Teloorgang van de roe

november/december 2008

“Was het leuk op school?”
“We zijn naar Sinterklaas geweest, bij de stippen!”
“Bij de stippen?”
“Ja! Waar we eerst waren geweest! Met de stíppen.”

Pas na een minuut of tien snap ik wat Bonkje bedoelt met de stippen. In een museum hier vlakbij is letterlijk een wandelroute uitgestippeld. Toen wij er waren in de zomer, had Bonkje de verantwoordelijke taak om ons van stip naar stip te leiden.

Nu is ze met de juf en haar klasgenootjes weer naar het museum geweest
“We moesten heel zachtjes doen.”
“Oh?”
“Ja, want Sinterklaas was een beetje slaperig.”

Ik kan het nog steeds niet helemaal volgen. Misschien komt het mede doordat ik me afvraag of ze geen verschil heeft opgemerkt met de Sinterklaasjournaal-Sint. En of ze het niet vreemd vindt dat hij niet in Het Grote Pietenhuis slaapt.
“Slaperig?”
Tsjongejonge, wat een domme mama ben ik toch. Sinterklaas was natuurlijk zo slaperig omdat hij ’s nachts met zijn trouwe beestje de daken op was geweest!
Bonkje vind het allemaal heel vanzelfsprekend. Er is echter één ding waar ze niet goed over uit kan.
“Sinterklaas zei dat hij geen roe meer had, omdat er alleen nog maar lieve kinderen zijn.”
“Zei Sinterklaas dat?”
“Ja, maar ik vind het wel een beetje gek, want ik ben wel eens stout.”
Ze zegt het een beetje vertwijfeld. Stel je voor dat Sinterklaas denkt dat ze heel lief is, maar er achter komt dat ze toch wel eens stout is, oei!
Gelukkig ben ik inmiddels aardig getraind in improviseren op dit soort momenten.
“Weet je wat ik denk”, zeg ik, “Ik denk dat Sinterklaas bedoelde dat je veel vaker lief bent, dan stout.”

Dat is een verklaring waar Bonkje mee kan leven. Ze knikt instemmend – ja, dát is waar – ze is vaker lief dan stout. Nu kan ze gelukkig met gerust hart haar schoen weer zetten.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan

Zomerfeest

juni 2008

Bij Bonkje op school wordt ieder jaar een zomerfeest georganiseerd, zo ook nu. Tijdens het feest voeren alle drie de kleuterklassen een dansje op. Voor dit dansje hebben ze al diverse keren driftig geoefend onder de bezielende leiding van drie “grote” meisjes uit groep zeven.

Bonkje laat me thuis elke dag zien wat ze hebben geleerd.
“Kijk mama! Ik ken het dansje al heel goed, het gaat zó!”
En het dansje heeft in ieder geval elke dag dezelfde opening. Alleen het middengedeelte en het slot, daarover twijfelt Bonkje nog wel eens.

Vrijdag is het dan eindelijk zover.
Eén van de grote meisjes komt enthousiast op Bonkje afgestormd, tilt haar op en sjouwt haar mee naar de plek waar het allemaal gaat gebeuren.

Zouden de grote meisjes na het optreden nog steeds juf willen worden?
Schooltje spelen met poppen of knuffels is toch anders dan juf zijn van echte kleuters. Zeker als het er héél veel zijn. En als dan de muziek ook nog hapert…..

De groep-zeven-meisjes zetten alle kleuters netjes klaar. In een rijtje. Of een kringetje.
Of aan de kant omdat ze niet in het eerste groepje aan de beurt zijn.
En de kleuters vinden het reuze spannend allemaal.
Maar wat is er nu toch met die muziekinstallatie aan de hand? Even kijken hoor!
En het is natuurlijk ook wel belangrijk om te weten waar je papa en mama staan.
En als iemand een grapje maakt dan moet jij wel laten horen dat jij óók heel goed grapjes kan maken!

De groep-zeven-meisjes proberen alles in goede banen te leiden en sjouwen onvermoeibaar met kleuters heen en weer totdat ze allemaal weer op de juiste plek staan.

