Operatiehemden en operatiemutsjes

In de wachtruimte voor de OK lig ik te wachten op wat komen gaat. Ah, daar komt een legertje verpleegkundigen? artsen? arts-assistenten? aan. Ze dragen allemaal groene operatiekapjes op hun hoofd. Model “one-size-fits-all”. Ik krijg er ook één. Hoera, jarenlang heb ik badmutsen weten te vermijden, maar nu moet ik er toch echt aan geloven. Ach, het kan me niet zo veel schelen – ik ben een beetje suf door een soort slaappilletje dat ik heb gekregen en bovendien lig ik in een operatiehemd dat je van voren nog aardig bedekt, maar van achteren weinig te raden over laat. Mijn laatste pre-operatieve tocht naar de wc ben ik snel over de gang gesneld met mijn handen over mijn billen.

Ik krijg een infuus. Gelukkig hebben de pleisters op mijn hand hun werk goed gedaan en krijg ik een ervaren infuusprikker omdat ik lastig te prikken ben – hij prikt in één keer raak en ik voel er nauwelijks iets van. Geweldig! Ik snap niet waar ik me zo druk over heb gemaakt.

Een anesthesie-assistente vraagt naar mijn geboortedatum. Ja, ik ben wie ik ben. “Goed jaar,” zegt ze. “Van hetzelfde jaar?” constateer ik – ja, inderdaad.
Tja, je moet er toch ook niet aan denken dat ze zich vergissen en opeens – ik noem maar een zijstraat – je knie gaan toetakelen. Ik kan straks niet meer roepen dat ik toch echt denk dat ik ergens anders voor ben gekomen. Ik ben straks… ja, waar ben ik eigenlijk? Ik vind het maar een vreemd idee, me zó over te leveren aan andere mensen. De controle volledig uit handen te geven. Blij dat ik in Nederland woon en niet in Zuid-Amerika.

De chirurg komt nog even langs om me te vragen of ik weet wat hij gaat doen? Ja, zo ongeveer wel. Ik zeg hem dat ik voor hem waarschijnlijk net zo saai ben als voor de kapper. Daar laat ik mijn haar altijd alleen maar knippen om de dode punten eruit te halen en er is mij te verstaan gegeven dat de operatie die ik nu krijg een standaardoperatie is die alle chirurgen kunnen uitvoeren. Toch is de chirurg het niet geheel met me eens. Mooi zo, ik heb liever niet dat hij met zijn gedachten elders is als hij in mijn lijf aan het standaard-rondwroeten is. Ik wens hem succes. Wat moet je anders tegen zo iemand zeggen?

Na een poosje word ik met bed en al – en een extra, voorverwarmd dekentje – opgehaald. Terwijl ik naar de OK gereden word, bedenk ik me dat ik hier wel goed van moet genieten. Hoe vaak heb ik wel niet gedacht, toen ik mijn dochtertje nog in de kinderwagen vervoerde, hoe jammer het was dat ik me niets meer van mijn peutertijd herinnerde? Lekker warm, heerlijk voortgeduwd – ongekende, nee: vergeten, luxe!

In de OK aangekomen word ik van mijn bed op de operatietafel geschoven. Gerold. Gedingest. Ik kijk met belangstelling naar de enorme lamp(?) boven me. Poeh hé, daar kan de tandarts niet aan tippen! Aan de zijkant staan twee operatieassistenten hun handschoenen aan te trekken en te rommelen met allerlei gereedschappen. De anesthesie-assistente legt mijn armen goed en wijst op een monitor. Daar zal de chirurg straks op kijken om te zien wat hij aan het doen is. Ik vraag haar waarom ze voor dit beroep gekozen heeft. Met een schuin oog op de operatieassistenten verderop fluistert ze me samenzweerderig toe dat ze eerst operatie-assistente was, maar dat ze dit véél leuker vindt. Veel zelfstandiger – geen wormvormig aanhangsel meer van de chirurg – meer patiëntcontact. Ik vind het wel komisch.

