Improviseren

Het is vrijdagmiddag, 15:25 uur. Bloem is haar judopak aan het aantrekken. Over vijf minuten moeten we weg. Eerst een vriendje thuisbrengen, daarna door naar de judoles.

‘Mam! Je bent vergeten mijn blauwe slip erop te naaien!

Argh! Straal vergeten – vorige week heeft ze haar tweede judo-examen gedaan en na de oranje slip heeft ze nu een blauwe verdiend. De meester riep na het examen al dat de mama’s en de papa’s de slippen er meteen op moesten naaien, maar hij riep ook dat de judoka’s mochten kiezen wat ze wilden eten. Nu roept de meester wel meer en hadden we dit best kunnen negeren – maar vooruit, Bloem keek zo blij. Dus aten wij die avond pannenkoeken en daarna had ik geen zin meer in naaiwerkjes.

‘O, wat stom, dat ben ik helemaal vergeten, sorry lieverd!’
‘Mam, naai hem erop!’
‘Dat lukt echt niet in vijf minuten.’
‘Ja maar ma-ham, dat vind ik niet leuk, ik wil hem er heel graag op!’
‘Nou, als je ‘m er dan perse op wil – ik kan hem er wel op líjmen.’

Ik pak de Bison Kit uit de trapkast en smeer band en slip afzonderlijk in. Nadat ik dat heb gedaan realiseer ik me dat ik ben vergeten eerst de rafelrandjes van de slip weg te branden, zoals de judoleraar me heeft geleerd.

Rafelrandjes wegbranden van slip met lijm blijkt een spectaculair woesj-effect op te leveren. Gelukkig kan ik de vlam snel weer uitslaan, hebben de kinderen niets gezien en is de slip nog steeds blauw. Dat valt me alleszins mee. Nadat ik beide kanten nog even heb laten drogen, plak ik ze op elkaar.

‘Kijk Bloem: klaar!’    
Bloem en haar vriendje knijpen hun neus dicht.
‘Blgh! Het stinkt’
Ik moet toegeven dat het inderdaad stinkt. En aan de achterkant van de eerst nog witte band schijnen de lijmsporen heen. Misschien was dit toch niet zo’n goed idee. Maar ja, daar doe ik nu niets meer aan.
‘Nou ja, dan hoef ze minder lang in de houtgreep te houden moet je maar denken!’ zeg ik overdreven opgewekt.
Tot mijn opluchting accepteert Bloem het en kunnen we zonder verdere problemen de deur uit.

De week erop blijkt dat de lijm nog een ander ongewenst effect heeft: de band is op de plek van de blauwe slip knalhard. Ik hoop dat ze snel haar gele band haalt…..

Dag van de leidster

Soms is het een beetje druk en voel ik me net een jongleur die vijf ballen in de lucht probeert te houden. Gelukkig zijn het geen echte ballen, want dan lukt het me zelfs niet met drie. Maar bij meer dan drie imaginaire ballen, is de kans dat ik er één laat vallen bijna net zo groot.

Er kleeft een geeltje op mijn toetsenbord. ‘Bloemen maken voor de leidsters’. Dus daar zitten we, Bloem en ik. We zijn er extra vroeg voor opgestaan. Eerder deze week lukte het niet door verjaardagen, traktatie, de deadline van een zelfgemaakt familietijdschrift voor mijn oma en meer van dat soort dingen.
‘Wat voor bloemen zullen we maken?’ vraag ik haar en we bekijken een aantal plaatjes.
Rozen, vindt Bloem. Rode rozen.
Met een groen kaartje eraan.
Zij aan zij zitten we aan mijn bureau. Uit groen papier knippen we drie kaarten, waarop we haar handje omtrekken. Daarna mag Bloem ze verder versieren.
Ondertussen volg ik de instructies van een video op YouTube, waar iemand de moeite heeft genomen om stap voor stap te laten zien hoe je een eenvoudige origami-roos kunt vouwen. Lang leve internet.
‘Kijk mama, ik maak grote en kleine stippen want we hebben het over groot en klein.’
‘Ja, ik zie het, leuk hoor.’
‘Stippen in allemaal kleuren, dan is het extra feestelijk.’
‘Dat is het zeker.’
Ik vouw en ik vouw. Het begin is simpel, het kost alleen tijd – zeker als je alles drie keer moet doen; maar ja – Bloem heeft nu eenmaal drie vaste leidsters. Maar dan komt er een stukje dat er op de video heel anders uitziet dan bij mij. Hè? Hoe krijgt hij dat nu voor elkaar?! Ik ben bang dat ik bij ‘only one tricky part’ uit de toelichting bij de video ben aangeland. Ik kijk het stukje nog een keer, vouw mijn blaadje weer open en probeer het opnieuw.
Origami Rose (Jo Nakashima) – YouTube

