Improviseren

Het is vrijdagmiddag, 15:25 uur. Bloem is haar judopak aan het aantrekken. Over vijf minuten moeten we weg. Eerst een vriendje thuisbrengen, daarna door naar de judoles.

‘Mam! Je bent vergeten mijn blauwe slip erop te naaien!

Argh! Straal vergeten – vorige week heeft ze haar tweede judo-examen gedaan en na de oranje slip heeft ze nu een blauwe verdiend. De meester riep na het examen al dat de mama’s en de papa’s de slippen er meteen op moesten naaien, maar hij riep ook dat de judoka’s mochten kiezen wat ze wilden eten. Nu roept de meester wel meer en hadden we dit best kunnen negeren – maar vooruit, Bloem keek zo blij. Dus aten wij die avond pannenkoeken en daarna had ik geen zin meer in naaiwerkjes.

‘O, wat stom, dat ben ik helemaal vergeten, sorry lieverd!’
‘Mam, naai hem erop!’
‘Dat lukt echt niet in vijf minuten.’
‘Ja maar ma-ham, dat vind ik niet leuk, ik wil hem er heel graag op!’
‘Nou, als je ‘m er dan perse op wil – ik kan hem er wel op líjmen.’

Ik pak de Bison Kit uit de trapkast en smeer band en slip afzonderlijk in. Nadat ik dat heb gedaan realiseer ik me dat ik ben vergeten eerst de rafelrandjes van de slip weg te branden, zoals de judoleraar me heeft geleerd.

Rafelrandjes wegbranden van slip met lijm blijkt een spectaculair woesj-effect op te leveren. Gelukkig kan ik de vlam snel weer uitslaan, hebben de kinderen niets gezien en is de slip nog steeds blauw. Dat valt me alleszins mee. Nadat ik beide kanten nog even heb laten drogen, plak ik ze op elkaar.

‘Kijk Bloem: klaar!’    
Bloem en haar vriendje knijpen hun neus dicht.
‘Blgh! Het stinkt’
Ik moet toegeven dat het inderdaad stinkt. En aan de achterkant van de eerst nog witte band schijnen de lijmsporen heen. Misschien was dit toch niet zo’n goed idee. Maar ja, daar doe ik nu niets meer aan.
‘Nou ja, dan hoef ze minder lang in de houtgreep te houden moet je maar denken!’ zeg ik overdreven opgewekt.
Tot mijn opluchting accepteert Bloem het en kunnen we zonder verdere problemen de deur uit.

De week erop blijkt dat de lijm nog een ander ongewenst effect heeft: de band is op de plek van de blauwe slip knalhard. Ik hoop dat ze snel haar gele band haalt…..

Babyborn

– Wat zou je het liefst voor je verjaardag krijgen?
– Dat jullie me me zijn drieën naar bed brengen. En dat jullie de hele dag geen andere taal praten.

Bloem heeft al best veel speelgoed en heeft niet één hele grote hartenwens op speelgoedgebied. Nou ja, diep in haar hart misschien een stoerdere (jongens)fiets, of een Nintendo. Maar ze weet dat ze die toch niet krijgt, want een fiets heeft ze al en we vinden haar nog te jong voor een spelcomputer.

Ze is wel heel stellig over haar feestje. Ze weet precies wie ze wil uitnodigen (uiteraard zijn het weer allemaal jongens) en ze weet ook wat ze wil doen.

Toen ze 5 werd, hebben we voor haar en haar vriendjes thuis een superheldenfeestje georganiseerd. Dat was een groot succes. Vorig jaar gingen ze met zijn allen op Pietensurvival. Dat was ook heel leuk. Vooral de onderdelen waarbij ze heel vies werden, vielen in de smaak. Manlief en ik vonden het ook een bijzonder geslaagd feestje, want wij mochten Survivalpiet niet assisteren. Integendeel, wij werden met een kop cappuccino ‘verbannen’ naar de zithoek met open haard op het terras: ongekende luxe!

