De onjuiste spatie van 2010

Stemmen. Ik vind het niet alleen een recht maar ook een plicht. Als je niet stemt, mag je ook niet zeuren. Weet je niet op welke partij je moet stemmen? Lang leve de stem- en kieswijzers. En als je stemt kun je in ieder geval wat weerwerk bieden tegen de partij(en) waar je helemaal niet achter staat.

Bij sommige verkiezingen vind ik het ’gewoon leuk’ om te stemmen, al blijft het soms lastig om een keus te maken. Zo ook bij de verkiezing van de onjuiste spatie van 2010. De eerste twee nominaties vind ik het leukst:

Nominatie 1: ‘dames 3 in 1 jas’ oftewel drie dames in een jas.
Dat lijkt me vragen om eetstoornissen.

Nominatie 2: ‘versier nijntje – nijntje kussen 5 euro’.
Nooit gedacht dat de hoofdcreatie van Dick Bruna zich zo goedkoop zou laten strikken…

Na lang twijfelen heb ik echter gekozen voor de derde nominatie, die ik het meest kwalijk vind. In het ‘Referentiekader taal en rekenen’ van het ministerie van OCW, staat onder het kopje ’Regels voor woordgrenzen’ de pijnlijke fout  ‘aaneen- en losschrijven van woorden’, waarbij ‘losschrijven’ los geschreven had moeten worden. Tja, op die manier wordt het natuurlijk nooit wat met de basiskennis van de Nederlandse taal.

Bij het uitbrengen van mijn stem heb ik ook een suggestie gedaan voor een toepasselijke prijs:  een ’Taalreferentiekader voor medewerkers van het ministerie van OCW’.

***
Update: ‘Nijntje kussen’ heeft gewonnen. Leuk!

***
Zie ook:
Het jaaroverzicht spatiegebruik 2010 op de website SOS (of doe de spatietoets).
De onjuiste spatie van 2009: vorig jaar won een voorbeeld dat ik had opgestuurd. Dit jaar heb ik ook regelmatig onjuiste spaties gesignaleerd, maar helaas – of gelukkig – was er niet één zo hilarisch als ‘losgeld’.

Bekentenissen

Een poosje geleden las ik een boek over een bekentenis. Althans – toen ik het boek uit had besefte ik dat het boek zélf de bekentenis was. De bladzijden van Ivo Victoria’s Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won -en dat het me spijt leken steeds zwaarder te worden. Het was een bekentenis waar ik – door plaatsvervangende schaamte – nauwelijks getuige van kon zijn, zo naakt en kwetsbaar toonde Victoria zijn hoofdpersoon. En de taal waarmee hij dit deed maakte dat ik me schaamde voor mijn eigen taalgebruik. Wat kent het Vlaams toch een schitterende uitdrukkingen – daar steekt het vaak met Engelse woorden doorspekte Nederlands maar mager bij af.

Hoe zou het komen dat het Vlaams zoveel puurder is gebleven? Zou het te maken hebben met de taalstrijd in België, waardoor de Vlaamstalige Belgen hun taal uit een soort reflex niet alleen tegen de Waalse taal bewaken maar ook tegen anderstalige invloeden?

Het is niet dat ik iets tegen Engels heb – ik mag het graag horen in Engelstalige landen en Engelse films; en lezen in Engelse boeken. Ik kan me echter mateloos ergeren aan in Nederland gevestigde Nederlandse bedrijven die zoveel mogelijk Engelse woorden gebruiken, terwijl er normale Nederlandse equivalenten voorhanden zijn. Of aan mensen die schijnen te denken dat ze door kwistig met Engelse termen te strooien erg interessant cool zijn. Het meest tenenkrommend vind ik echter de – Nederlandse versie van de – tekenfilmpjes van Dora the Explorer die Bonkje een paar jaar geleden cadeau kreeg. Dora en haar vriendjes spreken namelijk niet alleen Nederlands, maar zijn ook dol op Engelse uitdrukkingen.
Volgens Wikipedia is dat omdat Dora tweetalig wordt opgevoed. Degene die het lemma geschreven heeft, vindt dat leerzaam voor kinderen:

In dit programma kunnen door de jonge kijkers ook de eerste woorden Engels geleerd worden. In de oorspronkelijk Amerikaans-Engelse versie spreekt Dora enige woorden Spaans.

