Strategisch inzicht

Bloem doet mee aan het schoolvoetbaltoernooi.

Manlief is meegegaan naar de ‘training’, waar de een na de ander –  Bloem gelukkig niet – in tranen uitbarstte en iedereen in een kluitje achter de bal aanrende. Niemand leek te beseffen dat dat misschien niet zo handig was en de keepers (ze wisselden elkaar af) snapten ook niet dat je met de bal in handen beter niet over je eigen doellijn kon stappen.

Manlief sprak zijn bewondering uit voor de vader die zich had opgeworpen als coach en was verder vooral tevreden dat hij zich nergens mee had bemoeid.

Het is woensdagochtend. Vanmiddag is het zover: ze moeten spelen tegen twee teams van andere scholen. Bloem verheugt zich er enorm op. Terwijl ik haar haar vlecht, heeft ze het er met manlief over. Die kan er vanmiddag niet bij zijn. Ik vang iets op over vrij staan, een beetje opzij zodat je beide kanten op kan kijken, je de bal kan zien en je tegenspeler niet uit je rug kan weglopen. ‘Kijk, als de bal hier is – en jij staat daar…’

Bloem luistert met een ernstig gezicht en knikt. De theorie lijkt in ieder geval te zijn geland.

Ik zeg niets, maar van binnen moet ik heel hard lachen.

Puber

‘Mam, er is donderdag gala.’
‘Huh, wat zeg je, déze donderdag?’
‘Ja, maar ik weet niet of ik wel wil, want ik ben best wel moe.’
‘Oh.’

Het is dinsdagavond. Morgenavond heeft Bloem een kerststocht.
Verschillende groepen beelden verschillende delen van het kerstverhaal uit onder versierde doeken en in partytenten in de straten rondom school. De kinderen wisselen elkaar af, zodat ze ook langs de andere tenten kunnen lopen en het hele verhaal kunnen zien en horen. Sommigen groepen zingen iets, anderen voeren ook klein toneelstukje op. In groep 3 hebben ze nog geen tekst.

Bloem is een ezel. Dat wilde ze graag, een dier zijn. Aangezien ik niet zo’n moeder ben die al glimlachend en in een handomdraai zelf een kostuum maakt, ben ik blij dat ik net op tijd een betaalbaar ezelpak voor haar kon vinden.  Bijkomend voordeel van deze onesie is, dat ze er een skibroek en jas onder aan kan – dan krijgt ze het in ieder geval niet koud.

Als de kersttocht is afgelopen, vertelt Bloem dat het wel heel lang duurde en erg saai was. En ze kreeg ook stijve spieren van het stilzitten. Gelukkig kon ze vanonder de ezelskop soms stiekem een beetje kletsen met de os.

Thuis tref ik een twijfelende puber aan. Ze luistert even naar het verhaal van haar zusje, maar ze is er niet echt bij met haar hoofd.
‘Nee, ik ga niet naar het gala. Of zal ik wel gaan? Nee, ik ga niet.’
Tien minuten later is ze alweer van gedachten veranderd.
‘Misschien ga ik toch maar wel’.
‘Prima, maar dan moet je zelf regelen dat je met iemand mee kan rijden, want ik kan je morgenavond niet brengen, dan ben ik naar Italiaans.’
‘Oké, dan ga ik niet.’

Net als ik denk: hèhè, lekker rustig, staat ze weer voor me. Ze heeft het toch geregeld en wil nu heel graag gaan.
Aaaargh!

Donderdagmiddag racen we naar de stad, waar we in een uur nog net een jurkje, vestje en panty voor haar kunnen kopen. We racen terug naar huis om wat andere spullen op te halen (haarspullen, make-up-spullen) en daarna zet ik haar af bij haar vriendin. Daar zullen ze zich samen omkleden en – vermoed ik – minimaal nog een uur voor de spiegel staan om te kijken welk kapsel het mooiste is en of ze nu wel of niet dit sjaaltje om zullen doen.