Maar hoe leuk dat ook was, dit jaar moeten manlief en ik echt weer aan de bak. Want Bloem weet het heel zeker.
– Mam, dit jaar doen we gewoon weer een feestje thuis!
Dus ‘doen we gewoon weer’ een feestje in en om huis. Bloem wil graag een ‘dino’s die in auto’s rijden’-feestje, maar het lijkt ons beter om het een beetje in te perken. Dus wordt het een dinofeestje. Met onderdelen waarin ze als paleontologen aan de slag gaan – en onderdelen waarin ze dino’s zijn. Zonder auto’s. Manlief en ik zijn een hele tijd zoet met alle voorbereidingen en ook op de dag zelf is het hard werken. Gelukkig krijgen we assistentie van Lune, die af en toe foto’s komt maken, een deskundig oordeel uitspreekt over de ingekleurde dino-t-shirts en frites haalt terwijl wij buiten in de schemering de laatste spelletjes doen.

Maar voor we aan de spelletjes kunnen beginnen, moet er natuurlijk gezongen worden en moeten er cadeautjes worden uitgepakt. Dit jaar zijn het niet allemaal kleine cadeautjes, maar is het een cadeaupakket van al haar vrienden samen. Het is feestelijk ingepakt in doorzichtig folie met linten en ballonnen in verschillende kleuren. Oe, wat spannend, wat zou erin zitten?

Dan zegt één van Bloems vriendjes:
– Straks is het een Babyborn!
Dat vinden ze allemaal hilarisch – ze komen bijna niet meer bij van het lachen.
– Haha, wie wil er nou een Babyborn!

Ik moet ook lachen. Nee, babypoppen en barbies zijn niet aan deze 7-jarige besteed.

Dinofeestje Bloem

Uit het cadeaupakket kwam een prachtige Romeinse arena van playmobil, een coole Hot Wheels-baan en een boek van Dolfje Weerwolfje.

En de dino’s? Die gingen na afloop tevreden naar huis. 

 

Prinses op de erwt

Een week geleden is het Sinterklaas en zijn pieten – ondanks navigatieproblemen door mysterieuze mistbanken, een zoekgeraakte schimmel en meer van dat soort dingen – toch weer gelukt in het Pietenhuis aan te komen.

En ondanks Sinterklaas’ zoekgeraakte ring en verloren hunebedstenen, is het de Pieten toch weer gelukt om Bloems schoen te vullen. Ze stormt meteen op me af als ik de kamer in loop om het te vertellen. En ze heeft zelfs een kruidnootje voor mij bewaard. Ik vermoed dat ik dat vooral te danken heb aan het voorbeeld van Lune. Zo makkelijk als Lune deelt, zo moeilijk vindt Bloem dat nog. Maar als haar grote zus iets doet, is ze er als de kippen bij om het na te doen.

‘s Middags zijn we voor het vijftigjarig huwelijk van mijn schoonouders uitgenodigd voor een rondleiding door het Eschermuseum. Lune ziet haar kans schoon en gaat snel met de groep mee waar haar volwassen achter-achternichtjes bij staan. En waar haar ouders en zusje níet bij staan.

Bloem heeft het niet eens in de gaten. Die is veel te druk met haar vier jaar oudere neefje in de weer. Ze staan vooraan bij alle schilderijen en hebben een levendige conversatie met de rondleidster, die ze voor broer en zusje aanziet.

Aan het eind van de rondleiding ontmoeten we ook de andere groep weer. Plotseling trekt Bloem haar schoen uit. ‘Een chocolademunt!’roept ze. Daarna peutert ze de enigszins geplette munt uit het zilverpapiertje en steekt hem – tot grote hilariteit van iedereen die eromheen staat – in haar mond.

We wisten al dat Bloem geen prinsessenmeisje is. Nu weten we dat ze al helemaal geen prinses-op-de-erwt is. Want die zou uren geleden al meteen door hebben gehad dat er iets niet klopte.

Wiebeltand

Zodra ze me ziet, zegt ze de juf gedag en rent ze op me af.
– Mama! Ik heb een wiebeltand!
– Echt waar, laat eens kijken?

En ja hoor, het is echt waar. Op weg naar huis gaan we eerst nog even boodschappen doen. Maar voor we bij de supermarkt zijn hoor ik opeens gesnik. Als ik omkijk, zie ik een nat gezichtje. Dikke tranen vallen omlaag.