En eindelijk – ik snap nog steeds niet precies hoe – heb ik iets in handen dat vagelijk op het voorbeeld in de video begint te lijken. Dat is één. Nu de volgende twee. Ik begin een beetje gestrest te raken, want het duurt een stuk langer dan ik dacht. Als ik nu gewoon een paar gekleurde papiertjes had uitgeknipt en Bloem die op een blaadje had laten plakken, waren we een stuk sneller klaar geweest. Maar ja, ik ben nu al zover dat ik dat een beetje zonde vind van de tijd die er al in zit. Gelukkig zijn de stelen sneller klaar, al heb ik er weinig vertrouwen in dat ze goed zullen blijven zitten, dus doe ik iets dat natuurlijk helemaal niet hoort in een origami-vouwwerkje: ik plak alles met plakband stevig aan elkaar vast. Het zal me niet gebeuren dat we nu nog de helft verliezen! We maken Bloems kaartjes met een mooi lintje aan de steeltjes vast en vertrekken dan eindelijk – veel te laat – naar het kinderdagverblijf.

Als ik mijn fiets in het rek zet, bedenk ik plotseling dat het wel vreemd is dat we niets hebben hoeven maken voor Lunes leidsters van de buitenschoolse opvang…. of…. voor wie moesten we eigenlijk bloemen knutselen?! We stappen het kantoortje in om de bloemen af te leveren, waar inderdaad blijkt dat ik me heb vergist; in de e-mail die we van de oudercommissie kregen stond helemaal onderaan dat de bloemen voor de leidsters van de BSO waren. Aaaaargh! Ik was nog wel zo tevreden dat ik het tussen de enorme berg e-mails had gezien èn onthouden. En nu heeft Lune, die allang op school zit, vanmiddag helemaal niets.

Nou ja, eerst Bloem maar naar haar groep brengen – met haar rozen. Trots en blij geeft ze de leidster die het dichtst bij de deur staat, een roos. ‘Kijk, dit zijn allemaal feestelijk stippen!’. De leidster kijkt en luistert aandachtig en bedankt haar uitvoerig. Dat is een verrassing! Bloem en ik geven elkaar een kus, zwaaien naar elkaar door het raampje en dan vlieg ik ervandoor.

Het zit me toch niet lekker dat Lune nu niets heeft – maar samen nog iets knutselen is geen optie meer. Dan maar improviseren. Ik besluit vanmiddag langs de bloemenwinkel te fietsen; voor de leidsters van Lune een klein boeketje te kopen met een kaartje erbij. Als ik ervoor zorg dat ik om 15:00 uur bij school sta, kan ik dat aan Lune meegeven en kan zij nog iets op de kaartjes schrijven. Gelukkig werk ik thuis vandaag – al ben ik de reistijdwinst die ik op dat soort dagen normaal gesproken heb inmiddels wel kwijt. Maar Bloem en Lune staan in ieder geval niet als enige kinderen met lege handen op de dag van de leidster en dat maakt een hoop goed. Dan is het zelfs niet zo erg om vanavond nog wat tijd in te halen.