Eén van Bonkjes vriendinnetjes zoekt ondertussen dekking achter de benen van haar mama. Ze wil niet meer mee doen.
Twee jongetjes krijgen ruzie en moeten uit elkaar worden gehaald.
Eén jongetje is heel boos. Al gauw maakt zijn boosheid echter plaats voor verontwaardigde tranen. Terwijl de andere kleuters om hem heen met het dansje beginnen – of liever gezegd met een dansje – begint hij hartverscheurend te brullen.
Het is net een stomme film, want de muziek doet het nu wel en de volumeknop is volledig opengedraaid. Je ziet hem brullen, maar je hoort hem niet.

Helaas zie ik van alles, maar geen Bonkje, want er staat een andere mama voor.
Toch ben ik hartstikke trots. Want Bonkje maakt in ieder geval géén ruzie, huilt niet en doet vrolijk mee. Hoop ik.

En ja, na afloop komt Bonkje stralend op ons afgerend.
Heel goed gedaan meis, knap hoor!

Vlindertjes

Toen Bonkje bijna drie was namen we haar voor het eerst mee op vakantie. Strandvakantie wel te verstaan. Dát was even wennen, want wij zijn eigenlijk niet van die strandgangers.

Afgelopen zomer namen we haar voor de tweede keer mee. Speciaal voor Bonkje hadden we een appartement geboekt met zwembad en er was ook een strand op 12 kilometer afstand. Dit keer hadden we echter een bestemming gekozen waarvandaan we iets meer excursies konden ondernemen, zodat er voor ieder wat wils was.

En Bonkje wil héél graag nog eens terug naar Turkije.
Zo geweldig, al die antieke resten!
…niet?
Oh ja, dat was ook best leuk hoor – in oude theaters kun je lekker hoog klimmen, maar hét grote succes was toch wel het zwembad!

In Bonkjes belevingswereld waren er tot een paar maanden terug namelijk alléén in Turkije zwembaden. We waren hier nog nooit met haar naar het zwembad geweest. Als baby en peuter had ze om de haverklap oorontsteking dus zwemmen was niet zo’n goed idee.

Maar nu moest het er toch maar eens van komen.
Een hele dag binnen zitten met Bonkje terwijl je geen puf en zin hebt om continu spelletjes te doen, mee te knutselen etcetera is vragen om strijd. En op zondagochtend is het zwembad speciaal bestemd voor “familiezwemmen”.

Na het ontbijt gaan we op zoek naar Bonkjes “Vlindertjes”, die we na de zomervakantie niet meer gebruikt hebben. Gelukkig hebben we ze snel gevonden.

“Mama, waarom blaas je ze op?”
“O, gewoon, daar heb ik zin in”
“We moeten weer eens naar het strand gaan hè?”
“Nou, daar is het nu (begin januari) veel te koud voor hoor!”
…. dat is jammer….

Bonkje is dan ook helemaal verrukt als er niet ver van ons vandaan een zwembad blijkt te zijn, waar je ook in de winter kunt zwemmen. Hoera!

Badpakje aan, vlindertjes om haar armen, vlindertjes in haar buik.
De feestvreugde ie helmaal compleet als we in het zwembad ook klasgenootje – en vriendinnetje – Epke nog tegen komen.

Helemaal door het dolle spartelen Bonkje en Epke elkaar achterna in het water. En als Epke van de kant af springt wil Bonkje dat natuurlijk ook. Niet één keer, nee, wel tien keer – wat zeg ik? twintig keer!
Epke springt helemaal alleen in het water. In de zomer deed Bonkje dat uiteindelijk ook, maar zover is ze nu nog niet. Dus vangt papa haar. Tien keer. Twintig keer. Net zo lang tot we de tel kwijt raken.

Bonkje kan er niet genoeg van krijgen.
“Kom meis, we gaan weer naar huis”
“Mag ik nog één keer?”
“Nou, vooruit dan, maar dit is ècht de laatste keer hoor!”

(Bonkje denkt nog steeds dat het gegeven “de laatste keer” een rekbaar begrip is. Als “de laatste keer” voorbij is, is dat een mooi moment voor heronderhandeling. Gelukkig zijn wij inmiddels goed getraind, zodat we de DHOM (Directe HerOnderhandeling Modus) van mijlenver kunnen ontmaskeren al is ‘ie nog zo goed vermomd. Maar goed ook, want anders zijn we zo tien laatste keren verder).