Ah, daar verschijnt de anesthesist in mijn linkerooghoek. Hij ziet er allesbehalve komisch uit. Eerder streng en statig en hij heeft iets groots en wits in zijn hand. Zal wel gewoon een spuit zijn geweest, denk ik achteraf. Het doet me een beetje denken aan de bariumpap die ik ooit in rap tempo, al kokhalsend, naar binnen moest werken in verband met een röntgenfoto. Ik heb jarenlang geen kwark meer aangeraakt vanwege de negatieve associaties die dat bij me opriep.

Hij vertelt dat ze nu gaan beginnen of iets in die trant en plotseling voel ik een stekende pijn in mijn pols en onderarm. “Au!” zeg ik – daar had ik niet op gerekend. Waarom heeft niemand me van te voren even gewaarschuwd? Nu ja, het zij zo. Iemand vraagt of het pijn doet. Ja, zegt de statige meneer, het kan een beetje branderig gevoel geven. Denk maar aan een fijne droom. “Fijne droom?” zeg ik “daar heb ik niet over nagedacht!”
Ik dacht dat ze gingen tellen. Dan zie ik het sympathieke gezicht van de anesthesie-assistente boven me. Ik vertel haar dat ik hoop dat ik geen geheimen ga vertellen. “Heb je die dan?” vraagt ze? “Uh, nee, niet echt misschien”. Ik bedoel natuurlijk privé-dingen maar dat krijg ik allemaal niet meer uit mijn mond. Ik voel en zie(?) hoe mijn ogen dichtvallen. “Mijn ogen vallen dicht” zeg ik – en dan ben ik weg.

Op de website van Nucleus Medical Art kunt u een animatie van een laparoscopische galblaasoperatie (cholecystectomie) bekijken.

 

Vlindertjes

Toen Bonkje bijna drie was namen we haar voor het eerst mee op vakantie. Strandvakantie wel te verstaan. Dát was even wennen, want wij zijn eigenlijk niet van die strandgangers.

Afgelopen zomer namen we haar voor de tweede keer mee. Speciaal voor Bonkje hadden we een appartement geboekt met zwembad en er was ook een strand op 12 kilometer afstand. Dit keer hadden we echter een bestemming gekozen waarvandaan we iets meer excursies konden ondernemen, zodat er voor ieder wat wils was.

En Bonkje wil héél graag nog eens terug naar Turkije.
Zo geweldig, al die antieke resten!
…niet?
Oh ja, dat was ook best leuk hoor – in oude theaters kun je lekker hoog klimmen, maar hét grote succes was toch wel het zwembad!

In Bonkjes belevingswereld waren er tot een paar maanden terug namelijk alléén in Turkije zwembaden. We waren hier nog nooit met haar naar het zwembad geweest. Als baby en peuter had ze om de haverklap oorontsteking dus zwemmen was niet zo’n goed idee.

Maar nu moest het er toch maar eens van komen.
Een hele dag binnen zitten met Bonkje terwijl je geen puf en zin hebt om continu spelletjes te doen, mee te knutselen etcetera is vragen om strijd. En op zondagochtend is het zwembad speciaal bestemd voor “familiezwemmen”.

Na het ontbijt gaan we op zoek naar Bonkjes “Vlindertjes”, die we na de zomervakantie niet meer gebruikt hebben. Gelukkig hebben we ze snel gevonden.

“Mama, waarom blaas je ze op?”
“O, gewoon, daar heb ik zin in”
“We moeten weer eens naar het strand gaan hè?”
“Nou, daar is het nu (begin januari) veel te koud voor hoor!”
…. dat is jammer….

Bonkje is dan ook helemaal verrukt als er niet ver van ons vandaan een zwembad blijkt te zijn, waar je ook in de winter kunt zwemmen. Hoera!

Badpakje aan, vlindertjes om haar armen, vlindertjes in haar buik.
De feestvreugde ie helmaal compleet als we in het zwembad ook klasgenootje – en vriendinnetje – Epke nog tegen komen.

