Flip in museum Beelden aan Zee

Vrijdag mocht ik met Bloem mee naar huis. Bloem fietste zelf en ik zat in het mandje voorop. Dat was vet, want we gingen lekker hard en ik kon alles goed zien. Het was wel een beetje krap: ik raakte met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen.

Flip de Beer - in het fietsmandje
Wel een beetje krap: ik raak met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen!

Bij Bloem thuis hebben Bloem en ik geoefend met strikken maken. Dat kan heel goed met het touwtje van mijn broek. Als ik nog een beetje vaker oefen, dan krijg ik misschien wel een strikdiploma!

Zaterdag hebben we samen met de treinbaan gespeeld. Bloem had een hele mooie baan gemaakt. Het leek net een 8. Hij ging onder 2 bruggen door en er waren heel veel wissels. ‘s Middags moest Bloem naar zwemles, maar toen was ik een beetje moe. Daarom mocht ik lekker even een berendutje doen.

Vandaag was het de verjaardag van eh…. van de mama van de oma van Bloem. Maar die is er niet meer. Want de mama van de oma was al heel oud en toen ging ze dood. Dat was al een tijdje geleden. Maar het was natuurlijk wel verdrietig. Daarom gingen wij vandaag naar de oma van Bloem. Om haar een beetje te troosten. Bloem had een hele mooie onderwater-tekening voor haar gemaakt. Met allemaal dolfijnen en zeepaardjes en vissen met een heleboel kleuren.

Samen met Bloems oma en opa gingen we naar een museum. Het was vlakbij het strand. Binnen waren hele gekke beelden. Eén beeld was gemaakt van een fles en van die stokjes waar je je oren mee kan schoonmaken enzo. En er was een kast die in de grond zakte. En een hele gekke kar. En een groene glimjurk. Maar als je van dichtbij keek waren het allemaal groene kevers.

Flip de Beer - in het museum
Opdrachten doen in het museum

Er was ook een filmpje. Ik dacht dat het net zo zou zijn als een filmpje van mij. Of een filmpje van Moffel en Pier. Maar het was heel anders. Het was helemaal zwart wit en het was van allemaal tekeningen. Maar het bewoog wel. En er was een muziekje bij. Soms zag je bijvoorbeeld water met allemaal bootjes en dan werd het opeens iets anders. Een grasveld met bomen. Of een reuzenrad met lichtjes die gingen branden. Ik vond het maar gek. En Bloem vond het filmpje een beetje een lang. Ze kreeg er een beetje slaap van. Dat was wel grappig.

De beelden buiten het museum vond ik het leukst. Dat waren allemaal beelden van sprookjes en verhalen.

Flip de Beer - hele grote vis
O oh, er is een poppetje in het water gevallen en er komt een hele grote vis aan!

Sommige waren heeeeeeeel groot en één was heeeeeeeel hoog. Maar er waren ook allemaal piepkleine poppetjes. Eéntje lag op zijn rug in het zonnetje. Dat vond ik een goed idee. Ik ging er lekker even naast liggen.

Flip de Beer - zonnen
Lekker liggen in het zonnetje

Jammer genoeg konden we niet nog langer blijven, want anders werd het veel te laat.

Nu ga ik nog 1 nachtje bij Bloem slapen en morgen gaan we weer naar school. Dag Bloem, ik vond het bere-gezellig bij jou!

*****

  • Museum Beelden aan Zee (tentoonstelling ‘Vormidable’ – Hedendaagse Vlaamse Beeldhouwkunst 20 mei – 25 oktober 2015)
  • Sprookjesbeelden aan Zee – beelden van de Amerikaanse beeldhouwer Tom Otterness (1952) aan de boulevard van Scheveningen

Naar school

‘Ik zal mijn vriendjes van het kinderdagverblijf wel missen.’
‘Ja, maar we kunnen heus nog wel eens afspreken hoor.’
‘Nu moet ik aan die kindjes vragen of ze mijn vriendje willen worden. Maar dan zeggen sommige kinderen nee en misschien zeggen ze allemaal nee.’
‘Dat zal wel meevallen,’ zeg ik iets stelliger dan ik me voel, ‘je leert ze snel genoeg kennen. En dan merk je vanzelf wie je aardig vind – en wie het leuk vindt om met jou te spelen.’

