Voetbalschoen

Terwijl de verkoper Lune helpt bij het passen van nieuwe balletschoentjes en gymschoenen – ze is uit haar oude paren gegroeid – valt mijn oog plotseling op Bloem. Ze staat helemaal verlekkerd te kijken naar een blauwe kindervoetbalschoen (precies zo één als op het plaatje). Ze heeft ‘m precies naast haar laars gezet.

Blauwe voetbalschoen met drie witte strepen

Kijk mama, deze past wel! Die kan ik aan als ik ga voetballen!
O – en mama, ze hebben hier ook hele kleine hockeysticks!

We zullen zien – eerst maar eens op zwemles…

In memoriam

Begin juni hebben we mijn laatste oma begraven – ‘oeroma’ voor Lune en Bloem. Ze stierf op Hemelvaartsdag.

Tot mijn verwondering heb ik gemerkt dat ik, als ik aan haar en mijn andere grootouders terugdenk, me vooral dingen herinner uit mijn kindertijd. Of misschien is dat ook wel logisch. Niet dat ik het niet waardevol vond ze ook op oudere leeftijd te hebben gekend, met ze te hebben kunnen praten – integendeel. Toen ik groter werd ben ik pas gaan beseffen hoe bijzonder het was dat ik al mijn opa’s en oma’s nog had. En ook dat ze, zonder dat ik me er bewust van was geweest, heel belangrijk voor me waren. Maar de herinneringen aan hun laatste jaren zijn soms pijnlijk.

Hoe verdrietig is het om te zien hoe het geheugen soms steeds wredere spelletjes gaat spelen tot je tenslotte nog maar een heel kort gesprekje kan voeren dat zich daarna precies weer zo herhaalt. En herhaalt. Of tot kinderen vreemden worden…

Hoe moeilijk is het om te zien als een lichaam steeds meer aftakelt, of steeds minder goed herstelt van letsel – soms steeds meer pijn veroorzaakt – en de onafhankelijkheid van wie eens zo kwiek en fier was steeds verder afbrokkelt.

Hoe onrechtvaardig voelt het als twee mensen die een groot deel van hun leven samen echt een eenheid vormden, op latere leeftijd door de dood worden gescheiden – en dat één van de twee de ander dan jaar na jaar nog moet missen.

Nee, misschien is het niet zo gek dat me vooral beelden en geluiden uit mijn kindertijd te binnen schieten.

Heerlen
Opa en oma

We rijden de oprit op naast het huis. Oma en opa komen al naar buiten door de keukendeur aan de achterkant – oma roept ‘Kijk eens wie we daar hebben!’ en ze lacht zoals alleen oma lachen kan. Opa haalt mijn neus eraf en heeft hem zomaar tussen zijn vingers. Gelukkig plakt hij hem er ook altijd weer op.

De tuin is groot en je kan helemaal om het huis heen lopen, dat vind ik wel leuk. Als het mooi weer is, dan is er een groot zonnescherm uit aan de achterkant en kunnen we allemaal lekker buiten zitten. In het huis blijf ik vooral graag even in de gang staan – en later in het hoekje van de kamer, bij de tuindeur. Want op die plaatsen staan oma’s laarzen. Ze heeft er heel veel en ze zijn lang met hoge hakken. Zulke mooie laarzen zou ik ook wel willen. Ik vind het wel een beetje gek dat de laarzen onder de kapstok in de gang achter een gordijn staan.

Als we gaan eten – opa en oma eten ‘s middags warm – mag ik met een speciaal stokje met een rond ding eraan altijd op de gong slaan in de gang, zelfs als iedereen in de kamer is en het allang weet. De gong heeft een heel mooi geluid.

Ik mag voorbidden, dat vind ik altijd leuk. Het laatste stukje bidden we met zijn allen. Vaak krijgen we eerst soep. Oma maakt altijd soep met vermicelli en van die hele lekkere grote dingen erin. Ze zijn licht van kleur, bol in het midden, puntvormig aan de uiteinden en ik kan nooit onthouden hoe ze heten. Soms krijgen we rollade. Daar snijdt opa dan altijd plakjes van met een groot mes – precies tussen de grepen van een ijzeren tang door, waarmee hij de rollade vasthoudt. En toe – ook al zo’n feest – krijgen we hopjesvla. Vanille, chocolade of karamel. Ik hou het meest van vanille en karamel.

‘s Ochtends om 07:00 uur sta ik altijd samen met oma op. Dan gaan we ochtendgymnastieken met de mevrouw van radio en daarna samen ontbijten. Er mag ook niemand anders naar beneden komen, want dit is óns moment. Opa en oma hebben een doorzichtig plastic potje met een oranje tuutdop. Daar zit hagelslag in.

Als we er op zondag zijn ga ik graag met oma mee naar de kerk. Oma kent de priester goed. Ik vind het hele ritueel wel spannend en ik krijg van oma altijd muntjes die ik bij de collecte zelf in het zakje mag doen.

Ik vind het ook wel leuk om mee te gaan met boodschappen doen. De winkel is heel anders dan die bij ons en ze hebben er ook van die omaworst, die opa en oma ook weleens meenemen als ze bij ons op bezoek komen omdat ik die zo lekker vind.

Op de wc bij opa en oma hangt een verjaardagskalender met allemaal plaatjes die gemaakt zijn door mond- en voetschilders. De plaatjes zijn niet zo bijzonder, maar de fotootjes van de schilders erbij, terwijl ze aan het schilderen zijn met een penseel tussen hun tenen of in hun mond, vind ik heel fascinerend. Ik doe dan ook altijd wat langer over mijn wc-bezoek.

In de kamer staat een piano met een metronoom erop. Die herken ik wel, want thuis hebben we ook een piano en een metronoom, maar die hebben allebei wel een andere kleur. Op de klep van de piano ligt een lang rood kleedje, dat hebben we thuis niet. En op de piano ligt allemaal bladmuziek want oma zingt in een koor. Operettes en andere klassieke muziek. Ze treedt ook vaak op. Ik vind het wel leuk als oma zingt. Mama zingt ook. Als ze moet oefenen, zing ik graag met haar, al snap ik niet waar het over gaat want het is altijd in een andere taal. Mama zingt mooi, maar ze zingt ook vaak op straat en dan schaam ik me altijd heel erg want dat is gek en dan kan iedereen het horen.

In de kamer staat achter de bank een klein tafeltje met een klein stoeltje waar ik graag zit. Oma heeft Libelles. Die vind ik wel interessant, want er staan stripjes in. En soms gaat de klep van een kast langs de muur open en dan schenkt opa een glaasje limonade in. En uit de lage kast voor het zijraam komt weleens iets heel lekkers: een kinderchocolaatje.

Soms zet opa de filmprojector neer in de kamer en dan gaan we filmpjes van de vakantie kijken die opa heeft gemaakt, met titels ertussen. Na een tijdje moet opa de spoel altijd verwisselen. Oma vertelt alles erbij. Ze wordt er altijd helemaal blij van als ze de filmpjes ziet en ze gaat steeds sneller praten en harder lachen. De filmpjes zijn wel een beetje wiebelig. Ik heb er niet zo’n last van, maar mama wordt er altijd en beetje misselijk van.

Opa en oma hebben een caravan. Daar gaan ze vaak mee op vakantie. Als ik al wat groter ben, ga ik op tienertoer met een vriendinnetje en gaan we logeren bij haar oma, maar ook in Heerlen – waar we in de tuin in de caravan mogen slapen. Jammer genoeg zijn er wel veel muggen. Opa en oma nemen ons ook een dagje mee naar de Eifel. Een grote koelbox voor de picknick gaat mee. Dat is een leuk tochtje. Leuker dan een andere tocht die ik me van een andere keer vaag herinner. Toen gingen we geloof ik naar Gemert, waar het graf was van opa’s ouders – en daarna brachten ze me denk ik helemaal naar huis. Hoe dan ook duurde het allemaal heel erg lang, want we reden niet over de snelweg, maar over allemaal binnendoorweggetjes. En oma zat bijna bovenop het stuur van de Mazda. Na die keer wilde ik liever niet meer met ze mee in de auto.

Opa stuurt elke week een kaart (net zoals Lune en Bloem nu bijna elk weekend een kaart van mama krijgen). En als het Sinterklaas is krijgen we altijd ieder een eigen doorzichtige zak met lekkers erin. Ik krijg een chocoladeletter, een speculaaspop, hazelnoten (mama krijgt ook walnoten en andere noten, maar die vind ik niet zo lekker), mandarijnen en nog wat ander fruit. Dat is wel heel bijzonder, zoveel lekkers helemaal voor mij alleen, mmm!