– Mwamwaa! Ik wil niet dat mijn tand eruit gaat. Ik wi-hil dat deze tand blijft! Ik wi-hil geen andere tanden!
– Hé lieverd, dat is toch niet erg?
– Jawè-hel!
Ik druk haar tegen me aan en veeg een traan van haar wang.
– Maar waarom vind je het dan zo erg?
– Dan moet ik naar de tandarts en dat wi-hil ik niet.
– Ja maar, je hoeft helemaal niet naar de tandarts.
– En dan doet de tandarts er een nieuwe tand in en dan doet het heel veel pijn!
– Welnee, hoe kom je daar nou bij?! Je hoeft helemaal niet naar de tandarts. Laat eens kijken – ja, ik zie je nieuwe tand al zitten, die komt helemaal vanzelf! Als we thuis zijn kan je het zien, in de spiegel!
– ….
– Stel je voor zeg, een nieuwe tand uitzoeken bij de tandarts! En stel je voor dat je dan zelf een kleur mocht uitkiezen – en dat alle witte tanden op waren. Dat zou wel een beetje gek zijn toch?
Ja, dat is Bloem wel met me eens.
– En weet je wat, volgens mij hebben we thuis nog een boekje dat wiebeltand heet. Een boekje dat van Lune was. Dat kunnen we vanavond lezen. En dat komt nog goed uit ook, want het verhaal van Bezem hadden we net uit.

Een beetje vestopt in de kast vind ik het boekje: ‘wiebelbiebeltanden’, van Carry Slee, over kleuters in groep twee. We lezen wat er op de achterkant staat over een wiebeltand en beginnen dan bij het begin. Het gaat over een kleuter met een gebroken arm en een kukelgiechel. De schrijfster heeft zich goed in kleuters ingeleefd – of misschien heeft ze haar verhalen gebaseerd op wat ze meemaakte met haar dochters. Hoe dan ook is het een blije Bloem die ik even later instop.

– Mama,
zegt ze, als ik haar heb toegedekt,
– als mijn tand er nou uitgaat vannacht, dan ben ik bang dat ik ‘m kwijtraak.
– Dan kom je maar naar me toe en dan maak je me wakker.
– Mag dat echt?
– Ja, dat mag echt. Liever niet zomaar, want mama is niet zo gezellig als je haar ‘s nachts wakker maakt.
– Maar word je dan niet boos?
– Nee, als je tand eruit is dan word ik niet boos als je me wakker maakt.

Tien minuten later hoor ik Bloems kamerdeur opengaan en even later staat ze voor mijn neus.
– Kijk mama, mijn tand is eruit, mijn tand is eruit!
– Zo, zeg, dat ging snel! Dat is een mooie tand! Ging hij er helemaal zelf uit, of heb je er een beetje aan gezeten?
– Ik heb er een beetje aan gezeten en ik heb ook een beetje gedraaid. Kijk papa! Mijn tand is eruit!
Ook papa moet de tand bewonderen. En grote zus Lune.

– Nou, kom maar even mee naar de badkamer, dan kan je een slokje water drinken en spoelen we je tand ook even af.
– We moeten hem wel bewaren hè, mama?
– Ja, we zullen ‘m bewaren. Hij mag wel even in dit doosje, dan moeten we van de week maar kijken of we ergens een mooi doosje voor je tanden kunnen vinden.
– Vet hè mama, ik ben wel heel trots!
– Ja, dat snap ik wel! Leuk hè? Zo, nu lekker verder slapen. Welterusten!
– Welterusten mama!

Tevreden ga ik weer naar boven. Zo, denk ik. Dat drama van vanmiddag heb ik toch maar mooi om weten te buigen naar een klein feestje.

Een half uur later hoor ik Bloems kamerdeur echter weer opengaan en weer hoor ik haar de trap op komen.
– Kijk, er is nóg een tand uit!
Manlief, Lune en ik kijken Bloem verbouwereerd aan.
– Hoe kan dat nou? Je had toch maar één wiebeltand?
– Nee, deze wiebelde ook!
– En hij ging er zomaar vanzelf uit?
Enigszins bedrukt door ons gebrek aan enthousiasme geeft ze toe dat het niet helemaal vanzelf ging. Dat ze eraan zat.
Lune heeft moeite haar lachen in te houden. Ik heb vooral visioenen van een kind dat jarenlang met een tandeloze mond verder moet. Bloems lip begint te trillen.
– Maar het was ook zo moeilijk! Want het voelde zo gek!
– Ja, nou, kom maar snel mee, dan gaan we nog een keer naar de badkamer.