De avond voor ze voor het eerst gaat wennen op school, heeft ze buikpijn en kan ze niet slapen. We nemen haar uiteindelijk maar een tijd bij ons in bed. Ik aai zachtjes over haar buikje, haar wang en haar haar en denk terug aan hoe ze naast me lag toen ze pasgeboren was.

De volgende ochtend ga ik met haar mee naar school. De juf verwelkomt ons en laat zien dat er aan de kapstok al een luizenzak klaarhangt met Bloems naam erop en een stickertje erbij. En in de kring staat een stoeltje – ook met haar naam en met een stickertje met hetzelfde plaatje. Ik ga zitten op Bloems stoeltje en lees een verhaaltje voor – totdat de juf begint. Ik vraag Bloem of ze nog even op schoot wil zitten, of dat ik nog even op een tafel net buiten de kring zal gaan zitten. Maar nee, ik moet helemaal weg, want de juf gaat beginnen en alle andere ouders lopen ook het lokaal uit! Dus sta ik onverwacht snel buiten. Door het raam zwaai ik nog even naar haar. Ze zwaait vrolijk terug. Uh – nou – dan ga ik maar aan het werk.

Als ik haar aan het eind van de ochtend ophaal, rent ze stralend op me af. ‘Kijk, ik heb een sticker verdiend! En ik heb met een meisje gespeeld!’ Hoewel ik er ergens wel vertrouwen in had dat het goed zo komen, valt er toch een pak van mijn hart. Maar leuk vind ik het nog steeds niet. Vanochtend had ik een laatste oudergesprek met één van Bloems vaste leidsters van het kinderdagverblijf en ik kon een paar tranen niet onderdrukken. We hebben enorm geboft met Bloems leidsters – ze is dol op ze en wij stiekem ook. We lieten haar altijd met gerust hart achter. Ze was in goede handen en kon er naar hartelust spelen èn zich ontwikkelen.

Nu wordt onze peuter een kleuter. Ik weet dat ze bij de kleuters heus ook nog wel spelen, maar toch voelt het beklemmend, als het begin van ‘het moeten’, dat nooit meer ophoudt. Wat zou ik graag willen dat ze nog een jaartje drie bleef. Dat ze nog niet aan kleuter-citotoetsen wordt onderworpen (we leven in doorgeslagen maatschappij als je het mij vraagt). Dat ze nog wat langer zo heerlijk onbezorgd bleef.

Maar ja, aan de andere kant is ze er misschien ook wel aan toe een stapje verder te gaan. Ze wijst enthousiast letters aan op straat en afgezien van de keer dat ze riep dat ze geen huiswerk wilde, niet naar school wilde, niet wilde studeren en niet wilde werken (tja, dat heb je als je je grote zus met tegenzin huiswerk ziet maken) – afgezien van die keer kan ze nu eigenlijk niet meer wachten om ‘helemaal’ naar school te gaan. Zeker niet nu ze voor haar verjaardag een mooie schoolrugzak, broodtrommel en drinkbeker heeft mogen uitkiezen.

Morgen gaat ze nog één dagje naar haar vertrouwde groep en dan moeten we er toch echt aan geloven. Ik neem nog maar een glas wijn. Loslaten valt niet mee.

Hallo, daar ben ik weer!

Op speciaal verzoek hierbij “Flips” verslagje van zijn tweede logeerpartij bij Bonkje, in november 2008. Waar ik me tijdens zijn eerste bezoek nog in heb weten te houden, kon ik het dit keer echt niet langer aanzien: één van zijn truitjes was zo vervilt en groezelig, dat moest de vuilnisbak in. Maar zomaar de kleren van een logé weggooien kan natuurlijk niet. Dus daar heb ik iets op bedacht (driewerf hoera voor de afdeling babykleertjes van Zeeman). Lees maar wat Flip erover vertelde in zijn berendagboek.

Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de beer.
Ik mocht dit weekend weer eens bij Bonkje logeren.

Bonkje had haar papa en mama al vaak gevraagd wanneer ik weer bij haar kwam logeren en nu mocht ik met haar mee! Dus Bonkje was héél blij en ik ook!
Het was alleen wel jammer dat Zoeff de hond er niet meer was, want die was dood.