Veenendaal
Opa en oma
Als we op het station aankomen staat opa in zijn legergroene jack al op ons te wachten, want het is nog best een eindje rijden naar de flat van opa en oma toe. De flat ziet er anders uit dan onze flat en het allerleukste vind ik dat er naast het keukenraam een kiepbak zit. Daar doet oma door het keukenraam volle afvalzakken in – en die vallen dan door een koker helemaal naar beneden in het flatgebouw en komen daar in een grote container terecht. Als ik er ben dan hoop ik altijd dat er een volle zak is, want dan mag ik het doen – of als de zak te zwaar is, mag ik helpen.

Opa en oma hebben ook een heel bijzondere bel, veel leuker dan alle andere bellen die ik ken. Hij maakt een heel mooi ding-dong geluid dat je heel goed hoort en hij ziet er ook heel mooi uit. Je kan hem goed zien als je de lange gang binnenkomt. Hij is niet klein en rond maar heeft lange, goudkleurige pijpen.

Het is wel altijd heel erg warm bij opa en oma, maar gelukkig mag ik als ik het heel erg warm krijg lekker op blote voeten en in mijn hemd en onderbroek rondlopen. Dat loopt wel lekker zacht, want er ligt bruine vloerbedekking – met iets donkerdere vlekken erin. Net als de vacht van een hyena, maar dan donkerder. Ik moet dan alleen niet op de groene bank of één van de oranje stoelen gaan zitten, want dat kriebelt. De kussens van de bank en de stoelen zijn trouwens ook heel erg hard, dus je moet altijd voorzichtig gaan zitten. Jammer genoeg vergeet ik dat weleens.

De bank, de stoelen, het vierkante krukje en het tafeltje in het midden hebben randen van bamboe. Het tafeltje heeft een onder- en een bovenplank. Op de onderplank liggen kranten en tijdschriften. En een vliegenmepper maar ik heb nog nooit een vlieg gezien in de flat. Het allermooiste op die plank is echter de oranje koektrommel met een deksel waar een foto van een jongetje in een autootje op staat. En tussen het deksel en de trommel zit altijd een doorzichtig stukje folie, zodat de koekjes niet zacht worden.

We krijgen trouwens ook wel eens andere lekkere dingen dan koekjes. Lumpers bijvoorbeeld. Of een broodje ba pao. Of pisang goreng. Ik denk dat ik dat allemaal nog lekkerder vind dan koekjes. Als we lumpers krijgen, krijgen we ze altijd in een stukje folie, omdat de rijst een beetje kleeft.

Oma kan ook heel lekker Indisch koken. Maar als ik weleens kom logeren maakt ze voor mij vaak erwtjes en worteltjes en een slavink, omdat ik dat zo lekker vind.
Als we Indisch eten dan eet ik nooit de hete dingen. Van opa moet ik niet ‘heet’ zeggen, maar ‘pedis’ – maar dat vind ik een beetje raar, want het is toch hetzelfde? Opa vindt het niet zo snel heet. Of pedis. Hij eet soms zelfs sambal op zijn brood. Bah, sambal op je brood, dat lijkt mij helemáál niet lekker.

Wat mijn neefjes en ik ook heel lekker vinden is de ‘roze salade’ die oma soms maakt als we mijn oom en tante en neefjes er ook zijn. Met rode bietjes en vis erin. Als we met zijn allen zijn gaan we vaak ook wandelen in het bos. Dat is heel leuk. Van oma krijgen we dan alledrie een doorzichtig plastic doosje mee waar nootjes in hebben gezeten. In de dekseltjes mogen we een paar gaatjes prikken en dan verzamelen we in het bos kleine diertjes, mieren en pissebedden enzo, die we dan met wat blaadjes en takjes in het doosje doen. Dan kunnen we ze goed bekijken. (Ik kan me niet meer herinneren wat we dan uiteindelijk met de doosjes deden – de diertjes weer vrijlaten voor we het bos verlieten hoop ik). Als we uitgewandeld zijn mogen we altijd nog even spelen in de grote speeltuin. Daar leer ik mijn neefje schommelen – ik vind het maar niets dat hij dat niet kan, want schommelen is zooooo leuk! En daarna schommelen we altijd samen.

Als ik samen met oma boodschappen doe in de winkel vlakbij, vraagt ze aan de jongen van de groenteafdeling, die ze haar kleinzoon noemt, of de sinaasappels goed zijn, want opa houdt alleen van lekker zoete en sappige navelsinaasappels. De jongen lacht, hij kent haar en zegt dat ze prima zijn.

Opa weet wat hij wil en is in alles heel zorgvuldig. Als hij afwast doet hij dat alleen in water dat goed heet is – en naast dat teiltje met sop zet hij altijd een tweede teiltje, waar heet water zonder sop in zit, om het sop in af te spoelen. Hij kan ook veel met zijn handen – zo heeft hij alle Donald Duckjes waar ik bij papa een abonnement op heb gekregen, ingebonden en op de kaft heeft hij Donald Duck nagetekend. Dat is fijn, want als ik nu ‘s ochtends vroeg als ik bij papa ben naar beneden ga om te lezen dan raak ik er geen kwijt en blijven ze mooi op volgorde.
Soms zijn opa en ik het niet met elkaar eens. Zoals met ‘heet’ en ‘pedis’. Maar ook een keer als ik bezig ben om een broek van mijn barbiepop weer goed te doen, omdat die binnenstebuiten zit. Dan vindt opa dat ik het niet goed doe en dat het veel handiger kan. Maar ik wil het helemaal niet anders doen! En bovendien: wat weet opa nou van barbies?

Oma weet altijd precies wat ik leuk vind om te doen – daar vraagt ze ook altijd naar. Ik voel me wel een beetje schuldig als ik een keer als ik er ben een boekje over papierfiligraan van haar krijg, want dan vind ik eigenlijk alweer iets anders leuk…

Ik kom ook graag in het kleine kamertje, want daar staat oma’s kaptafel met een grote spiegel in het midden en twee zijspiegels die je kan bewegen. Als je op het krukje voor de tafel gaat zitten en de spiegels beweegt dan zie je jezelf wel duizend keer. Naast het kleine kamertje is de slaapkamer van opa en oma. Aan de andere kant van het gangetje, is een kamer waar twee opklapbedden staan. Als ze zijn opgeklapt hangt er een gordijntje voor waar mijn neefjes en ik ons soms achter proberen te verstoppen – maar echt goed gaat dat niet. In één van die bedden mag ik slapen als ik bij opa en oma logeer. Dan ga ik ‘s ochtends altijd heel zachtjes naar de slaapkamer van opa en oma toe en dan mag ik van opa oma kriebelen met een veertje. Dat is altijd heel grappig, want dan denkt oma, die krullers in haar haar heeft, dat het een vlieg is en probeert ze de vlieg weg te slaan. Maar als ze haar ogen opendoet, dan ziet ze mij en dan moet ze lachen.

Opa en oma zijn blij samen en ze houden van lachen. Soms bromt opa iets, met een twinkeling in zijn ogen en dan schatert oma het uit. En als het een keer niet zo goed met ze gaat dan verzinnen ze iets om er toch het beste van te maken. Zoals de keer dat opa geopereerd is aan zijn stembanden en niet kan praten. Dan blaast hij gewoon op een fluitje. Hij heeft een code afgesproken met oma, die oma soms vergeet. Dan worden ze niet boos of verdrietig, maar lachen ze erom. Zoals ze buiten op de foto staan, innig gearmd en lachend – zo herinner ik me ze ook. Als een hecht, onbreekbaar team.

Televisie

Na ongeveer 15 tv-loze jaren hebben we er sinds 5 december weer één. Een tv. Oorspronkelijk waren we van plan er een te kopen als Lune vier werd en naar school ging, zodat ze geen buitenbeentje zou worden. Toen het zover was hadden we echter niet de indruk dat ze het miste. Ze mocht af en toe filmpjes kijken op de computer en dat was prima. Bovendien bleef het zo echt een feest als ze bij onze ouders wel tv kon kijken.

