De OV-chipkaart en Eva van de NS

Het is zo makkelijk om er gewoon OV-…kaart van te maken. Niet erg origineel of ‘kindproof’, maar wel verleidelijk. Want als mij spontaan gevraagd zou worden het meest klantonvriendelijke product te noemen van de laatste jaren, staat de OV-chipkaart bovenaan.

Leeftijdskorting
Op de website ov-chipkaart.nl staat vermeld:
Kinderen en reizigers ouder dan 65 jaar reizen met korting vanwege hun leeftijd. Die korting kan alleen worden verrekend als u met een persoonlijke OV-chipkaart op saldo reist.

Dus hebben wij voor onze kinderen braaf gepersonaliseerde ov-chipkaarten aangeschaft, om te voorkomen dat we opeens het volle tarief zouden moeten betalen waar we voorheen nog gebruik konden maken van een roze strippenkaart of railrunner.

Is het heel vreemd om te denken dat je met zo’n leeftijdsgebonden, persoonlijke ov-chipkaart dan ook kunt in- en uitchecken en dat daarbij automatisch het bij jouw leeftijd horende tarief wordt berekend? De NS vindt blijkbaar van wel, want als we onze kleuterdochter op het NS-station met haar gepersonaliseerde OV-chipkaart in laten checken, zien we bij het uitchecken tot onze verbijstering dat  de volle prijs voor een volwassene in rekening is gebracht. Aangezien dat verschil zeker bij een lange treinreis behoorlijk kan oplopen, is het wel de moeite waard om te proberen dat verschil terug te krijgen.

Eva
Eerst maar eens zoeken op de website van de NS. En tada! Daar is EVA!
“(…) onze virtuele medewerker. EVA is geen echt persoon maar kan u wel overal mee helpen.”

Toevallig heb ik EVA een paar jaar geleden al een keer ‘ontmoet’. Wat ik me daar nog van kan herinneren is niet echt positief, maar misschien heeft ze in de tussentijd een upgrade gehad en heeft zelflerende software haar naar een hoger niveau getild.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Ons dochtertje van vijf heeft een gepersonaliseerde ov-chipkaart. Daar hebben we mee ingecheckt, maar bij het uitchecken moesten we gewoon het volle tarief betalen. Hoe kunnen we het verschil tussen het volle tarief en het kindertarief terugvragen?
EVA zegt: Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, ik wil graag weten hoe we het teveel betaalde geld voor de reis met ons vijfjarige dochtertje terug kunnen krijgen.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, het in- en uitchecken is wel gelukt. Er is alleen een veel te groot bedrag geïncasseerd.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. U wilt geld terug vanwege een fout tijdens het uitchecken met uw OV-chipkaart?
U zegt: Zoiets.
EVA zegt: Ik begrijp het nog niet helemaal. Heeft u niet kunnen uitchecken en wilt weten hoe u het instaptarief terug kan krijgen?
U zegt: Nee, we willen graag het railrunnertarief voor ons dochtertje betalen en niet het volwassen tarief. Ze heeft een eigen ov-chipkaart die op haar naam staat en waar haar geboortedatum aan gekoppeld is.
EVA zegt: Ok, daar gaat het niet over. Wilt u informatie over wat een geldige check-in en check-out is?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u een melding maken van een overvolle trein?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. U wilt informatie over het meenemen van kinderen in de trein en weten wat het kost?
U zegt: Ja.
EVA zegt: Kinderen t/m 3 jaar reizen gratis. Kinderen van 4 t/m 11 jaar kunnen gebruik maken van een Railrunner voor € 2,50, ook als zij alleen reizen. Alleenreizende kinderen kunnen gebruik maken van de 2e klas. Een Railrunner kan op een OV-chipkaart worden geladen of gekocht worden in de NS-kaartautomaat als eenmalige OV-chipkaart. Voor kinderen vanaf 12 jaar gelden de reguliere abonnementen of ze kunnen op saldo reizen met de OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Niet helemaal. Hoe zit het met een gepersonaliseerde ov-chipkaart, moet je daar dan nog steeds eerst apart een railrunner opzetten? Dat lijkt me een beetje dubbelop?
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mmm. Ik denk dat er geen geld was voor een upgrade. Maar laat ik het nog eens proberen.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Als een kind van vijf met een gepersonaliseerde ov-chipkaart incheckt, waarom wordt dan toch het volwassenentarief gerekend?
EVA zegt: Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, ik wil weten waarom je geen railrunnertarief krijgt als je met een kinderkaart op naam in- en uitcheckt
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, hoe kan je een railrunner op een kinderkaart laden en waar ik ik teveel betaald geld terugvragen?
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u iets weten over de status van uw aanvraag voor geld terug bij vertraging?
U zegt: Nee. Railrunner kind gepersonaliseerde ov-chipkaart teveel betaald geld terug
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Heeft u een vraag over hoe u bij vertraging geld terug kunt krijgen?
U zegt: nee, hoe je geld voor een kaartje waar je teveel voor hebt betaald terug kunt krijgen
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u weten hoe u saldo op uw OV-chipkaart kunt laden?
U zegt: ja zoiets. een railrunner op een ov-chipkaart
EVA zegt: Wat voor soort OV-chipkaart heeft u? Een anonieme of een persoonlijke?
U zegt: Een persoonlijke
EVA zegt: U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: We hebben al meer dan 50 euro saldo op de ov-chipkaart staan.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: Ja, maar hoe kan je een railrunner op je kaart laden?
EVA zegt: Alleen voor een persoonlijke OV-chipkaart is het mogelijk om het saldo automatisch op te laten waarderen. Via de pagina OV-chipkaart automatisch opladen kun instellen. U kunt kiezen voor een oplaadbedrag van € 10,-, € 20,- of € 50,-. Bij NS-kaartautomaten en overige oplaadpunten met het roze OV-chipkaartsymbool kunt u zelf saldo op uw kaart laden als u reist met een uw anonieme OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Degene die u heeft bedacht bedoelde het vast goed maar ik ben er nog nooit een steek verder mee gekomen.
EVA zegt: NS is benieuwd naar uw mening over deze geautomatiseerde chat.
EVA zegt: Als u de Virtuele Assistent van NS middels een rapportcijfer (1 t/m 10) zou moeten beoordelen, wat voor cijfer zou u de Virtuele Assistent dan geven?
U zegt: Een acht voor het idee maar een drie voor de uitvoering. Denk ik. Ik mag tenminste hopen dat je met een vraag als: hoe laat vertrekt de eerstvolgende trein naar Lutjebroek wel een zinnig antwoord krijgt.
EVA zegt: Als u wilt weten hoe laat uw trein vertrekt, waar deze stopt of wat uw reis kost, kijk dan in deReisplanner. Daar vindt u ook een overzicht van de actuele vertrek- en aankomsttijden en eventuele storingen. Bent u in het bezit van een smartphone, dan kunt u ook gebruik maken van onze handige appReisplanner Xtra.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Ik weet nog steeds niet waar ik het verschil terug kan vragen voor het veel te dure virtuele treinkaartje voor onze dochter van vijf.
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mijn frustratie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor berusting en een zekere fascinatie. Wie zou EVA hebben geprogrammeerd – en hoe stelde die persoon zich voor dat het zou gaan? Weet je wat…

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Goedenavond
EVA zegt: Goedenavond. Waarmee kan ik u helpen?
U zegt: Ik vroeg me af hoeveel woorden u kent.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja, ik vraag me af hoeveel woorden en zinnetjes er zijn geprogrammeerd
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?
U zegt: Nee, liever niet
EVA zegt: Ok, u wilt geen contact opnemen met de klantenservice. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Wat is de meestgestelde vraag en kunt u die oplossen?
EVA zegt: Wat wilt u vragen?
U zegt: Hoe vaak moet u doorverwijzen naar de klantenservice?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vermaak me wel inmiddels.
EVA zegt: Hier weet ik helaas niets over. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee. Wat weet u wel?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Ja hoor. Het gaat over kunstmatige intelligentie
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja hoor, zelfdenkende helpdesk-sofware. Wat komt daar eigenlijk bij kijken?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vind u veel aardiger.
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja. Gaat u vanavond gezellig mee in de trein?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Nergens mee ben ik bang. Maar toch bedankt voor de moeite.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee hoor, laat maar. Fijne avond nog.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Goedenavond.
EVA zegt: Goedenavond. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Welterusten
EVA zegt:Sorry, dat snapte ik even niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Over en uit.
EVA zegt: Tot ziens!