Zaterdag ben ik mee geweest naar de stad en daar heeft Bonkje nieuwe kleren voor mij uitgezocht, in een échte winkel! Ik kreeg twee mooie Bear-club shirts met knoopjes, een stoere Bear-club broek èn blauwe schoenen! Bear-club is Engels en het betekent beren-club. Grappig hè?

Nu ik een paar nieuwe kleren heb heeft Bonkjes mama één vestje weggegooid. Dat vond ik helemaal niet erg, want dat was toch oud en lelijk en ik droeg het bijna nooit meer. Gelukkig vond Bonkje dat haar mama verder niets weg mocht doen, want aan mijn andere kleren ben ik best wel gehecht.

Van Bonkje kreeg ik ook nog een poppetje. Hij ziet er een beetje gek uit – helemaal groen met een hele grote neus. Haha! Ik word er helemaal vrolijk van.

En weet je waar ik ook heel vrolijk van werd? Bonkje mocht haar schoen zetten en ìk de mijne, want ik heb nu óók schoenen! Hoera! Bonkje had twee tekeningen gemaakt voor Sinterklaas, ook één voor mij, want ik kan niet zo goed tekenen. En ze heeft heel mooi gezongen. Zie ginds komt de stoomboot en Zwarte Piet ging uit fietsen. En vanochtend lag de letter F in pepernoten naast mijn schoen, net als bij het Sinterklaasjournaal. En ik kreeg ook nog een mandarijn! Poeh hé, het is wel feest dit weekend!

Vandaag mocht ik bij Bonkje op de fiets mee naar het zwembad. Jammer genoeg hagelde het, dus toen moest mijn hoofd in de tas en zag ik niets meer. In het zwembad was het ook een beetje saai. Ik hoorde wel een hoop geplons en gespetter vanuit het kluisje, maar ik mocht niet mee zwemmen. Toen heb ik maar een paar berenliedjes gezongen. Wel héél zachtjes hoor.

Nu mag ik nog één nachtje bij Bonkje slapen en dan gaan we weer naar school. Spannend! Want het was heel gezellig en ik ben hartstikke blij met mijn nieuwe kleren, maar ik ben ook altijd heel nieuwsgierig met wie ik de volgende keer mee naar huis mag.

Dag lieve Bonkje, dank je wel voor het logeren!

Nieuwsgierig hoe de naam Bonkje is ontstaan? Lees dan het eerste Bonkje verhaal

Klein, klein kleutertje

Bonkje stroopt haar maillot naar beneden.
“Wat doe jij nou?”
Ze wijst op een wondje op haar knie.
“Ik ben vanmiddag gevallen!”
“O jee! Kun je al door je knie heen kijken?”
“Neeeee!” Bonkje lacht. Fijn, zo’n welwillend publiek.
Ik geef haar een kus.
“Het is nu even vervelend, maar het geneest vanzelf.”

Na het eten moet ook manlief eraan geloven.
“Kijk papa, ik heb me pijn gedaan!”
“Op school?”
“Nee, bij De Ronde Tafel.
“En moest je huilen?”
“Nee, ik hoefde niet te huilen.”
“Flink hoor.”
“Ik ben ook een flinke meid, ik ben al van groep 2!”

Ik denk terug aan vorige week, het weekend van 10 januari.

Bonkje vindt mijn medailles van de Kortenhoefse Plassentocht erg mooi.
“Mag ik ze even om?”
“Ja, dat mag.”
“Mag ik ze mee naar school nemen?”
“Nee.”
Soms ben ik best een wrede mama.
“Andere kinderen hebben wel een medaille.”
“O ja?”
“Ja, van wintersport”
“Een medaille is pas echt leuk als je hem zelf verdiend hebt,” zegt papa.
Daar moet Bonkje even over nadenken.
“Als ik zelf een medaille heb, mag ik die dan wel meenemen naar school?”
“Ja. Als jij een keer zelf een medaille hebt, dan mag dat.”
Ha, dat biedt perspectief.
“Ik wil ook een medaille winnen!”

Dat weekend staat er nog een hele reeks, door de KNSB goedgekeurde toertochten op de agenda. We vinden er één waar je al een medaille kan verdienen met een rondje van 5 km: de Zwartemeer-Kadoelen Rondetocht. Vijf kilometer lijkt ons ook echt het maximum haalbare met een kleuter die net drie keer op het ijs heeft gestaan. We denken dat het net moet kunnen als we haar af en toe een eindje op sleeptouw nemen.