Voor de tweede keer sta ik met een kleuter en een losse tand in de badkamer. Een huilende kleuter dit keer.
Ze spoelt haar mond en we poetsen voorzichtig haar tanden. Voor de zekerheid voel ik één voor één haar overgebleven tanden om er zeker van te zijn dat die goed vast zitten.
– Deze zitten allemaal nog vast. Zal je er nu niet meer aanzitten?
Nee, ze zal er niet meer aanzitten. Ik geloof haar, want na het feestje van daarnet is ze nu duidelijk een beetje geschrokken.

Een paar dagen later vinden we in de stad een mooi doorzichtig doosje met blauwe klemmetjes. Het is groot genoeg voor al haar melktandjes. Dat moet ook wel – want in het tandendoosje dat ze in een babywinkel verkopen, kan maar één tandje bewaard worden. En wij weten echt niet meer welk tandje er als eerste uit was.

We leggen haar tanden op een watje in het doosje en Bloem doet het voorzichtig dicht. Dan bergen we de schat veilig op in de kast.

***
En zo ging het zes jaar geleden bij Lune (Bonkje):

Grotemensentand

 

 

Flip in museum Beelden aan Zee

Vrijdag mocht ik met Bloem mee naar huis. Bloem fietste zelf en ik zat in het mandje voorop. Dat was vet, want we gingen lekker hard en ik kon alles goed zien. Het was wel een beetje krap: ik raakte met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen.

Flip de Beer - in het fietsmandje
Wel een beetje krap: ik raak met mijn neus mijn poten zowat aan. Gelukkig kan ik heel goed buigen!

Bij Bloem thuis hebben Bloem en ik geoefend met strikken maken. Dat kan heel goed met het touwtje van mijn broek. Als ik nog een beetje vaker oefen, dan krijg ik misschien wel een strikdiploma!

Zaterdag hebben we samen met de treinbaan gespeeld. Bloem had een hele mooie baan gemaakt. Het leek net een 8. Hij ging onder 2 bruggen door en er waren heel veel wissels. ‘s Middags moest Bloem naar zwemles, maar toen was ik een beetje moe. Daarom mocht ik lekker even een berendutje doen.

Vandaag was het de verjaardag van eh…. van de mama van de oma van Bloem. Maar die is er niet meer. Want de mama van de oma was al heel oud en toen ging ze dood. Dat was al een tijdje geleden. Maar het was natuurlijk wel verdrietig. Daarom gingen wij vandaag naar de oma van Bloem. Om haar een beetje te troosten. Bloem had een hele mooie onderwater-tekening voor haar gemaakt. Met allemaal dolfijnen en zeepaardjes en vissen met een heleboel kleuren.

Samen met Bloems oma en opa gingen we naar een museum. Het was vlakbij het strand. Binnen waren hele gekke beelden. Eén beeld was gemaakt van een fles en van die stokjes waar je je oren mee kan schoonmaken enzo. En er was een kast die in de grond zakte. En een hele gekke kar. En een groene glimjurk. Maar als je van dichtbij keek waren het allemaal groene kevers.

Flip de Beer - in het museum
Opdrachten doen in het museum

Er was ook een filmpje. Ik dacht dat het net zo zou zijn als een filmpje van mij. Of een filmpje van Moffel en Pier. Maar het was heel anders. Het was helemaal zwart wit en het was van allemaal tekeningen. Maar het bewoog wel. En er was een muziekje bij. Soms zag je bijvoorbeeld water met allemaal bootjes en dan werd het opeens iets anders. Een grasveld met bomen. Of een reuzenrad met lichtjes die gingen branden. Ik vond het maar gek. En Bloem vond het filmpje een beetje een lang. Ze kreeg er een beetje slaap van. Dat was wel grappig.

De beelden buiten het museum vond ik het leukst. Dat waren allemaal beelden van sprookjes en verhalen.

Flip de Beer - hele grote vis
O oh, er is een poppetje in het water gevallen en er komt een hele grote vis aan!

Sommige waren heeeeeeeel groot en één was heeeeeeeel hoog. Maar er waren ook allemaal piepkleine poppetjes. Eéntje lag op zijn rug in het zonnetje. Dat vond ik een goed idee. Ik ging er lekker even naast liggen.

Flip de Beer - zonnen
Lekker liggen in het zonnetje

Jammer genoeg konden we niet nog langer blijven, want anders werd het veel te laat.

Nu ga ik nog 1 nachtje bij Bloem slapen en morgen gaan we weer naar school. Dag Bloem, ik vond het bere-gezellig bij jou!