Helemaal door het dolle spartelen Bonkje en Epke elkaar achterna in het water. En als Epke van de kant af springt wil Bonkje dat natuurlijk ook. Niet één keer, nee, wel tien keer – wat zeg ik? twintig keer!
Epke springt helemaal alleen in het water. In de zomer deed Bonkje dat uiteindelijk ook, maar zover is ze nu nog niet. Dus vangt papa haar. Tien keer. Twintig keer. Net zo lang tot we de tel kwijt raken.

Bonkje kan er niet genoeg van krijgen.
“Kom meis, we gaan weer naar huis”
“Mag ik nog één keer?”
“Nou, vooruit dan, maar dit is ècht de laatste keer hoor!”

(Bonkje denkt nog steeds dat het gegeven “de laatste keer” een rekbaar begrip is. Als “de laatste keer” voorbij is, is dat een mooi moment voor heronderhandeling. Gelukkig zijn wij inmiddels goed getraind, zodat we de DHOM (Directe HerOnderhandeling Modus) van mijlenver kunnen ontmaskeren al is ‘ie nog zo goed vermomd. Maar goed ook, want anders zijn we zo tien laatste keren verder).

Die week wordt Bonkje ’s nachts een paar keer gillend wakker. Eén keer mompelt ze iets dat we interpreteren als “ik wil niet onder de zee”. De andere keren is er geen touw aan vast te knopen. Het lijkt er echter op dat die eerste keer zwemmen behalve heel erg leuk toch ook wel heel erg spannend was.

In de weken die erop volgen gaan we bijna elke zondag zwemmen en wordt Bonkje snel weer vrijer in het water. Ze wil net als in Turkije weer “onder water” zwemmen. En we mogen haar niet meer vangen als ze in het water springt: “Nee! Nog een beetje verder weg, ja daar!”. Maar we moeten wel goed opletten. “Mama! Papa! Kijk eens!”
Voordat ze het water in springt doet ze onbewust een klein dansje. Glunderend en heel parmantig wiebelt ze met haar heupjes. Dan springt ze het water in, om af en toe een beetje proestend maar nog steeds met stralende oogjes, weer boven te komen.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan

 

Flip de Beer

maart/ april 2008

Het is het eerste dat Bonkje roept als ze op me afstormt:
Donderdag mag Flip de Beer met me mee!
Flip de Beer mag bij mij logeren!
En ik moet juf helpen herinneren want juf deelt Flip niet zo vaak uit!

’s Avonds voor het naar bed gaan moet ik bij Bonkje komen kijken en laat ze me op haar weekklok precies zien wanneer het donderdag is.

Flip is een logeerbeer. Hij heeft een eigen rugzak met kleren er in en een “dagboek” en hij mag telkens bij een andere kleuter logeren. Als Flip weer mee terug gaat naar school leest de juf aan alle kinderen voor wat Flip allemaal heeft meegemaakt.
Zozo, een beer die kan schrijven? Uhhhhh…nou ja, met wat hulp dan.
Papa’s en mama’s hebben toch tijd genoeg?

En ja hoor, donderdag stapt Bonkje parmantig met Flip over de drempel. Flip moet meteen alles zien en hij moet ook meteen zijn pyjama aan: een smoezelig oud boxpakje van deze of gene. Ik moet me beheersen om zijn kleertjes niet weg te gooien en er nieuwe voor in de plaats te kopen – ik vind het toch een beetje een vies idee. En ik snap het ook niet helemaal – zowel op school als bij de naschoolse opvang heeft ieder kind notabene zijn eigen luizenzak om zijn jas in te doen. Maar luizen zullen wel niet van beren houden.

’s Avonds weet ik Bonkje ertoe te verleiden om Flip in haar prachtige poppenbedje te laten slapen, vlak náást haar eigen bed, in plaats van bij haar ín bed.
Het bedje is een beetje meisjesachtig, maar gelukkig is Flip snel tevreden.
En Nijn kruipt wel gezellig bij hem.