Dus stappen we zaterdagochtend dik aangekleed en rijkelijk voorzien van onze eigen koek en zopie – want ik heb geleerd van mijn fout – in onze speciaal voor deze gelegenheid gehuurde auto. De rit door de polder is prachtig. De zon schijnt, de lucht is blauw en alles is met een laagje rijp bedekt.

“Papa, ik heb het zo warm.”
“Je mag je vest wel even uit.”
“Ik heb het nog steeds warm.”
“Wil je je laarzen ook even uit?”
Ja, dat wil Bonkje. Al die laagjes, pffft!

We bereiken het weiland waar we mogen parkeren zonder oponthoud – de grote drukte komt duidelijk van de andere kant – en even later stappen we uit de auto. Manlief en ik wisselen ons gewone schoeisel om voor onze rubberlaarzen, die we tenminste met gerust hart aan de kant achter durven te laten. Bonkje is op de bijrijdersstoel geklommen en trekt daar haar laarzen weer aan. Hebben we alles? Ja, we kunnen gaan.

We moeten de weg oversteken en van daar af is het nog een eindje lopen naar het meer. Eerst langs het gebouwtje van de plaatselijke ijsclub die de tocht organiseert, om toerkaarten te kopen. Daarna volgen we een spoor door een weiland naar de rand van het meer. Het spoor is bedekt met een verraderlijke ijslaag, dus lopen we er zoveel mogelijk naast.

 

Voor we het ijs opgaan, wil ik echter nog even naar het toilet. Het mobiele toilet wel te verstaan.

HCC kan diverse soorten mobiele toiletten leveren, die geschikt zijn voor bouwplaatsen, particulieren en voor diverse evenementen. De toiletten zijn zeer gebruiksvriendelijk en overal gemakkelijk te plaatsen en er is geen riool- en wateraansluiting nodig.
Elk mobiel toilet is voorzien van een urinoir en een closetpot. Deze laatste wordt afgesloten van het opvangreservoir. De toiletten zijn voorzien van een ventilatiepijp, een dak met lichtkoepel, een deursluiting, jashaken en een dubbele toiletrolhouder. De toiletten worden op vaste tijden geleegd.

Geloof me, dat klinkt een stuk mooier en vooral minder smerig dan het in werkelijkheid is. Maar met een volle blaas schaatsen is ook niet prettig. Dus sluit ik aan in de rij, gevolgd door manlief. Bonkje staat noodgedwongen naast ons te wachten.
“Ik heb het koud, ik heb het zo koud!”
“Ja lieverd, het is even niet anders. Probeer maar een beetje te springen, dan krijg je het wat warmer.”
Het huilen staat Bonkje nader dan het lachen. Ze wil niet springen. Ze wil helemaal niets. Ze heeft het alleen maar koud. Manlief tilt haar op.
“Zo, dan krijg je iets minder koude voeten”
“Ik heb nog stééds koude voeten” snift Bonkje.
“Weet je wat,” zeg ik tegen haar, “als papa zo naar de wc is geweest gaan jullie alvast jullie schaatsen aantrekken.”

Na mijn toiletbezoek loop ik het ijs op. Ik moet even zoeken, maar dan zie ik manlief en Bonkje op één van de gymnastiekbanken zitten die voor de schaatsers op het ijs gezet zijn. Bonkje heeft haar schaatsen al aan. Manlief is nog aan het worstelen met zijn noren. Na de eerste keer op het ijs vorige week heeft hij besloten dikke sokken aan te trekken in zijn schaatsen, al krijgt hij ze dan bijna niet meer aan. Ik zoek een plekje in de buurt en trek mijn eigen schaatsen aan.

Samen met Bonkje schaats ik naar het stempelhokje om te vragen waar de 5 km tocht begint.
Dat wil zeggen: ík schaats.
Bonkje snottert.
Ze heeft het koud.
Haar voeten doen pijn.
Ze vindt het “helemaal niet leuk meer!”
“Kom lieverd, probeer maar een beetje te bewegen. Als je beweegt krijg je het weer warm.”
Maar Bonkje wil me niet geloven.
Kan me misschien niet geloven.