Die week wordt Bonkje ’s nachts een paar keer gillend wakker. Eén keer mompelt ze iets dat we interpreteren als “ik wil niet onder de zee”. De andere keren is er geen touw aan vast te knopen. Het lijkt er echter op dat die eerste keer zwemmen behalve heel erg leuk toch ook wel heel erg spannend was.

In de weken die erop volgen gaan we bijna elke zondag zwemmen en wordt Bonkje snel weer vrijer in het water. Ze wil net als in Turkije weer “onder water” zwemmen. En we mogen haar niet meer vangen als ze in het water springt: “Nee! Nog een beetje verder weg, ja daar!”. Maar we moeten wel goed opletten. “Mama! Papa! Kijk eens!”
Voordat ze het water in springt doet ze onbewust een klein dansje. Glunderend en heel parmantig wiebelt ze met haar heupjes. Dan springt ze het water in, om af en toe een beetje proestend maar nog steeds met stralende oogjes, weer boven te komen.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan

 

Flip de Beer

maart/ april 2008

Het is het eerste dat Bonkje roept als ze op me afstormt:
Donderdag mag Flip de Beer met me mee!
Flip de Beer mag bij mij logeren!
En ik moet juf helpen herinneren want juf deelt Flip niet zo vaak uit!

’s Avonds voor het naar bed gaan moet ik bij Bonkje komen kijken en laat ze me op haar weekklok precies zien wanneer het donderdag is.

Flip is een logeerbeer. Hij heeft een eigen rugzak met kleren er in en een “dagboek” en hij mag telkens bij een andere kleuter logeren. Als Flip weer mee terug gaat naar school leest de juf aan alle kinderen voor wat Flip allemaal heeft meegemaakt.
Zozo, een beer die kan schrijven? Uhhhhh…nou ja, met wat hulp dan.
Papa’s en mama’s hebben toch tijd genoeg?

En ja hoor, donderdag stapt Bonkje parmantig met Flip over de drempel. Flip moet meteen alles zien en hij moet ook meteen zijn pyjama aan: een smoezelig oud boxpakje van deze of gene. Ik moet me beheersen om zijn kleertjes niet weg te gooien en er nieuwe voor in de plaats te kopen – ik vind het toch een beetje een vies idee. En ik snap het ook niet helemaal – zowel op school als bij de naschoolse opvang heeft ieder kind notabene zijn eigen luizenzak om zijn jas in te doen. Maar luizen zullen wel niet van beren houden.

’s Avonds weet ik Bonkje ertoe te verleiden om Flip in haar prachtige poppenbedje te laten slapen, vlak náást haar eigen bed, in plaats van bij haar ín bed.
Het bedje is een beetje meisjesachtig, maar gelukkig is Flip snel tevreden.
En Nijn kruipt wel gezellig bij hem.

Nadat ik de loshangende blaadjes in het dagboek met plakband weer aan elkaar heb geknutseld, lees ik de verhalen in Flips dagboek. De afgelopen drie logeerpartijen speelden zich allemaal af in Frankrijk of Oostenrijk – tijdens wintersportvakanties. Tja, daar kunnen wij niet tegen op. Gelukkig lees ik dat Flip niet zo van sneeuw houdt en dat hij vooral veel binnen heeft gezeten. Het grappigste in het hele boek vinden manlief en ik eigenlijk de opmerking onder Flips laatste avontuur. Ergens tijdens die logeerpartij zijn er twee bladzijden uit het boek gevallen en spoorloos verdwenen. De desbetreffende gastpapa en gastmama laten weten dat ze zich heel diep schamen…

Tja het zal je maar gebeuren…..
Gegrepen door dit verlies slaat mijn fantasie op hol. Onze hond vindt Flip wel erg lekker ruiken….

“Bonkje moest naar bed en was zo moe,
dat ze vergat Flip mee naar boven te nemen.
Toen Bonkjes mama weer beneden kwam,
bleek dat de hond Flip ook wel erg lief vond.
En lekker.
Stoute hond!
Bonkjes mama veegde de restjes Flip bij elkaar en deed ze in een doosje.
De volgende morgen heeft Bonkje de restjes Flip in de tuin begraven
en haar palmpasenkruis er op gezet.
Dag lieve Flip.”

Ik denk me in hoe dankbaar alle ouders ons zouden zijn. Of zou er dan heel snel een Flip-kloon voor Flip in de plaats komen? Als een soort hulpsinterklaas? Maar dan zie ik Bonkje weer voor me. Stralend en wel, omdat Flip bij háár mag logeren. Nee. De kleuters zouden er niet om kunnen lachen. Flip is heilig.

