Prinses op de erwt

Een week geleden is het Sinterklaas en zijn pieten – ondanks navigatieproblemen door mysterieuze mistbanken, een zoekgeraakte schimmel en meer van dat soort dingen – toch weer gelukt in het Pietenhuis aan te komen.

En ondanks Sinterklaas’ zoekgeraakte ring en verloren hunebedstenen, is het de Pieten toch weer gelukt om Bloems schoen te vullen. Ze stormt meteen op me af als ik de kamer in loop om het te vertellen. En ze heeft zelfs een kruidnootje voor mij bewaard. Ik vermoed dat ik dat vooral te danken heb aan het voorbeeld van Lune. Zo makkelijk als Lune deelt, zo moeilijk vindt Bloem dat nog. Maar als haar grote zus iets doet, is ze er als de kippen bij om het na te doen.

‘s Middags zijn we voor het vijftigjarig huwelijk van mijn schoonouders uitgenodigd voor een rondleiding door het Eschermuseum. Lune ziet haar kans schoon en gaat snel met de groep mee waar haar volwassen achter-achternichtjes bij staan. En waar haar ouders en zusje níet bij staan.

Bloem heeft het niet eens in de gaten. Die is veel te druk met haar vier jaar oudere neefje in de weer. Ze staan vooraan bij alle schilderijen en hebben een levendige conversatie met de rondleidster, die ze voor broer en zusje aanziet.

Aan het eind van de rondleiding ontmoeten we ook de andere groep weer. Plotseling trekt Bloem haar schoen uit. ‘Een chocolademunt!’roept ze. Daarna peutert ze de enigszins geplette munt uit het zilverpapiertje en steekt hem – tot grote hilariteit van iedereen die eromheen staat – in haar mond.

We wisten al dat Bloem geen prinsessenmeisje is. Nu weten we dat ze al helemaal geen prinses-op-de-erwt is. Want die zou uren geleden al meteen door hebben gehad dat er iets niet klopte.

Zwartepietenhysterie

Op 15 oktober stonden in het NRC deze afbeeldingen onder elkaar.
‘Zwarte Piet!’ riep mijn kleuterdochter enthousiast. Zo simpel is het dus…

Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014
Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014

….of: zo simpel zou het kunnen zijn.

Toen ik voor het eerst iets las over de bezwaren die tegen Zwarte Piet werden opgeworpen, vond ik het een beetje flauwekul. Mijn voornaamste associatie was die met een buurvrouw van vroeger, die altijd voor het raam zat, zich stoorde aan alles wat ze door dat raam zag en consequent overal over zeurde en klaagde. Mens, erger je niet! Maar vanuit de positie van iemand die alleen positieve herinneringen aan het sinterklaasfeest heeft en nooit met discriminatie te maken heeft gehad, is dat wel erg makkelijk geredeneerd.

Aan de andere kant snapte ik de enorme ophef over de door de NTR/ het Sinterklaasjournaal in het leven geroepen regeboogpieten in 2006 al evenmin.

De hele zwartepietendiscussie neemt steeds hysterischer vormen aan en ik word een beetje zwartepietenmoe. Wat mij betreft wordt het een bonte pietenverzameling. Zwart, wit, gekleurd, man, vrouw – voor ieder wat wils. Niet alléén maar zus of alléén maar zo, maar een beetje geven en nemen, zoals kinderen op de kleuterschool al leren.

Ik ben echter bang dat op dit moment geen enkele oplossing goed genoeg is voor de strijdende kampen.

Afgelopen week las ik dat actiegroep “Pro Zwarte Piet” bij de landelijke intocht van Sinterklaas in Gouda, uit protest tegen de wafel- en kaaspieten (die door de gemeente waren bedacht om tegemoet te komen aan de tegenstanders van Zwarte Piet) zoveel mogelijk kinderen zwart gaat schminken. Volgens de actiegroep, die het “zo onschuldig en vreedzaam mogelijk” wil houden, “een ludieke actie (…) Het is tenslotte een kinderfeest en kinderen moeten het naar hun zin hebben op deze dag.”