Nadat ik de loshangende blaadjes in het dagboek met plakband weer aan elkaar heb geknutseld, lees ik de verhalen in Flips dagboek. De afgelopen drie logeerpartijen speelden zich allemaal af in Frankrijk of Oostenrijk – tijdens wintersportvakanties. Tja, daar kunnen wij niet tegen op. Gelukkig lees ik dat Flip niet zo van sneeuw houdt en dat hij vooral veel binnen heeft gezeten. Het grappigste in het hele boek vinden manlief en ik eigenlijk de opmerking onder Flips laatste avontuur. Ergens tijdens die logeerpartij zijn er twee bladzijden uit het boek gevallen en spoorloos verdwenen. De desbetreffende gastpapa en gastmama laten weten dat ze zich heel diep schamen…

Tja het zal je maar gebeuren…..
Gegrepen door dit verlies slaat mijn fantasie op hol. Onze hond vindt Flip wel erg lekker ruiken….

“Bonkje moest naar bed en was zo moe,
dat ze vergat Flip mee naar boven te nemen.
Toen Bonkjes mama weer beneden kwam,
bleek dat de hond Flip ook wel erg lief vond.
En lekker.
Stoute hond!
Bonkjes mama veegde de restjes Flip bij elkaar en deed ze in een doosje.
De volgende morgen heeft Bonkje de restjes Flip in de tuin begraven
en haar palmpasenkruis er op gezet.
Dag lieve Flip.”

Ik denk me in hoe dankbaar alle ouders ons zouden zijn. Of zou er dan heel snel een Flip-kloon voor Flip in de plaats komen? Als een soort hulpsinterklaas? Maar dan zie ik Bonkje weer voor me. Stralend en wel, omdat Flip bij háár mag logeren. Nee. De kleuters zouden er niet om kunnen lachen. Flip is heilig.

En dit schreef hij in zijn dagboek na zijn logeerpartij bij Bonkje:

“Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de beer.
Ik logeerde bij Bonkje deze keer.

Het was wel schrikken bij Bonkje thuis, want er kwam meteen een groot bruin snuffelmonster op me af! O nee!, dacht ik, O no! De Gruffalo!
Gelukkig hield Bonkje me goed vast.
En Bonkje was helemaal niet bang.
Want wat denken jullie? Het was helemaal geen Gruffalo! Het was Zoeff, de hond.

Na het eten regende het nog steeds maar we moesten toch nog even naar buiten om Zoeff uit te laten. Ik zat in Bonkjes draagzak en onder haar paraplu bleven wij lekker droog.
Ik ben blij dat ik geen hond ben, want dan moest ik ook buiten plassen! En buiten was het nat en er was helemaal geen wc papier. Ik snap niet waarom alle oma’s vinden dat ík een vies beest ben, want ík veeg mijn billen tenminste netjes af! Snappen jullie het?

’s Avonds mocht ik vlak bij Bonkje slapen, in een echt poppenbed, samen met Nijn. Dat was heel gezellig!
De volgende dag mocht ik mee naar de naschoolse opvang. Daar was het een beetje feest omdat het bijna Pasen was. De juf ging allemaal spelletjes met de kinderen doen en ’s middags waren er allemaal lekkere broodjes en mocht iedereen een paar chocoladepaaseitjes.

’s Avonds gingen we, na het eten, met Bonkjes papa en mama en Zoeff naar Bonkjes opa en oma. Die hadden óók al een hond!Ik wilde eigenlijk wel eens in de bus en in de trein zitten, maar het was koud en nat buiten. Daarom hadden Bonkjes papa en mama een auto gehuurd. Gelukkig was het niet zo ver rijden als naar Oostenrijk of Frankrijk. Maar er lag wel sneeuw! Ik dacht dat er alleen sneeuw lag in de winter, maar Bonkje zei dat het lente was!

Brrrr! Ik hou niet van sneeuw! Als het sneeuwt wil ik het liefst een winterslaap houden in een fijn, warm holletje.

Vannacht was ik een beetje verdrietig omdat de logeerpartij bij Bonkje al bijna weer voorbij was. Ik vind het ook wel leuk alle kinderen uit de klas weer te zien, maar soms zou ik ook wel eens gewoon bij iemand willen blijven wonen.

En omdat ik een beetje verdrietig was en het liefst weg zou kruipen in een warm holletje met al die sneeuw, mocht ik vannacht heerlijk bij Bonkje in bed liggen. En Bonkje ging ook nog een slaapliedje voor me zingen. Jippie, dat was fijn, ik werd er weer helemaal vrolijk van!

