de schildpadden daar veel van krijgen, want de karpers komen er massaal op af en zwemmen daarbij dwars over de schildpadden heen en als de schildpadden onverhoopt toch nog in de weg zitten, happen ze agressief naar alles dat ze te pakken kunnen krijgen. De eenden jagen ze met hun gedrag zelfs helemaal weg – die durven na één poging niet meer in de buurt te komen. Het is jammer dat de zwanen dan weer uit beeld zijn verdwenen, want ik had wel eens willen zien of die zich ook hadden laten wegjagen, of dat dan toch de karpers aan het kortste eind hadden getrokken.

Tartarughe (schildpadden)
Tartarughe (schildpadden)

Ook de andere kinderen hebben de schildpadden ontdekt en al snel zie ik niet alleen stukjes brood in de gulzige karperbekken verdwijnen, maar ook stukjes cake, een hele plak ham en zelfs een ei. Ik vraag me af of karpermagen dat allemaal wel kunnen verdragen, maar vrees dat ik me er niet echt druk over maak – ik vind het maar nare beesten. Als Bloem genoeg heeft van de schildpadden, halen we ‘Rara wat ben ik’ nog maar een keer tevoorschijn.

Rond 11:00 uur arriveert er een bus bij het hotel. Er blijkt weer een lijstje namen te zijn – dit keer getypt – van mensen die mee mogen. Wij staan daar niet bij, maar even later komt de buschauffeur de hal weer ingelopen om te zeggen dat er nog tien plaatsen zijn. De hal is inmiddels een stuk leger en we hebben geruchten gehoord dat er om 13:00 uur een vliegtuig naar Amsterdam vertrekt, dus laten we in vredesnaam zorgen dat we dan in ieder geval weer op het vliegveld zijn: ja, wij gaan graag mee. (Wat zeg je Bloem? Moet je naar de wc? Dan moet je het nu echt even o ophouden lieverd, zometeen, als we op het vliegveld zijn!)

Iene, miene mutte
Op het vliegveld mogen we weer aansluiten in de rijen voor de inmiddels bekende balies. Sommige mensen worden weggestuurd, die krijgen te horen dat ze over een paar uur maar terug moeten komen omdat ze pas laat in de middag vliegen – over Frankfurt of over Londen. Maar we zien ook mensen voorbijkomen met een instapkaart voor het vliegtuig dat, met hetzelfde vluchtnummer als gisteren, helemaal bovenaan alle informatieborden staat, met vertrektijd 13:00 uur. We vragen ons af of het soms een ander, maar kleiner toestel is dat onder hetzelfde vluchtnummer zal vliegen, want waarom is het anders nodig ons op te splitsen? Ook is volkomen onduidelijk op basis van welke criteria wie voor welke vlucht geselecteerd is. Iene miene mutte? We kunnen alleen maar hopen dat wij tot de groep gelukkigen horen die rechtstreeks zullen vliegen. Al beginnen we ons ook daar wel wat zorgen over te maken, want het is inmiddels al bijna 13:00 uur. Ze zullen nu toch wel wachten totdat de vlucht vol zit voor ze vertrekken?

Wc’s met een eigen wil
Omdat het totaal niet opschiet, kan ik terwijl manlief in de rij blijft staan in ieder geval nog wel naar de wc met Bloem en Lune. Lune wil het liefst alleen naar de wc gaan en alleen teruglopen, maar dat vind ik niet goed – zeker niet als blijkt dat we niet naar het dichtstbijzijnde toilet kunnen omdat ze daar net aan het schoonmaken zijn. Ik moet er toch niet aan denken nu ook nog een kind kwijt te raken op het vliegveld. Lune vindt het maar onzin en is een beetje boos op haar stomme, overbezorgde moeder; maar als ze bij het teruglopen bijna de verkeerde kant oploopt vindt ze het toch wel prettig dat we samen zijn.