*****

  • Museum Beelden aan Zee (tentoonstelling ‘Vormidable’ – Hedendaagse Vlaamse Beeldhouwkunst 20 mei – 25 oktober 2015)
  • Sprookjesbeelden aan Zee – beelden van de Amerikaanse beeldhouwer Tom Otterness (1952) aan de boulevard van Scheveningen

Flip en Flap

Vrijdag zou ik bij Bloem gaan logeren en daar had ze zich al heel lang op verheugd. Maar Bloem was ziek en kon niet naar school. Dat was wel heel verdrietig, maar gelukkig bedacht juf Emmy dat Bloems grote zus Lune mij wel mee kon nemen.

Flip in zijn bloteberenvel
Brrr! Koud! Dat ben ik niet meer gewend, in mijn blote-berenvel!

Wat was Bloem blij toen ze me zag! En ik was ook blij want het is altijd fijn als je iemand kan troosten en aan het lachen kan maken. En ik ben ook heel goed tegen ziek zijn, want zaterdag had Bloem geen koorts meer en voelde ze zich weer veel beter!

Bloem is pas vijf geworden en toen heeft ze Flap gekregen van haar opa. Flap is een piraat en hij heeft me heel veel geleerd over piraten. Ik heb ook heel goed geluisterd naar de verhalen in de piratenboeken van Bloem.

Dus weet ik nu dat ik altijd met de wind mee moet plassen als ik op een piratenschip ben, anders worden mijn voeten nat. En ik weet ook dat piraten soms niet kunnen zwemmen en bang zijn om zich te wassen. Bah, dat gaat toch heel erg stinken, als je je nooit wast? En het is toch ook niet handig als je niet kan zwemmen?

Flap en Flip lezen een piratenverhaal
Flap leert Flip alles over piraten

Gelukkig zit Bloem op zwemles. En ik mocht mee. Jammer genoeg was Bloems papa vergeten dat ik er bij was, dus toen kon ik het niet zien omdat ik nog in de tas zat in de kleedkamer.

Flap houdt niet zo van water en daarom heb ik hem verteld dat de wasmachine helemaal niet zo eng is en dat je dan weer lekker schoon wordt. Het is wel jammer dat ik nooit meer met de grotere kinderen mee ga, want ik zou best wel eens een werkstuk willen maken over wasmachines. Daar weet ik heeeeel veel vanaf.

Flip helpt Flap over zijn wasmachinefobie heen
Zie je wel, daar is niks engs aan!

Vannacht mag ik met Flap bij Bloem onder haar nieuwe dekbed slapen, van Planes. Daar staan allemaal stoere brandblusvliegtuigen op. Poehee, nu voel ik me extra veilig en het is ook heel lekker warm.

Morgen gaan we weer naar school. Wat jammer dat het weekend alweer voorbij is. Maar volgende week mag ik weer ergens anders logeren. Eigenlijk ben ik wel een echte bofbeer, dat ik bij zoveel lieve kinderen mag logeren. Krijg ik nu ook een sticker?

Slaap lekker lieve Bloem, tot een volgende keer!

Flip

 

Zwartepietenhysterie

Op 15 oktober stonden in het NRC deze afbeeldingen onder elkaar.
‘Zwarte Piet!’ riep mijn kleuterdochter enthousiast. Zo simpel is het dus…

Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014
Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014

….of: zo simpel zou het kunnen zijn.

Toen ik voor het eerst iets las over de bezwaren die tegen Zwarte Piet werden opgeworpen, vond ik het een beetje flauwekul. Mijn voornaamste associatie was die met een buurvrouw van vroeger, die altijd voor het raam zat, zich stoorde aan alles wat ze door dat raam zag en consequent overal over zeurde en klaagde. Mens, erger je niet! Maar vanuit de positie van iemand die alleen positieve herinneringen aan het sinterklaasfeest heeft en nooit met discriminatie te maken heeft gehad, is dat wel erg makkelijk geredeneerd.

Aan de andere kant snapte ik de enorme ophef over de door de NTR/ het Sinterklaasjournaal in het leven geroepen regeboogpieten in 2006 al evenmin.

De hele zwartepietendiscussie neemt steeds hysterischer vormen aan en ik word een beetje zwartepietenmoe. Wat mij betreft wordt het een bonte pietenverzameling. Zwart, wit, gekleurd, man, vrouw – voor ieder wat wils. Niet alléén maar zus of alléén maar zo, maar een beetje geven en nemen, zoals kinderen op de kleuterschool al leren.