Ja, ‘converseren’ met EVA is best vermakelijk, zolang je maar geen antwoord verwacht waar je iets aan hebt. Of en hoe we ons teveel betaalde geld terug kunnen krijgen leren we pas als manlief overdag contact opneemt met een niet-virtuele medewerker van de NS. Ja, dat kunnen we terugvragen, dat is geen probleem. Heel fijn, maar eigenlijk vind ik het wel een probleem dat Bloem en Lune bij de NS blijkbaar helemaal niets aan hun gepersonaliseerde OV-chipkaart hebben. Het is niet alsof we niets beters te doen hebben dan elke keer op een omslachtige manier achteraf geld terug te moeten vragen…

‘Geen pinpas maar een reismiddel’
Als Bloem gaat logeren bij oma, stap ik dan ook op de kaartjesautomaat af om een railrunnertje te kopen. Er staat 58 euro op Bloems kaart, dan hoeft oma als ze met Bloem op stap gaat tenminste niet telkens zelf kaartjes voor haar te betalen. Ik hou Bloems kaart voor de kaartlezer van de NS-automaat en zie het saldo inderdaad op het scherm verschijnen. Maar wat blijkt: ook al heb je er een saldo van 58 euro op staan: dat kan je niet gebruiken voor de railrunner, nee, die moet je apart betalen – heel logisch, want, zo luidt het antwoord bij de gratis telefonische helpdesk van de NS, “de OV-chipkaart is geen pinpas maar een reismiddel dus natuurlijk kan je er niet mee pinnen”.

Ik vind de redenatie een beetje krom, want op het moment dat je ermee incheckt kan je er wel degelijk mee betalen, dus waarom zou dat bij de automaat niet kunnen? Helaas kan je er ook niet mee reizen bij de NS. Niet voor het kindertarief tenminste.

Enfin – om niet op nog meer onaangename verrassingen te stuiten koop ik uiteindelijk maar een losse railrunner. Met mijn pinpas.

Een aantal weken later blijkt dat dat ook de beste keus was. Als manlief met Lune in de trein zit en gecontroleerd wordt, blijkt namelijk dat er nog meer mis kan gaan.

Dat is handig: railrunner op datum
Je kunt er namelijk voor kiezen om de railrunner die je – met een echte pinpas natuurlijk – bij de automaat koopt, niet uit te laten printen als kaartje, maar te laden op de gepersonaliseerde kinder-ov-chipkaart. En dat doet manlief. Hij koopt een railrunner-kaartje voor de betreffende dag en laadt dit op Lunes chipkaart.

Als de conducteur langskomt, wordt duidelijk dat de NS dit helaas niet als geldig vervoersbewijs herkent, omdat manlief en Lune daarna haar kaart niet hebben ingecheckt. De conducteur laat zien dat hij op zijn scanner alleen te zien krijgt dat er niet is ingecheckt – verdere informatie ontbreekt. Gelukkig gelooft hij het verhaal en schrijft hij geen boete uit. Dank u wel, conducteur.

Het kán wel…
Ik vraag me af hoe dat in Londen gaat. Manlief en ik hebben begin dit jaar in ieder geval zulke positieve ervaringen met de Oyster card – en dat als toerist – dat ik vermoed dat ook reizen met kinderen tegen gereduceerd tarief daar een stuk soepeler zou gaan.

 

Zwartepietenhysterie

Op 15 oktober stonden in het NRC deze afbeeldingen onder elkaar.
‘Zwarte Piet!’ riep mijn kleuterdochter enthousiast. Zo simpel is het dus…

Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014
Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014

….of: zo simpel zou het kunnen zijn.

Toen ik voor het eerst iets las over de bezwaren die tegen Zwarte Piet werden opgeworpen, vond ik het een beetje flauwekul. Mijn voornaamste associatie was die met een buurvrouw van vroeger, die altijd voor het raam zat, zich stoorde aan alles wat ze door dat raam zag en consequent overal over zeurde en klaagde. Mens, erger je niet! Maar vanuit de positie van iemand die alleen positieve herinneringen aan het sinterklaasfeest heeft en nooit met discriminatie te maken heeft gehad, is dat wel erg makkelijk geredeneerd.

Aan de andere kant snapte ik de enorme ophef over de door de NTR/ het Sinterklaasjournaal in het leven geroepen regeboogpieten in 2006 al evenmin.

De hele zwartepietendiscussie neemt steeds hysterischer vormen aan en ik word een beetje zwartepietenmoe. Wat mij betreft wordt het een bonte pietenverzameling. Zwart, wit, gekleurd, man, vrouw – voor ieder wat wils. Niet alléén maar zus of alléén maar zo, maar een beetje geven en nemen, zoals kinderen op de kleuterschool al leren.

Ik ben echter bang dat op dit moment geen enkele oplossing goed genoeg is voor de strijdende kampen.

Afgelopen week las ik dat actiegroep “Pro Zwarte Piet” bij de landelijke intocht van Sinterklaas in Gouda, uit protest tegen de wafel- en kaaspieten (die door de gemeente waren bedacht om tegemoet te komen aan de tegenstanders van Zwarte Piet) zoveel mogelijk kinderen zwart gaat schminken. Volgens de actiegroep, die het “zo onschuldig en vreedzaam mogelijk” wil houden, “een ludieke actie (…) Het is tenslotte een kinderfeest en kinderen moeten het naar hun zin hebben op deze dag.”

Wacht even – ludieke actie? Onschuldig en vreedzaam? Ben ik de enige op wie het eerder overkomt als de volgende stap in een steeds bloediger loopgravenoorlog?

Ik kijk nog eens naar mijn kleuterdochter, die nergens last van heeft. Zwarte Piet, Stroopwafelpiet, Kaaspiet – wat haar betreft is het één pot nat. En feest, vooral feest.  Ik hoop dat dat zo blijft als ze straks beelden ziet van de intocht.

Vlucht KL1622

Vlak voor de afslag naar Aeroporto Internazionale di Napoli (Capodichino), passeren we drie tankstations, maar ze liggen allemaal aan de verkeerde kant van de vangrails. Eerst maar richting Autonoleggio Aeroporto di Napoli dan. Misschien komen we vlak daarvoor nog een tankstation tegen. Helaas. Het goede nieuws is dat we het terrein van de autoverhuurbedrijven snel terugvinden, maar zonder volle tank kunnen we ons Fiat Pandaatje niet inleveren.

“Driving in Naples? Don’t”
Gelukkig hebben we ruim de tijd uitgetrokken voor deze fase van de terugreis, zodat we, als we opnieuw op de snelweg zitten en na een paar afslagen en verbindingslussen het spoor volkomen bijster zijn, in ieder geval niet bang hoeven te zijn onze vlucht te missen. Op miraculeuze wijze komen we uiteindelijk weer op de goede weg, kunnen we de tank bijvullen en weten we het verhuurbedrijf te bereiken zonder per ongeluk in het centrum van Napels te belanden. Na de hectiek van het verkeer in Salerno aan den lijve te hebben ondervonden en de waarschuwing over autorijden in Napels uit de Lonely Planet laat ik dat liever aan koelere hoofden over:

There can be no greater test of courage than driving your own vehicle in Naples. As a means of locomotion, it’s of limited value. The weight of the anarchic traffic means that cars rarely travel faster than walking pace and parking is an absolute nightmare. A scooter is quicker and easier to park but is even more nerve-wracking to ride. Car and bike theft is also a major problem.
If you’re determined to drive, there are some simple guidelines to consider: get used to tail-gaters; worry about what’s in front of you not behind; watch out for scooters; give way to pedestrians no matter where they appear from; approach all junctions and traffic lights with extreme caution, and keep cool.

Bron: http://www.lonelyplanet.com/italy/campania/naples/transport/getting-there-around#ixzz2b832i68v

Rara wat ben ik?
Ruim op tijd zijn we op het vliegveld voor onze vlucht naar Milaan. Bij het inchecken krijgen we ook meteen instapkaarten voor de volgende vlucht, van Milaan naar Amsterdam, en onze bagage zal rechtstreeks van het eerste naar het volgende vliegtuig worden gebracht. Nadat we door de douane zijn, eten en drinken we wat en nemen we een kijkje in de winkeltjes, maar dat zijn er niet veel. Manlief heeft echter nog een troef achter de hand om Bloem bezig te houden: het spelletje ‘Rara wat ben ik?’. Eigenlijk is het voor iets oudere kinderen, maar dat houdt het ook voor Lune* leuker als die meespeelt. Bovendien is manlief meester in het onopgemerkt sturen van het spelletje zodat Bloem steeds beter snapt wat de bedoeling is en weet hij het moment waarop hij raadt wat hij zelf is, eindeloos uit te stellen. Als het tijd is om de boel op te bergen, heeft Bloem er nog lang geen genoeg van.