Het kan aan mij liggen, maar alle kinderen die ìk ken die tweetalig opgevoed worden (of opgevoed zijn), spreken met hun ene ouder de ene – en met hun andere ouder de andere taal. Zij vergissen zich daarbij heus wel eens: zo vroeg het meisje in het gezin waar ik jaren geleden au-pair was een keer aan haar moeder: ‘Mummy, where are my zakdoekjes?’. In principe houden ze die talen echter van elkaar gescheiden.  Niet zo in Dora’s wereld. Daar gaat het als volgt:

(…fragment uit dialoog…)
Dora: De grote rode kip geeft een supergekke party.
(Als nar uitgedost aapje) Boots: Een party?
Dora: In het Nederlands heet dat een feest. In het Engels noem je dat party.
Boots: Een supergekke party! Een supergekke party! Ik wil meteen naar een supergekke party gaan.
Dora: Ik ook! (mislukt lachje) En wil jij met ons mee naar de supergekke party van de grote rode kip?

(…liedje…)
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s snow, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s snow, klopt dat wel? Nee, dat doen we opnieuw!
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s row, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s row, klopt dat wel? Nee, nu gaan we het goed zingen! Zing maar mee.
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s go, wij gaan samen op pad! Wees niet bang, het lukt je, het wordt een heel leuk stukje.
Dora: Waar gaat de tocht heen?
Boots: Naar het feest! Waar gaat de tocht heen?
Dora: Naar het feest!
Dora en Boots: Waar gaat de tocht heen?
Koortje (drie bontgekleurde insektachtigen met piepstemmetjes): Naar het feest!
Dora: Where are we going?
Dora, Boots en koortje: Naar het feest!

Mogen kinderen alsjeblieft eerst goed Nederlands leren spreken voor ze bestookt worden met Engelse kreten?! En als dat dan zonodig moet, kan het Engels dan tenminste worden uitgesproken door mensen met een mooi Engels accent? Goed, ik geef toe dat ik de manier waarop Dora getekend is suf vind, dat ik de stemmetjes irritant vind en dat de herhalingen me op de zenuwen werken.  Zelfs als er geen Engelse termen gebruikt zouden worden zou Dora dus hoog op mijn ergernissenlijstje staan.  Maar mijn punt is hopelijk duidelijk.

Dus is het de hoogste tijd voor datgene waar het me eigenlijk om te doen is. Ik moet namelijk iets bekennen.

Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik, terwijl ik aan het praten ben, opeens een Engels woord gebruik. En het hoeft niet eens te gaan om een woord waarvoor in het Nederlands eigenlijk geen goed equivalent bestaat. Die woorden bestaan natuurlijk ook – woorden waarvan je denkt:  die dekken de lading net niet helemaal. Nee, het gaat vaak om doodgewone woorden.

Maar wat ik pas echt bijzonder vind – en ook wel een beetje gênant, is dat ik tijdens de bevalling van Bloem, als in een soort mantra, urenlang afwisselend heb gedacht:
~ B r e a t h e ! (fijn ademhalen door mijn neus zat er trouwens niet in, want ik was snipverkouden)
~ D o n ‘ t   f i g h t   i t !
~ G o  w i t h   t h e   f  l o w !
Waar het vandaan kwam? Ik heb geen idee. Ik had het in ieder geval niet geleerd tijdens zwangerschapsyoga, dus ik kan niemand anders de schuld geven. Maar gênant of niet – het werkte wel. Mijn lijf trok zich er niets van aan dat ik het niet in het Nederlands dacht. En als ik erover nadenk vind ik het in het Nederlands ook een beetje gekunsteld overkomen:
~ H a a l  a d e m!
~ V e c h t  e r  n i e t  t e g e n!
~ G a   m e e   m e t  d e  s t r o o m!
Nee, dat zie ik geen barende vrouw denken – en ik hoor het mezelf al helemaal niet zeggen. In het Nederlands krijgt het meteen ook iets heel zweverigs, terwijl het in het Engels juist ook iets oppeppends kan hebben – You go girl!