Tijdens het feestje voor Lunes tiende verjaardag merkt echter één van haar vriendinnen er iets over op en uit Lunes reactie merken we duidelijk dat ze dat vervelend vindt. Vooral het idee van sommige klasgenoten dat we dan zeker arm zijn lijkt haar dwars te zitten (haar klasgenoten kunnen zich duidelijk niet voorstellen waarom je anders geen tv hebt , iederéén heeft toch een tv?) Het is maar een kort moment, maar toch zit het ons niet lekker. Niet wat haar klasgenoten denken, maar wel hoe Lune zich daaronder voelt. Als we het er eind november nog eens over hebben, is de beslissing dan ook snel genomen.

En zo komt het dat pakjesavond eindigt met een speurtocht door het huis. Kleine gedichtjes leiden Lune en Bloem naar een doos nieuwe borden onder ons bed, een stapel nieuwe handdoeken in bad en een nieuwe telefoon (want de oude deed het niet meer) in de meterkast. In de meterkast hangt nog een laatste gedichtje. Terwijl Lune het voorleest zien we haar ogen groter worden.

‘Een tv?! Nee, dat is vast ijdele hoop!’
‘Ga maar kijken op zolder, dan zie je het vanzelf.’

In het wasmachinehok ligt een heel groot cadeau. Lune kan het nog steeds niet te geloven en durft nauwelijks iets te zeggen, bang de betovering te verbreken. Bloem heeft daar geen last van.
‘Ja, daar zit een tv in’ stelt ze nuchter vast, alsof ze dagelijks ingepakte tv’s vindt.
Manlief tilt het pakket naar beneden, om het daar samen met Lune voorzichtig uit te pakken. Als het papier eraf is slaakt Lune een kreet die nog het meeste lijkt op de luide roep van een zeeleeuw.
‘Kijk, Bloem, een tv! We hebben een tv gekregen! We hebben een tv gekregen!’
Bloem (net naar school, vier jaar) komt even kijken.
‘O ja’.
Dan rent ze snel weer naar de bank om verder te spelen met het ridderpak dat ze van Sinterklaas gekregen heeft. Best aardig hoor, zo’n tv, maar een ridderpak is tenminste ècht leuk.

Het duurt nog een paar dagen voor we de tv aan kunnen sluiten, maar dat lijkt Lune niet te deren. We hébben er nu tenminste één en dat lijkt al voldoende om ongelovige reacties van haar klasgenoten verder te voorkomen.
‘Als ik zei dat we geen tv hadden dan zeiden de jongens: oh, ik zou echt dóódgaan als we geen tv hadden!’

Wat me in al die jaren zonder tv het meest is opgevallen, is de grote discrepantie in de reactie van kinderen en van volwassenen als je vertelt dat je geen tv hebt. De meeste kinderen reageren ongeveer net zo als Lunes klasgenoten, de meeste volwassenen schieten – nadat ze eerst hebben gevraagd waarom je dan geen tv hebt (we vonden dat we er te lang achter bleven hangen en dat begon ons steeds meer te irriteren – voor je het wist was er weer een avond voorbij) – meteen in een soort verdedigingsmodus: o, maar wij kijken bijna nooit hoor! Dat laatste heb ik altijd wel frappant gevonden, gezien de enorme hoeveelheid gesprekken die ze vervolgens wel over tv-programma’s en tv-BN’ers met elkaar voeren.

Wat me na een paar maanden mèt tv nog steeds het meeste opvalt en verbijstert is het absurde aantal zenders (ik heb niet eens zin om door te zappen tot ik ze allemaal gezien heb) en het daarmee totaal niet in verhouding staande matige en eenzijdige aanbod. Er zijn een paar formules die je vrijwel elke dag op verschillende zenders tegenkomt (talentenjachtprogramma’s (zingen, dansen, koken), ik-leer-iets-heel-moeilijks-waarbij-ik-flink-op-mijn-bek-kan-gaan-en-leer-dat-hopelijk-sneller-dan-mijn-concurrenten-programma’s (kunstschaatsen, stijldansen, schoonspringen) weetjes-spelprogramma’s, realityseries, praatprogramma’s met ‘experts’, BN’ers-die-hun-BN-status-moeten-opkrikken-en-daarom-aan-alles-meedoen-programma’s)- waarvan de grootste gemene deler volgens mij is: ik wil met mijn kop op tv en het maakt niet uit hoe.

Natuurlijk zijn er ook wel positieve uitzonderingen, maar om nu te zeggen dat televisie kijken mijn leven verrijkt – nee, bepaald niet. Die ellenlange reclameblokken – ik snap eigenlijk niet dat mensen nog zo massaal tv blijven kijken – tegen de tijd dat zo’n reclameblok voorbij is ben je bijna vergeten waar je naar zat te kijken. En het journaal – het journaal mensen, sorry hoor, maar dat is toch echt niet meer van deze tijd? De vaste cameraopstelling heeft plaatsgemaakt voor meerdere gezellig bewegende camera’s, de nieuwslezeres mag niet meerblijven zitten maar moet ook in beweging komen zodat we ook haar kekke hakjes zien en ons na afloop niet alleen de weerman met zijn bewegende kaartjes en satelietbeelden herinneren. Om over de betuttelende manier waarop de onderwerpen gebracht worden nog maar te zwijgen. Nee, sorry, geef mij maar de krant.

En nee, natuurlijk ben ik niet Roomser dan de paus. Als ik niet uitkijk wil ik de volgende uitzending van masterchef-Holland-USA-UK-Australia ook weer zien want ik vind het toch wel fascinerend wat ze nu weer moeten maken en ik hoop toch dat die of die doorgaat want die is sympathiek en die mag wat mij betreft afvallen, want dat is echt een bitch. Maar uiteindelijk word ik er niet echt blij van. Niet zoals ik dat bijvoorbeeld kan worden van het lezen van een boek, of het maken of bewerken van foto’s of iets dergelijks. Af en toe, met mate, dan blijft het wel leuk. En tijdens het strijken (maar dan kijk ik gewoon op de computer, naar uitzending gemist). Anders voel ik me al snel een beetje vies en vadsig – alsof ik te veel fast food heb gegeten.

Maar goed, we deden het ook niet voor onszelf, we deden het voor Lune. En alleen al haar enorme blijdschap bij het uitpakken van de tv was goud waard.

Flip de Beer wil naar de maan en bakt appeltaart

Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de Beer. Ik logeerde bij Bloem deze keer.

Eerst waren we nog op school, toen mocht ik bij Bloem op schoot. Ik zit graag op schoot, maar Bloem hield me per ongeluk vast aan mijn nek, dus toen kreeg ik het wel een beetje benauwd. Dus piepte ik: Bloe-hoem! wil je me om mijn middel vasthouden?

En…oepsie! Ik had mijn nieuwe pyama nog aan. Dat kwam omdat ik er zó blij mee ben, dat ik helemaal vergeten was iets anders aan te doen.

Het regende heel hard toen we uit school kwamen dus ik was blij dat Bloems mama ons met de auto kwam halen. Daar zag ik wel iets vreemds: een fiets?! In de auto? Even later snapte ik waarom: de fiets was stuk, dus gingen we naar de fietsenmaker. Daar zag ik héél veel fietsen. Er hingen zelfs fietsen aan het plafond!

Voor we gingen slapen kwam Bloems grote zus Lune ons nog even een knuffel geven. Dat was heel leuk, want ik heb ook bij Lune gelogeerd toen die nog veel kleiner was!
Daarna mocht ik onder een fijn zacht dekentje aan het voeteneinde van Bloems bed slapen. Als Bloem met haar voeten wiebelde, kietelde dat wel een beetje aan mijn billen!

Zaterdag hebben we gespeeld met de auto’s en de ridders. Daarna gingen we met Bloems papa en Lune mee naar de bibliotheek.

Lunes fiets was nog bij de fietsenmaker, dus fietste ze op een heel gek fietsje met hele kleine banden maar een heel hoog zadel en heel hoog stuur. En toen we terugkwamen vouwde Bloems papa de fiets op. Een vouwfiets, haha! Ik kan alleen papieren vliegtuigjes vouwen!

Bij de bieb leenden we een boek over astronautje André. Ik zou best ook eens in een raket naar de maan willen, jullie ook? Op de maan kan je heel hoog springen.

Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan
Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan

Vandaag kleedden we ons vroeg aan, want Lune moest dansen in een balletvoorstelling en moest de hele dag in het theater zijn.

Bloem en ik mochten een appeltaart bakken, want ‘s middags kwamen Bloems opa’s en oma’s. De hond van Bloems opa & oma kwam ook mee. Hij was heel lief maar wel een beetje druk en ik ben zijn naam vergeten.

Nu gaan we naar bed. Morgen gaan we weer naar school. Slaap lekker lieve Bloem, tot een volgende keer!