Ik ben echter bang dat op dit moment geen enkele oplossing goed genoeg is voor de strijdende kampen.

Afgelopen week las ik dat actiegroep “Pro Zwarte Piet” bij de landelijke intocht van Sinterklaas in Gouda, uit protest tegen de wafel- en kaaspieten (die door de gemeente waren bedacht om tegemoet te komen aan de tegenstanders van Zwarte Piet) zoveel mogelijk kinderen zwart gaat schminken. Volgens de actiegroep, die het “zo onschuldig en vreedzaam mogelijk” wil houden, “een ludieke actie (…) Het is tenslotte een kinderfeest en kinderen moeten het naar hun zin hebben op deze dag.”

Wacht even – ludieke actie? Onschuldig en vreedzaam? Ben ik de enige op wie het eerder overkomt als de volgende stap in een steeds bloediger loopgravenoorlog?

Ik kijk nog eens naar mijn kleuterdochter, die nergens last van heeft. Zwarte Piet, Stroopwafelpiet, Kaaspiet – wat haar betreft is het één pot nat. En feest, vooral feest.  Ik hoop dat dat zo blijft als ze straks beelden ziet van de intocht.

Voetbalschoen

Terwijl de verkoper Lune helpt bij het passen van nieuwe balletschoentjes en gymschoenen – ze is uit haar oude paren gegroeid – valt mijn oog plotseling op Bloem. Ze staat helemaal verlekkerd te kijken naar een blauwe kindervoetbalschoen (precies zo één als op het plaatje). Ze heeft ‘m precies naast haar laars gezet.

Blauwe voetbalschoen met drie witte strepen

Kijk mama, deze past wel! Die kan ik aan als ik ga voetballen!
O – en mama, ze hebben hier ook hele kleine hockeysticks!

We zullen zien – eerst maar eens op zwemles…

Flip de Beer wil naar de maan en bakt appeltaart

Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de Beer. Ik logeerde bij Bloem deze keer.

Eerst waren we nog op school, toen mocht ik bij Bloem op schoot. Ik zit graag op schoot, maar Bloem hield me per ongeluk vast aan mijn nek, dus toen kreeg ik het wel een beetje benauwd. Dus piepte ik: Bloe-hoem! wil je me om mijn middel vasthouden?

En…oepsie! Ik had mijn nieuwe pyama nog aan. Dat kwam omdat ik er zó blij mee ben, dat ik helemaal vergeten was iets anders aan te doen.

Het regende heel hard toen we uit school kwamen dus ik was blij dat Bloems mama ons met de auto kwam halen. Daar zag ik wel iets vreemds: een fiets?! In de auto? Even later snapte ik waarom: de fiets was stuk, dus gingen we naar de fietsenmaker. Daar zag ik héél veel fietsen. Er hingen zelfs fietsen aan het plafond!

Voor we gingen slapen kwam Bloems grote zus Lune ons nog even een knuffel geven. Dat was heel leuk, want ik heb ook bij Lune gelogeerd toen die nog veel kleiner was!
Daarna mocht ik onder een fijn zacht dekentje aan het voeteneinde van Bloems bed slapen. Als Bloem met haar voeten wiebelde, kietelde dat wel een beetje aan mijn billen!

Zaterdag hebben we gespeeld met de auto’s en de ridders. Daarna gingen we met Bloems papa en Lune mee naar de bibliotheek.

Lunes fiets was nog bij de fietsenmaker, dus fietste ze op een heel gek fietsje met hele kleine banden maar een heel hoog zadel en heel hoog stuur. En toen we terugkwamen vouwde Bloems papa de fiets op. Een vouwfiets, haha! Ik kan alleen papieren vliegtuigjes vouwen!

Bij de bieb leenden we een boek over astronautje André. Ik zou best ook eens in een raket naar de maan willen, jullie ook? Op de maan kan je heel hoog springen.

Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan
Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan

Vandaag kleedden we ons vroeg aan, want Lune moest dansen in een balletvoorstelling en moest de hele dag in het theater zijn.

Bloem en ik mochten een appeltaart bakken, want ‘s middags kwamen Bloems opa’s en oma’s. De hond van Bloems opa & oma kwam ook mee. Hij was heel lief maar wel een beetje druk en ik ben zijn naam vergeten.

Nu gaan we naar bed. Morgen gaan we weer naar school. Slaap lekker lieve Bloem, tot een volgende keer!

Flip