Misschien heeft een klein beetje Engels op zijn tijd dus toch wel nut…

Shit Kitty

Als Bonkje haar nachtpon heeft aangetrokken leest ze de tekst die erop staat.

Hello Kitty en Mimmy! – Kitty ken ik wel. Goed van mij hè, dat ik het kan lezen?’
‘Heel goed!’ zeg ik.

‘Ik ben toch bij Shit Kitty geweest mama?’
‘Wát zeg je?’
De radartjes in mijn hoofd draaien op volle toeren. Heb ik me recent zo hard gestoten dat ik hardop heb gevloekt waar Bonkje bij was? Nee, volgens mij niet. Misschien toen ik voor de zoveelste keer iets belangrijks vergeten was dan? Dat is waarschijnlijker, want ik heb de laatste tijd een vergiethoofd. Tijdens mijn zwangerschap was mijn geheugen een stuk beter dan nu – toen was het slechts een zeef – en dat wil wat zeggen.

‘Shit Kitty’ herhaalt Bonkje nog een keer, daar ben ik toch geweest?’
‘Ooooh, je bedoelt waar je wel eens met De Ronde Tafel bent geweest?’
‘Ja!’
‘Dat is KidZcity ‘ in gedachten maak ik een sprongetje van vreugde. Hoera, ik hoef het mezelf niet aan te rekenen!
‘KidZ betekent kinderen en city betekent stad. Kinder-stad. Kids-city.’
KidZcity!’
‘Ja.’
Bonkje heeft niet in de gaten wat ze eerst heeft gezegd en ik besluit het maar zo te laten, anders moet ik het het volgende kwartier zeker nog een keer of tien horen. Niets zo leuk als grapjes over poep.

Nominatie ‘de onjuiste spatie van 2009′

Jippie! ‘Losgeld’ is – samen met vijf andere inzendingen – voorgedragen als ‘de onjuiste spatie van 2009′.

De wát?
Dé onjuiste spatie van 2009.

Op de website SOS – Signalering Onjuist Spatiegebruik worden vrijwel dagelijks voorbeelden geplaatst van – de titel zegt het al – onjuist spatiegebruik. Niet alleen onjuist spatiegebruik in kranten, foldertjes of op websites (ai, gevaarlijk!) komt aan bod maar ook onjuist spatiegebruik op bijvoorbeeld reclameborden, wasmiddelverpakkingen en etalageruiten.

In juni schreef ik het blogje Losgeld, naar aanleiding van een foldertje dat ik in Amsterdam in de bus zag hangen. Ik vond het zo’n mooi voorbeeld van onjuist spatiegebruik dat ik de foto ook naar het meldpunt van de website SOS stuurde (met als commentaar: ‘Misschien kunnen alle schepen die langs de kust van Somalië varen* worden uitgerust met een OV-chipkaart?’). En nu dingt mijn inzending mee naar de ‘titel’ de onjuiste spatie van 2009. Leuk.

*****
Update 28 januari 2010:
Ongelofelijk maar waar: ‘Losgeld’ heeft de verkiezing – nipt – gewonnen. Op de tweede plaats is het voorbeeld geëindigd waar ik zelf op wilde stemmen als ik niet op mijn eigen voorbeeld mocht stemmen (volgt u het nog?): de ’slechtziende pc’ uit de Koninklijke Bibliotheek .