Wacht even – ludieke actie? Onschuldig en vreedzaam? Ben ik de enige op wie het eerder overkomt als de volgende stap in een steeds bloediger loopgravenoorlog?

Ik kijk nog eens naar mijn kleuterdochter, die nergens last van heeft. Zwarte Piet, Stroopwafelpiet, Kaaspiet – wat haar betreft is het één pot nat. En feest, vooral feest.  Ik hoop dat dat zo blijft als ze straks beelden ziet van de intocht.

Televisie

Na ongeveer 15 tv-loze jaren hebben we er sinds 5 december weer één. Een tv. Oorspronkelijk waren we van plan er een te kopen als Lune vier werd en naar school ging, zodat ze geen buitenbeentje zou worden. Toen het zover was hadden we echter niet de indruk dat ze het miste. Ze mocht af en toe filmpjes kijken op de computer en dat was prima. Bovendien bleef het zo echt een feest als ze bij onze ouders wel tv kon kijken.

Tijdens het feestje voor Lunes tiende verjaardag merkt echter één van haar vriendinnen er iets over op en uit Lunes reactie merken we duidelijk dat ze dat vervelend vindt. Vooral het idee van sommige klasgenoten dat we dan zeker arm zijn lijkt haar dwars te zitten (haar klasgenoten kunnen zich duidelijk niet voorstellen waarom je anders geen tv hebt , iederéén heeft toch een tv?) Het is maar een kort moment, maar toch zit het ons niet lekker. Niet wat haar klasgenoten denken, maar wel hoe Lune zich daaronder voelt. Als we het er eind november nog eens over hebben, is de beslissing dan ook snel genomen.

En zo komt het dat pakjesavond eindigt met een speurtocht door het huis. Kleine gedichtjes leiden Lune en Bloem naar een doos nieuwe borden onder ons bed, een stapel nieuwe handdoeken in bad en een nieuwe telefoon (want de oude deed het niet meer) in de meterkast. In de meterkast hangt nog een laatste gedichtje. Terwijl Lune het voorleest zien we haar ogen groter worden.

‘Een tv?! Nee, dat is vast ijdele hoop!’
‘Ga maar kijken op zolder, dan zie je het vanzelf.’

In het wasmachinehok ligt een heel groot cadeau. Lune kan het nog steeds niet te geloven en durft nauwelijks iets te zeggen, bang de betovering te verbreken. Bloem heeft daar geen last van.
‘Ja, daar zit een tv in’ stelt ze nuchter vast, alsof ze dagelijks ingepakte tv’s vindt.
Manlief tilt het pakket naar beneden, om het daar samen met Lune voorzichtig uit te pakken. Als het papier eraf is slaakt Lune een kreet die nog het meeste lijkt op de luide roep van een zeeleeuw.
‘Kijk, Bloem, een tv! We hebben een tv gekregen! We hebben een tv gekregen!’
Bloem (net naar school, vier jaar) komt even kijken.
‘O ja’.
Dan rent ze snel weer naar de bank om verder te spelen met het ridderpak dat ze van Sinterklaas gekregen heeft. Best aardig hoor, zo’n tv, maar een ridderpak is tenminste ècht leuk.

Het duurt nog een paar dagen voor we de tv aan kunnen sluiten, maar dat lijkt Lune niet te deren. We hébben er nu tenminste één en dat lijkt al voldoende om ongelovige reacties van haar klasgenoten verder te voorkomen.
‘Als ik zei dat we geen tv hadden dan zeiden de jongens: oh, ik zou echt dóódgaan als we geen tv hadden!’

Wat me in al die jaren zonder tv het meest is opgevallen, is de grote discrepantie in de reactie van kinderen en van volwassenen als je vertelt dat je geen tv hebt. De meeste kinderen reageren ongeveer net zo als Lunes klasgenoten, de meeste volwassenen schieten – nadat ze eerst hebben gevraagd waarom je dan geen tv hebt (we vonden dat we er te lang achter bleven hangen en dat begon ons steeds meer te irriteren – voor je het wist was er weer een avond voorbij) – meteen in een soort verdedigingsmodus: o, maar wij kijken bijna nooit hoor! Dat laatste heb ik altijd wel frappant gevonden, gezien de enorme hoeveelheid gesprekken die ze vervolgens wel over tv-programma’s en tv-BN’ers met elkaar voeren.