En dit schreef hij in zijn dagboek na zijn logeerpartij bij Bonkje:

“Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de beer.
Ik logeerde bij Bonkje deze keer.

Het was wel schrikken bij Bonkje thuis, want er kwam meteen een groot bruin snuffelmonster op me af! O nee!, dacht ik, O no! De Gruffalo!
Gelukkig hield Bonkje me goed vast.
En Bonkje was helemaal niet bang.
Want wat denken jullie? Het was helemaal geen Gruffalo! Het was Zoeff, de hond.

Na het eten regende het nog steeds maar we moesten toch nog even naar buiten om Zoeff uit te laten. Ik zat in Bonkjes draagzak en onder haar paraplu bleven wij lekker droog.
Ik ben blij dat ik geen hond ben, want dan moest ik ook buiten plassen! En buiten was het nat en er was helemaal geen wc papier. Ik snap niet waarom alle oma’s vinden dat ík een vies beest ben, want ík veeg mijn billen tenminste netjes af! Snappen jullie het?

’s Avonds mocht ik vlak bij Bonkje slapen, in een echt poppenbed, samen met Nijn. Dat was heel gezellig!
De volgende dag mocht ik mee naar de naschoolse opvang. Daar was het een beetje feest omdat het bijna Pasen was. De juf ging allemaal spelletjes met de kinderen doen en ’s middags waren er allemaal lekkere broodjes en mocht iedereen een paar chocoladepaaseitjes.

’s Avonds gingen we, na het eten, met Bonkjes papa en mama en Zoeff naar Bonkjes opa en oma. Die hadden óók al een hond!Ik wilde eigenlijk wel eens in de bus en in de trein zitten, maar het was koud en nat buiten. Daarom hadden Bonkjes papa en mama een auto gehuurd. Gelukkig was het niet zo ver rijden als naar Oostenrijk of Frankrijk. Maar er lag wel sneeuw! Ik dacht dat er alleen sneeuw lag in de winter, maar Bonkje zei dat het lente was!

Brrrr! Ik hou niet van sneeuw! Als het sneeuwt wil ik het liefst een winterslaap houden in een fijn, warm holletje.

Vannacht was ik een beetje verdrietig omdat de logeerpartij bij Bonkje al bijna weer voorbij was. Ik vind het ook wel leuk alle kinderen uit de klas weer te zien, maar soms zou ik ook wel eens gewoon bij iemand willen blijven wonen.

En omdat ik een beetje verdrietig was en het liefst weg zou kruipen in een warm holletje met al die sneeuw, mocht ik vannacht heerlijk bij Bonkje in bed liggen. En Bonkje ging ook nog een slaapliedje voor me zingen. Jippie, dat was fijn, ik werd er weer helemaal vrolijk van!

Dag lieve Bonkje, tot een volgende keer!”

Pardon, bij Bonkje in bed?
Ja, inderdaad, de laatste nacht mag Flip bij Bonkje in bed slapen. Maar dan is hij allang getransformeerd van vieze luizenbaal tot springlevend wezen waarvan zelfs Bonkjes mama maar met moeite afscheid kan nemen.

*****
In november 2008 mocht Flip nog een keer bij Bonkje logeren: Hallo, daar ben ik weer!

Nieuwsgierig hoe de naam “Bonkje” is ontstaan? Klik dan op deze link

schooltv – Flip de Beer * schooltv – Koekeloere * Gruffalo – official website * Boekrecensie “De Gruffalo”

Optelsommetje

Ik ben een avondmens. Omdat ik een avondmens ben, vind ik op tijd naar bed gaan erg moeilijk – zelfs als ik moe ben. ‘s Avonds heb ik eindelijk even tijd voor mezelf en als ik vroeg ga slapen is het alweer zo snel morgen en morgen staat gelijk aan weer van alles moeten. Maar ja, ik ben eigenlijk ook iemand die toch echt minimaal acht uur slaap nodig heeft per nacht om een beetje uitgerust te raken.

Op een standaarddag levert dit het volgende sommetje op:
te laat naar bed + te vroeg weer wakker = opstaan met een slecht humeur.