Hieronder enkele citaten van de website S.O.S.:

Verkiezingsuitslag: de onjuiste spatie van 2009
De afgelopen weken hebben bijna twaalfhonderd bezoekers van de website hun stem uitgebracht voor de verkiezing van ‘de onjuiste spatie van 2009′. De winnaar van dit jaar haalde ’slechts’ 26,7% van de stemmen. Nog nooit in de geschiedenis van de verkiezing van de onjuiste spatie van het jaar haalde de winnaar zo’n laag percentage. En extra bijzonder: nog nooit was de voorsprong op de nummer twee zo klein als dit jaar. Het verschil bedroeg slechts vier stemmen…

De winnaar van de verkiezing van de onjuiste spatie van 2009 komt uit een campagne van het GVB in Amsterdam. Het gaat om de spatie in het woord ‘losgeld’. Maar er staat toch helemaal geen spatie in ‘losgeld’? Inderdaad, en dat is nou precies het probleem. Op de poster schrijft men dat de OV-chipkaart een einde maakt aan al dat gedoe met losgeld. (…) Eigenlijk heeft men het natuurlijk over ‘los geld’, met een spatie. Maar een ontbrekende spatie is ook een onjuiste spatie!

Selectie van de reacties die de stemmers bij hun stem op ‘Losgeld’ hebben gegeven:

“Ik heb gekozen voor ‘losgeld’, omdat er in dit geval nou juist wél een spatie gebruikt had moeten worden. Misschien een geval van hypercorrectie?” (Ewout) – “Geniaal, dat losgeld komt ook van pas als je zelf door een andere reiziger wordt ontvoerd: dan kan je meteen betalen en je reis voortzetten!” (Jan) – “Losgeld is het bijzonderst omdat er juist een spatie ontbreekt.” (Max) – “Dit is de schitterendste nominatie en de bijzonderste omdat het afwijkt van de huidige trend om alle woorden maar los van elkaar te schrijven.” (Harry) – “Al die zakken losgeld , terwijl men juist wil dat we pinnen!” (Hetty) – “Alhoewel ik er bij moet vermelden dat ik een aantal spatiebalkfouten zelf ook regelmatig maak!” (Rutger) – “Amsterdam. Een ware jungle. Vooral wat taal betreft.” (Remco) – “Blij zijn dat je tram er eindelijk aan komt” (Walter) – “Crimineel fout, of zijn alle criminelen al fout?” (Jamal) – “De betekenis van losgeld staat wel heel ver af van los geld; het geeft hier een lachwekkend/komisch effect!” (Jac) – “De OV-chipkaart is al een drama, maar dit slaat alles.” (Joca) – “De verwarring is hier het grootst – en gevaarlijkst!” (ton) – “Degene die de teksten schrijft voor het GVB mag wat mij betreft terug naar school.” (Fieke) – “Deze is zo ultiem grappig, en zo volstrekt onvergeeflijk. Deze MOET winnen!” (Pieter) – “Dit is de leukste. Ik zie het helemaal voor me, al die koffertjes met geld!” (Annelies) – “Dit voorbeeld geeft voor mij het meest duidelijk de onzorgvuldigheid aan bij het wel of niet moeten gebruiken van een spatie!” (Geert) – “dit zijn nou de gevaren van de grote stad!” (annelies) – “Een duidelijk voorbeeld van de verwarring waartoe de aaneenschrijfmanie heeft geleid.” (Wil) – “Een prachtig bewijs hoe paranoïde we aan het worden zijn.” (Hein) – “Eigenlijk meer een gevalletje van onjuist aaneenschrijven, maar wel hilarisch.” (Jan) – “Gaan kidnappers vanaf nu dan ook OV-chipkaarten eisen in ruil voor vrijlating?” (Erik) – “geen losgeld, dan maar m’n schoonmoeder !! ” (Chris) – “geniaal in zijn eenvoud” (lighans) – “Gewoon te dom.” (Hans) – “GVB heeft goed gevoel voor humor, hoop ik.” (Denise) – “Het lijkt me een hoopgevende ontwikkeling dat na jaren aandacht het spatieprobleem niet alleen meer bestaat uit te veel spaties. Waarschijnlijk is er hier sprake van overcompensatie. Nobel, maar toch fout, en dus uitstekend om hier extra aandacht aan te besteden.” (Eert) – “Het moet niet gekker worden.” (Reinoud) – “Het weglaten van een spatie vind ik mogelijk nog erger dan te veel spaties: hoogwater e.d. ” (Ellen) – “Hilarisch!” (Berend) – “Hoe dom kun je zijn om niet zelf te bedenken wat dit woord in feite betekent? Waarom niet gewoon ‘contant betalen’?” (Betty) – “Hypercorrectie, daardoor extra vervelend.” (Stefan) – “Ik heb altijd wel wat losgeld op zak. Je weet maar nooit wanneer het van pas komt…” (Aart-Jan) – “Ik kies voor het losgeld omdat het hier nu eens niet om een overbodige maar een ontbrekende spatie gaat” (Dick) – “Ik moest altijd al lachen met de langere houdbaarheidsdatum op de pakken melk, maar het losgeld is echt hilarisch.” (Evi) – “Dit een zeldzaam gevalletje spatietekort is in plaats van een standaard spatieoverschot.” (ron) – “Ik vond ze allemaal geweldig, maar Amsterdam is al zo gevaarlijk, laten we het niet erger maken dan het al is” (britt) – “kan een ontbrekende spatie wel een onjuiste spatie zijn…?” (Frank) – “Kortom, gedoe.” (Paula) – “Los geld heb ik al vrijwel nooit op zak, laat staan losgeld.” (Valerie) – “Losgeld. Nu eens een spatie te weinig. ‘Maar zo staat het in het woordenboek!’ Zo hilarisch geslaagd qua betekenis ook. Zalig.” (Ton) – “Met al die criminaliteit tegenwoordig moeten we niet spotten met losgeld.” (Annemarie) – “Misschien is het wel goed, het betreft natuurlijk wel Amsterdam” (Renate) – “Toch fijn om te weten dat je nooit echt vast kunt komen te zitten in de tram met al dat losgeld op je OV-chipkaart!” (Gert) – “Triest, triest, triest” (Peter) – “Verrassend dat er een onjuiste niet-spatie tussen de genomineerden staat. Kun je met losgeld een zwartboek kopen?” (Pieter) – “Voor mij de winnaar vanwege het ontbreken van de vereiste spatie. Hypercorrectie van iemand die bang is voor onjuist spatiegebruik?” (jos) – “Weer moeilijk kiezen dit jaar… Een vergeten spatie is ook een spatiefout, en bij dit voorbeeld is het betekenisverschil wel erg opvallend!” (Frits) – “Ze zijn allemaal erg grappig. Maar deze vind ik crimineel goed.” (Ben)