Wat me na een paar maanden mèt tv nog steeds het meeste opvalt en verbijstert is het absurde aantal zenders (ik heb niet eens zin om door te zappen tot ik ze allemaal gezien heb) en het daarmee totaal niet in verhouding staande matige en eenzijdige aanbod. Er zijn een paar formules die je vrijwel elke dag op verschillende zenders tegenkomt (talentenjachtprogramma’s (zingen, dansen, koken), ik-leer-iets-heel-moeilijks-waarbij-ik-flink-op-mijn-bek-kan-gaan-en-leer-dat-hopelijk-sneller-dan-mijn-concurrenten-programma’s (kunstschaatsen, stijldansen, schoonspringen) weetjes-spelprogramma’s, realityseries, praatprogramma’s met ‘experts’, BN’ers-die-hun-BN-status-moeten-opkrikken-en-daarom-aan-alles-meedoen-programma’s)- waarvan de grootste gemene deler volgens mij is: ik wil met mijn kop op tv en het maakt niet uit hoe.

Natuurlijk zijn er ook wel positieve uitzonderingen, maar om nu te zeggen dat televisie kijken mijn leven verrijkt – nee, bepaald niet. Die ellenlange reclameblokken – ik snap eigenlijk niet dat mensen nog zo massaal tv blijven kijken – tegen de tijd dat zo’n reclameblok voorbij is ben je bijna vergeten waar je naar zat te kijken. En het journaal – het journaal mensen, sorry hoor, maar dat is toch echt niet meer van deze tijd? De vaste cameraopstelling heeft plaatsgemaakt voor meerdere gezellig bewegende camera’s, de nieuwslezeres mag niet meerblijven zitten maar moet ook in beweging komen zodat we ook haar kekke hakjes zien en ons na afloop niet alleen de weerman met zijn bewegende kaartjes en satelietbeelden herinneren. Om over de betuttelende manier waarop de onderwerpen gebracht worden nog maar te zwijgen. Nee, sorry, geef mij maar de krant.

En nee, natuurlijk ben ik niet Roomser dan de paus. Als ik niet uitkijk wil ik de volgende uitzending van masterchef-Holland-USA-UK-Australia ook weer zien want ik vind het toch wel fascinerend wat ze nu weer moeten maken en ik hoop toch dat die of die doorgaat want die is sympathiek en die mag wat mij betreft afvallen, want dat is echt een bitch. Maar uiteindelijk word ik er niet echt blij van. Niet zoals ik dat bijvoorbeeld kan worden van het lezen van een boek, of het maken of bewerken van foto’s of iets dergelijks. Af en toe, met mate, dan blijft het wel leuk. En tijdens het strijken (maar dan kijk ik gewoon op de computer, naar uitzending gemist). Anders voel ik me al snel een beetje vies en vadsig – alsof ik te veel fast food heb gegeten.

Maar goed, we deden het ook niet voor onszelf, we deden het voor Lune. En alleen al haar enorme blijdschap bij het uitpakken van de tv was goud waard.

Mandarijn

Manlief: ‘En, is het gelukt om je mandarijntje te pellen?’
Bloem: ‘De juf heeft een beetje geholpen’
Manlief: ‘Maar zondag heb je het mandarijntje dat in je schoen zat toch helemaal zelf gepeld?’
Bloem: ‘Ja, maar dat was van Sinterklaas’

…‘t Is maar dat jullie het weten: de mandarijnen van Sinterklaas zijn veel makkelijker te pellen.