Bloem heeft hele andere dingen aan haar hoofd dan haar grote zus. Hoewel ze er in het hotel nog heilig van overtuigd was dat ze heel nodig naar de wc moest, durft ze nu niet meer, omdat het toilet terwijl ze erop zit telkens automatisch doortrekt (de andere toiletten ook, dus het heeft geen zin een ander hokje op te zoeken). Het is dus reuzegezellig op de wc: met een brullend kind dat me bijna in haar paniek bijna wurgt half op de wc en half om mijn nek en pas na een hele boze uitval van mij eindelijk een miniplasje doet; en een oudste die ‘buiten’ zuchtend op ons staat te wachten. Mijn eigen humeur wordt er ook niet beter op, maar gelukkig mag ik zelf ook nog even naar de wc en bieden de koude-continu-doortrek-spetters op mijn billen de broodnodige afkoeling. Misschien is het daar wel voor bedoeld: het in toom houden van oververhitte reizigers.

Il premi premio
Als we aan de beurt zijn, voelen we ons net alsof we de loterij hebben gewonnen: wij mogen mee met de rechtstreekse vlucht, hoera! We krijgen nieuwe instapkaarten – op de ene kant staat de nieuwe datum en de nieuwe vertrektijd, op de kant die we overhouden nadat de rest is afgescheurd staan de oude gegevens, van de oorspronkelijke vlucht.

Instapkaarten KL1622 - KLM/ Alitalia - curieus....
Instapkaarten KL1622 – KLM/ Alitalia – curieus….

Inderdaad wordt er nu wel op iedereen gewacht – tenminste, op iedereen die op de ‘gouden’ lijst stond. Nu wordt eindelijk ook duidelijk waarom niet alle passagiers op deze vlucht zijn geboekt. Het heeft te maken met veiligheidsmaatregelen. Het is hetzelfde toestel als de dag ervoor, met dezelfde bemanning. De deur is inmiddels dusdanig gerepareerd dat dit geen gevaar meer op zou moeten leveren tijdens de vlucht. Maar bij een eventuele evacuatie mag de deur niet gebruikt worden en daarom mogen er minder mensen mee.

Iedereen is opgelucht dat wij tot de gelukkigen behoren die niet nog langer hoeven te wachten en dan ook nog via allerlei omwegen hoeven te reizen, dus de bereidheid te geloven dat het geen gevaar oplevert is groot. Wel is iedereen bijzonder alert bij het standaardpraatje over zuurstofmaskers en vluchtwegen en het leidt tot grote hilariteit als de steward zich bij het aanwijzen van de vluchtwegen vergist en net als anders ook de linker-voordeur aanwijst. Gelukkig ziet de bemanning er zelf ook wel de humor van in. Verder proberen ze echt het ons extra naar de zin te maken – dit keer bestaat de extra catering naast een Italiaanse sandwich, iets fris en een chocolaatje uit een wijntje of biertje – en biedt de captain zijn excuses aan voor hoe het allemaal is gelopen. Hij belooft ook een rapport te zullen schrijven over wat er allemaal mis is gegaan. Wat niet wegneemt dat er door een paar passagiers nog wel het initiatief wordt genomen om namen en e-mailadressen van iedereen te verzamelen die mee wil doen bij het indienen van een gezamenlijke klacht. Ik ben daar wel blij om; had zelf niet de puf meer gehad om zoiets nog te organiseren, maar hier zijn in mijn ogen wel kwalijk veel fouten gemaakt.

Polderbaan
Na een voorspoedige vlucht landen we, onder applaus voor de piloten, op – hoe kan het ook anders – de Polderbaan. Het kan me niets schelen. Een kwartiertje taxiën kan er ook nog wel bij. Het belangrijkste is dat we veilig zijn geland en dat wij zo in ieder geval naar huis kunnen, terwijl er pechvogels zijn die nu nog steeds in Milaan zitten! Bovendien is het best gezellig met onze medepassagiers, want dit soort dingen verbroedert wel: iedereen praat met elkaar. Ik zit naast een moeder en haar zoon, uit het zuiden van het land. Zij zijn met hun gezin o.a. naar Agrigento op Sicilië geweest. Leuk om te horen hoe dat was, want dat staat nog op ons vakantieverlanglijstje.