Borsten en baarden

Aan welke drie woorden denk je het eerst als je het woord ‘man’ leest?
En wat zijn je eerste associaties bij het woord ‘vrouw’?
En bij het woord ‘aarbei’?

In het decembernummer van Onze Taal staat een artikel over de resultaten van (een vorige fase van) een recente studie over woordassociaties. In dit onderzoek, uitgevoerd door prof.dr. Gert Storms en dr. Simon De Deyne van de Katholieke Universiteit Leuven, werd en wordt aan deelnemers een lijst voorgelegd met een aantal woorden. Het is de bedoeling dat je achter elk woord drie associaties invult: de drie woorden die spontaan bij je opkomen als je het woord leest.

Het is een onderzoek – en een artikel – dat me erg aanspreekt.
Zo vond ik het grappig om te lezen dat de meest genoemde associaties bij het woord ‘olifant’ dicht in de buurt liggen bij de omschrijving in een woordenboek voor kinderen, maar veel verder af staan van de definitie in het woordenboek voor volwassenen:

Voor olifant geeft de hedendaagse Van Dale: “groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf”. De associaties zijn:

olifant: grijs, groot, slurf, dik, Afrika

Het Juniorwoordenboek Nederlands van Van Dale, bestemd voor kinderen, komt veel dichter in de buurt van deze spontane associaties: “Een olifant is een heel groot, grijs zoogdier. Olifanten hebben een lange slurf. Ze leven vooral in Afrika.”