Twee Sinten en een baby’tje

Als peuter van drie is het soms best hard hollen met je kleine beentjes om je grote zus van negen bij te benen. Vooral aan het eind van het jaar gaat het in een rap tempo.
Eerst heb je op het kinderdagverblijf een mooi egeltje geknutseld. Een lampionnetje. Voor ‘Sint Maarten’ – wat of wie dat dan ook moge zijn. Je grote zus heeft dit jaar op school voor het eerst géén lampion gemaakt maar wil dit feest eigenlijk echt niet missen. Zeker als je thuis niet zo vaak snoep krijgt, is het natuurlijk walhalla. Mama denkt terug aan haar eigen kindertijd, strijkt dan met haar hand over haar hart. Vooruit dan maar, ze wil wel met jullie langs de deuren als het Sint Maarten is. Voorwaarde is dat je grote zus dan nog wel zélf een mooie lampion maakt. Een beetje moeite mag je er wel voor doen. Je zus zoekt mooi paars karton uit, een sjabloon met hondjes en verschillende kleuren vliegerpapier. Samen met mama drukt ze de patronen van de hondjes en hondenpootjes uit het karton (een naald en een opgevouwen handdoek onder het karton dienen als alternatief priksetje). Mama vindt het ook niet leuk als jullie alleen de geijkte liedjes kennen, dus leren jullie nog een ander liedje: ‘Lampionnetje’. Een oude mevrouw is helemaal ontroerd – zo’n kleintje heeft ze nog niet aan de deur gehad – en zo’n mooi liedje heeft ze ook nog niet eerder gehoord.

Bonkje & Bloem zingen ‘Lampionnetje'(.wma)’

Sint Maarten is nog maar nauwelijks achter de rug als Sinterklaas aankomt in Nederland. Samen met je zus mag je soms naar het Sinterklaasjournaal kijken. En je schoen zetten! De eerste avond zing je Sint-Maartenliedjes bij je schoen. Gelukkig helpt je grote zus je bij het leren van Sinterklaasliedjes (In januari zing je nog heel vaak Sinterklaasliedjes, die je nu eindelijk – net iets te laat – goed kent).

En alsof dat nog niet genoeg geweest is allemaal, vieren we ook nog de geboorte van ‘baby’tje-s-Jezus’. Dat vind je wel heel mooi. ‘Baby’tje-s-Jezus is op aard hè?’. Op een dag sta je al helemaal klaar om de deur uit te gaan, om een cadeautje te kopen. Want als er een baby’tje is geboren, ga je op kraamvisite. En daar hoort een cadeautje bij.

Een kwestie van geloof

 

Tijdens het avondeten kan het gesprek over van alles gaan.
‘Geloven jullie in God?’
‘Nee, ik geloof niet in God.’
‘Oh, ik wel. En geloven jullie in die knal?’
‘De oerknal bedoel je? Ja, daar geloof ik wel in.’
‘Geloven jullie dat echt?!’ – Bonkje kijkt ons vol ongeloof aan en zegt dan stellig: ‘nou, daar geloof ik dus ècht niet in!’

Behalve God kan ook een zekere heiligverklaarde bisschop uit Myra nog steeds op een rotsvast geloof rekenen. Vorig jaar vroegen we ons al wel eens af hoe lang dat geloof nog stand zou houden, maar zodra Bonkje ergens vraagtekens bij plaatste, wist ze er meteen wel weer een plausibele verklaring voor te bedenken. En soms is de bewijslast van buitenaf ook wel heel sterk – bijvoorbeeld als je Sinterklaas met eigen ogen jouw naam in zijn nieuwe grote boek ziet schrijven.

En Bloem?
Bloem kijkt mee naar de man met de baard (‘Dat is Sinterklaas’, zegt Bonkje) en naar de pieten die allemaal mooie gekleurde mutsen hebben. Het duurt wel een beetje lang (Sssst! zegt Bonkje). Maar dan mag ze net als Bonkje haar schoen voor de tuindeur zetten. En, terwijl ze net als Bonkje van haar ene been op het andere probeert te wippen (zo hoort dat blijkbaar), zingt ze liedjes met haar. Het is helemaal niet erg als ze een liedje niet kent, want dan luistert ze gewoon goed naar haar grote zus en dan doet ze het na. Het is wel vervelend dat ze die appel niet uit haar schoen mag pakken (‘Nee, die is voor het paard’, zegt Bonkje – het paard? waar?), maar de volgende dag zit er plotseling een mandarijn in, die ze wél mag pakken. En mag opeten. Wat een feest! Oh, en kijk eens, Bonkje heeft de schoen omgekeerd en er komen ook nog een paar ronde minikoekjes uit, mjam! En onder de schoen ligt ook nog een pakje! Een pakje voor Bloem? Hoera, het is een boekje van Nijntje!