Dan voegt ook manlief zich bij ons. Het eerste stuk van het 5 km rondje begint op hetzelfde punt als het 10 km rondje, halverwege is er een splitsing. Even doorzetten maar.

Maar Bonkje wil niet.
“Ik heb het zo kou-oud.”
Snot en tranen vliegen alle kanten op.

Omdat het in dit soort situaties meestal niet zo goed werkt om er met zijn tweeën bovenop te blijven staan, schaats ik vooruit terwijl manlief bij Bonkje blijft.

Ik schaats een stukje, kijk even om, schaats weer een stukje. Het is prachtig ijs.
Zijn ze al in beweging? Nee, zo te zien zit er nog niet echt schot in. Ik schaats een stukje terug. Andere ouders en andere kleuters schaatsen en krabbelen langs me heen. Kleuters die het zo te zien wel naar hun zin hebben.

Zal ik verder schaatsen? Een klein stukje dan, maar niet te ver. Ik heb al een tocht kunnen schaatsen, manlief niet. Ik zal hem aflossen als ze er zijn. Dan kan hij eerst zelf een rondje schaatsen.

Langs de kant van de slingerende route die de baanveger heeft uitgezet staat een klein rood stoeltje. Wie het stoeltje daar heeft achtergelaten, weet ik niet. Er is niemand in de buurt.

Klein rood stoeltje op het ijs.
Het is net een schilderij.

Ik kijk om. Ze komen nog steeds niet dichterbij. Sterker nog – ze keren om. Mijn opgetogen en optimistische gevoel maakt plaats voor bange voorgevoelens als ik terugschaats naar het begin. Daar tref ik een volkomen ontredderde Bonkje en een enigszins zuurkijkende papa aan.
“We gaan naar huis” zegt hij. “Het gaat niet. Ze heeft het echt geprobeerd, maar als je haar ooit nog het ijs op wil krijgen moeten we nu gaan.”
Bonkje snift zachtjes.
“Ga jij anders nog even schaatsen”, zeg ik tegen hem, “ik heb deze week al geschaatst. Dan ga ik wel een eindje rijden met haar en dan pikken we je over twee uur wel weer op.”
Maar nee, voor manlief is de lol er ook wel vanaf.
Zwijgend zoeken we onze laarzen op en ontdoen we ons van onze schaatsen.

Ik ben boos. Ik wil helemaal niet naar huis. Stom kind. Straks moeten we nog eens twaalf jaar wachten voor we weer zo’n kans krijgen.
Maar ik ben ook mama.
En ik weet hoe pijnlijk koude voeten kunnen zijn.
En misschien begon het met aanstellen, maar inmiddels is ze echt aandoenlijk.
En we deden dit omdat we dachten dat het leuk zou zijn, omdat we dachten dat we ook Bonkje er een groot plezier mee zouden doen.

Als we naar de auto teruglopen – voorzichtig de bevroren plassen op het weiland ontwijkend – hoor ik van manlief dat Bonkje hem, terwijl ze uit alle macht probeerde haar tranen in te slikken, had gevraagd:
“Maar papa, als ik nou ècht bang ben, wat dan?”
Het idee van een medaille was heel aanlokkelijk, maar met ijskoude voeten ziet de wereld er opeens heel anders uit. En dan zo’n immense, bevroren vlakte – en een route waarvan je het eind niet kunt zien – dat is wel even iets anders dan de overzichtelijke vaart om de hoek.

Bonkje is zo uitgeput van alle emoties dat ze in de auto al snel in slaap valt – iets dat normaal gesproken niet snel gebeurt.

Manlief legt zijn hand op mijn knie. Hij heeft het wel te verduren met twee vrouwen zoals wij. Na een sniffende Bonkje heeft hij nu ook nog een van frustratie sniffende echtgenote.
“Is het echt zo erg?”
Nee. Het is belachelijk. Ik stel me aan. Bovendien mag ik nog fijn even autorijden door het mooie winterse landschap.

Voor ik de auto terugbreng naar het verhuurbedrijf, kan ik nog heel even schaatsen op het Naardermeer. Bonkje wil mee.
“Dat had je gedroomd! Vanmiddag wilde je niet meer – nu blijf je maar mooi thuis.”

Terwijl ik de ondergaande zon op het ijs zie weerspiegelen probeer ik mijn teleurstelling over de mislukte toertocht te vergeten. Dit is toch schitterend? Zonde om dat te laten bederven door dingen waar ik toch al niets meer aan kan veranderen.

En ja, Bonkje is nog maar een kleuter.
Meestal is ze een grote, flinke kleuter. Ze is tenslotte ”al van groep 2″. Maar soms, heel soms, is ze weer even een heel klein kleutertje. Een heel klein kleutertje met kleine, koude kleutervoetjes.

Zie Bonkje on ice voor Bonkjes eerste schaatsavontuur ooit.
Nieuwsgierig hoe de naam Bonkje is ontstaan? Lees dan het eerste Bonkje verhaal

Teloorgang van de roe

november/december 2008

“Was het leuk op school?”
“We zijn naar Sinterklaas geweest, bij de stippen!”
“Bij de stippen?”
“Ja! Waar we eerst waren geweest! Met de stíppen.”

Pas na een minuut of tien snap ik wat Bonkje bedoelt met de stippen. In een museum hier vlakbij is letterlijk een wandelroute uitgestippeld. Toen wij er waren in de zomer, had Bonkje de verantwoordelijke taak om ons van stip naar stip te leiden.

Nu is ze met de juf en haar klasgenootjes weer naar het museum geweest
“We moesten heel zachtjes doen.”
“Oh?”
“Ja, want Sinterklaas was een beetje slaperig.”

Ik kan het nog steeds niet helemaal volgen. Misschien komt het mede doordat ik me afvraag of ze geen verschil heeft opgemerkt met de Sinterklaasjournaal-Sint. En of ze het niet vreemd vindt dat hij niet in Het Grote Pietenhuis slaapt.
“Slaperig?”
Tsjongejonge, wat een domme mama ben ik toch. Sinterklaas was natuurlijk zo slaperig omdat hij ’s nachts met zijn trouwe beestje de daken op was geweest!
Bonkje vind het allemaal heel vanzelfsprekend. Er is echter één ding waar ze niet goed over uit kan.
“Sinterklaas zei dat hij geen roe meer had, omdat er alleen nog maar lieve kinderen zijn.”
“Zei Sinterklaas dat?”
“Ja, maar ik vind het wel een beetje gek, want ik ben wel eens stout.”
Ze zegt het een beetje vertwijfeld. Stel je voor dat Sinterklaas denkt dat ze heel lief is, maar er achter komt dat ze toch wel eens stout is, oei!
Gelukkig ben ik inmiddels aardig getraind in improviseren op dit soort momenten.
“Weet je wat ik denk”, zeg ik, “Ik denk dat Sinterklaas bedoelde dat je veel vaker lief bent, dan stout.”

Dat is een verklaring waar Bonkje mee kan leven. Ze knikt instemmend – ja, dát is waar – ze is vaker lief dan stout. Nu kan ze gelukkig met gerust hart haar schoen weer zetten.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan

Zomerfeest

juni 2008

Bij Bonkje op school wordt ieder jaar een zomerfeest georganiseerd, zo ook nu. Tijdens het feest voeren alle drie de kleuterklassen een dansje op. Voor dit dansje hebben ze al diverse keren driftig geoefend onder de bezielende leiding van drie “grote” meisjes uit groep zeven.

Bonkje laat me thuis elke dag zien wat ze hebben geleerd.
“Kijk mama! Ik ken het dansje al heel goed, het gaat zó!”
En het dansje heeft in ieder geval elke dag dezelfde opening. Alleen het middengedeelte en het slot, daarover twijfelt Bonkje nog wel eens.

Vrijdag is het dan eindelijk zover.
Eén van de grote meisjes komt enthousiast op Bonkje afgestormd, tilt haar op en sjouwt haar mee naar de plek waar het allemaal gaat gebeuren.

Zouden de grote meisjes na het optreden nog steeds juf willen worden?
Schooltje spelen met poppen of knuffels is toch anders dan juf zijn van echte kleuters. Zeker als het er héél veel zijn. En als dan de muziek ook nog hapert…..

De groep-zeven-meisjes zetten alle kleuters netjes klaar. In een rijtje. Of een kringetje.
Of aan de kant omdat ze niet in het eerste groepje aan de beurt zijn.
En de kleuters vinden het reuze spannend allemaal.
Maar wat is er nu toch met die muziekinstallatie aan de hand? Even kijken hoor!
En het is natuurlijk ook wel belangrijk om te weten waar je papa en mama staan.
En als iemand een grapje maakt dan moet jij wel laten horen dat jij óók heel goed grapjes kan maken!

De groep-zeven-meisjes proberen alles in goede banen te leiden en sjouwen onvermoeibaar met kleuters heen en weer totdat ze allemaal weer op de juiste plek staan.

Eén van Bonkjes vriendinnetjes zoekt ondertussen dekking achter de benen van haar mama. Ze wil niet meer mee doen.
Twee jongetjes krijgen ruzie en moeten uit elkaar worden gehaald.
Eén jongetje is heel boos. Al gauw maakt zijn boosheid echter plaats voor verontwaardigde tranen. Terwijl de andere kleuters om hem heen met het dansje beginnen – of liever gezegd met een dansje – begint hij hartverscheurend te brullen.
Het is net een stomme film, want de muziek doet het nu wel en de volumeknop is volledig opengedraaid. Je ziet hem brullen, maar je hoort hem niet.

Helaas zie ik van alles, maar geen Bonkje, want er staat een andere mama voor.
Toch ben ik hartstikke trots. Want Bonkje maakt in ieder geval géén ruzie, huilt niet en doet vrolijk mee. Hoop ik.

En ja, na afloop komt Bonkje stralend op ons afgerend.
Heel goed gedaan meis, knap hoor!

Flip de Beer

maart/ april 2008

Het is het eerste dat Bonkje roept als ze op me afstormt:
Donderdag mag Flip de Beer met me mee!
Flip de Beer mag bij mij logeren!
En ik moet juf helpen herinneren want juf deelt Flip niet zo vaak uit!

’s Avonds voor het naar bed gaan moet ik bij Bonkje komen kijken en laat ze me op haar weekklok precies zien wanneer het donderdag is.

Flip is een logeerbeer. Hij heeft een eigen rugzak met kleren er in en een “dagboek” en hij mag telkens bij een andere kleuter logeren. Als Flip weer mee terug gaat naar school leest de juf aan alle kinderen voor wat Flip allemaal heeft meegemaakt.
Zozo, een beer die kan schrijven? Uhhhhh…nou ja, met wat hulp dan.
Papa’s en mama’s hebben toch tijd genoeg?

En ja hoor, donderdag stapt Bonkje parmantig met Flip over de drempel. Flip moet meteen alles zien en hij moet ook meteen zijn pyjama aan: een smoezelig oud boxpakje van deze of gene. Ik moet me beheersen om zijn kleertjes niet weg te gooien en er nieuwe voor in de plaats te kopen – ik vind het toch een beetje een vies idee. En ik snap het ook niet helemaal – zowel op school als bij de naschoolse opvang heeft ieder kind notabene zijn eigen luizenzak om zijn jas in te doen. Maar luizen zullen wel niet van beren houden.

’s Avonds weet ik Bonkje ertoe te verleiden om Flip in haar prachtige poppenbedje te laten slapen, vlak náást haar eigen bed, in plaats van bij haar ín bed.
Het bedje is een beetje meisjesachtig, maar gelukkig is Flip snel tevreden.
En Nijn kruipt wel gezellig bij hem.

Nadat ik de loshangende blaadjes in het dagboek met plakband weer aan elkaar heb geknutseld, lees ik de verhalen in Flips dagboek. De afgelopen drie logeerpartijen speelden zich allemaal af in Frankrijk of Oostenrijk – tijdens wintersportvakanties. Tja, daar kunnen wij niet tegen op. Gelukkig lees ik dat Flip niet zo van sneeuw houdt en dat hij vooral veel binnen heeft gezeten. Het grappigste in het hele boek vinden manlief en ik eigenlijk de opmerking onder Flips laatste avontuur. Ergens tijdens die logeerpartij zijn er twee bladzijden uit het boek gevallen en spoorloos verdwenen. De desbetreffende gastpapa en gastmama laten weten dat ze zich heel diep schamen…

Tja het zal je maar gebeuren…..
Gegrepen door dit verlies slaat mijn fantasie op hol. Onze hond vindt Flip wel erg lekker ruiken….

“Bonkje moest naar bed en was zo moe,
dat ze vergat Flip mee naar boven te nemen.
Toen Bonkjes mama weer beneden kwam,
bleek dat de hond Flip ook wel erg lief vond.
En lekker.
Stoute hond!
Bonkjes mama veegde de restjes Flip bij elkaar en deed ze in een doosje.
De volgende morgen heeft Bonkje de restjes Flip in de tuin begraven
en haar palmpasenkruis er op gezet.
Dag lieve Flip.”

Ik denk me in hoe dankbaar alle ouders ons zouden zijn. Of zou er dan heel snel een Flip-kloon voor Flip in de plaats komen? Als een soort hulpsinterklaas? Maar dan zie ik Bonkje weer voor me. Stralend en wel, omdat Flip bij háár mag logeren. Nee. De kleuters zouden er niet om kunnen lachen. Flip is heilig.

En dit schreef hij in zijn dagboek na zijn logeerpartij bij Bonkje:

“Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de beer.
Ik logeerde bij Bonkje deze keer.

Het was wel schrikken bij Bonkje thuis, want er kwam meteen een groot bruin snuffelmonster op me af! O nee!, dacht ik, O no! De Gruffalo!
Gelukkig hield Bonkje me goed vast.
En Bonkje was helemaal niet bang.
Want wat denken jullie? Het was helemaal geen Gruffalo! Het was Zoeff, de hond.

Na het eten regende het nog steeds maar we moesten toch nog even naar buiten om Zoeff uit te laten. Ik zat in Bonkjes draagzak en onder haar paraplu bleven wij lekker droog.
Ik ben blij dat ik geen hond ben, want dan moest ik ook buiten plassen! En buiten was het nat en er was helemaal geen wc papier. Ik snap niet waarom alle oma’s vinden dat ík een vies beest ben, want ík veeg mijn billen tenminste netjes af! Snappen jullie het?

’s Avonds mocht ik vlak bij Bonkje slapen, in een echt poppenbed, samen met Nijn. Dat was heel gezellig!
De volgende dag mocht ik mee naar de naschoolse opvang. Daar was het een beetje feest omdat het bijna Pasen was. De juf ging allemaal spelletjes met de kinderen doen en ’s middags waren er allemaal lekkere broodjes en mocht iedereen een paar chocoladepaaseitjes.

’s Avonds gingen we, na het eten, met Bonkjes papa en mama en Zoeff naar Bonkjes opa en oma. Die hadden óók al een hond!Ik wilde eigenlijk wel eens in de bus en in de trein zitten, maar het was koud en nat buiten. Daarom hadden Bonkjes papa en mama een auto gehuurd. Gelukkig was het niet zo ver rijden als naar Oostenrijk of Frankrijk. Maar er lag wel sneeuw! Ik dacht dat er alleen sneeuw lag in de winter, maar Bonkje zei dat het lente was!

Brrrr! Ik hou niet van sneeuw! Als het sneeuwt wil ik het liefst een winterslaap houden in een fijn, warm holletje.

Vannacht was ik een beetje verdrietig omdat de logeerpartij bij Bonkje al bijna weer voorbij was. Ik vind het ook wel leuk alle kinderen uit de klas weer te zien, maar soms zou ik ook wel eens gewoon bij iemand willen blijven wonen.

En omdat ik een beetje verdrietig was en het liefst weg zou kruipen in een warm holletje met al die sneeuw, mocht ik vannacht heerlijk bij Bonkje in bed liggen. En Bonkje ging ook nog een slaapliedje voor me zingen. Jippie, dat was fijn, ik werd er weer helemaal vrolijk van!

Dag lieve Bonkje, tot een volgende keer!”

Pardon, bij Bonkje in bed?
Ja, inderdaad, de laatste nacht mag Flip bij Bonkje in bed slapen. Maar dan is hij allang getransformeerd van vieze luizenbaal tot springlevend wezen waarvan zelfs Bonkjes mama maar met moeite afscheid kan nemen.

*****
In november 2008 mocht Flip nog een keer bij Bonkje logeren: Hallo, daar ben ik weer!

Nieuwsgierig hoe de naam “Bonkje” is ontstaan? Klik dan op deze link

schooltv – Flip de Beer * schooltv – Koekeloere * Gruffalo – official website * Boekrecensie “De Gruffalo”