Murphy zou Murphy echter niet zijn als er niet nog één ding mis ging. Dus nadat vrijwel iedereen zijn bagage heeft opgehaald en weg is, staan wij nog tevergeefs te wachten op ons laatste bagagestuk: een grote rugzak, met al Bloems kleren, al mijn kleren, alle toiletspullen, opladers voor fototoestel en telefoon en misschien nog wel het belangrijkste: een paar van Bloems autootjes en haar pop.

Wel staan achter de ruiten onze (schoon)-ouders ons op te wachten, waardoor we Bloem en Lune – die dolenthousiast zijn hun grootouders te zien – alvast vooruit kunnen sturen terwijl wij nog even plaatsnemen bij de eerstehulp-bij-zoekgeraakte-bagage-post, waar blijkt dat we in Milaan bij het opnieuw inchecken geen nieuwe bagage-claim-kaartjes of -stickers hebben gekregen. Dan maar op omschrijving alleen. Best lastig – was ‘ie nu blauw of grijs? En wat was het merk ook alweer? De volgende keer maak ik voordat we vertrekken heel duidelijke foto’s van alle bagage – en van de bagage-etiketten. Gelukkig weten we wel zeker dat we er twee adreskaartjes aan hebben gehangen (waarvan één met het logo van een reisorganisatie waar we twee jaar geleden een reis bij hebben geboekt – nu maar hopen dat dat niet voor nog meer verwarring gaat zorgen). Om 17:00 uur kunnen wij de bagagehal gelukkig ook verlaten.

Opgelucht dat we op Nederlandse bodem staan – en misschien enigszins uitgelaten door het wijntje dat ik in het vliegtuig gedronken heb, ga ik ervan uit dat het nog wel goed zal komen met de rugzak. Voor Lune is de vermoeidheid en nu deze ontwikkeling echter net iets te veel. Ze wilde ook nog niet eerder met onze ouders mee om alvast iets te drinken, maar heeft met haar oranje koffertje continu gespannen voor de deuren op ons staan wachten. De tranen biggelen over haar wangen. Wat dat betreft is het maar goed dat Bloem nog een stuk kleiner is – die rent uitgelaten heen en weer en trekt gekke gezichten met oma. ’s Avonds bij het naar bed gaan vraagt ze wel:
‘Waar is pop?’
– want hoewel ze verder niet veel met pop speelt, ligt pop ’s nachts de laatste tijd vaak wel stevig vastgeklemd in haar armen.
‘Pop is nog even op reis’ antwoord ik, ondertussen een schietgebedje doend dat het inderdaad maar even zal zijn – en niet heel lang – of voor eeuwig.

“Please accept our apologies…” indeed
De volgende dag krijgen we in de loop van de morgen een berichtje van klm-courier:
KLM has found your lost luggage (2 bags). We will deliver it 5-8 between 12-16 hrs at …. (postcode). With kind regards, Besseling Koeriersdienst’

Twee tassen? Zou Murphy’s invloed nog niet uitgewerkt zijn? Maar ergens tussen het berichtje en de aflevering is er toch iets goed gaan, want er wordt maar één rugzak bezorgd – en het is inderdaad de onze. Hèhè…

KLM apologies
*Nieuwe blognaam voor Bonkje, die haar peuterblognaam inmiddels een beetje ontgroeid was.

*****
Uiteindelijk hebben we, nadat we ene klacht hadden ingediend, het grootste deel van de kosten van onze tickets van KLM teruggekregen – daar waren we heel blij mee. We hebben het geld opzij gelegd voor de volgende vakantie.

We hopen alleen wel dat vliegtuigmaatschappijen niet te vaak met dit soort stroppen te maken hebben, want dan kunnen we in de toekomst nooit meer vliegen omdat alle maatschappijen failliet zijn.

Als de man van huis is

Als puber en in het begin van mijn studietijd kon ik me nogal opwinden over stereotype rolverdelingen tussen mannen en vrouwen. Zo verhuisde een vriendin van de ene naar de andere studentenkamer, waarbij onder andere haar vader kwam helpen. Toen we een kast of een bed van haar in elkaar wilden zetten, nam haar vader het meteen van ons over omdat dat natuurlijk helemaal niets zou worden anders. Het ergste vond ik dat het helemaal niet neerbuigend bedoeld was – nee, het werd gewoon gebracht als vanzelfsprekend feit. En mijn vriendin merkte het niet eens – of misschien kon het haar niet schelen. Bij veel ouders van vrienden om me heen zou de moeder ook nooit een fietsband plakken. Dat de vader een baan had, was normaal. Dat de moeder dat in veel gevallen niet had, ook. Bij sommige moeders bekroop me zelfs het gevoel dat ze als een soort spartelende visjes op het droge achterbleven als hun echtgenoot voor zijn werk een paar dagen van huis was.

Het zal mede gekomen zijn doordat ik jarenlang samen met mijn moeder ben opgegroeid. Bij ons geen vader die schijnbaar vastgeroeste deksels met veel aplomb opendraaide. Wij moesten het zelf oplossen. En dat deden we ook. Meestal. En als ik zo’n andere moeder hulpeloos naar lucht zag happen, was ik heimelijk trots op mijn moeder. Mijn moeder kwam overal waar ze wilde. Daar had ze niemands hulp bij nodig. En zo hoorde het ook, vond ik. En zelfs als je getrouwd was, dan mocht dat in mijn ogen niet ten koste gaan van je zelfstandigheid.

Dit jaar in oktober ben ik alweer negentien jaar samen met manlief. Daarvan zijn we er bijna – over twee dagen – tien getrouwd. Ik geloof dat het met de stereotype rolverdeling bij ons wel meevalt. Wel is in de loop der jaren geleidelijk een bepaalde taakverdeling ontstaan. Vanzelf. Meestal omdat de één iets al net iets vaker deed dan de ander. Omdat de één iets leuker vindt om te doen dan de ander*, of net iets minder erg. Omdat de één zich net iets eerder aan iets stoort dan de ander. Of simpelweg omdat de één iets beter kan dan de ander. Vaak hebben we daar ook wel vrede mee – al is het soms moeilijk de balans te vinden. Want het is natuurlijk wel makkelijk als de ander veel doet (en ik heb een man die heel veel doet), maar het moet wel eerlijk verdeeld blijven.

Enfin. Manlief is een paar dagen naar Duitsland voor zijn werk. En hoewel ik mezelf toch echt niet als hulpeloos visje zie, moet ik wel toegeven dat het vandaag niet allemaal vlekkeloos verliep.
Zoals beloofd mocht Bonkje** bij me in het grote bed slapen – op voorwaarde dat ze stil zou liggen en echt goed zou proberen te slapen. Voor de zekerheid zette ik niet alleen mijn eigen wekker, maar ook die van manlief. Een half uur eerder dan normaal.
Volkomen overbodig, want een uur voor die tijd jammert Bloem me al uit mijn slaap. Nou, vooruit, zij mag er ook even bij. Helaas is ze nog niet zo getraind in het stil liggen als haar zus, dus een paar kleine, zich om me heen klemmende armpjes ten spijt, breng ik haar een half uur later toch maar terug naar haar eigen bedje. Even was het heel knus, maar als ik te lang uit mijn slaap gehouden word krijgt mijn nachtchagrijn c.q. ochtendhumeur toch echt de overhand. Gelukkig is er geen explosie nodig: als ik haar heb ingestopt, het spooklampje weer aan heb gedaan, Pips muziekkoordje heb uitgetrokken, haar een kus en een aai over haar bol heb gegeven, zegt ze ‘welterusten mama! slaap lekker! tot ziens!’.

Pfffff… denk ik wel, als ik weer in bed kruip. Die wekker van manlief zet ik maar uit. Anders wordt Bonkje ook weer meteen wakker.
En een half uur eerder opstaan dan normaal – is dat nou echt wel nodig? Kom, ik zet mijn wekker gewoon op het normale tijdstip.
Hèhè.
Bonkje keert zich naar me toe en schenkt me een slaperige glimlach. Haar zusje is best lief, maar wat een drukte was dat zeg. Nog even samen genieten van de rust. Ze valt weer in slaap.
Ik streel haar hand. Hij ligt ontspannen in de mijne.
Herinner me plotseling hoe ze tussen ons in sliep de nacht na haar geboorte. Op het aankleedkussen, omdat we bang waren dat we haar zouden pletten. Hoe diezelfde hand toen nog een piepklein vuistje was, waarmee ze mijn pink stevig omklemde.

Tussen waken en slapen.
Vaag voel ik dat er iets niet klopt. Zou die wekker niet allang?
Ik schrik, kijk op de klok en schiet overeind. Aaargh!
Als ik mijn horloge omdoe zie ik dat het stil staat. Ook dat nog. Snel zet ik ‘m weer goed.
Gelukkig is Bonkje heel behulpzaam. Waar we normaal gesproken ’s ochtends snel in de ’schiet-nou-toch-op/ jaa-haa-ik-kom-al’-modus schieten, stelt ze nu voor of zij alvast brood zal gaan smeren voor zichzelf en voor Bloem.
‘Da’s heel lief van je, maar zorg eerst maar voor je zelf.’
Snel Bloem uit bed halen, aankleden, tas controleren, naar beneden brengen, brood smeren, drinken inschenken, lunchpakketje voor Bonkje maken, afwasmachine uitruimen, vuilniszak verwisselen, legeflessentas in de gang zetten om mee te nemen, Bonkjes haar kammen – ze wil een knotje met lint want er is vandaag en prinsen-en-prinsessenbal op school – groenbak op straat zetten, erbij geleende groenbak van de buren ook op straat zetten, tussendoor zelf nog snel even iets naar binnen werken ….. en dan ergens in die chaos ontdekken dat…?

Ik kijk op mijn horloge. Kijk op de klok van de stereo. Loopt die nu ook al verkeerd?
Ik loop naar boven. Kijk op mijn wekker. Kijk op de wekker van manlief.
Volgens de wekker van manlief is het een stuk vroeger dan volgens de mijne.
Ik heb het wekalarm niet vooruitgezet, maar de klok.
En vervolgens mijn horloge.
En bijna de klok van de stereo-installatie.

Toch nog met gepoetste tanden stappen we even later de auto in. Fijn, want het regent. Minder fijn als ik mijn voet een beetje voel glibberen over het gaspedaal. En de rem. Maar we hebben niet zoveel tijdwinst geboekt dat ik daar nu iets aan kan doen. Ik meen ook al iets te ruiken. Draai ondanks de regen toch het raampje open.
Als ik Bonkje even later heb afgezet ‘je hoeft niet helemaal mee te lopen hoor mama, ga jij dat maar doen’, schraap ik de zool van mijn laars schoon aan wat gras en haal ik met een paar zakdoekjes zo goed mogelijk de hondenpoep van de pedalen af. Jakkes.
Nadat ik Bloem ook heb weggebracht, kan ik naar mijn werk. Onderweg maak ik nog wel een kleine tussenstop. Om Glorixdoekjes te kopen. Om het nog iets beter schoon te kunnen maken. Want degene die meestal de klos is als het om hondenpoep verwijderen gaat, is in Duitsland.

*******
* Misschien werd de vader van mijn vriendin wel supergelukkig als hij een kast of bed in elkaar mocht zetten.
**Bonkje wordt inmiddels zo groot dat ik al langer vind dat ze eigenlijk een nieuwe blognaam nodig heeft. Eén die haar meer eer aandoet. Want ze is niet meer dat kleutertje van eerst, met die ministaartjes. Haar roze balletpakje met fladdermouwtjes heeft plaatsgemaakt voor een zwart pakje met los rokje en ze heeft inmiddels lang haar. Ze is heus nog wel eens hyper maar kan zich ook heel sierlijk bewegen. Tot nu toe heb ik nog niets kunnen bedenken waar ik echt blij mee ben. En dat liefst ook nog een beetje past bij de blognaam die ik haar zusje heb gegeven (Bloem), zonder te zoetsappig te worden Iemand een goed idee?