Flip

Mindful eten

Wanneer het begon weet ik niet meer, maar plotseling dook overal het woord ‘mindfulness’ op. Aanvankelijk had ik daarbij een beeld van – niet nader gedefinieerde – zweverige toestanden. Het kwam op me over als een hype die je vooral niet te serieus moest nemen. Tot er een bijna tegelijkertijd twee verschillende mensen op mijn pad kwamen die hele positieve en niet-zweverige-ervaringen hadden met mindfulnesstrainingen. Ik kwam er ook achter dat er cursussen bestonden op het gebied van mindful eten. Gezien de nogal heftige eetproblemen waar ik mee heb gekampt, wekte dat mijn interesse.

Her en der heb ik er wat over gelezen en kwam ik erachter dat je ook een online training ‘Mindful eten’ kon volgen. Dat heb ik gedaan. Mindful eten komt neer op heel aandachtig eten en drinken. Hierdoor wordt je je bewuster van wat je eet, hoeveel je eet, van prikkels die maken dat je ergens trek in krijgt – en van waar je lichaam echt om vraagt.

Het klinkt simpel en enerzijds is het dat ook, anderzijds vind ik het knap lastig. Het valt niet mee om jarenlange gewoonten en gedachtes om te buigen. Het doet me soms een beetje denken aan toen ik nog viool speelde. Soms had ik geen zin om voor ik aan een nieuw stuk begon eerst de juiste toonladder te spelen. Dat resulteerde er nogal eens in – vooral als het een wat onbekender werk betrof – dat ik ergens kruisen of mollen speelde die er niet stonden – of vice versa. Ik weet nog hoe moeilijk het was om dat dan weer recht te zetten, simpelweg omdat ik in korte tijd gewend was geraakt aan een verkeerde melodie.

Op momenten dat het lukt, kan het verrassende dingen opleveren. Zo kwam ik er in december achter dat ik kruidnootjes – waarvan mijn eerste automatische gedachte is: ‘o, daar kan ik niet van afblijven; als ik daar een zak van open eet ik ‘m helemaal leeg’ eigenlijk visueel helemaal niet aantrekkelijk vind. De geur is echter een ander verhaal. Als ik die ruik, loopt het water me in mijn mond. Ik merkte ook, dat ik geneigd ben andere dingen te doen terwijl ik eet – als ik alleen ben, pak ik er vaak een boek bij. Maar als ik dat doe zijn die kruidnootjes vrijwel ongemerkt zo op en heb ik er niet eens echt van genoten.

Afgelopen weekend – met gezouten cashewnoten in de dop – merkte ik dat ik automatisch al naar een tweede nootje reikte terwijl ik nog een nootje in mijn mond had. Op dat moment was ik eigenlijk al niet meer bezig met hoe het eerste nootje proefde. Het lijkt zo klein – maar het heeft gek genoeg grote gevolgen. Van tevoren had ik heel veel zin in de cashewnootjes. Mijn eerste gedachte was: nee, dat mag niet. Maar waarom eigenlijk niet? Ik besloot dat ik mezelf best iets lekkers mocht gunnen. Alleen dan niet graaiend uit het zakje, maar 10 in een bakje. Dus telde ik 10 nootjes uit. Toen ik bij 10 was betrapte ik mezelf erop dat ik niet dacht ‘mmm, lekker’ maar ‘o, dat is wel erg weinig’. Toen ik ermee was gaan zitten en de nootjes één voor één zo aandachtig en rustig mogelijk had gegeten, taalde ik tot mijn eigen verbazing echter niet naar meer nootjes. Het was genoeg, ik voelde me voldaan!

Eigenlijk ben ik net een klein kind dat iets nieuws ontdekt – met dezelfde verbazing en verrukking. Nu nog dezelfde volharding en hetzelfde geduld leren opbrengen als een klein kind dat leert lopen. Want het gaat niet altijd goed en makkelijk. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Geduldig oefenen, oefenen, oefenen.

*****
Zie ook:
• De website Mindul eten van Rita Zeelenberg
• Boek ‘Eating mindfully – how to end mindless eating & enjoy a balanced relationship with food’ – second edition van Susan Albers
• Boek ‘Mindful eating – A guide to rediscovering a healthy and joyful relationship with food’ van Jan Chozen Bays
(Van beide boeken zijn ook Nederlandse vertalingen verkrijgbaar).

Mandarijn

Manlief: ‘En, is het gelukt om je mandarijntje te pellen?’
Bloem: ‘De juf heeft een beetje geholpen’
Manlief: ‘Maar zondag heb je het mandarijntje dat in je schoen zat toch helemaal zelf gepeld?’
Bloem: ‘Ja, maar dat was van Sinterklaas’

…‘t Is maar dat jullie het weten: de mandarijnen van Sinterklaas zijn veel makkelijker te pellen.

Lampionnetje

Eigenlijk zouden we dit jaar niet gaan. Maar ja, Bloem had dit jaar maar liefst twéé hele mooie (bijna) zelfgeknutselde lampionnetjes – nog één van het kinderdagverblijf èn een van de eerste week op school. Uiteindelijk hebben we dus toch maar een klein rondje gemaakt. En het liedje ‘lampionnetje’ dat we vorig jaar hadden ingestudeerd was nog steeds een succes.

Bonkje & Bloem zingen ‘Lampionnetje’
Lampionnetje, lampionnetje
schijn maar in de donk’re nacht
als een sterretje
als een zonnetje
licht heeft veel geluk gebracht.

Dat het maar een klein rondjes was, was overigens niet te zien aan de hoeveelheid snoep die de dames hadden opgehaald – bijna overal ‘mochten ze nog wel wat pakken’. Gelukkig telde ik ook nog een paar mandarijnen.

Toen ik Bloem voorstelde dat ze misschien ook opa en oma, die op dinsdag altijd komen, ook iets uit haar snoeptrommeltje kon geven, keek ze een beetje bedrukt. Haar gezichtje klaarde echter op toen ze zich de mandarijntjes herinnerde: die mochten opa en oma wel hebben. Delen valt niet mee.

Naar school

‘Ik zal mijn vriendjes van het kinderdagverblijf wel missen.’
‘Ja, maar we kunnen heus nog wel eens afspreken hoor.’
‘Nu moet ik aan die kindjes vragen of ze mijn vriendje willen worden. Maar dan zeggen sommige kinderen nee en misschien zeggen ze allemaal nee.’
‘Dat zal wel meevallen,’ zeg ik iets stelliger dan ik me voel, ‘je leert ze snel genoeg kennen. En dan merk je vanzelf wie je aardig vind – en wie het leuk vindt om met jou te spelen.’

De avond voor ze voor het eerst gaat wennen op school, heeft ze buikpijn en kan ze niet slapen. We nemen haar uiteindelijk maar een tijd bij ons in bed. Ik aai zachtjes over haar buikje, haar wang en haar haar en denk terug aan hoe ze naast me lag toen ze pasgeboren was.

De volgende ochtend ga ik met haar mee naar school. De juf verwelkomt ons en laat zien dat er aan de kapstok al een luizenzak klaarhangt met Bloems naam erop en een stickertje erbij. En in de kring staat een stoeltje – ook met haar naam en met een stickertje met hetzelfde plaatje. Ik ga zitten op Bloems stoeltje en lees een verhaaltje voor – totdat de juf begint. Ik vraag Bloem of ze nog even op schoot wil zitten, of dat ik nog even op een tafel net buiten de kring zal gaan zitten. Maar nee, ik moet helemaal weg, want de juf gaat beginnen en alle andere ouders lopen ook het lokaal uit! Dus sta ik onverwacht snel buiten. Door het raam zwaai ik nog even naar haar. Ze zwaait vrolijk terug. Uh – nou – dan ga ik maar aan het werk.

Als ik haar aan het eind van de ochtend ophaal, rent ze stralend op me af. ‘Kijk, ik heb een sticker verdiend! En ik heb met een meisje gespeeld!’ Hoewel ik er ergens wel vertrouwen in had dat het goed zo komen, valt er toch een pak van mijn hart. Maar leuk vind ik het nog steeds niet. Vanochtend had ik een laatste oudergesprek met één van Bloems vaste leidsters van het kinderdagverblijf en ik kon een paar tranen niet onderdrukken. We hebben enorm geboft met Bloems leidsters – ze is dol op ze en wij stiekem ook. We lieten haar altijd met gerust hart achter. Ze was in goede handen en kon er naar hartelust spelen èn zich ontwikkelen.