Dag lieve Bonkje, tot een volgende keer!”

Pardon, bij Bonkje in bed?
Ja, inderdaad, de laatste nacht mag Flip bij Bonkje in bed slapen. Maar dan is hij allang getransformeerd van vieze luizenbaal tot springlevend wezen waarvan zelfs Bonkjes mama maar met moeite afscheid kan nemen.

*****
In november 2008 mocht Flip nog een keer bij Bonkje logeren: Hallo, daar ben ik weer!

Nieuwsgierig hoe de naam “Bonkje” is ontstaan? Klik dan op deze link

schooltv – Flip de Beer * schooltv – Koekeloere * Gruffalo – official website * Boekrecensie “De Gruffalo”

Chocolademousse – deel II

Op weg naar de bus kwam ik toevallig langs een Lidl. Aangezien ik de Lidl-chocolademousse toch wel erg lekker vond besloot ik mijn vorige (en eerste) Lidl bezoek te vergeten en naar binnen te lopen. Het was tenslotte een ander filiaal in een andere plaats. Maar toen ik met mijn Albert Heijn-tas, gewone tas en mandje naar binnen liep stond daar een beveiligingsbeambte die me terugstuurde want nóch open tassen, nóch grote tassen mochten mee de winkel in. Vlak naast de ingang stonden speciale klantenkluisjes waar je je tassen in achter kon laten.

Tja – Lidl zal ongetwijfeld goede redenen hebben voor dit beveiligingsbeleid, maar ik doe liever geen boodschappen in een zwaarbewaakt fort. Ik heb mijn boodschappenmandje dus teruggezet en ben zonder chocolademousse de winkel uitgelopen.

Update: het is géén goed idee om als alternatief chocolademousse van het PLUS-merk appétit te kopen. Die is namelijk echt niet lekker – ik heb de mousse na een paar hapjes weggegooid en dat doe ik niet snel bij dit soort dingen.

Sherlock Holmes

21:00 uur
Ik hoor een paar kleine voetjes trippelen en daarna komt er zielig gesnif uit de badkamer.
“Héhé, wat is er?”
Ik loop de trap af – “Ik kom eraan” -, doe het licht op de gang aan en ga de badkamer in.

Op het toilet zit een klein, verdrietig Bonkje. Naar gedroomd misschien? Ik kniel bij haar neer en neem haar hoofdje tegen me aan.”Héhé, wat is er aan de hand?”
Meer gesnif.
Dan valt mijn oog op haar onderbroekje, dat ze op omslachtige wijze met haar in de lucht bungelende voetjes probeert uit te doen.
“Is het een beetje misgegaan?”
Bonkje knikt, intens verdrietig en beschaamd.

Nu pas zie ik ook het spoor dat van de badkamerdeur naar de wc loopt. Een spoor van kleine natte voetafdrukjes.
Ik help haar haar broekje uit te trekken en veeg het spoor op de vloer met een doekje weg.
Als een ware Sherlock Holmes volg ik het spoor op mijn knieën tot halverwege de gang.

Zie ik dat goed?
Snel loop ik naar haar kamertje en sla ik haar dekbed open: droog!

In mijn hoofd zie ik een film die versneld vooruit gespoeld wordt. Bonkje ligt rustig te slapen. Plotseling schrikt ze wakker – paniek! Bonkje worstelt met haar dekbed, klimt uit bed en rent naar de wc, maar halverwege kan ze het echt niet meer ophouden en loopt er een warme straal langs haar beentjes…..