Redelijk gesloopt kom ik aan bij mijn Italiaanse les. Ik ben blij dat ik Lune vanavond laat niet hoef op te halen, want de moeder van de vriendin die hun naar het gala brengt, heeft aangeboden ze ook weer op te halen en Lune   thuis te brengen – hoera!

Aan het eind van de avond staat er een stralende puber voor me. Het was fantastisch, ze is héél blij dat ze toch gegaan is en dank je wel mam, dat je nog een jurkje met me wilde kopen.

Ik geef haar een kus en zeg dat het goed is, maar dat ik het de volgende keer graag iets eerder weet, zodat we niet last-minute nog van alles hoeven te regelen. En nu als de wiedeweerga naar bed….

…want dan kan ik eindelijk ook naar bed!
Ik hou me eraan vast dat we morgen één avond niets hebben voor de kerstdagen met alle bijbehorende verplichtingen weer  daar zijn.

Improviseren

Het is vrijdagmiddag, 15:25 uur. Bloem is haar judopak aan het aantrekken. Over vijf minuten moeten we weg. Eerst een vriendje thuisbrengen, daarna door naar de judoles.

‘Mam! Je bent vergeten mijn blauwe slip erop te naaien!

Argh! Straal vergeten – vorige week heeft ze haar tweede judo-examen gedaan en na de oranje slip heeft ze nu een blauwe verdiend. De meester riep na het examen al dat de mama’s en de papa’s de slippen er meteen op moesten naaien, maar hij riep ook dat de judoka’s mochten kiezen wat ze wilden eten. Nu roept de meester wel meer en hadden we dit best kunnen negeren – maar vooruit, Bloem keek zo blij. Dus aten wij die avond pannenkoeken en daarna had ik geen zin meer in naaiwerkjes.

‘O, wat stom, dat ben ik helemaal vergeten, sorry lieverd!’
‘Mam, naai hem erop!’
‘Dat lukt echt niet in vijf minuten.’
‘Ja maar ma-ham, dat vind ik niet leuk, ik wil hem er heel graag op!’
‘Nou, als je ‘m er dan perse op wil – ik kan hem er wel op líjmen.’

Ik pak de Bison Kit uit de trapkast en smeer band en slip afzonderlijk in. Nadat ik dat heb gedaan realiseer ik me dat ik ben vergeten eerst de rafelrandjes van de slip weg te branden, zoals de judoleraar me heeft geleerd.

Rafelrandjes wegbranden van slip met lijm blijkt een spectaculair woesj-effect op te leveren. Gelukkig kan ik de vlam snel weer uitslaan, hebben de kinderen niets gezien en is de slip nog steeds blauw. Dat valt me alleszins mee. Nadat ik beide kanten nog even heb laten drogen, plak ik ze op elkaar.

‘Kijk Bloem: klaar!’    
Bloem en haar vriendje knijpen hun neus dicht.
‘Blgh! Het stinkt’
Ik moet toegeven dat het inderdaad stinkt. En aan de achterkant van de eerst nog witte band schijnen de lijmsporen heen. Misschien was dit toch niet zo’n goed idee. Maar ja, daar doe ik nu niets meer aan.
‘Nou ja, dan hoef ze minder lang in de houtgreep te houden moet je maar denken!’ zeg ik overdreven opgewekt.
Tot mijn opluchting accepteert Bloem het en kunnen we zonder verdere problemen de deur uit.

De week erop blijkt dat de lijm nog een ander ongewenst effect heeft: de band is op de plek van de blauwe slip knalhard. Ik hoop dat ze snel haar gele band haalt…..

Blogjes weer online, reacties nog niet

Na lange, lange tijd (ik moest flink ‘aan de schoonmaak’ achter de schermen) staan eindelijk al mijn blogjes weer online. De reacties nog niet, die voeg ik gaandeweg weer toe.

Update (1): ik heb inmiddels de reacties t/m 2009 weer toegevoegd. Er staan ook al recentere reacties, omdat ik alle reacties bij één blogje tegelijk heb gepubliceerd.