Bron: Onze Taal, 78ste jaargang nummer 12, december 2009, 336 – 339, ‘Het verschil tussen naakt en bloot – Het woordenboek in ons hoofd’, Berthold van Maris.

Van Maris haalt ook woorden aan waarvan de betekenis nagenoeg gelijk is, maar waarbij de associaties laten zien dat ze toch een hele verschillende lading kunnen hebben:

Op pornografische afbeeldingen zijn mensen bloot, op schilderijen naakt. (…) Naakt en bloot roepen allebei de associaties ‘mooi’, ‘koud’ en ’seks’ op, maar de volgorde verschilt: bij naakt scoort ‘mooi’ het hoogst, bij bloot komt ’seks’ op de eerste plaats.

En hoewel het voor de hand mag liggen dat associaties van vrouwen bij bepaalde woorden significant verschillen van de associaties van mannen, vond ik het ook leuk om daar voorbeelden van te zien:

(…) vanuit de vrouwen:
vrouw: man, kind(eren), mooi, moeder, meisje
man: vrouw, groot, sterk, jongen, kind

En vanuit de mannen:
vrouw: mooi, man, borsten, moeder, lief
man: vrouw, baard, penis, ik, vader

De blijkbaar veel voorkomende associatie met het woord ‘baard’ bij mannen vind ik overigens opvallend, want ik ken veel meer mannen zonder- dan met baard. En mijn eigen associaties bij het woord baard zijn overwegend negatief. Een baard doet in mijn ogen eerder afbreuk aan ‘mannelijkheid’, dan dat hij er een positieve bijdrage aan levert. Alleen Sinterklaas moet zijn baard maar behouden. Maar wellicht hebben er vooral baarddragende mannen meegedaan aan het onderzoek? Of zouden veel baardloze mannen diep in hun hart graag een baard laten staan maar durven ze dit om de een of andere reden niet?

Waar ik zelf na het lezen van het artikel – en na de geboorte van Bloem – eigenlijk bijzonder nieuwsgierig naar ben, is naar associaties bij het woord ‘baby’. Ik verwacht dat ook dát een woord is waarbij de associaties van mannen en vrouwen significant van elkaar verschillen. Maar misschien zit ik er wel helemaal naast.
Kortom: wat zijn jouw eerste assocaties bij het woord ‘baby’?

*****
Online deelnemen aan het onderzoek: Studie over woordassociaties 2009-2010 (v 2.4).
Zie ook: Beschrijving van het Nederlandse Woordassociatie Project. Op deze pagina staat, naast een korte beschrijving van het onderzoek, o.a. een schematische afbeelding van de meest genoemde woordassociaties bij het woord ‘aardbei’. Ook kun je via deze pagina twee bestanden downloaden waarin de woordassociaties uit een vorige fase van de studie zijn opgenomen (1424 stimuliwoorden).

Losgeld

Het GVB promoot de OV-chipkaart op een wel heel originele wijze.

Het mooie van de OV-chipkaart is dat het een einde maakt aan al het ‘gefrummel’. Het is toch altijd een heel gedoe met strippenkaarten en losgeld. (…) En dan kom je erachter dat je niet genoeg strippen meer hebt én geen losgeld bij je hebt.

Als ik het goed begrijp wordt het openbaar vervoer met de invoering van de OV-chipkaart dus niet alleen een stuk veiliger, maar ook een stuk goedkoper. Hoezee!

Nooit meer losgeld

*****
Update 6 januari 2010:

Ik heb de bovenstaande foto in juni 2009 ook naar de website SOS (Signalering Onjuist Spatiegebruik) gestuurd en tot mijn verrrassing dingt mijn inzending nu met vijf andere inzendingen mee naar de ‘titel’ de onjuiste spatie van 2009. Stemmen kan tot en met 20 januari 2010.

Zie ook https://dewereldvanims.nl/2010/01/06/nominatie-de-onjuiste-spatie-van-2009/.200