Ik keer terug naar de badkamer
“Je bedje is nog helemaal droog, wat knap van jou! Jij hebt echt heel goed je best gedaan hoor, wat een grote meid ben je toch! Maar toen moest je opeens zo nodig plassen, dat het toch nog een klein beetje misging?”
Bonkje knikt en snift nog steeds.
“Is je nachtpon ook nat geworden?”
“Ja” antwoordt Bonkje met een benepen stemmetje.
“Kom maar, dan trekken we die ook uit en dan spoelt mama je even snel af onder de douche”

Bibber de bibber onder de douche, maar gelukkig is het water snel warm. Terwijl ik Bonkje weer afdroog steekt Bonkjes papa zijn hoofd om de hoek. “Het is een klein beetje misgegaan papa, maar Bonkje heeft wel heel erg haar best gedaan en haar bedje is nog helemaal droog, hè Bonkje?”
“Weet je wat, ik vind dat jij heel goed je best hebt gedaan èn je bed is nog helemaal droog; dus jij mag morgen toch een sticker plakken”.
Daar klaart Bonkje van op. Warm en weer schoon pakken we een schone onderbroek en een schone nachtpon uit haar kast. Ze krijgt zelfs weer even praatjes
“Ik wil geen hemd aan hè mama?”
Dan gaat ze met een diepe zucht in haar prinsessenbedje (met roze klamboe) liggen, muziekezel in haar armen.
Ik wind haar muziekdoosje op en stop haar lekker in.

“Dag lieve schat, lekker slapen, tot morgen!”

Eenmaal weer boven bekent de papa van Bonkje aan de mama van Bonkje dat het zijn schuld is dat het mis is gegaan. Vlak voor het eten was Bonkje naar het toilet geweest en niet lang daarna bracht hij haar naar bed. Bonkje kan stellig beweren dat ze niet naar de wc hoeft en had dat nu ook gedaan. Aangezien het de laatste weken erg goed gaat, had hij niet aangedrongen.

Arm Bonkje. Arme papa.

Voorlopig zetten we Bonkje dus toch maar weer gewoon op de wc voor ze gaat slapen. Tien tellen proberen, als er niets komt dan komt er niets, maar dan hebben we het in ieder geval geprobeerd.

Lees hier hoe de naam “Bonkje” is ontstaan

 

Chocolademousse

Ik had me laten vertellen dat bij Lidl hele lekkere en calorie- en vetarme chocolademousse te koop was. Er is hier geen Lidl in de buurt, maar op een goede dag kwam ik er dan toch – en ik werd er erg droevig van.

Nu had ik er ook niet zo’n goede start, want nadat ik het klaphekje door was zag ik dat winkelwagentjes verplicht waren. Normaal gesproken neem ik altijd een mandje – dat helpt om niet te veel te kopen want dan kun je het simpelweg niet meer dragen; bovendien kan ik niet al te veel boodschappen vervoeren per keer – zeker niet als mijn dochtertje achterop zit. Maar goed – er waren geen mandjes te bekennen. Brave ziel die ik ben liep ik alweer terug om alsnog een wagentje te halen, toen er een heel hard alarm afging (ik geloof zelfs met knipperende lichten maar misschien verzin ik dat er nu bij). Uit een speaker schalde een stem: “Dit is geen uitgang, ga langs de kassa”. Zonder wagentje en op mijn gezicht wanhopig de gedachte “ik ben geen dief hoor!” projecterend ging ik op zoek naar de chocolademousse. Met het gevoel dat iedereen naar me keek (o hoh! Zij heeft geen wagentje!) snelde ik daarna naar de kassa. Waar zowaar een mevrouw die haar hele volle kar op de toonbank aan het laden was me voor liet gaan. Ik betaalde en stapte opgelucht de winkel uit. Pfffft.

Optelsommetje

Ik ben een avondmens. Omdat ik een avondmens ben, vind ik op tijd naar bed gaan erg moeilijk – zelfs als ik moe ben. ‘s Avonds heb ik eindelijk even tijd voor mezelf en als ik vroeg ga slapen is het alweer zo snel morgen en morgen staat gelijk aan weer van alles moeten. Maar ja, ik ben eigenlijk ook iemand die toch echt minimaal acht uur slaap nodig heeft per nacht om een beetje uitgerust te raken.

Op een standaarddag levert dit het volgende sommetje op:
te laat naar bed + te vroeg weer wakker = opstaan met een slecht humeur.

Maar er zijn nog meer factoren die een rol spelen. Zo lig je – om maar een voorbeeld te noemen – heerlijk te slapen en word je op wrede wijze en veel te vroeg uit je slaap gehaald door het geblèr uit de wekkerradio van manlief. Nu is dat op zich niets bijzonders, maar als je niet hoeft te werken en geen afspraken hebt toch liever niet.