Maar er zijn nog meer factoren die een rol spelen. Zo lig je – om maar een voorbeeld te noemen – heerlijk te slapen en word je op wrede wijze en veel te vroeg uit je slaap gehaald door het geblèr uit de wekkerradio van manlief. Nu is dat op zich niets bijzonders, maar als je niet hoeft te werken en geen afspraken hebt toch liever niet.

Aangezien manlief dwars door het kabaal heen slaapt (snurk) zijn er een paar porren voor nodig om hem net zover bij bewustzijn te brengen dat hij de wekker uitzet. Met een diepe zucht – nog even bezorgd luisterend of ik geen geluid uit de kamer van ons dochtertje hoor komen – laat ik mij terugzakken op mijn kussen.
…om 10 minuten later opnieuw wakker te schrikken
…en 10 minuten later nóg een keer
NIET DE REPETEERKNOP! DE UITKNOP!

En ja, daar is het gevreesde getrippel van een paar kleine voetjes. Ik hou me nog even slapende, want heel misschien is mijn lieve echtgenoot het doelwit (please, please!), maar nee. Het getrippel komt steeds dichterbij en dan ploft er een klein bonkje energie bovenop mij neer. “Mama, mag ik nog even bij jullie in het grote bed?” (stuiter de stuiter) – Nou, vooruit dan maar, maar eerst nog even samen naar de wc….

“Je mag er alleen bij als je heel stil ligt en niet gaat kletsen hoor! Kan je dat?” – Bonkje knikt heftig met haar hoofd. Ja, dat kan ze hééééél goed.

Glimoogjes.
Een klein handje op mijn arm…01011
Een kusje op mijn wang…
…Vertedering.

Een koud voetje tussen mijn benen…
Een handje op mijn ogen…
Het voetje zoekt een ander plekje…
Een por in mijn ribben
Een vinger in mijn neus…
…”Nu echt stil liggen want anders leg ik je weer in je eigen bed!”
Bonkje kijkt mij heel onschuldig aan en knikt heel overtuigend.

Ik draai me op mijn zij.
Rust.
3 seconden.

“Mama wil je mijn buik aaien?”
“Ssst, lekker nog even slapen”

Er kroelt een handje door mijn haar.
Ik hoor gesabbel op twee vingertjes.
Ik draai me weer om.
Het andere handje zoekt mijn gezicht.
Ik neem het handje in de mijne.
Ik hoor een diepe zucht.
“Mama mag ik mijn nachtpon uit ik heb het te warm”
“Ja dat mag”
Bonkje staat op en wiebelt heen en weer op het bed.
Ik ben de helft van het dekbed inmiddels kwijt.
Por hier, por daar, Bonkje verliest bijna haar evenwicht. Bonkje giechelt. Wat een grap!
Ik hou mijn armen beschermend voor mijn gezicht.
Bonkje komt weer liggen, nestelt zich helemaal tegen me aan.

En daar zijn de handjes en voetjes weer.
En – au!
“Oké, ik ga in je eigen bed leggen, want je kunt niet stil liggen. Zo kan ik niet slapen!”

Dan blijkt dat Bonkje geen stuiterbal is, nee, Bonkje is een toverbal. Van het ene moment op het andere verandert ze in een tegenstribbelend klein monstertje. Monstertje ligt blèrend onder haar dekentjes.

“En nu hou je op met die aanstellerij anders doe ik je deur helemaal dicht!”

Terug in bed
Door de dunne muur heen hoor ik gesnif en gesnotter.
Rust.
Relatief.
Kan niet slapen.
“Mama! Ik heb heel erge honger! Ik wil een boterham! Mama! Gaan we opstaan? Mama! Ik wil een boterham!”

Mama en Bonkje gaan naar beneden.
Bonkje geeft mama een knuffel. “Lieve mammie!”
Mama zucht eens diep en strijkt Bonkje door haar minihaartjes.

*****
8 augustus 2013: ‘Bonkje’ is inmiddels zo groot geworden dat ik haar blognaam niet meer zo goed vond passen. Ik had al suggesties gekregen voor ‘Vlinder’ en ‘Belle’ maar die namen pasten weliswaar beter bij de blognaam van haar zusje, ‘Bloem’, maar klopten toch niet helemaal voor mijn gevoel. Ik heb haar nu omgedoopt tot ‘Lune’.