Nu wordt onze peuter een kleuter. Ik weet dat ze bij de kleuters heus ook nog wel spelen, maar toch voelt het beklemmend, als het begin van ‘het moeten’, dat nooit meer ophoudt. Wat zou ik graag willen dat ze nog een jaartje drie bleef. Dat ze nog niet aan kleuter-citotoetsen wordt onderworpen (we leven in doorgeslagen maatschappij als je het mij vraagt). Dat ze nog wat langer zo heerlijk onbezorgd bleef.

Maar ja, aan de andere kant is ze er misschien ook wel aan toe een stapje verder te gaan. Ze wijst enthousiast letters aan op straat en afgezien van de keer dat ze riep dat ze geen huiswerk wilde, niet naar school wilde, niet wilde studeren en niet wilde werken (tja, dat heb je als je je grote zus met tegenzin huiswerk ziet maken) – afgezien van die keer kan ze nu eigenlijk niet meer wachten om ‘helemaal’ naar school te gaan. Zeker niet nu ze voor haar verjaardag een mooie schoolrugzak, broodtrommel en drinkbeker heeft mogen uitkiezen.

Morgen gaat ze nog één dagje naar haar vertrouwde groep en dan moeten we er toch echt aan geloven. Ik neem nog maar een glas wijn. Loslaten valt niet mee.

Dag van de leidster

Soms is het een beetje druk en voel ik me net een jongleur die vijf ballen in de lucht probeert te houden. Gelukkig zijn het geen echte ballen, want dan lukt het me zelfs niet met drie. Maar bij meer dan drie imaginaire ballen, is de kans dat ik er één laat vallen bijna net zo groot.

Er kleeft een geeltje op mijn toetsenbord. ‘Bloemen maken voor de leidsters’. Dus daar zitten we, Bloem en ik. We zijn er extra vroeg voor opgestaan. Eerder deze week lukte het niet door verjaardagen, traktatie, de deadline van een zelfgemaakt familietijdschrift voor mijn oma en meer van dat soort dingen.
‘Wat voor bloemen zullen we maken?’ vraag ik haar en we bekijken een aantal plaatjes.
Rozen, vindt Bloem. Rode rozen.
Met een groen kaartje eraan.
Zij aan zij zitten we aan mijn bureau. Uit groen papier knippen we drie kaarten, waarop we haar handje omtrekken. Daarna mag Bloem ze verder versieren.
Ondertussen volg ik de instructies van een video op YouTube, waar iemand de moeite heeft genomen om stap voor stap te laten zien hoe je een eenvoudige origami-roos kunt vouwen. Lang leve internet.
‘Kijk mama, ik maak grote en kleine stippen want we hebben het over groot en klein.’
‘Ja, ik zie het, leuk hoor.’
‘Stippen in allemaal kleuren, dan is het extra feestelijk.’
‘Dat is het zeker.’
Ik vouw en ik vouw. Het begin is simpel, het kost alleen tijd – zeker als je alles drie keer moet doen; maar ja – Bloem heeft nu eenmaal drie vaste leidsters. Maar dan komt er een stukje dat er op de video heel anders uitziet dan bij mij. Hè? Hoe krijgt hij dat nu voor elkaar?! Ik ben bang dat ik bij ‘only one tricky part’ uit de toelichting bij de video ben aangeland. Ik kijk het stukje nog een keer, vouw mijn blaadje weer open en probeer het opnieuw.
Origami Rose (Jo Nakashima) – YouTube

En eindelijk – ik snap nog steeds niet precies hoe – heb ik iets in handen dat vagelijk op het voorbeeld in de video begint te lijken. Dat is één. Nu de volgende twee. Ik begin een beetje gestrest te raken, want het duurt een stuk langer dan ik dacht. Als ik nu gewoon een paar gekleurde papiertjes had uitgeknipt en Bloem die op een blaadje had laten plakken, waren we een stuk sneller klaar geweest. Maar ja, ik ben nu al zover dat ik dat een beetje zonde vind van de tijd die er al in zit. Gelukkig zijn de stelen sneller klaar, al heb ik er weinig vertrouwen in dat ze goed zullen blijven zitten, dus doe ik iets dat natuurlijk helemaal niet hoort in een origami-vouwwerkje: ik plak alles met plakband stevig aan elkaar vast. Het zal me niet gebeuren dat we nu nog de helft verliezen! We maken Bloems kaartjes met een mooi lintje aan de steeltjes vast en vertrekken dan eindelijk – veel te laat – naar het kinderdagverblijf.

Als ik mijn fiets in het rek zet, bedenk ik plotseling dat het wel vreemd is dat we niets hebben hoeven maken voor Lunes leidsters van de buitenschoolse opvang…. of…. voor wie moesten we eigenlijk bloemen knutselen?! We stappen het kantoortje in om de bloemen af te leveren, waar inderdaad blijkt dat ik me heb vergist; in de e-mail die we van de oudercommissie kregen stond helemaal onderaan dat de bloemen voor de leidsters van de BSO waren. Aaaaargh! Ik was nog wel zo tevreden dat ik het tussen de enorme berg e-mails had gezien èn onthouden. En nu heeft Lune, die allang op school zit, vanmiddag helemaal niets.

Nou ja, eerst Bloem maar naar haar groep brengen – met haar rozen. Trots en blij geeft ze de leidster die het dichtst bij de deur staat, een roos. ‘Kijk, dit zijn allemaal feestelijk stippen!’. De leidster kijkt en luistert aandachtig en bedankt haar uitvoerig. Dat is een verrassing! Bloem en ik geven elkaar een kus, zwaaien naar elkaar door het raampje en dan vlieg ik ervandoor.

Het zit me toch niet lekker dat Lune nu niets heeft – maar samen nog iets knutselen is geen optie meer. Dan maar improviseren. Ik besluit vanmiddag langs de bloemenwinkel te fietsen; voor de leidsters van Lune een klein boeketje te kopen met een kaartje erbij. Als ik ervoor zorg dat ik om 15:00 uur bij school sta, kan ik dat aan Lune meegeven en kan zij nog iets op de kaartjes schrijven. Gelukkig werk ik thuis vandaag – al ben ik de reistijdwinst die ik op dat soort dagen normaal gesproken heb inmiddels wel kwijt. Maar Bloem en Lune staan in ieder geval niet als enige kinderen met lege handen op de dag van de leidster en dat maakt een hoop goed. Dan is het zelfs niet zo erg om vanavond nog wat tijd in te halen.

Vlucht KL1622

Vlak voor de afslag naar Aeroporto Internazionale di Napoli (Capodichino), passeren we drie tankstations, maar ze liggen allemaal aan de verkeerde kant van de vangrails. Eerst maar richting Autonoleggio Aeroporto di Napoli dan. Misschien komen we vlak daarvoor nog een tankstation tegen. Helaas. Het goede nieuws is dat we het terrein van de autoverhuurbedrijven snel terugvinden, maar zonder volle tank kunnen we ons Fiat Pandaatje niet inleveren.

“Driving in Naples? Don’t”
Gelukkig hebben we ruim de tijd uitgetrokken voor deze fase van de terugreis, zodat we, als we opnieuw op de snelweg zitten en na een paar afslagen en verbindingslussen het spoor volkomen bijster zijn, in ieder geval niet bang hoeven te zijn onze vlucht te missen. Op miraculeuze wijze komen we uiteindelijk weer op de goede weg, kunnen we de tank bijvullen en weten we het verhuurbedrijf te bereiken zonder per ongeluk in het centrum van Napels te belanden. Na de hectiek van het verkeer in Salerno aan den lijve te hebben ondervonden en de waarschuwing over autorijden in Napels uit de Lonely Planet laat ik dat liever aan koelere hoofden over:

There can be no greater test of courage than driving your own vehicle in Naples. As a means of locomotion, it’s of limited value. The weight of the anarchic traffic means that cars rarely travel faster than walking pace and parking is an absolute nightmare. A scooter is quicker and easier to park but is even more nerve-wracking to ride. Car and bike theft is also a major problem.
If you’re determined to drive, there are some simple guidelines to consider: get used to tail-gaters; worry about what’s in front of you not behind; watch out for scooters; give way to pedestrians no matter where they appear from; approach all junctions and traffic lights with extreme caution, and keep cool.

Bron: http://www.lonelyplanet.com/italy/campania/naples/transport/getting-there-around#ixzz2b832i68v

Rara wat ben ik?
Ruim op tijd zijn we op het vliegveld voor onze vlucht naar Milaan. Bij het inchecken krijgen we ook meteen instapkaarten voor de volgende vlucht, van Milaan naar Amsterdam, en onze bagage zal rechtstreeks van het eerste naar het volgende vliegtuig worden gebracht. Nadat we door de douane zijn, eten en drinken we wat en nemen we een kijkje in de winkeltjes, maar dat zijn er niet veel. Manlief heeft echter nog een troef achter de hand om Bloem bezig te houden: het spelletje ‘Rara wat ben ik?’. Eigenlijk is het voor iets oudere kinderen, maar dat houdt het ook voor Lune* leuker als die meespeelt. Bovendien is manlief meester in het onopgemerkt sturen van het spelletje zodat Bloem steeds beter snapt wat de bedoeling is en weet hij het moment waarop hij raadt wat hij zelf is, eindeloos uit te stellen. Als het tijd is om de boel op te bergen, heeft Bloem er nog lang geen genoeg van.

Zuid-Italië 2013
Zuid-Italië 2013

Ondanks de krappe overstap is er in Milaan voldoende tijd om het spel nog een keer te spelen. Verschillende mensen om ons heen – we zaten bijna de hele vakantie vrijwel alleen tussen de Italianen, maar nu is het gros van de mensen om ons heen weer Nederlands – hebben er ook zichtbaar plezier in. Vooral de volwassenen, die het ‘dubbele’ spel meekrijgen. Lune heeft niet meer zo’n zin in het spel en kijkt samen met mij hoe alle koffers en tassen in het bagageruim worden geladen. Op het één-na-laatste karretje zien we ook onze eigen bagage, die door het oranje koffertje van Lune goed te herkennen is. Maar voordat die aan de beurt is, worden er plotseling weer tassen en koffers uit het ruim gegooid. Lune is hoogstverontwaardigd (en een tikje benauwd) en zint hardop op een list om zelf het vliegveld op te kunnen stormen om de boel te redden en de mannen de les te lezen. Wat denken ze wel!

Vlucht KL1622: Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS) – KLM/ Alitalia
Tien minuten eerder dan gepland, om 18:50 uur, mogen we het vliegtuig in. Voor de zekerheid melden we onze zorgen aan een stewardess, die ons geruststelt. Er zijn meer mensen die hun bagage weer van boord hebben zien gaan, maar blijkbaar heeft dat met de balans van het toestel te maken. Er wordt nu een luik helemaal voorin het vliegtuig geopend voor alles wat nog – of weer – buiten ligt. Mooi.

Het vliegtuig zit helemaal vol. Wij zitten twee aan twee achter elkaar op de middelste stoel en de stoel aan het gangpad. Het meisje (23) dat naast Bloem en mij zit, vraagt of Bloem aan het raam wil zitten, maar dat wil ze niet. De moeder van het meisje zit in de rij voor ons. Lune en Bloem hebben allebei een klein zakje snoepjes mogen uitzoeken voor de start en de landing, en kiezen alvast een snoepje voor als het vliegtuig opstijgt. Maar hoewel we eerder dan gepland zijn ingestapt, verstrijkt onze aangegeven vertrektijd (19:40 uur) zonder dat er iets gebeurt. We bekijken het vliegtuigtijdschrift.

‘Ik zie een schildpad!’ roept Bloem enthousiast. Ik moet de schildpad ook bewonderen voor ze doorbladert tot een pagina waarop de vliegmaatschappijlogo’s en vliegtuigtypes staan afgebeeld.
‘Daar vlogen we mee, hè mama?’ zegt Bloem, terwijl ze naar het Alitalia-logo wijst.
‘Ja, dat klopt’.
‘En nu?’
‘Nu zitten we in een KLM-toestel, kijk, zo één, met wit en blauw en een kroontje’.

Vastgeslurfd
Dan klinkt er wat gekraak uit de luidsprekertjes en legt de gezagvoerder ons uit waarom we nog steeds aan de grond staan. Het lukt niet om de slurf van de passagiersbrug los te koppelen van het vliegtuig. Er is een technicus opgeroepen, maar de piloot verwacht dat het op zijn Italiaans zeker nog wel een kwartier zal duren voor die ter plekke is. Ondertussen is het verzoek om zoveel mogelijk te blijven zitten. Het bericht zorgt voor enige hilariteit en er worden om ons heen diverse sms’jes en What’s-Appjes naar Nederland gestuurd.

Lune mag een spelletje spelen op haar Nintendo. Als ze ergens echt niet uitkomt mag manlief soms even helpen, maar wel onder een doorlopende stroom aanwijzingen van dochterlief. Voor Bloem, die dol is op auto’s, hebben we nog een nieuw boekje over allerlei voertuigen. Als we dat ook gelezen hebben beginnen we aan Barbapapa. We krijgen te horen dat er ‘extra catering’ besteld is omdat het zo lang duurt. Bloems snoepje wordt steeds smoezeliger en haar handje steeds kleveriger, dus laat ik het haar opeten. De rest van de snoepjes laten we nog wel even in het zakje zitten. Op het gangpad wordt het steeds drukker en mensen die ver van elkaar vandaan zitten gaan maar eens bij elkaar buurten. Een jongetje roept dat de slurf los is, maar er zit nog steeds geen enkele beweging in het toestel. Wij knopen een gesprekje aan met het meisje en haar moeder, die de volgende dag jarig blijkt te zijn. Ze hebben net samen een yogaweek achter de rug in Puglia. Er zijn mensen die vanuit Brindisi naar Milaan zijn gevlogen, mensen die in Sicilië op vakantie zijn geweest en uit Catania of Palermo komen en er is een man die er al 21 uur vliegen op heeft zitten. Amsterdam is zijn eindbestemming.

De wet van Murphy
Dan is er weer nieuws uit de cockpit. De slurf is los, maar nu is de deur kapot. Volgens de piloot omdat het grondpersoneel niet met de bemanning heeft overlegd. Dat past wel in de lijn, want de zwartepiet wordt vanaf het begin zoveel mogelijk toegespeeld naar andere partijen. Ik probeer me ondertussen voor te stellen hoe het gegaan is. ‘De slurf zit helemaal klem’. ‘Nessun problema, gewoon even hard rukken, dan is ‘ie zo weer los. En in het ergste geval hebben we altijd nog de heggenschaar.’
Gelukkig is de extra catering – voor iedereen een glaasje water – inmiddels gearriveerd, want het is erg warm en benauwd in het toestel. Thuisblijvers worden ingelicht dat het nog wel even kan gaan duren. De moeder van het meisje vertelt dat ze haar verjaardag dit jaar voor het eerst weer eens wat grootser wilde vieren en dat er familie en vrienden komen uit alle hoeken van het land. Het begint er echter naar uit te zien dat die misschien wel afgebeld moeten worden. Ondanks alles proberen ze het zen-gevoel echter nog even vast te houden. ‘En anders drinken we gewoon een glas champagne op de hotelkamer’ zegt haar dochter.

Flight KL1622, Milaan (LIN) - Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs
Flight KL1622, Milaan (LIN) – Amsterdam (AMS), scheduled departure 20130803 19:40hrs

Ik ben vergeten te vragen of het nog gelukt is om champagne te bestellen – ik ben bang van niet – maar wat de rest betreft had het meisje een vooruitziende blik, want een uur nadat we zouden vertrekken wordt ons medegedeeld dat we met dit toestel helaas niet meer kunnen vliegen. Non si può più far niente. Het grondpersoneel op de luchthaven zal ons opvangen en vertellen hoe het verder gaat.

Si può tenere informati, per favore?
Grondpersoneel? Welk grondpersoneel? Informatie? Communicatie? Wat volgt is chaos. Niemand weet waar we naar toe moeten. Of en waar we onze bagage moeten ophalen. Uiteindelijk weet een medepassagier die goed Italiaans spreekt – en die zich ontpopt tot soort vaderfiguur-tolk-reisleider – iemand van de luchthaven te pakken te krijgen. We moeten met onze bagage naar boven, waar balies 1 tot en met 8 geopend zouden zijn om ons verder te helpen. Eenmaal boven blijkt die informatie niet helemaal te kloppen – er zijn uiteindelijk maar twee balies – met hele andere nummers – waar een paar mensen zich met ons ongeveer 200-koppige-probleem bezighouden.

Je zou zeggen dat ze op vliegvelden wel vaker met gestrande reizigers te maken hebben en een draaiboek klaar hebben liggen voor dit soort situaties, maar als dat al het geval is, dan blijkt dat hier nergens uit. Het begint al met het totale gebrek aan communicatie. Voor iemand van het personeel ons als groep toespreekt – op aandringen van enkele passagiers, zelf waren ze blijkbaar nog niet op dat idee gekomen – zijn we alweer een uur verder. En als dat toespreken dan nog gebeurt door een mevrouw met een heel zacht stemmetje, door een microfoontje dat net zo goed niet gebruikt had kunnen worden omdat het totaal geen bereik heeft, dan schiet het nog niet erg op. Om nog maar te zwijgen over het matige Engels dat ze spreekt. Op een luchthaven, zelfs een Italiaanse, zou ik beter verwachten. Maar goed – je zou ook kunnen zeggen dat mensen die op vakantie gaan naar het buitenland zelf meer moeite kunnen doen om de plaatselijke taal te leren.

Uiteindelijk bereikt de boodschap golfsgewijs alsnog ook diegenen die het verst weg staan: we moeten ons allemaal melden bij de balies, dan worden onze namen genoteerd en wordt er gekeken hoeveel hotelkamers er nodig zijn. Oh? Ja, vliegen zit er deze avond niet meer in. Mensen die contact hebben gehad met familieleden en vrienden in Nederland hadden allang gehoord dat we waarschijnlijk pas morgen zouden vertrekken – maar ja, je moet toch afwachten of die informatie inderdaad klopt en bent afhankelijk van wat je uiteindelijk ter plekke te horen krijgt.

Lijstjes
Een passagierslijst, om de boel iets efficiënter te laten verlopen, hebben ze blijkbaar niet. Kennelijk hebben ze ook niet zo’n goede band met de Amerikanen dat ze de gegevens even uit PRISM kunnen halen. Dat het best een ingewikkelde klus is om ’s avonds last-minute voor 200 mensen bussen en een hotelkamer te regelen, snap ik best. Maar hoe moeilijk is het, om zelfs zonder passagierslijst een nieuwe lijst op te stellen en groepjes te maken. Dat hoeft toch niet zo lang te duren? Ondanks het lange wachten en het totale gebrek aan communicatievaardigheid en organisatietalent op de vloer, blijft de sfeer echter redelijk. Ik heb niet zo’n positief beeld van ons volk en vreesde veel agressief en onbeschoft gedrag, maar dat blijft uit. Iedereen baalt natuurlijk wel, maar de meeste mensen zijn wat gelaten en velen proberen met wat humor de moed erin te houden. Ook alle kinderen zijn lief en zorgen niet voor overlast. Op een bepaald moment vraag ik me zelfs af of we ze niet beter hadden kunnen opstoken om het vlak voor de balies op een krijsen te zetten – misschien had dat de boel nog wat kunnen versnellen.

Wachten...
Wachtend op het vliegveld van Milaan

We zijn echter nog geen Engelsen, want van nette rijen is inmiddels geen sprake meer. Iedereen is moe, hongerig en dorstig, wil graag weten waar ‘ie aan toe is en stroomt van alle kanten naar voren. Bloem ziet steeds witter van vermoeidheid en probeert bovenop de bagage een goede slaaphouding te vinden, maar tevergeefs. Na een hele tijd begint ze zachtjes een beetje te snikken: ‘Mama, waarom is de deur van het vliegtuig stuk? Ik wil naar huis!’ Ook Lune, die laat opblijven toch hoog in het vaandel heeft staan en vaak probeert of ze alsjeblieft nog éven op mag blijven, zou nu het liefste naar bed willen, maar zeurt niet. Ze wordt beloond voor haar flinkheid doordat ze met een jongetje mee mag kijken naar filmpjes van Tom & Jerry op een iPad.

Als onze namen eindelijk op een lijstje staan, wordt ons gewezen waar we moeten wachten. Dat het niet zo handig is om mensen aan twee uiteinden van een grote hal te laten wachten als je er niet bij vertelt waarom je ze een andere kant opstuurt, is wel duidelijk als er plotseling aan één kant namen worden opgelezen van inmiddels deels samengevoegde lijstjes. Dankzij enkele medepassagier-boodschappers snel ik naar de andere kant zodat we onze namen in ieder geval niet missen. Maar nee, wij staan hier niet bij. Sommige andere mensen die ook aan ‘onze kant’ stonden te wachten, wel. Even later zien we de eerste groep naar een bus vertrekken.

Om 23:55 uur belanden wij in de derde en laatste bus. Er was nog de nodige verwarring door de lijstjes; toen één lijstje werd verfrummeld, kon iemand nog net roepen: ‘ho, onze namen staan op dat lijstje, maar niet op de nieuwe lijst!’

‘È un autre mama’
Hoewel we blij zijn eindelijk het vliegveld te kunnen verlaten – Bloem is inmiddels, volledig uitgeput, op manliefs schouder in slaap gevallen – zakt de moed ons in de schoenen als we aankomen bij het hotel en daar nog een grote groep mensen in de hal zien staan uit de tweede bus. Paspoorten worden gekopieerd, sleutels moeten worden geprogrammeerd… Ik heb er nu ook wel genoeg van – als we met zijn tweeën waren zou het nog anders zijn, maar ik wil mijn peuterdochter nu echt snel in een bed kunnen leggen. Gelukkig schiet de vaderfiguur-tolk-reisleider ons te hulp en dankzij hem en vele begripvolle andere medereizigers mogen we voorgaan (è un autre mama, ha i bambini!) en kunnen we om 01:00 uur onze oververmoeide driejarige en hele flinke negenjarige in bed te leggen (De laatste mensen bleken pas om 03:00 uur een kamer te hebben gekregen…). Omdat we de hele avond nog niets gegeten hebben en alleen een bekertje water hebben gehad, hebben ze echter ook honger en dorst; dus kijken we wat de minibar op de kamers te bieden heeft. Nooit gedacht Bloem en Lune nog eens te zien dineren op een zakje salt-and-vinegar-chips. Gelukkig is er ook gewoon water, dat is toch net iets kindvriendelijker.

Saluta il giorno con un sorriso
Er is ons verteld dat we ’s ochtends om acht uur bij de balie van het hotel moeten verzamelen, dan horen we meer. Omdat we geen idee hebben of we daarna misschien halsoverkop het hotel moeten verlaten, besluiten we toch ook Bloem en Lune maar op tijd te wekken – dat valt nog niet mee, want Bloem is half in coma – zodat we in ieder geval voor die tijd ontbeten hebben. Gelukkig is het wel een goed hotel waar ze ons gedropt hebben. Prettig om even lekker te kunnen douchen en schone kleren aan te kunnen trekken. Ik voel me meteen een stuk meer mens. Ook het ontbijtbuffet is prima. Het is zeer uitgebreid en Lunes ogen zijn groter dan haar maag; maar ja, er is ook zoveel lekkers uitgestald.

Na het ontbijt blijkt dat we de dametjes rustig nog een tijdje hadden kunnen laten liggen, want om acht uur is er bij de balie niemand te bekennen en hebben we nog steeds geen idee of we vandaag wel zullen vliegen en zo ja, hoe laat dan.

Tartarughe
Gelukkig is het nog steeds prachtig weer en blijken er in de vijver van het aangrenzende parkje naast een paar eenden en zwanen, karpers en schildpadden te zwemmen. Vooral Bloem is verrukt over deze onverwachte ontdekking – helemaal als ze samen met Lune wat brood mag voeren. Niet dat de schildpadden daar veel van krijgen, want de karpers komen er massaal op af en zwemmen daarbij dwars over de schildpadden heen en als de schildpadden onverhoopt toch nog in de weg zitten, happen ze agressief naar alles dat ze te pakken kunnen krijgen. De eenden jagen ze met hun gedrag zelfs helemaal weg – die durven na één poging niet meer in de buurt te komen. Het is jammer dat de zwanen dan weer uit beeld zijn verdwenen, want ik had wel eens willen zien of die zich ook hadden laten wegjagen, of dat dan toch de karpers aan het kortste eind hadden getrokken.

Tartarughe (schildpadden)
Tartarughe (schildpadden)

Ook de andere kinderen hebben de schildpadden ontdekt en al snel zie ik niet alleen stukjes brood in de gulzige karperbekken verdwijnen, maar ook stukjes cake, een hele plak ham en zelfs een ei. Ik vraag me af of karpermagen dat allemaal wel kunnen verdragen, maar vrees dat ik me er niet echt druk over maak – ik vind het maar nare beesten. Als Bloem genoeg heeft van de schildpadden, halen we ‘Rara wat ben ik’ nog maar een keer tevoorschijn.