Aangezien manlief dwars door het kabaal heen slaapt (snurk) zijn er een paar porren voor nodig om hem net zover bij bewustzijn te brengen dat hij de wekker uitzet. Met een diepe zucht – nog even bezorgd luisterend of ik geen geluid uit de kamer van ons dochtertje hoor komen – laat ik mij terugzakken op mijn kussen.
…om 10 minuten later opnieuw wakker te schrikken
…en 10 minuten later nóg een keer
NIET DE REPETEERKNOP! DE UITKNOP!

En ja, daar is het gevreesde getrippel van een paar kleine voetjes. Ik hou me nog even slapende, want heel misschien is mijn lieve echtgenoot het doelwit (please, please!), maar nee. Het getrippel komt steeds dichterbij en dan ploft er een klein bonkje energie bovenop mij neer. “Mama, mag ik nog even bij jullie in het grote bed?” (stuiter de stuiter) – Nou, vooruit dan maar, maar eerst nog even samen naar de wc….

“Je mag er alleen bij als je heel stil ligt en niet gaat kletsen hoor! Kan je dat?” – Bonkje knikt heftig met haar hoofd. Ja, dat kan ze hééééél goed.

Glimoogjes.
Een klein handje op mijn arm…01011
Een kusje op mijn wang…
…Vertedering.

Een koud voetje tussen mijn benen…
Een handje op mijn ogen…
Het voetje zoekt een ander plekje…
Een por in mijn ribben
Een vinger in mijn neus…
…”Nu echt stil liggen want anders leg ik je weer in je eigen bed!”
Bonkje kijkt mij heel onschuldig aan en knikt heel overtuigend.

Ik draai me op mijn zij.
Rust.
3 seconden.

“Mama wil je mijn buik aaien?”
“Ssst, lekker nog even slapen”

Er kroelt een handje door mijn haar.
Ik hoor gesabbel op twee vingertjes.
Ik draai me weer om.
Het andere handje zoekt mijn gezicht.
Ik neem het handje in de mijne.
Ik hoor een diepe zucht.
“Mama mag ik mijn nachtpon uit ik heb het te warm”
“Ja dat mag”
Bonkje staat op en wiebelt heen en weer op het bed.
Ik ben de helft van het dekbed inmiddels kwijt.
Por hier, por daar, Bonkje verliest bijna haar evenwicht. Bonkje giechelt. Wat een grap!
Ik hou mijn armen beschermend voor mijn gezicht.
Bonkje komt weer liggen, nestelt zich helemaal tegen me aan.

En daar zijn de handjes en voetjes weer.
En – au!
“Oké, ik ga in je eigen bed leggen, want je kunt niet stil liggen. Zo kan ik niet slapen!”

Dan blijkt dat Bonkje geen stuiterbal is, nee, Bonkje is een toverbal. Van het ene moment op het andere verandert ze in een tegenstribbelend klein monstertje. Monstertje ligt blèrend onder haar dekentjes.

“En nu hou je op met die aanstellerij anders doe ik je deur helemaal dicht!”

Terug in bed
Door de dunne muur heen hoor ik gesnif en gesnotter.
Rust.
Relatief.
Kan niet slapen.
“Mama! Ik heb heel erge honger! Ik wil een boterham! Mama! Gaan we opstaan? Mama! Ik wil een boterham!”

Mama en Bonkje gaan naar beneden.
Bonkje geeft mama een knuffel. “Lieve mammie!”
Mama zucht eens diep en strijkt Bonkje door haar minihaartjes.

*****
8 augustus 2013: ‘Bonkje’ is inmiddels zo groot geworden dat ik haar blognaam niet meer zo goed vond passen. Ik had al suggesties gekregen voor ‘Vlinder’ en ‘Belle’ maar die namen pasten weliswaar beter bij de blognaam van haar zusje, ‘Bloem’, maar klopten toch niet helemaal voor mijn gevoel. Ik heb haar nu omgedoopt tot ‘Lune’.