Update (2): inmiddels ook een aantal recentere reacties teruggeplaatst, want ik werd er een beetje moedeloos van, nu kan ik mezelf een beetje voor de gek houden ;-).

Update (3): gevorderd tot en met december 2011 en in de periode 2012 tot nu nam mijn blogfrequentie snel af (tot 0), dus misschien kan ik het de volgende keer afronden…

Update (4): hoera, klaar! Wel ontdekte ik dat ik één blogtekst kwijt ben – een tekst waar ik wel twee reacties op had gekregen. Misschien dat ik die aan de hand van de reacties ooit nog kan oplepelen uit mijn geheugen :-).

Babyborn

– Wat zou je het liefst voor je verjaardag krijgen?
– Dat jullie me me zijn drieën naar bed brengen. En dat jullie de hele dag geen andere taal praten.

Bloem heeft al best veel speelgoed en heeft niet één hele grote hartenwens op speelgoedgebied. Nou ja, diep in haar hart misschien een stoerdere (jongens)fiets, of een Nintendo. Maar ze weet dat ze die toch niet krijgt, want een fiets heeft ze al en we vinden haar nog te jong voor een spelcomputer.

Ze is wel heel stellig over haar feestje. Ze weet precies wie ze wil uitnodigen (uiteraard zijn het weer allemaal jongens) en ze weet ook wat ze wil doen.

Toen ze 5 werd, hebben we voor haar en haar vriendjes thuis een superheldenfeestje georganiseerd. Dat was een groot succes. Vorig jaar gingen ze met zijn allen op Pietensurvival. Dat was ook heel leuk. Vooral de onderdelen waarbij ze heel vies werden, vielen in de smaak. Manlief en ik vonden het ook een bijzonder geslaagd feestje, want wij mochten Survivalpiet niet assisteren. Integendeel, wij werden met een kop cappuccino ‘verbannen’ naar de zithoek met open haard op het terras: ongekende luxe!

Maar hoe leuk dat ook was, dit jaar moeten manlief en ik echt weer aan de bak. Want Bloem weet het heel zeker.
– Mam, dit jaar doen we gewoon weer een feestje thuis!
Dus ‘doen we gewoon weer’ een feestje in en om huis. Bloem wil graag een ‘dino’s die in auto’s rijden’-feestje, maar het lijkt ons beter om het een beetje in te perken. Dus wordt het een dinofeestje. Met onderdelen waarin ze als paleontologen aan de slag gaan – en onderdelen waarin ze dino’s zijn. Zonder auto’s. Manlief en ik zijn een hele tijd zoet met alle voorbereidingen en ook op de dag zelf is het hard werken. Gelukkig krijgen we assistentie van Lune, die af en toe foto’s komt maken, een deskundig oordeel uitspreekt over de ingekleurde dino-t-shirts en frites haalt terwijl wij buiten in de schemering de laatste spelletjes doen.

Maar voor we aan de spelletjes kunnen beginnen, moet er natuurlijk gezongen worden en moeten er cadeautjes worden uitgepakt. Dit jaar zijn het niet allemaal kleine cadeautjes, maar is het een cadeaupakket van al haar vrienden samen. Het is feestelijk ingepakt in doorzichtig folie met linten en ballonnen in verschillende kleuren. Oe, wat spannend, wat zou erin zitten?

Dan zegt één van Bloems vriendjes:
– Straks is het een Babyborn!
Dat vinden ze allemaal hilarisch – ze komen bijna niet meer bij van het lachen.
– Haha, wie wil er nou een Babyborn!

Ik moet ook lachen. Nee, babypoppen en barbies zijn niet aan deze 7-jarige besteed.

Dinofeestje Bloem

Uit het cadeaupakket kwam een prachtige Romeinse arena van playmobil, een coole Hot Wheels-baan en een boek van Dolfje Weerwolfje.

En de dino’s? Die gingen na afloop tevreden naar huis. 

 

Prinses op de erwt

Een week geleden is het Sinterklaas en zijn pieten – ondanks navigatieproblemen door mysterieuze mistbanken, een zoekgeraakte schimmel en meer van dat soort dingen – toch weer gelukt in het Pietenhuis aan te komen.

En ondanks Sinterklaas’ zoekgeraakte ring en verloren hunebedstenen, is het de Pieten toch weer gelukt om Bloems schoen te vullen. Ze stormt meteen op me af als ik de kamer in loop om het te vertellen. En ze heeft zelfs een kruidnootje voor mij bewaard. Ik vermoed dat ik dat vooral te danken heb aan het voorbeeld van Lune. Zo makkelijk als Lune deelt, zo moeilijk vindt Bloem dat nog. Maar als haar grote zus iets doet, is ze er als de kippen bij om het na te doen.

‘s Middags zijn we voor het vijftigjarig huwelijk van mijn schoonouders uitgenodigd voor een rondleiding door het Eschermuseum. Lune ziet haar kans schoon en gaat snel met de groep mee waar haar volwassen achter-achternichtjes bij staan. En waar haar ouders en zusje níet bij staan.

Bloem heeft het niet eens in de gaten. Die is veel te druk met haar vier jaar oudere neefje in de weer. Ze staan vooraan bij alle schilderijen en hebben een levendige conversatie met de rondleidster, die ze voor broer en zusje aanziet.

Aan het eind van de rondleiding ontmoeten we ook de andere groep weer. Plotseling trekt Bloem haar schoen uit. ‘Een chocolademunt!’roept ze. Daarna peutert ze de enigszins geplette munt uit het zilverpapiertje en steekt hem – tot grote hilariteit van iedereen die eromheen staat – in haar mond.

We wisten al dat Bloem geen prinsessenmeisje is. Nu weten we dat ze al helemaal geen prinses-op-de-erwt is. Want die zou uren geleden al meteen door hebben gehad dat er iets niet klopte.

Wiebeltand

Zodra ze me ziet, zegt ze de juf gedag en rent ze op me af.
– Mama! Ik heb een wiebeltand!
– Echt waar, laat eens kijken?

En ja hoor, het is echt waar. Op weg naar huis gaan we eerst nog even boodschappen doen. Maar voor we bij de supermarkt zijn hoor ik opeens gesnik. Als ik omkijk, zie ik een nat gezichtje. Dikke tranen vallen omlaag.

– Mwamwaa! Ik wil niet dat mijn tand eruit gaat. Ik wi-hil dat deze tand blijft! Ik wi-hil geen andere tanden!
– Hé lieverd, dat is toch niet erg?
– Jawè-hel!
Ik druk haar tegen me aan en veeg een traan van haar wang.
– Maar waarom vind je het dan zo erg?
– Dan moet ik naar de tandarts en dat wi-hil ik niet.
– Ja maar, je hoeft helemaal niet naar de tandarts.
– En dan doet de tandarts er een nieuwe tand in en dan doet het heel veel pijn!
– Welnee, hoe kom je daar nou bij?! Je hoeft helemaal niet naar de tandarts. Laat eens kijken – ja, ik zie je nieuwe tand al zitten, die komt helemaal vanzelf! Als we thuis zijn kan je het zien, in de spiegel!
– ….
– Stel je voor zeg, een nieuwe tand uitzoeken bij de tandarts! En stel je voor dat je dan zelf een kleur mocht uitkiezen – en dat alle witte tanden op waren. Dat zou wel een beetje gek zijn toch?
Ja, dat is Bloem wel met me eens.
– En weet je wat, volgens mij hebben we thuis nog een boekje dat wiebeltand heet. Een boekje dat van Lune was. Dat kunnen we vanavond lezen. En dat komt nog goed uit ook, want het verhaal van Bezem hadden we net uit.

Een beetje vestopt in de kast vind ik het boekje: ‘wiebelbiebeltanden’, van Carry Slee, over kleuters in groep twee. We lezen wat er op de achterkant staat over een wiebeltand en beginnen dan bij het begin. Het gaat over een kleuter met een gebroken arm en een kukelgiechel. De schrijfster heeft zich goed in kleuters ingeleefd – of misschien heeft ze haar verhalen gebaseerd op wat ze meemaakte met haar dochters. Hoe dan ook is het een blije Bloem die ik even later instop.

– Mama,
zegt ze, als ik haar heb toegedekt,
– als mijn tand er nou uitgaat vannacht, dan ben ik bang dat ik ‘m kwijtraak.
– Dan kom je maar naar me toe en dan maak je me wakker.
– Mag dat echt?
– Ja, dat mag echt. Liever niet zomaar, want mama is niet zo gezellig als je haar ‘s nachts wakker maakt.
– Maar word je dan niet boos?
– Nee, als je tand eruit is dan word ik niet boos als je me wakker maakt.

Tien minuten later hoor ik Bloems kamerdeur opengaan en even later staat ze voor mijn neus.
– Kijk mama, mijn tand is eruit, mijn tand is eruit!
– Zo, zeg, dat ging snel! Dat is een mooie tand! Ging hij er helemaal zelf uit, of heb je er een beetje aan gezeten?
– Ik heb er een beetje aan gezeten en ik heb ook een beetje gedraaid. Kijk papa! Mijn tand is eruit!
Ook papa moet de tand bewonderen. En grote zus Lune.

– Nou, kom maar even mee naar de badkamer, dan kan je een slokje water drinken en spoelen we je tand ook even af.
– We moeten hem wel bewaren hè, mama?
– Ja, we zullen ‘m bewaren. Hij mag wel even in dit doosje, dan moeten we van de week maar kijken of we ergens een mooi doosje voor je tanden kunnen vinden.
– Vet hè mama, ik ben wel heel trots!
– Ja, dat snap ik wel! Leuk hè? Zo, nu lekker verder slapen. Welterusten!
– Welterusten mama!

Tevreden ga ik weer naar boven. Zo, denk ik. Dat drama van vanmiddag heb ik toch maar mooi om weten te buigen naar een klein feestje.

Een half uur later hoor ik Bloems kamerdeur echter weer opengaan en weer hoor ik haar de trap op komen.
– Kijk, er is nóg een tand uit!
Manlief, Lune en ik kijken Bloem verbouwereerd aan.
– Hoe kan dat nou? Je had toch maar één wiebeltand?
– Nee, deze wiebelde ook!
– En hij ging er zomaar vanzelf uit?
Enigszins bedrukt door ons gebrek aan enthousiasme geeft ze toe dat het niet helemaal vanzelf ging. Dat ze eraan zat.
Lune heeft moeite haar lachen in te houden. Ik heb vooral visioenen van een kind dat jarenlang met een tandeloze mond verder moet. Bloems lip begint te trillen.
– Maar het was ook zo moeilijk! Want het voelde zo gek!
– Ja, nou, kom maar snel mee, dan gaan we nog een keer naar de badkamer.

Voor de tweede keer sta ik met een kleuter en een losse tand in de badkamer. Een huilende kleuter dit keer.
Ze spoelt haar mond en we poetsen voorzichtig haar tanden. Voor de zekerheid voel ik één voor één haar overgebleven tanden om er zeker van te zijn dat die goed vast zitten.
– Deze zitten allemaal nog vast. Zal je er nu niet meer aanzitten?
Nee, ze zal er niet meer aanzitten. Ik geloof haar, want na het feestje van daarnet is ze nu duidelijk een beetje geschrokken.

Een paar dagen later vinden we in de stad een mooi doorzichtig doosje met blauwe klemmetjes. Het is groot genoeg voor al haar melktandjes. Dat moet ook wel – want in het tandendoosje dat ze in een babywinkel verkopen, kan maar één tandje bewaard worden. En wij weten echt niet meer welk tandje er als eerste uit was.