‘Nijntje tieguig! Kijk, mama! Mama, Keta kantie weest! In tieguig weest! Vlogen! Savia kantie weest!’

God? De oerknal? Sinterklaas?
Bloem maakt zich er niet druk over. Bloem beleeft en geniet.

*****
Meer Sinterklaasverhalen? Zie:
Teloorgang van de roe (november/december 2008)
Ruilhandel (Sinterklaas 2009)
Babypiet als postpakket (20 november 2010)
Hoofdbrekens voor Hoofdpiet (21 november 2010)

Babypiet als postpakket

Bonkje heeft vanavond een briefje aan de Hoofdpiet in haar schoen gedaan.

Voor Hoofdpiet
Hoofdpiet ik word heel erg boos
als je de babypiet meestuurt met de post.
Dat vind ik zielig dus niet doen.
Van Bonkje

En zo zorgt het Sinterklaasjournaal ook voor leuke verrassingen voor papa’s en mama’s, want dochterlief verwacht nu natuurlijk een antwoord. En dat antwoord moet wel aansluiten bij de volgende aflevering, die pas overmorgen wordt uitgezonden. Lastig, als je geen idee hebt wat voor ontwikkelingen er dan weer aan het licht zullen komen. Tijd voor een klein zijspoortje langs de grote lijn.

Dag Bonkje,
Dank je wel voor je brief.
Hoofdpiet heeft helaas geen tijd
om te antwoorden. Hij moet
Wellespiet helpen bij het verschonen
van de babypiet. Wist jij dat
babypieten hele vieze luiers kunnen
maken? Bah.
Schoolschriftpiet.

*****
Zie ook:
Hoofdbrekens voor Hoofdpiet (21 november 2010)
Teloorgang van de roe (november/december 2008)

Ruilhandel

Het belangrijkste nieuws bij ons thuis in de laatste twee weken van november en de eerste week van december, wordt gebracht door het Sinterklaasjournaal. Elk jaar gaat er van alles mis en proberen de zwarte pieten alles op te lossen zonder dat Sinterklaas er lucht van krijgt. Vaak is de hulp van de kinderen in het land daarbij onmisbaar.

Ook dit jaar is het spannend of het allemaal wel in orde zal komen voor het pakjesavond is.
De stoomboot is onderweg naar Nederland in zwaar weer terecht gekomen, waardoor een heleboel pakjes overboord zijn gewaaid. Gelukkig hebben de zwarte pieten alle pakjes weten te redden door er in roeibootjes achteraan te gaan, maar doordat ze nat waren geworden zagen de papiertjes die om de pakjes heen zaten er niet meer uit. Daarom hebben de pieten de papiertjes er allemaal afgescheurd, maar ja – toen hadden ze geen pakpapier meer. Gelukkig kreeg de hoofdpiet een geweldig idee. Hij vroeg alle kinderen om zélf pakpapiertjes te maken met hun eigen naam erop en die in hun schoen te stoppen, zodat de pieten die papiertjes konden gebruiken om de cadeautjes in te doen. Ook Bonkje ging ijverig aan de slag met stiften en stempels en toverde het ene pakpapiertje na het andere tevoorschijn.

Eind goed al goed? Nee, want het is nog geen pakjesavond en traditiegetrouw móest er dus wel een nieuw probleem ontstaan.
En ja hoor. Samen met Bonkje keek ik naar het Sinterklaasjournaal terwijl Bloem aan mijn borst lag te drinken. In de pakjeskamer waren de pieten druk bezig met het opnieuw inpakken van cadeautjes in prachtige papiertjes. Maar o jee, plotseling waren de cadeautjes op. In de hele pakjeskamer was geen cadeautje meer te bekennen. Alle kinderen hadden zoveel pakpapier gemaakt, dat de pieten teveel cadeautjes in de schoenen hadden gedaan.

