Pony

 

Vervolg op Nagellak.

Of het nu kwam doordat ik zo was afgeleid door het nagellakverhaal, of doordat mijn hersens de door mijn ogen aangeboden informatie automatisch omzetten naar het beeld dat ik verwachtte te zien, weet ik niet. Wel weet ik dat ik het pas de volgende ochtend bewust zag: een opvallend korte pluk haar aan de voorkant van Bonkjes hoofd.

Bonkjes haar is een verhaal apart. Waar je van de lengte van het haar dat bij sommige andere kinderen van zeven al is afgeknipt met gemak een slinger van minimaal een kilometer zou kunnen maken, kan je van het beetje haar die Bonkje bij de kapper is kwijtgeraakt misschien net een lintje van 10? 15? centimeter aan elkaar rijgen. De eerste drie jaar van haar leven was ze bijna kaal, maar toen ze naar de kleuterschool ging kon ik net twee pietepeuterige staartjes maken. Ik zie haar nog stralen, wat was ze trots!

Sindsdien heeft ze geduldig doorgespaard. Haar grote droom is haar tot op haar billen (net als Rapunzel), maar ik heb haar al duidelijk gemaakt dat dat er waarschijnlijk niet in zit.

‘Waarom heb je dat nou gedaan? Wilde je opeens een pony?’
Bonkje kijkt naar de grond en knikt.
‘Maar waarom heb je dat dan niet gezegd, dan konden we het aan de kapper vragen?! En wanneer heb je dat dan gedaan?’
‘In de badkamer. Met het nagelschaartje.’
‘Toen je ook je nagels had gelakt?
‘Ja.’
‘Waarom wilde je opeens een pony? Ken je iemand die een pony heeft?’
‘Ja.’
‘Wie dan?’
‘Weet ik niet meer.’
Ik probeer te bedenken of één van haar hartsvriendinnen een pony heeft, maar ik geloof het niet.
‘Een paar jongens in de klas hebben een pony.’
‘Oh?’
Ik neem me voor de klassenfoto nog eens goed te bestuderen – ik ben wel nieuwsgierig welke jongens zo’n indruk op mijn dochter hebben gemaakt dat ze opeens ook een pony wilde.

’s Middags haal ik haar uit school.
‘Ik heb de kapper gebeld, daar gaan we zo eerst even naar toe. Dan kan die kijken wat we het beste kunnen doen en of we een pony bij je kunnen laten knippen.’
‘Ik wil geen pony!’
‘Nee?’
‘Nee! En ik wil niet naar de kapper!’
‘Dan heb je pech, want we gaan. En je hoeft niet zo boos tegen mij te doen – ík heb je haar niet afgeknipt’
‘Mmm!’
Boos kijkt ze de andere kant op. Ik had duidelijk niet tegen de kapper mogen zeggen dat ze zelf haar haar had afgeknipt.

‘Wat is je haar hard gegroeid, meid! De laatste keer dat ik je zag was het nog een stuk korter.’
Een betere openingszin had de kapper niet kunnen bedenken. Bonkje ontdooit zichtbaar en wrijft een lok haar uit haar gezicht.
‘Ik zou geen pony knippen bij haar – ze haalt het nu al uit haar ogen.’
‘En dat plukje?’
‘Niets aan doen, dat is het beste, anders wordt het alleen maar erger.’
De kapper knipt alleen de puntjes aan de achterkant bij. Bonkje zit muisstil – een hele prestatie – en mag na afloop een snoepje uitzoeken.

Ik weet niet wat voor verrassingen ze nog meer voor ons in petto heeft, maar ik denk dat ze dít in ieder geval niet snel weer zal doen.

3 gedachten over “Pony”

  1. O argh… volgens mij doet elk kind dat wel eens, in eigen (of anderkinds) haar knippen… maar wat zónde…

    Het groeit weer aan, gelukkig. En pony’s, praat me er niet van. Drama’s. Ben blij dat dochter en ik er nu af zijn. Nu zoon nog (-;

  2. Linde is juist wel aan de pony, ander wordt een een knoeiboel en knipje moet ze niet. Maar het staat wel schattig bij zo’n kleintje. Jammer, ik wilde altijd een dochter met zo’n schuin knipje aan een kant. Misschien Jasmijn straks….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.