Zuid-Italië 2013
Zuid-Italië 2013

Ondanks de krappe overstap is er in Milaan voldoende tijd om het spel nog een keer te spelen. Verschillende mensen om ons heen – we zaten bijna de hele vakantie vrijwel alleen tussen de Italianen, maar nu is het gros van de mensen om ons heen weer Nederlands – hebben er ook zichtbaar plezier in. Vooral de volwassenen, die het ‘dubbele’ spel meekrijgen. Lune heeft niet meer zo’n zin in het spel en kijkt samen met mij hoe alle koffers en tassen in het bagageruim worden geladen. Op het één-na-laatste karretje zien we ook onze eigen bagage, die door het oranje koffertje van Lune goed te herkennen is. Maar voordat die aan de beurt is, worden er plotseling weer tassen en koffers uit het ruim gegooid. Lune is hoogstverontwaardigd (en een tikje benauwd) en zint hardop op een list om zelf het vliegveld op te kunnen stormen om de boel te redden en de mannen de les te lezen. Wat denken ze wel!

Vlucht KL1622: Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS) – KLM/ Alitalia
Tien minuten eerder dan gepland, om 18:50 uur, mogen we het vliegtuig in. Voor de zekerheid melden we onze zorgen aan een stewardess, die ons geruststelt. Er zijn meer mensen die hun bagage weer van boord hebben zien gaan, maar blijkbaar heeft dat met de balans van het toestel te maken. Er wordt nu een luik helemaal voorin het vliegtuig geopend voor alles wat nog – of weer – buiten ligt. Mooi.

Het vliegtuig zit helemaal vol. Wij zitten twee aan twee achter elkaar op de middelste stoel en de stoel aan het gangpad. Het meisje (23) dat naast Bloem en mij zit, vraagt of Bloem aan het raam wil zitten, maar dat wil ze niet. De moeder van het meisje zit in de rij voor ons. Lune en Bloem hebben allebei een klein zakje snoepjes mogen uitzoeken voor de start en de landing, en kiezen alvast een snoepje voor als het vliegtuig opstijgt. Maar hoewel we eerder dan gepland zijn ingestapt, verstrijkt onze aangegeven vertrektijd (19:40 uur) zonder dat er iets gebeurt. We bekijken het vliegtuigtijdschrift.

‘Ik zie een schildpad!’ roept Bloem enthousiast. Ik moet de schildpad ook bewonderen voor ze doorbladert tot een pagina waarop de vliegmaatschappijlogo’s en vliegtuigtypes staan afgebeeld.
‘Daar vlogen we mee, hè mama?’ zegt Bloem, terwijl ze naar het Alitalia-logo wijst.
‘Ja, dat klopt’.
‘En nu?’
‘Nu zitten we in een KLM-toestel, kijk, zo één, met wit en blauw en een kroontje’.

Vastgeslurfd
Dan klinkt er wat gekraak uit de luidsprekertjes en legt de gezagvoerder ons uit waarom we nog steeds aan de grond staan. Het lukt niet om de slurf van de passagiersbrug los te koppelen van het vliegtuig. Er is een technicus opgeroepen, maar de piloot verwacht dat het op zijn Italiaans zeker nog wel een kwartier zal duren voor die ter plekke is. Ondertussen is het verzoek om zoveel mogelijk te blijven zitten. Het bericht zorgt voor enige hilariteit en er worden om ons heen diverse sms’jes en What’s-Appjes naar Nederland gestuurd.

Lune mag een spelletje spelen op haar Nintendo. Als ze ergens echt niet uitkomt mag manlief soms even helpen, maar wel onder een doorlopende stroom aanwijzingen van dochterlief. Voor Bloem, die dol is op auto’s, hebben we nog een nieuw boekje over allerlei voertuigen. Als we dat ook gelezen hebben beginnen we aan Barbapapa. We krijgen te horen dat er ‘extra catering’ besteld is omdat het zo lang duurt. Bloems snoepje wordt steeds smoezeliger en haar handje steeds kleveriger, dus laat ik het haar opeten. De rest van de snoepjes laten we nog wel even in het zakje zitten. Op het gangpad wordt het steeds drukker en mensen die ver van elkaar vandaan zitten gaan maar eens bij elkaar buurten. Een jongetje roept dat de slurf los is, maar er zit nog steeds geen enkele beweging in het toestel. Wij knopen een gesprekje aan met het meisje en haar moeder, die de volgende dag jarig blijkt te zijn. Ze hebben net samen een yogaweek achter de rug in Puglia. Er zijn mensen die vanuit Brindisi naar Milaan zijn gevlogen, mensen die in Sicilië op vakantie zijn geweest en uit Catania of Palermo komen en er is een man die er al 21 uur vliegen op heeft zitten. Amsterdam is zijn eindbestemming.

De wet van Murphy
Dan is er weer nieuws uit de cockpit. De slurf is los, maar nu is de deur kapot. Volgens de piloot omdat het grondpersoneel niet met de bemanning heeft overlegd. Dat past wel in de lijn, want de zwartepiet wordt vanaf het begin zoveel mogelijk toegespeeld naar andere partijen. Ik probeer me ondertussen voor te stellen hoe het gegaan is. ‘De slurf zit helemaal klem’. ‘Nessun problema, gewoon even hard rukken, dan is ‘ie zo weer los. En in het ergste geval hebben we altijd nog de heggenschaar.’
Gelukkig is de extra catering – voor iedereen een glaasje water – inmiddels gearriveerd, want het is erg warm en benauwd in het toestel. Thuisblijvers worden ingelicht dat het nog wel even kan gaan duren. De moeder van het meisje vertelt dat ze haar verjaardag dit jaar voor het eerst weer eens wat grootser wilde vieren en dat er familie en vrienden komen uit alle hoeken van het land. Het begint er echter naar uit te zien dat die misschien wel afgebeld moeten worden. Ondanks alles proberen ze het zen-gevoel echter nog even vast te houden. ‘En anders drinken we gewoon een glas champagne op de hotelkamer’ zegt haar dochter.

Flight KL1622, Milaan (LIN) - Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs
Flight KL1622, Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs

Ik ben vergeten te vragen of het nog gelukt is om champagne te bestellen – ik ben bang van niet – maar wat de rest betreft had het meisje een vooruitziende blik, want een uur nadat we zouden vertrekken wordt ons medegedeeld dat we met dit toestel helaas niet meer kunnen vliegen. Non si può più far niente. Het grondpersoneel op de luchthaven zal ons opvangen en vertellen hoe het verder gaat.

Si può tenere informati, per favore?
Grondpersoneel? Welk grondpersoneel? Informatie? Communicatie? Wat volgt is chaos. Niemand weet waar we naar toe moeten. Of en waar we onze bagage moeten ophalen. Uiteindelijk weet een medepassagier die goed Italiaans spreekt – en die zich ontpopt tot soort vaderfiguur-tolk-reisleider – iemand van de luchthaven te pakken te krijgen. We moeten met onze bagage naar boven, waar balies 1 tot en met 8 geopend zouden zijn om ons verder te helpen. Eenmaal boven blijkt die informatie niet helemaal te kloppen – er zijn uiteindelijk maar twee balies – met hele andere nummers – waar een paar mensen zich met ons ongeveer 200-koppige-probleem bezighouden.

Je zou zeggen dat ze op vliegvelden wel vaker met gestrande reizigers te maken hebben en een draaiboek klaar hebben liggen voor dit soort situaties, maar als dat al het geval is, dan blijkt dat hier nergens uit. Het begint al met het totale gebrek aan communicatie. Voor iemand van het personeel ons als groep toespreekt – op aandringen van enkele passagiers, zelf waren ze blijkbaar nog niet op dat idee gekomen – zijn we alweer een uur verder. En als dat toespreken dan nog gebeurt door een mevrouw met een heel zacht stemmetje, door een microfoontje dat net zo goed niet gebruikt had kunnen worden omdat het totaal geen bereik heeft, dan schiet het nog niet erg op. Om nog maar te zwijgen over het matige Engels dat ze spreekt. Op een luchthaven, zelfs een Italiaanse, zou ik beter verwachten. Maar goed – je zou ook kunnen zeggen dat mensen die op vakantie gaan naar het buitenland zelf meer moeite kunnen doen om de plaatselijke taal te leren.

Uiteindelijk bereikt de boodschap golfsgewijs alsnog ook diegenen die het verst weg staan: we moeten ons allemaal melden bij de balies, dan worden onze namen genoteerd en wordt er gekeken hoeveel hotelkamers er nodig zijn. Oh? Ja, vliegen zit er deze avond niet meer in. Mensen die contact hebben gehad met familieleden en vrienden in Nederland hadden allang gehoord dat we waarschijnlijk pas morgen zouden vertrekken – maar ja, je moet toch afwachten of die informatie inderdaad klopt en bent afhankelijk van wat je uiteindelijk ter plekke te horen krijgt.