‘O oh, hoe moet dat nou?’ – vroeg ik aan Bonkje. ‘Zou je nu helemaal geen cadeautjes meer krijgen op pakjesavond?’
Bonkje keek me even nadenkend aan en zei toen zelfverzekerd:
‘Jawel! Ik ga de hoofdpiet een brief schrijven want ik heb een oplossing bedacht. Ik stop gewoon iets in mijn schoen dat ik niet meer nodig heb en dan geef ik dat aan de zwarte pieten.’
‘Zodat die weer cadeautjes hebben?’
‘Ja!’

Vanavond mocht Bonkje haar schoen weer zetten en voegde ze de daad bij het woord.

beste hof
piet (hoofdpiet) ik
hep (heb) en (een) opl
osin. (oplossing)
vor (voor) de kaado
otes (cadeautjes) as (als) ne (nu?)
nou iedure
en. (iedereen)
die kinderdingunn (kinderdingen)
die zu (ze) niet
mir (meer)

Op dit punt ging het schrijven van de brief wel erg lang duren en moest ze van ons echt naar bed, dus heeft ze het laatste deel aan manlief gedicteerd:

‘… nodig hebben, bijvoorbeeld een schaar, (…)
dan doe je die in je schoen en geef je hem aan de zwarte pieten.’

Ze heeft een potlood waar je een knoop in kunt leggen – en waar nog nooit een punt aan geslepen is – naast het briefje gelegd.

Zie ook: Teloorgang van de roe (Sinterklaas 2008)
Nieuwsgierig hoe de naam Bonkje is ontstaan? Lees dan het eerste Bonkje verhaal

Teloorgang van de roe

november/december 2008

“Was het leuk op school?”
“We zijn naar Sinterklaas geweest, bij de stippen!”
“Bij de stippen?”
“Ja! Waar we eerst waren geweest! Met de stíppen.”

Pas na een minuut of tien snap ik wat Bonkje bedoelt met de stippen. In een museum hier vlakbij is letterlijk een wandelroute uitgestippeld. Toen wij er waren in de zomer, had Bonkje de verantwoordelijke taak om ons van stip naar stip te leiden.

Nu is ze met de juf en haar klasgenootjes weer naar het museum geweest
“We moesten heel zachtjes doen.”
“Oh?”
“Ja, want Sinterklaas was een beetje slaperig.”

Ik kan het nog steeds niet helemaal volgen. Misschien komt het mede doordat ik me afvraag of ze geen verschil heeft opgemerkt met de Sinterklaasjournaal-Sint. En of ze het niet vreemd vindt dat hij niet in Het Grote Pietenhuis slaapt.
“Slaperig?”
Tsjongejonge, wat een domme mama ben ik toch. Sinterklaas was natuurlijk zo slaperig omdat hij ’s nachts met zijn trouwe beestje de daken op was geweest!
Bonkje vind het allemaal heel vanzelfsprekend. Er is echter één ding waar ze niet goed over uit kan.
“Sinterklaas zei dat hij geen roe meer had, omdat er alleen nog maar lieve kinderen zijn.”
“Zei Sinterklaas dat?”
“Ja, maar ik vind het wel een beetje gek, want ik ben wel eens stout.”
Ze zegt het een beetje vertwijfeld. Stel je voor dat Sinterklaas denkt dat ze heel lief is, maar er achter komt dat ze toch wel eens stout is, oei!
Gelukkig ben ik inmiddels aardig getraind in improviseren op dit soort momenten.
“Weet je wat ik denk”, zeg ik, “Ik denk dat Sinterklaas bedoelde dat je veel vaker lief bent, dan stout.”

Dat is een verklaring waar Bonkje mee kan leven. Ze knikt instemmend – ja, dát is waar – ze is vaker lief dan stout. Nu kan ze gelukkig met gerust hart haar schoen weer zetten.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan