Stempelen, schaatsfanaten en spijt

In de mist en de kou zit ik op de fiets naar het station.
Ik voel me net een soort dr. Jekyll/ mr. Hyde, maar dan in de gedaanten Schaatsfanaat/ mevrouw Spijt. Alhoewel mevrouw Spijt ongetwijfeld bezwaar zou maken als zij zich ervan bewust was dat ik háár de plaats van mr. Hyde gegeven heb. Niet zíj maar Schaatsfanaat is immers de gevaarlijke gek. Mevrouw Spijt denkt nu al met smart aan de thermosfles met hete thee die thuis achter is gebleven.

Over proviand maak ik me geen zorgen en Schaatsfanaat en mevrouw Spijt zijn op dat punt opvallend eensgezind. Volgens mijn berekening heb ik straks op station Hilversum voldoende tijd om etenswaar in te slaan. Helaas was me bij het maken van mijn planning wel even ontschoten dat “op tijd komen” voor de NS een rekbaar begrip is. Aangezien ik de bus – die maar één keer per uur rijdt en níet onder de vlag van de NS – graag wil halen laat ik de bananen en Snelle Jelles maar voor wat ze zijn. Bij een beetje schaatstocht zijn genoeg Koek en Zopie standjes aanwezig.

Rond half twaalf sta ik op de Kortenhoefsedijk en een half uur later ga ik op  ijs. Bij de kassa had mevrouw Spijt de overhand, dus heb ik voor de veilige 10 kilometer gekozen in plaats van de 25 kilometer.
“Veilig! Tssk! Zonder ijspriem, zonder touw en ongetraind. En op kunstschaatsen. Niemand rijdt hier op kunstschaatsen!”
“Kop dicht, Spijt!”

Ik ben er, ik ga het ècht doen. En ik ben niet eens gevallen toen ik eerst op mijn laarzen over het ijs moest lopen om een plekje op te zoeken waar ik mijn schaatsen aan kon trekken. Het leven lacht me toe.

Ik volg de rode – 10 kilometer – pijlen. Ik trek me niets aan van de schaatsers die me links en rechts passeren en concentreer me op mijn slag. Mooie, rustige slagen wil ik maken. En als ik afzet probeer ik mijn voeten van buiten naar binnen te laten bewegen. Daar heb ik nooit eerder op gelet, maar manlief wees me er pas op. Kijk, zó doen professionals dat. Ik mag dan op kunstschaatsen rijden en door iedereen worden ingehaald; stiekem droom ik ervan om al die norenrijders qua techniek te overtroeven. Niet dat het erg waarschijnlijk is dat dat ooit zal lukken, maar dromen is best aangenaam.

Drempelvrees?

Af en toe sta ik stil om de uitgestrekte plassen, de in een ijslaagje gehulde rietkragen en de geluiden van ijzers op het ijs op me in te laten werken.

Natuurijstochtenquiz. Welk type schaats hoort u?
kgh-KLIK, kgh-KLIK, kgh-KLIK. Heel goed, de combi-noor-klapschaats.

Bij de tweede stempelpost slaan de schaatsers die hebben gekozen voor de 25 kilometertocht rechtsaf. Waar ik eerst nog de indruk had als enige “maar” 10 kilometer te rijden, zie ik tot mijn verbazing dat er ook vele schaatsers linksaf gaan.

Lang voor ik er op reken, is mijn rondje al voorbij. Verbaasd kijk ik op mijn horloge. Ik heb er precies één uur over gedaan. Ik schaats naar de laatste stempelpost en neem mijn medaille in ontvangst. “Botenbouwer (dat snap ik niet? Misschien een sponsor?). Plassentocht Kortenhoef. 10 kilometer, 8-1-’09.” Als ik had geweten dat het me zó mee zou vallen had ik wel voor de 25 kilometer gekozen. Wat nu?

“Glühwein en naar huis!” roept mevrouw Spijt.
Schaatsfanaat heeft hele andere ideeën. Nog een 10 kilometer rondje? Nog twéé 10 kilometer-rondjes en dan vragen of ik de 10 kilometer medaille mag ruilen voor een 25 kilometer medaille?
“Neeeee!” gilt mevrouw Spijt.
Nee, dat zou ook wel een beetje onbevredigend zijn, want dan wil ik eigenlijk een 20 – of 30 – kilometer medaille en die zijn er niet.
Nu krijgt Schaatsfanaat een lumineus idee.

Zal ik eerst nog iets te eten en te drinken kopen bij de koek-en-zopie-tent op de ijsbaan? Ik kijk eens naar de rij en voel mijn nieuwe, groene – want vijfentwintig kilometer – kaart in mijn zak branden. Nee. Ergens halverwege misschien. En zo begin ik aan mijn tweede tocht van de dag.