We leggen haar tanden op een watje in het doosje en Bloem doet het voorzichtig dicht. Dan bergen we de schat veilig op in de kast.

***
En zo ging het zes jaar geleden bij Lune (Bonkje):

Grotemensentand

 

 

Flip in museum Beelden aan Zee

Vrijdag mocht ik met Bloem mee naar huis. Bloem fietste zelf en ik zat in het mandje voorop. Dat was vet, want we gingen lekker hard en ik kon alles goed zien. Het was wel een beetje krap: ik raakte met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen.

Flip de Beer - in het fietsmandje
Wel een beetje krap: ik raak met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen!

Bij Bloem thuis hebben Bloem en ik geoefend met strikken maken. Dat kan heel goed met het touwtje van mijn broek. Als ik nog een beetje vaker oefen, dan krijg ik misschien wel een strikdiploma!

Zaterdag hebben we samen met de treinbaan gespeeld. Bloem had een hele mooie baan gemaakt. Het leek net een 8. Hij ging onder 2 bruggen door en er waren heel veel wissels. ‘s Middags moest Bloem naar zwemles, maar toen was ik een beetje moe. Daarom mocht ik lekker even een berendutje doen.

Vandaag was het de verjaardag van eh…. van de mama van de oma van Bloem. Maar die is er niet meer. Want de mama van de oma was al heel oud en toen ging ze dood. Dat was al een tijdje geleden. Maar het was natuurlijk wel verdrietig. Daarom gingen wij vandaag naar de oma van Bloem. Om haar een beetje te troosten. Bloem had een hele mooie onderwater-tekening voor haar gemaakt. Met allemaal dolfijnen en zeepaardjes en vissen met een heleboel kleuren.

Samen met Bloems oma en opa gingen we naar een museum. Het was vlakbij het strand. Binnen waren hele gekke beelden. Eén beeld was gemaakt van een fles en van die stokjes waar je je oren mee kan schoonmaken enzo. En er was een kast die in de grond zakte. En een hele gekke kar. En een groene glimjurk. Maar als je van dichtbij keek waren het allemaal groene kevers.

Flip de Beer - in het museum
Opdrachten doen in het museum

Er was ook een filmpje. Ik dacht dat het net zo zou zijn als een filmpje van mij. Of een filmpje van Moffel en Pier. Maar het was heel anders. Het was helemaal zwart wit en het was van allemaal tekeningen. Maar het bewoog wel. En er was een muziekje bij. Soms zag je bijvoorbeeld water met allemaal bootjes en dan werd het opeens iets anders. Een grasveld met bomen. Of een reuzenrad met lichtjes die gingen branden. Ik vond het maar gek. En Bloem vond het filmpje een beetje een lang. Ze kreeg er een beetje slaap van. Dat was wel grappig.

De beelden buiten het museum vond ik het leukst. Dat waren allemaal beelden van sprookjes en verhalen.

Flip de Beer - hele grote vis
O oh, er is een poppetje in het water gevallen en er komt een hele grote vis aan!

Sommige waren heeeeeeeel groot en één was heeeeeeeel hoog. Maar er waren ook allemaal piepkleine poppetjes. Eéntje lag op zijn rug in het zonnetje. Dat vond ik een goed idee. Ik ging er lekker even naast liggen.

Flip de Beer - zonnen
Lekker liggen in het zonnetje

Jammer genoeg konden we niet nog langer blijven, want anders werd het veel te laat.

Nu ga ik nog 1 nachtje bij Bloem slapen en morgen gaan we weer naar school. Dag Bloem, ik vond het bere-gezellig bij jou!

*****

  • Museum Beelden aan Zee (tentoonstelling ‘Vormidable’ – Hedendaagse Vlaamse Beeldhouwkunst 20 mei – 25 oktober 2015)
  • Sprookjesbeelden aan Zee – beelden van de Amerikaanse beeldhouwer Tom Otterness (1952) aan de boulevard van Scheveningen