Lijstjes
Een passagierslijst, om de boel iets efficiënter te laten verlopen, hebben ze blijkbaar niet. Kennelijk hebben ze ook niet zo’n goede band met de Amerikanen dat ze de gegevens even uit PRISM kunnen halen. Dat het best een ingewikkelde klus is om ’s avonds last-minute voor 200 mensen bussen en een hotelkamer te regelen, snap ik best. Maar hoe moeilijk is het, om zelfs zonder passagierslijst een nieuwe lijst op te stellen en groepjes te maken. Dat hoeft toch niet zo lang te duren? Ondanks het lange wachten en het totale gebrek aan communicatievaardigheid en organisatietalent op de vloer, blijft de sfeer echter redelijk. Ik heb niet zo’n positief beeld van ons volk en vreesde veel agressief en onbeschoft gedrag, maar dat blijft uit. Iedereen baalt natuurlijk wel, maar de meeste mensen zijn wat gelaten en velen proberen met wat humor de moed erin te houden. Ook alle kinderen zijn lief en zorgen niet voor overlast. Op een bepaald moment vraag ik me zelfs af of we ze niet beter hadden kunnen opstoken om het vlak voor de balies op een krijsen te zetten – misschien had dat de boel nog wat kunnen versnellen.

Wachten...
Wachtend op het vliegveld van Milaan

We zijn echter nog geen Engelsen, want van nette rijen is inmiddels geen sprake meer. Iedereen is moe, hongerig en dorstig, wil graag weten waar ‘ie aan toe is en stroomt van alle kanten naar voren. Bloem ziet steeds witter van vermoeidheid en probeert bovenop de bagage een goede slaaphouding te vinden, maar tevergeefs. Na een hele tijd begint ze zachtjes een beetje te snikken: ‘Mama, waarom is de deur van het vliegtuig stuk? Ik wil naar huis!’ Ook Lune, die laat opblijven toch hoog in het vaandel heeft staan en vaak probeert of ze alsjeblieft nog éven op mag blijven, zou nu het liefste naar bed willen, maar zeurt niet. Ze wordt beloond voor haar flinkheid doordat ze met een jongetje mee mag kijken naar filmpjes van Tom & Jerry op een iPad.

Als onze namen eindelijk op een lijstje staan, wordt ons gewezen waar we moeten wachten. Dat het niet zo handig is om mensen aan twee uiteinden van een grote hal te laten wachten als je er niet bij vertelt waarom je ze een andere kant opstuurt, is wel duidelijk als er plotseling aan één kant namen worden opgelezen van inmiddels deels samengevoegde lijstjes. Dankzij enkele medepassagier-boodschappers snel ik naar de andere kant zodat we onze namen in ieder geval niet missen. Maar nee, wij staan hier niet bij. Sommige andere mensen die ook aan ‘onze kant’ stonden te wachten, wel. Even later zien we de eerste groep naar een bus vertrekken.

Om 23:55 uur belanden wij in de derde en laatste bus. Er was nog de nodige verwarring door de lijstjes; toen één lijstje werd verfrummeld, kon iemand nog net roepen: ‘ho, onze namen staan op dat lijstje, maar niet op de nieuwe lijst!’

‘È un autre mama’
Hoewel we blij zijn eindelijk het vliegveld te kunnen verlaten – Bloem is inmiddels, volledig uitgeput, op manliefs schouder in slaap gevallen – zakt de moed ons in de schoenen als we aankomen bij het hotel en daar nog een grote groep mensen in de hal zien staan uit de tweede bus. Paspoorten worden gekopieerd, sleutels moeten worden geprogrammeerd… Ik heb er nu ook wel genoeg van – als we met zijn tweeën waren zou het nog anders zijn, maar ik wil mijn peuterdochter nu echt snel in een bed kunnen leggen. Gelukkig schiet de vaderfiguur-tolk-reisleider ons te hulp en dankzij hem en vele begripvolle andere medereizigers mogen we voorgaan (è un autre mama, ha i bambini!) en kunnen we om 01:00 uur onze oververmoeide driejarige en hele flinke negenjarige in bed te leggen (De laatste mensen bleken pas om 03:00 uur een kamer te hebben gekregen…). Omdat we de hele avond nog niets gegeten hebben en alleen een bekertje water hebben gehad, hebben ze echter ook honger en dorst; dus kijken we wat de minibar op de kamers te bieden heeft. Nooit gedacht Bloem en Lune nog eens te zien dineren op een zakje salt-and-vinegar-chips. Gelukkig is er ook gewoon water, dat is toch net iets kindvriendelijker.

Saluta il giorno con un sorriso
Er is ons verteld dat we ’s ochtends om acht uur bij de balie van het hotel moeten verzamelen, dan horen we meer. Omdat we geen idee hebben of we daarna misschien halsoverkop het hotel moeten verlaten, besluiten we toch ook Bloem en Lune maar op tijd te wekken – dat valt nog niet mee, want Bloem is half in coma – zodat we in ieder geval voor die tijd ontbeten hebben. Gelukkig is het wel een goed hotel waar ze ons gedropt hebben. Prettig om even lekker te kunnen douchen en schone kleren aan te kunnen trekken. Ik voel me meteen een stuk meer mens. Ook het ontbijtbuffet is prima. Het is zeer uitgebreid en Lunes ogen zijn groter dan haar maag; maar ja, er is ook zoveel lekkers uitgestald.

Na het ontbijt blijkt dat we de dametjes rustig nog een tijdje hadden kunnen laten liggen, want om acht uur is er bij de balie niemand te bekennen en hebben we nog steeds geen idee of we vandaag wel zullen vliegen en zo ja, hoe laat dan.

Tartarughe
Gelukkig is het nog steeds prachtig weer en blijken er in de vijver van het aangrenzende parkje naast een paar eenden en zwanen, karpers en schildpadden te zwemmen. Vooral Bloem is verrukt over deze onverwachte ontdekking – helemaal als ze samen met Lune wat brood mag voeren. Niet dat de schildpadden daar veel van krijgen, want de karpers komen er massaal op af en zwemmen daarbij dwars over de schildpadden heen en als de schildpadden onverhoopt toch nog in de weg zitten, happen ze agressief naar alles dat ze te pakken kunnen krijgen. De eenden jagen ze met hun gedrag zelfs helemaal weg – die durven na één poging niet meer in de buurt te komen. Het is jammer dat de zwanen dan weer uit beeld zijn verdwenen, want ik had wel eens willen zien of die zich ook hadden laten wegjagen, of dat dan toch de karpers aan het kortste eind hadden getrokken.

Tartarughe (schildpadden)
Tartarughe (schildpadden)

Ook de andere kinderen hebben de schildpadden ontdekt en al snel zie ik niet alleen stukjes brood in de gulzige karperbekken verdwijnen, maar ook stukjes cake, een hele plak ham en zelfs een ei. Ik vraag me af of karpermagen dat allemaal wel kunnen verdragen, maar vrees dat ik me er niet echt druk over maak – ik vind het maar nare beesten. Als Bloem genoeg heeft van de schildpadden, halen we ‘Rara wat ben ik’ nog maar een keer tevoorschijn.

Rond 11:00 uur arriveert er een bus bij het hotel. Er blijkt weer een lijstje namen te zijn – dit keer getypt – van mensen die mee mogen. Wij staan daar niet bij, maar even later komt de buschauffeur de hal weer ingelopen om te zeggen dat er nog tien plaatsen zijn. De hal is inmiddels een stuk leger en we hebben geruchten gehoord dat er om 13:00 uur een vliegtuig naar Amsterdam vertrekt, dus laten we in vredesnaam zorgen dat we dan in ieder geval weer op het vliegveld zijn: ja, wij gaan graag mee. (Wat zeg je Bloem? Moet je naar de wc? Dan moet je het nu echt even o ophouden lieverd, zometeen, als we op het vliegveld zijn!)

Iene, miene mutte
Op het vliegveld mogen we weer aansluiten in de rijen voor de inmiddels bekende balies. Sommige mensen worden weggestuurd, die krijgen te horen dat ze over een paar uur maar terug moeten komen omdat ze pas laat in de middag vliegen – over Frankfurt of over Londen. Maar we zien ook mensen voorbijkomen met een instapkaart voor het vliegtuig dat, met hetzelfde vluchtnummer als gisteren, helemaal bovenaan alle informatieborden staat, met vertrektijd 13:00 uur. We vragen ons af of het soms een ander, maar kleiner toestel is dat onder hetzelfde vluchtnummer zal vliegen, want waarom is het anders nodig ons op te splitsen? Ook is volkomen onduidelijk op basis van welke criteria wie voor welke vlucht geselecteerd is. Iene miene mutte? We kunnen alleen maar hopen dat wij tot de groep gelukkigen horen die rechtstreeks zullen vliegen. Al beginnen we ons ook daar wel wat zorgen over te maken, want het is inmiddels al bijna 13:00 uur. Ze zullen nu toch wel wachten totdat de vlucht vol zit voor ze vertrekken?

Wc’s met een eigen wil
Omdat het totaal niet opschiet, kan ik terwijl manlief in de rij blijft staan in ieder geval nog wel naar de wc met Bloem en Lune. Lune wil het liefst alleen naar de wc gaan en alleen teruglopen, maar dat vind ik niet goed – zeker niet als blijkt dat we niet naar het dichtstbijzijnde toilet kunnen omdat ze daar net aan het schoonmaken zijn. Ik moet er toch niet aan denken nu ook nog een kind kwijt te raken op het vliegveld. Lune vindt het maar onzin en is een beetje boos op haar stomme, overbezorgde moeder; maar als ze bij het teruglopen bijna de verkeerde kant oploopt vindt ze het toch wel prettig dat we samen zijn.

Bloem heeft hele andere dingen aan haar hoofd dan haar grote zus. Hoewel ze er in het hotel nog heilig van overtuigd was dat ze heel nodig naar de wc moest, durft ze nu niet meer, omdat het toilet terwijl ze erop zit telkens automatisch doortrekt (de andere toiletten ook, dus het heeft geen zin een ander hokje op te zoeken). Het is dus reuzegezellig op de wc: met een brullend kind dat me bijna in haar paniek bijna wurgt half op de wc en half om mijn nek en pas na een hele boze uitval van mij eindelijk een miniplasje doet; en een oudste die ‘buiten’ zuchtend op ons staat te wachten. Mijn eigen humeur wordt er ook niet beter op, maar gelukkig mag ik zelf ook nog even naar de wc en bieden de koude-continu-doortrek-spetters op mijn billen de broodnodige afkoeling. Misschien is het daar wel voor bedoeld: het in toom houden van oververhitte reizigers.

Il premi premio
Als we aan de beurt zijn, voelen we ons net alsof we de loterij hebben gewonnen: wij mogen mee met de rechtstreekse vlucht, hoera! We krijgen nieuwe instapkaarten – op de ene kant staat de nieuwe datum en de nieuwe vertrektijd, op de kant die we overhouden nadat de rest is afgescheurd staan de oude gegevens, van de oorspronkelijke vlucht.

Instapkaarten KL1622 - KLM/ Alitalia - curieus....
Instapkaarten KL1622 – KLM/ Alitalia – curieus….

Inderdaad wordt er nu wel op iedereen gewacht – tenminste, op iedereen die op de ‘gouden’ lijst stond. Nu wordt eindelijk ook duidelijk waarom niet alle passagiers op deze vlucht zijn geboekt. Het heeft te maken met veiligheidsmaatregelen. Het is hetzelfde toestel als de dag ervoor, met dezelfde bemanning. De deur is inmiddels dusdanig gerepareerd dat dit geen gevaar meer op zou moeten leveren tijdens de vlucht. Maar bij een eventuele evacuatie mag de deur niet gebruikt worden en daarom mogen er minder mensen mee.

Iedereen is opgelucht dat wij tot de gelukkigen behoren die niet nog langer hoeven te wachten en dan ook nog via allerlei omwegen hoeven te reizen, dus de bereidheid te geloven dat het geen gevaar oplevert is groot. Wel is iedereen bijzonder alert bij het standaardpraatje over zuurstofmaskers en vluchtwegen en het leidt tot grote hilariteit als de steward zich bij het aanwijzen van de vluchtwegen vergist en net als anders ook de linker-voordeur aanwijst. Gelukkig ziet de bemanning er zelf ook wel de humor van in. Verder proberen ze echt het ons extra naar de zin te maken – dit keer bestaat de extra catering naast een Italiaanse sandwich, iets fris en een chocolaatje uit een wijntje of biertje – en biedt de captain zijn excuses aan voor hoe het allemaal is gelopen. Hij belooft ook een rapport te zullen schrijven over wat er allemaal mis is gegaan. Wat niet wegneemt dat er door een paar passagiers nog wel het initiatief wordt genomen om namen en e-mailadressen van iedereen te verzamelen die mee wil doen bij het indienen van een gezamenlijke klacht. Ik ben daar wel blij om; had zelf niet de puf meer gehad om zoiets nog te organiseren, maar hier zijn in mijn ogen wel kwalijk veel fouten gemaakt.

Polderbaan
Na een voorspoedige vlucht landen we, onder applaus voor de piloten, op – hoe kan het ook anders – de Polderbaan. Het kan me niets schelen. Een kwartiertje taxiën kan er ook nog wel bij. Het belangrijkste is dat we veilig zijn geland en dat wij zo in ieder geval naar huis kunnen, terwijl er pechvogels zijn die nu nog steeds in Milaan zitten! Bovendien is het best gezellig met onze medepassagiers, want dit soort dingen verbroedert wel: iedereen praat met elkaar. Ik zit naast een moeder en haar zoon, uit het zuiden van het land. Zij zijn met hun gezin o.a. naar Agrigento op Sicilië geweest. Leuk om te horen hoe dat was, want dat staat nog op ons vakantieverlanglijstje.

Murphy zou Murphy echter niet zijn als er niet nog één ding mis ging. Dus nadat vrijwel iedereen zijn bagage heeft opgehaald en weg is, staan wij nog tevergeefs te wachten op ons laatste bagagestuk: een grote rugzak, met al Bloems kleren, al mijn kleren, alle toiletspullen, opladers voor fototoestel en telefoon en misschien nog wel het belangrijkste: een paar van Bloems autootjes en haar pop.

Wel staan achter de ruiten onze (schoon)-ouders ons op te wachten, waardoor we Bloem en Lune – die dolenthousiast zijn hun grootouders te zien – alvast vooruit kunnen sturen terwijl wij nog even plaatsnemen bij de eerstehulp-bij-zoekgeraakte-bagage-post, waar blijkt dat we in Milaan bij het opnieuw inchecken geen nieuwe bagage-claim-kaartjes of -stickers hebben gekregen. Dan maar op omschrijving alleen. Best lastig – was ‘ie nu blauw of grijs? En wat was het merk ook alweer? De volgende keer maak ik voordat we vertrekken heel duidelijke foto’s van alle bagage – en van de bagage-etiketten. Gelukkig weten we wel zeker dat we er twee adreskaartjes aan hebben gehangen (waarvan één met het logo van een reisorganisatie waar we twee jaar geleden een reis bij hebben geboekt – nu maar hopen dat dat niet voor nog meer verwarring gaat zorgen). Om 17:00 uur kunnen wij de bagagehal gelukkig ook verlaten.

Opgelucht dat we op Nederlandse bodem staan – en misschien enigszins uitgelaten door het wijntje dat ik in het vliegtuig gedronken heb, ga ik ervan uit dat het nog wel goed zal komen met de rugzak. Voor Lune is de vermoeidheid en nu deze ontwikkeling echter net iets te veel. Ze wilde ook nog niet eerder met onze ouders mee om alvast iets te drinken, maar heeft met haar oranje koffertje continu gespannen voor de deuren op ons staan wachten. De tranen biggelen over haar wangen. Wat dat betreft is het maar goed dat Bloem nog een stuk kleiner is – die rent uitgelaten heen en weer en trekt gekke gezichten met oma. ’s Avonds bij het naar bed gaan vraagt ze wel:
‘Waar is pop?’
– want hoewel ze verder niet veel met pop speelt, ligt pop ’s nachts de laatste tijd vaak wel stevig vastgeklemd in haar armen.
‘Pop is nog even op reis’ antwoord ik, ondertussen een schietgebedje doend dat het inderdaad maar even zal zijn – en niet heel lang – of voor eeuwig.

“Please accept our apologies…” indeed
De volgende dag krijgen we in de loop van de morgen een berichtje van klm-courier:
KLM has found your lost luggage (2 bags). We will deliver it 5-8 between 12-16 hrs at …. (postcode). With kind regards, Besseling Koeriersdienst’

Twee tassen? Zou Murphy’s invloed nog niet uitgewerkt zijn? Maar ergens tussen het berichtje en de aflevering is er toch iets goed gaan, want er wordt maar één rugzak bezorgd – en het is inderdaad de onze. Hèhè…

KLM apologies
*Nieuwe blognaam voor Bonkje, die haar peuterblognaam inmiddels een beetje ontgroeid was.

*****
Uiteindelijk hebben we, nadat we ene klacht hadden ingediend, het grootste deel van de kosten van onze tickets van KLM teruggekregen – daar waren we heel blij mee. We hebben het geld opzij gelegd voor de volgende vakantie.

We hopen alleen wel dat vliegtuigmaatschappijen niet te vaak met dit soort stroppen te maken hebben, want dan kunnen we in de toekomst nooit meer vliegen omdat alle maatschappijen failliet zijn.

Held

 

Hoe komt het toch, dat wanneer iemand wordt uitgeroepen tot held, er meteen mensen zijn die dat heldendom met de bodem gelijk willen maken doordat de held ‘toch eigenlijk geen heldendaad heeft verricht’ en – zo proef je soms tussen de regels door – dat zij in zijn of haar plaats ‘precies hetzelfde zouden hebben gedaan’?

Het viel me al eerder op, in december 2009, toen Jasper Schuringa tijdens een vlucht van Amsterdam naar Detroit een man had overmeesterd die iets in brand had gestoken en een explosie probeerde te veroorzaken in het vliegtuig. Schuringa verbrandde bij deze daad zijn handen. Hij werd meteen tot held uitgeroepen, maar dat leverde direct ook kritiek op van mensen die vonden dat het helemaal niet om het verijdelen van een gevaarlijke aanslag ging en dat er ‘wel vaker brandjes worden geblust’. En hij had ook niet meer hebben gepresteerd dan een ander in zijn schoenen zou hebben gedaan. Toen vervolgens ook nog in het nieuws kwam dat de held alleen nog maar tegen betaling interviews wilde geven, was het hek helemaal van de dam.

Toen ik de reacties las – vaak fel op het agressieve af – vroeg ik me echt af waarom veel mensen het een ander blijkbaar niet gunnen als hij tot held wordt uitgeroepen. En waar al die mensen toch blijven op het moment dat er een held nodig is. Ik ben bang dat ik in ieder geval níet heldhaftig genoeg zou zijn geweest om te doen wat Jasper Schuringa deed. Hij zag zichzelf overigens niet als held, maar dat doet in mijn ogen niets af aan zijn heldendaad, die denk ik maar weinigen hem na hadden gedaan.

Vandaag ging het op mijn werk tijdens de lunch over Johnny Hoogerland.
‘Een held?’ zei een collega ’Hij is gewoon gevallen!’
‘Aangereden, hard gevallen, bloedend en wel de etappe uitgereden en met drieëndertig hechtingen gisteren gewoon weer op de fiets gestapt.’
‘Ja, oké, hij is weer opgestapt; maar dan ben je toch nog geen held?’
In de krant las ik ongeveer eenzelfde reactie.
Ik had niet de indruk dat mijn collega of de persoon in de krant Hoogerland zijn ‘heldendom’ misgunde. Toch vond ik het jammer.

Hoogerland is iemand die echt iets kan. Iets dat niet iedereen kan – en iets waar velen volgens mij in ieder geval al die uren, jaren trainen niet voor over zouden hebben. Ja, de andere renners in de Tour, maar hoeveel zijn dat er nu helemaal? En dan doorzetten nadat je zo hard ten val bent gekomen – dat kunnen er nog minder. Nee, natuurlijk was zijn val niet zelfverkozen (zoals de actie van Schuringa dat wel was), maar hoe hij er daarna mee omging – en omgaat – getuigt van karakter. Vandaag werd hij na afloop van de etappe (de eerste na zijn val, gisteren was een rustdag) geïnterviewd door iemand van De NOS.

‘Ja Johnny, een diepe zucht; je bent er, je staat in de bollen, hoe was het?’
‘Zwaar en mooi tegelijk’
‘Wat voelde je onderweg – had je veel pijn, had je veel last, kon je draaien?’
‘Ja, ‘t ging; maar eh het ging niet vanzelf – maar ik denk – alle mensen die me aanmoedigden aan de weg;  alle renners die naar me toe kwamen, respect voor me hadden en die me gewoon in het begin omhoog duwden, dat gaf me toch wel behoorlijk wat adrenaline.’
Bron: nos.nl

Waarom is het zo erg dat er mensen zijn die hem nu als held zien? Dat is toch mooi! Gun hùn hun held – en hèm het predikaat.

Wildwesttaferelen bij Albert Heijn

Zaterdagmiddag half vijf. Met Bloem in de wandelwagen en een huppelende Bonkje naast me loop ik Albert Heijn in.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraag ik mezelf hardop af.
Bonkje is niet geïnteresseerd – ze heeft alleen oog voor de tv in het kinderhoekje, waar fragmenten uit Disneyfilms worden getoond.
‘Mag ik hier blijven?’ Ja, dat mag.

Ik loop door het klaphekje en kijk om me heen.
In gedachten zie ik het boodschappenlijstje in mijn hoofd.
Appels. Zijn er niet. Kiwi’s. Zijn er niet. Peren. Zijn er niet. Mandarijnen? Nee.
Tomaten. Zijn er niet. Paprika’s. Zijn er niet. De schappen zijn leeg. Het lijkt wel oorlog.
Daar, daar ligt nog wat.
Besluiteloos staar ik naar de voorgebakken poffertjes, een handjevol stoommaaltijden en een paar zielige pakjes rauwkost.
‘Wel bijzonder boodschappen doen zo’, zeg ik tegen een meneer naast me.
‘Ja’, zegt hij, ‘het is een beetje moeilijk kiezen’.
‘Hoezo, het kiezen wordt ons toch juist veel makkelijker gemaakt?’
Hij grinnikt.

Al improviserend loop ik verder. Zelfs de schappen met ingeblikte groenten zien eruit alsof iedereen massaal aan het hamsteren is geslagen, maar al met al kan ik nog een redelijk samenhangende maaltijd bij elkaar verzamelen. Bij de kassa wacht een nieuwe verrassing.
Ik leg mijn boodschappen op de lopende band en vraag me voor de tweede keer af wat er in vredesnaam aan de hand is.
De enorme massa mensen net voorbij de kassa lijkt nog het meest op een krioelende mierenhoop.
Even vang ik een glimp op van een stapel kratten.
Rechts van me hoor ik een medewerker van Albert Heijn met kaas en vleeswaren leuren. Drogeboerenworst, wie? Hier, neem mee. Alles moet weg.
Mannen, vrouwen, jongens, meisjes – iedereen verdringt elkaar om toch vooral de beste slag te slaan.
Zo gaat het al de hele middag, zegt de kassière. Ze delen alles uit dat bederfelijk is. Gratis. Omdat we gaan verbouwen. Ik heb er gewoon koppijn van.

Ik pak mijn niet-gratis-boodschappen in en weet nog net te verhinderen dat een mevrouw in duur uitziende kleren bovenop Bloem belandt. Bloem kijkt wat verschrikt, maar de mevrouw heeft er nauwelijks erg in – zo gespitst is ze op de plek waar de waanzin regeert.
Met moeite baan ik me met de wagen tussen de maaiende en graaiende ledematen door. Uit mijn ooghoek zie ik een krat met zuivel. Ik steek mijn arm opzij en weet zowaar een pak vla te bemachtigen. Ha, toch nog een toetje. Dan sta ik bij Bonkje in het veilige kinderhoekje. Ze zit bijna met haar neus in het tv-toestel om in alle tumult nog iets te kunnen verstaan.
‘Kom’, zeg ik, ‘we gaan. Hou mij en de wagen goed vast, want ik wil je niet kwijtraken’.

Terwijl we beetje bij beetje de uitgang naderen, vang ik nog net een flard van een gesprek op van twee jongens en meisje van begin twintig.
‘We doen dit al de hele middag’, zegt één van jongens. ‘We lopen de hele tijd op en neer. Ons vriesvak zit al helemaal vol. Hier, wil je ook een tas?’

Dan staan we buiten.
Opgelucht haal ik adem.

Bekentenissen

Een poosje geleden las ik een boek over een bekentenis. Althans – toen ik het boek uit had besefte ik dat het boek zélf de bekentenis was. De bladzijden van Ivo Victoria’s Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won -en dat het me spijt leken steeds zwaarder te worden. Het was een bekentenis waar ik – door plaatsvervangende schaamte – nauwelijks getuige van kon zijn, zo naakt en kwetsbaar toonde Victoria zijn hoofdpersoon. En de taal waarmee hij dit deed maakte dat ik me schaamde voor mijn eigen taalgebruik. Wat kent het Vlaams toch een schitterende uitdrukkingen – daar steekt het vaak met Engelse woorden doorspekte Nederlands maar mager bij af.

Hoe zou het komen dat het Vlaams zoveel puurder is gebleven? Zou het te maken hebben met de taalstrijd in België, waardoor de Vlaamstalige Belgen hun taal uit een soort reflex niet alleen tegen de Waalse taal bewaken maar ook tegen anderstalige invloeden?

Het is niet dat ik iets tegen Engels heb – ik mag het graag horen in Engelstalige landen en Engelse films; en lezen in Engelse boeken. Ik kan me echter mateloos ergeren aan in Nederland gevestigde Nederlandse bedrijven die zoveel mogelijk Engelse woorden gebruiken, terwijl er normale Nederlandse equivalenten voorhanden zijn. Of aan mensen die schijnen te denken dat ze door kwistig met Engelse termen te strooien erg interessant cool zijn. Het meest tenenkrommend vind ik echter de – Nederlandse versie van de – tekenfilmpjes van Dora the Explorer die Bonkje een paar jaar geleden cadeau kreeg. Dora en haar vriendjes spreken namelijk niet alleen Nederlands, maar zijn ook dol op Engelse uitdrukkingen.
Volgens Wikipedia is dat omdat Dora tweetalig wordt opgevoed. Degene die het lemma geschreven heeft, vindt dat leerzaam voor kinderen:

In dit programma kunnen door de jonge kijkers ook de eerste woorden Engels geleerd worden. In de oorspronkelijk Amerikaans-Engelse versie spreekt Dora enige woorden Spaans.

Het kan aan mij liggen, maar alle kinderen die ìk ken die tweetalig opgevoed worden (of opgevoed zijn), spreken met hun ene ouder de ene – en met hun andere ouder de andere taal. Zij vergissen zich daarbij heus wel eens: zo vroeg het meisje in het gezin waar ik jaren geleden au-pair was een keer aan haar moeder: ‘Mummy, where are my zakdoekjes?’. In principe houden ze die talen echter van elkaar gescheiden.  Niet zo in Dora’s wereld. Daar gaat het als volgt:

(…fragment uit dialoog…)
Dora: De grote rode kip geeft een supergekke party.
(Als nar uitgedost aapje) Boots: Een party?
Dora: In het Nederlands heet dat een feest. In het Engels noem je dat party.
Boots: Een supergekke party! Een supergekke party! Ik wil meteen naar een supergekke party gaan.
Dora: Ik ook! (mislukt lachje) En wil jij met ons mee naar de supergekke party van de grote rode kip?

(…liedje…)
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s snow, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s snow, klopt dat wel? Nee, dat doen we opnieuw!
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s row, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s row, klopt dat wel? Nee, nu gaan we het goed zingen! Zing maar mee.
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s go, wij gaan samen op pad! Wees niet bang, het lukt je, het wordt een heel leuk stukje.
Dora: Waar gaat de tocht heen?
Boots: Naar het feest! Waar gaat de tocht heen?
Dora: Naar het feest!
Dora en Boots: Waar gaat de tocht heen?
Koortje (drie bontgekleurde insektachtigen met piepstemmetjes): Naar het feest!
Dora: Where are we going?
Dora, Boots en koortje: Naar het feest!

Mogen kinderen alsjeblieft eerst goed Nederlands leren spreken voor ze bestookt worden met Engelse kreten?! En als dat dan zonodig moet, kan het Engels dan tenminste worden uitgesproken door mensen met een mooi Engels accent? Goed, ik geef toe dat ik de manier waarop Dora getekend is suf vind, dat ik de stemmetjes irritant vind en dat de herhalingen me op de zenuwen werken.  Zelfs als er geen Engelse termen gebruikt zouden worden zou Dora dus hoog op mijn ergernissenlijstje staan.  Maar mijn punt is hopelijk duidelijk.

Dus is het de hoogste tijd voor datgene waar het me eigenlijk om te doen is. Ik moet namelijk iets bekennen.

Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik, terwijl ik aan het praten ben, opeens een Engels woord gebruik. En het hoeft niet eens te gaan om een woord waarvoor in het Nederlands eigenlijk geen goed equivalent bestaat. Die woorden bestaan natuurlijk ook – woorden waarvan je denkt:  die dekken de lading net niet helemaal. Nee, het gaat vaak om doodgewone woorden.

Maar wat ik pas echt bijzonder vind – en ook wel een beetje gênant, is dat ik tijdens de bevalling van Bloem, als in een soort mantra, urenlang afwisselend heb gedacht:
~ B r e a t h e ! (fijn ademhalen door mijn neus zat er trouwens niet in, want ik was snipverkouden)
~ D o n ‘ t   f i g h t   i t !
~ G o  w i t h   t h e   f  l o w !
Waar het vandaan kwam? Ik heb geen idee. Ik had het in ieder geval niet geleerd tijdens zwangerschapsyoga, dus ik kan niemand anders de schuld geven. Maar gênant of niet – het werkte wel. Mijn lijf trok zich er niets van aan dat ik het niet in het Nederlands dacht. En als ik erover nadenk vind ik het in het Nederlands ook een beetje gekunsteld overkomen:
~ H a a l  a d e m!
~ V e c h t  e r  n i e t  t e g e n!
~ G a   m e e   m e t  d e  s t r o o m!
Nee, dat zie ik geen barende vrouw denken – en ik hoor het mezelf al helemaal niet zeggen. In het Nederlands krijgt het meteen ook iets heel zweverigs, terwijl het in het Engels juist ook iets oppeppends kan hebben – You go girl!

Misschien heeft een klein beetje Engels op zijn tijd dus toch wel nut…

Beter een goede buur(t)…

In een plaatselijk blaadje werd de buurt waarin wij wonen een aantal weken geleden wel heel idyllisch afgeschilderd. Toegegeven, ik vind het een leuke buurt en ik woon er graag, maar enige nuancering was in het verslag wel op zijn plaats geweest.

Overal waar je kijkt, zie je kleurrijke tuinen en bloemperken, grasvelden en bomen. (…) Fluitende vogeltjes, een zacht briesje (…), je staat midden in de natuur.

Ja, er is inderdaad veel groen, maar de auteur van het stukje heeft blijkbaar over het hoofd gezien dat lang niet alle tuinen even kleurrijk zijn. Of hij moet voor het gemak de verschillend gekleurde auto’s op de doorgaans met grijze tegels aangelegde tuinparkeerplaatsen ook hebben meegerekend.

En dan de mensen die hij heeft gesproken. Om de een of andere reden heb ik de indruk dat hij ze niet steeksproefgewijs heeft geselecteerd.

Een oudere bewoner ziet deze verjonging van de buurt wel zitten: “We kijken uit op de speelweide voor de kinderen. Daar is altijd wat te beleven.”

Ik vraag me af of hij net zo’n lyrisch stukje zou hebben geschreven als hij afgelopen zaterdag naast mij had gelopen.

Gehuld in een regenjas (niks fluitende vogeltjes) en gewapend met drie verschillende kleuren crèpepapier, een schaar, touw, plakband en in plastic hoesjes gestoken opdrachtkaartjes loop ik door de buurt. Af en toe blijf ik ergens staan om een strookje crèpepapier om een lantaarnpaal of tak te binden. Soms moet ik meerdere pogingen doen voor het lukt, want nat geworden crèpepapier scheurt erg makkelijk.

De struik naast een leuk groen grasveldje temidden van een aantal gelijkvloerse  woningen voor oudere bewoners, lijkt me wel een geschikte plek om één van de opdrachtkaartjes te hangen. Op het grasveldje kan dan mooi een spelletje worden gedaan. Net als ik de opdracht wil ophangen, komt er een oudere man op zijn fiets uit een schuurtje.

“Wat mot dat hier! Het is hier geen vuilnisbelt!”
Enigszins verbijsterd kijk ik de man aan.
“Het is een speurtocht, meneer, en…”
“Niks mee te maken, haal die rotzooi weg! Ik hou je in de gaten!”
“Meneer, het is voor een kinderfeestje en we halen alles weer weg als we er langs lopen” – probeer ik nog een keer.
“Laat die kinderen lekker bij hun eige voor de deur gaan speure, waar ze thuishoren!”
“Meneer, u woont niet alleen in deze buurt, wij…”
– de man is intussen naar de struik toegekomen waar ik net een strookje papier in heb gehangen en rukt het er woedend uit.
“Ik vind het erg jammer dat u zo reageert meneer, we ruimen het heus weer op.”
“Er wordt hier geen rotzooi gemaakt! Ik hou je in de gaten!” brult de man weer.

Zou de man nog steeds verbolgen zijn over het feit dat zíjn mening over de buurt niet is gevraagd voor het roze-brillen-stukje? Ik weet het niet. Wat ik wel besef is dat deze man niet voor rede vatbaar is en dat ik beter eieren voor mijn geld kan kiezen. Ik acht hem in staat tot het wegrukken van álle lintjes langs de route die ik tot nu toe heb uitgestippeld en aangezien ik misschien iets te laat met het uitzetten begonnen ben, wil ik dat liever voorkomen.

“Weet u wat, u woont hier? (ik gebaar naar de dichtsbijzijnde woningen) – dan zal ik de route hier niet langs laten lopen”.

Ik wacht het antwoord van de man niet eens meer af en keer terug op mijn pad. Onderweg haal ik laatste strookjes die ik had opgehangen weer uit de struiken en van de lantaarnpalen. Aan de overkant van de straat kijk ik nog eens om – gelukkig, de man is me niet achterna gekomen.

De rest van de route kan ik tot mijn opluchting zonder verdere aanvaringen en met een grote boog rondom de gevaren-slash-bejaardenzone (met excuus aan alle kindvriendelijke bejaarden) uitzetten.

Misschien waren de potentiële boze mannen in de rest van de buurt zo trots op het idyllische stukje, dat ze zich voorgenomen hebben om het sprookje vooral niet te verstoren – zélfs niet als ze een paar uur tegen gekleurde crèpepapiertjes aan moeten kijken.

Survival of the fittest

Instappen, uitstappen. Het klinkt zo simpel. Maar is het dat ook?

Hoewel ik geen fan ben van onze minister-president, kan ik me voorstellen dat hij zich af en toe zorgen maakt over al dan niet gedeelde, fundamentele waarden en normen in de samenleving.
Ik reis regelmatig met het openbaar vervoer en dan blijkt vaak dat veel mensen er andere normen op nahouden dan ik. Wanneer ik bij een bushalte arriveer, kijk ik of er al mensen staan te wachten en zo ja, wie. Ik vind het namelijk wel zo eerlijk om mensen die er eerder stonden dan ik, ook eerder in te laten stappen. Als je met heel veel mensen staat te wachten is dat soms lastig, maar ik doe mijn best. Omgekeerd verwacht ik eigenlijk dat andere mensen mij laten voorgaan als ik er eerder stond dan zij. Sommigen doen dat ook. Een enkele galante heer gaat zelfs zover dat hij mij eerder in laat stappen terwijl hijzelf het eerstwachtende recht had. Zijn motto? Dames gaan voor.

Maar hoe groter de groep mensen die op dezelfde bus staat te wachten, hoe groter de kans op een ordinaire trek-en duwpartij. Survival of te fittest! Natuurlijk – ook ik hoop dat er nog een zitplaats vrij is als ik instap. En het liefst ergens waar ik niet heup aan heup hoef te zitten met een vreemde. En natuurlijk wil ook ik vooral niet het risico lopen om te moeten wachten op een volgende bus, omdat deze al tot barstens toe gevuld is met op elkaar geperste lijven.

Soms heb ik geen zin om er iets aan te doen. Dan laat ik voordringers hun gang gaan. Maar als het me te ver gaat, meng ik me in de strijd. Dan stort ik me in het gedrang en schep ik er een duivels genoegen in wanneer ik er in slaag om de voordringers vóór te blijven.

De meest onbeschofte voordringers, vind ik de mensen die, als jij op het punt staat om trein, tram of bus uit te stappen; diezelfde trein, tram of bus al ínstappen. Soms zeg ik daar iets van. ‘Zou ik misschien eerst even uit mogen stappen?’. Helaas werkt dat maar af en toe. Hoewel het niet netjes is en niet beleefd en de minister-president het vast niet goed zou keuren, wil ik in dit soort situaties daarom nog wel eens mijn toevlucht nemen tot radicalere middelen. Vooral toen Bonkje nog een baby was lukte dat uitstekend. Uit een trein stappen (ouder model, met twee of drie treetjes bij de deuropening) met een kinderwagen is niet zo makkelijk en als je daarbij dan ook nog gehinderd wordt door mensen die voor de ingang staan te dringen, wordt het er niet eenvoudiger op. Maar ik werd er steeds beter in. Vooral de grote zwieper die de kinderwagen op het laatste moment nog even maakte ging me uiteindelijk heel goed af. “O, pardon!”. Bij gebrek aan een kinderwagen zijn grote rugzakken of tassen overigens ook heel geschikt.

Zou onze samenleving dan echt verloren zijn?
Eigenlijk denk ik dat het wel meevalt. Het is alleen zo makkelijk om je aandacht te richten op alles wat negatief is. Maar al met al kom ik ook aardig wat mensen tegen die er nog wél bepaalde fundamentele normen en waarden op nahouden. Neem de galante heer. Neem de jongere (m/v) die opstaat voor een bejaarde. Neem de reiziger die uit zichzelf aanbiedt te helpen bij het in- of uit de trein tillen van een kinderwagen. Misschien moet ik daar maar eens op focussen. Dat maakt het leven een stuk aangenamer.

Voetbalplaatjes

Geachte dames en heren supermarktmanagers.
Elke keer slaak ik een zucht van verlichting als uw zoveelste klantonvriendelijke kinderlokactie is afgelopen. Helaas komt u telkens weer met een nieuwe actie op de proppen, die een nieuwe stoet kinderen voor de deur van de supermarkt inhoudt en nog meer troep in huis. Wilt u daar als-tu-blieft mee stoppen?

Misschien ben ik onverdraagzaam of heb ik een te kort lontje. Hoe het ook zij: ik erger me groen en geel aan de hordes kinderen waar ik over struikel als ik de supermarkt uitloop. Het ligt niet aan hun taalgebruik. Over het algemeen vragen ze het netjes. Mevrouw, heeft u voetbalplaatjes – knikkers – smurfen – flippo’s – wuppies – welpies – beesies – stickers – zwartepietjes – sjoelstenen – disco’s – voetbalknikkers – mini’s – superdierenplaatjes – Go Go’s – handjes? De gedachte daar direct achteraan zweeft tastbaar in de lucht.

Waar het wel aan ligt? Nadat ik heb afgerekend wil ik snel naar huis en heb ik geen zin om me tegen drommen kinderen te moeten verantwoorden over het al dan niet in bezit zijn – en vooral: het al dan niet uitdelen – van voetbalplaatjes. Als ik ze heb, dan is dat meestal doordat ik er niet langer om heen kan. Omdat alle kleuters in de klas van mijn dochtertje inmiddels voetbalplaatjes sparen en zij ze van de weeromstuit óók wil sparen. Dus neem ik de voetbalplaatjes knarsetandend aan, zodat mijn dochtertje op speelgoeddag net als haar klasgenootjes met haar eigen voetbalplaatjes kan pronken.

Dames en heren supermarktmanagers.
Als u mij als klant graag aan uw winkel wilt binden, kunt u zich er beter van vergewissen dat u kwalitatief goede producten verkoopt en dat ik niet voor lege schappen kom te staan. Het geld dat u nu aan een veel te duur marketingteam besteedt en aan gadgets die ik zo snel mogelijk weggooi, zou u wellicht in prijsverlagingen van die kwaliteitsproducten kunnen stoppen. Daar heb ik geen enkel bezwaar tegen. Bovendien hoef ik mijn dochtertje als zij iets ouder is dan niet – als enige uit haar klas – te verbieden om te gaan bedelen voor de deur van uw supermarkt.

Goois

Als ik het klaslokaal van Bonkje uitloop, moet ik niezen. Een andere moeder blijft staan.
“Zit je aan het begin of het einde van je verkoudheid?”
Zij is al weken niet echt ziek, maar voelt zich wel belabberd en heeft last van een naar hoestje. Dat herken ik. Man- en dochterlief lopen met diezelfde hardnekkige hoest rond. Hoewel ik me niet helemaal fit voel, heb ik daar dit keer weinig last van. Hopelijk blijft het zo, maar de ervaring heeft geleerd dat ik er waarschijnlijk ook nog wel aan zal moeten geloven.
“Toch maar een griepprik halen” zegt ze.
“Als er zoveel verschillende virussen in de lucht hangen vraag ik me af hoeveel zin dat heeft. Volgens mij word je dan nog steeds ziek.”
“Reis jij weleens met openbaar vervoer?”
“Ja” – ze weet nog niet dat we geen auto hebben, want haar dochtertje zit nog niet zo lang bij Bonkje in de klas.
“Een zakenpartner van mij kan een tijdje niet autorijden, dus reist ze nu met het openbaar vervoer. Dat is echt één grote bron van bacterieën hè? Alles blijft hangen!”