Op het eerste stuk valt me op dat ik plotseling ook zelf mensen voorbij schaats. Dat ik goed warm gedraaid ben en zekerder op het ijs sta dan een uur geleden zal daar zeker een rol in spelen, maar waarschijnlijk heeft het vooral te maken met de nu en masse aantredende ééndagsschaatsers -waartoe ik mezelf overigens ook reken.  Ik zie nu af en toe ook andere mensen op kunstschaatsen en een paar kinderen.

Dat laatste is opvallend, want toen ik vanochtend startte voelde ik me erg jong als ik naar de gemiddelde leeftijd van de schaatsers om me heen keek. Best prettig overigens, want ik heb tegenwoordig vaak meer last van het tegenovergestelde gevoel.

Niet ver na de start is er een tweede koek-en-zopie standje. Ik schaats er voorbij en als een echte kenner van het gebied informeer ik enkele verward uitziende mede-toerrijders dat ze voor de eerste stempelpost nog een eindje door moeten schaatsen.

Bij de betreffende stempelpost steunt een mevrouw op het tafeltje van de stempelmeneer. Haar gezicht is een beetje vertrokken. Mijn blik glijdt even omlaag en ik constateer dat ze haar schaatsen nog aan heeft. Ik krijg mijn eerste stempel op mijn nieuwe kaart en als ik door ga, hoor ik de mevrouw nog net aan de meneer die na mij in de rij stond, vragen of hij niet toevallig dokter is. Helaas. Gelukkig zie ik een paar meter verderop twee mensen uit de toerorganisatie aankomen met een kist die alleen maar EHBO-spullen kan bevatten. Mevrouw Spijt sputtert een beetje over de gevaren van schaatsen, maar houdt zich verder koest.

Na een korte stop bij stempelpost twee volg ik dit keer de groene pijl naar rechts. Zie mij eens! Als een grote meid schaats ik mee met de echte helden. Af en toe zoeft er één voorbij. Diep gezeten, met prachtige, rustige slagen. Het gaat bikkelhard – ik probéér niet eens of ik het bij kan houden. Alleen mindere goden wil ik wel eens proberen te volgen. Links, rechts, links, rechts…. Het is nog steeds mistig, maar koud heb ik het allang niet meer. Ik beweeg en ik geniet. Geniet van het schaatsgevoel.

Omdat het nu echt de hoogste tijd is om naar bed te gaan (zeker als ik morgen heel misschien ook nog wel een toertocht wil rijden), zal ik mijn verslag op een ander moment vervolgen.
Zie Stempelen, schaatsfanaten en spijt – deel II.

Update vrijdag 9 januari: naar de Oostvaardersplassen (startpunt Kitsweg/ Knardijk) bleek met OV eigenlijk niet te doen te zijn – 82 minuten lopen vanaf halte Baronie in Lelystad. Ik heb getwijfeld over de Ankeveense Natuurplassentocht, dat is vanuit een halte in ’s Graveland “slechts” een half uur lopen. Uiteindelijk ben ik op de fiets gestapt en heb ik een rondje over het Naardermeer/ Groote Meer geschaatst (startpunt: Meerkade 3, Muiderberg). Het ijs leek op sommige plekken een beetje op een miniatuur maanlandschap, maar de grootste stukken waren prima beschaatsbaar. In tegenstelling tot gisteren scheen de zon volop. Prachtig schaatsweer en schilderachtige taferelen van zwanen in een wak vlak bij de spoorlijn. Voor de goede orde: ik ben daar níet over heen gekluund. Het meer was groot genoeg.

*****
In Kortenhoef kon vandaag – 8 januari 2009 – alleen een 10- of 25 kilometertocht worden gereden. De 40-kilometertocht was niet uitgezet. Plassentocht Kortenhoef staat ook vrijdag en zaterdag – 9 en 10 januari 2009 – op de toerschaatsagenda. Er zijn twee startpunten: de IJsbaan bij de Kattenbrug, Kortenhoefsedijk 112a en Kraaiennest, Kortenhoefsedijk 143. Koek en Zopie bij de IJsbaan en een klein stukje in de tocht, misschien ook bij Kraaiennest – daar ben ik niet geweest. Meer informatie kunt u vinden op de website van de Kortenhoefse IJsclub en de pagina over toerschaatsen op de site van de KNSB. Openbaar vervoer: bus 106 (Hilversum – Weesp) van Connexxion stopt o.a. op de Kortenhoefsedijk 116, vlakbij de IJsbaan. Gezien mijn ervaringen toen ik weer terug naar huis wilde, raad ik u aan de buschauffeur te vragen waar de bus stopt als de dijk wordt afgesloten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.