Rond 11:00 uur arriveert er een bus bij het hotel. Er blijkt weer een lijstje namen te zijn – dit keer getypt – van mensen die mee mogen. Wij staan daar niet bij, maar even later komt de buschauffeur de hal weer ingelopen om te zeggen dat er nog tien plaatsen zijn. De hal is inmiddels een stuk leger en we hebben geruchten gehoord dat er om 13:00 uur een vliegtuig naar Amsterdam vertrekt, dus laten we in vredesnaam zorgen dat we dan in ieder geval weer op het vliegveld zijn: ja, wij gaan graag mee. (Wat zeg je Bloem? Moet je naar de wc? Dan moet je het nu echt even o ophouden lieverd, zometeen, als we op het vliegveld zijn!)

Iene, miene mutte
Op het vliegveld mogen we weer aansluiten in de rijen voor de inmiddels bekende balies. Sommige mensen worden weggestuurd, die krijgen te horen dat ze over een paar uur maar terug moeten komen omdat ze pas laat in de middag vliegen – over Frankfurt of over Londen. Maar we zien ook mensen voorbijkomen met een instapkaart voor het vliegtuig dat, met hetzelfde vluchtnummer als gisteren, helemaal bovenaan alle informatieborden staat, met vertrektijd 13:00 uur. We vragen ons af of het soms een ander, maar kleiner toestel is dat onder hetzelfde vluchtnummer zal vliegen, want waarom is het anders nodig ons op te splitsen? Ook is volkomen onduidelijk op basis van welke criteria wie voor welke vlucht geselecteerd is. Iene miene mutte? We kunnen alleen maar hopen dat wij tot de groep gelukkigen horen die rechtstreeks zullen vliegen. Al beginnen we ons ook daar wel wat zorgen over te maken, want het is inmiddels al bijna 13:00 uur. Ze zullen nu toch wel wachten totdat de vlucht vol zit voor ze vertrekken?

Wc’s met een eigen wil
Omdat het totaal niet opschiet, kan ik terwijl manlief in de rij blijft staan in ieder geval nog wel naar de wc met Bloem en Lune. Lune wil het liefst alleen naar de wc gaan en alleen teruglopen, maar dat vind ik niet goed – zeker niet als blijkt dat we niet naar het dichtstbijzijnde toilet kunnen omdat ze daar net aan het schoonmaken zijn. Ik moet er toch niet aan denken nu ook nog een kind kwijt te raken op het vliegveld. Lune vindt het maar onzin en is een beetje boos op haar stomme, overbezorgde moeder; maar als ze bij het teruglopen bijna de verkeerde kant oploopt vindt ze het toch wel prettig dat we samen zijn.

Bloem heeft hele andere dingen aan haar hoofd dan haar grote zus. Hoewel ze er in het hotel nog heilig van overtuigd was dat ze heel nodig naar de wc moest, durft ze nu niet meer, omdat het toilet terwijl ze erop zit telkens automatisch doortrekt (de andere toiletten ook, dus het heeft geen zin een ander hokje op te zoeken). Het is dus reuzegezellig op de wc: met een brullend kind dat me bijna in haar paniek bijna wurgt half op de wc en half om mijn nek en pas na een hele boze uitval van mij eindelijk een miniplasje doet; en een oudste die ‘buiten’ zuchtend op ons staat te wachten. Mijn eigen humeur wordt er ook niet beter op, maar gelukkig mag ik zelf ook nog even naar de wc en bieden de koude-continu-doortrek-spetters op mijn billen de broodnodige afkoeling. Misschien is het daar wel voor bedoeld: het in toom houden van oververhitte reizigers.

Il premi premio
Als we aan de beurt zijn, voelen we ons net alsof we de loterij hebben gewonnen: wij mogen mee met de rechtstreekse vlucht, hoera! We krijgen nieuwe instapkaarten – op de ene kant staat de nieuwe datum en de nieuwe vertrektijd, op de kant die we overhouden nadat de rest is afgescheurd staan de oude gegevens, van de oorspronkelijke vlucht.

Instapkaarten KL1622 - KLM/ Alitalia - curieus....
Instapkaarten KL1622 – KLM/ Alitalia – curieus….

Inderdaad wordt er nu wel op iedereen gewacht – tenminste, op iedereen die op de ‘gouden’ lijst stond. Nu wordt eindelijk ook duidelijk waarom niet alle passagiers op deze vlucht zijn geboekt. Het heeft te maken met veiligheidsmaatregelen. Het is hetzelfde toestel als de dag ervoor, met dezelfde bemanning. De deur is inmiddels dusdanig gerepareerd dat dit geen gevaar meer op zou moeten leveren tijdens de vlucht. Maar bij een eventuele evacuatie mag de deur niet gebruikt worden en daarom mogen er minder mensen mee.

Iedereen is opgelucht dat wij tot de gelukkigen behoren die niet nog langer hoeven te wachten en dan ook nog via allerlei omwegen hoeven te reizen, dus de bereidheid te geloven dat het geen gevaar oplevert is groot. Wel is iedereen bijzonder alert bij het standaardpraatje over zuurstofmaskers en vluchtwegen en het leidt tot grote hilariteit als de steward zich bij het aanwijzen van de vluchtwegen vergist en net als anders ook de linker-voordeur aanwijst. Gelukkig ziet de bemanning er zelf ook wel de humor van in. Verder proberen ze echt het ons extra naar de zin te maken – dit keer bestaat de extra catering naast een Italiaanse sandwich, iets fris en een chocolaatje uit een wijntje of biertje – en biedt de captain zijn excuses aan voor hoe het allemaal is gelopen. Hij belooft ook een rapport te zullen schrijven over wat er allemaal mis is gegaan. Wat niet wegneemt dat er door een paar passagiers nog wel het initiatief wordt genomen om namen en e-mailadressen van iedereen te verzamelen die mee wil doen bij het indienen van een gezamenlijke klacht. Ik ben daar wel blij om; had zelf niet de puf meer gehad om zoiets nog te organiseren, maar hier zijn in mijn ogen wel kwalijk veel fouten gemaakt.

Polderbaan
Na een voorspoedige vlucht landen we, onder applaus voor de piloten, op – hoe kan het ook anders – de Polderbaan. Het kan me niets schelen. Een kwartiertje taxiën kan er ook nog wel bij. Het belangrijkste is dat we veilig zijn geland en dat wij zo in ieder geval naar huis kunnen, terwijl er pechvogels zijn die nu nog steeds in Milaan zitten! Bovendien is het best gezellig met onze medepassagiers, want dit soort dingen verbroedert wel: iedereen praat met elkaar. Ik zit naast een moeder en haar zoon, uit het zuiden van het land. Zij zijn met hun gezin o.a. naar Agrigento op Sicilië geweest. Leuk om te horen hoe dat was, want dat staat nog op ons vakantieverlanglijstje.

Murphy zou Murphy echter niet zijn als er niet nog één ding mis ging. Dus nadat vrijwel iedereen zijn bagage heeft opgehaald en weg is, staan wij nog tevergeefs te wachten op ons laatste bagagestuk: een grote rugzak, met al Bloems kleren, al mijn kleren, alle toiletspullen, opladers voor fototoestel en telefoon en misschien nog wel het belangrijkste: een paar van Bloems autootjes en haar pop.

Wel staan achter de ruiten onze (schoon)-ouders ons op te wachten, waardoor we Bloem en Lune – die dolenthousiast zijn hun grootouders te zien – alvast vooruit kunnen sturen terwijl wij nog even plaatsnemen bij de eerstehulp-bij-zoekgeraakte-bagage-post, waar blijkt dat we in Milaan bij het opnieuw inchecken geen nieuwe bagage-claim-kaartjes of -stickers hebben gekregen. Dan maar op omschrijving alleen. Best lastig – was ‘ie nu blauw of grijs? En wat was het merk ook alweer? De volgende keer maak ik voordat we vertrekken heel duidelijke foto’s van alle bagage – en van de bagage-etiketten. Gelukkig weten we wel zeker dat we er twee adreskaartjes aan hebben gehangen (waarvan één met het logo van een reisorganisatie waar we twee jaar geleden een reis bij hebben geboekt – nu maar hopen dat dat niet voor nog meer verwarring gaat zorgen). Om 17:00 uur kunnen wij de bagagehal gelukkig ook verlaten.

Opgelucht dat we op Nederlandse bodem staan – en misschien enigszins uitgelaten door het wijntje dat ik in het vliegtuig gedronken heb, ga ik ervan uit dat het nog wel goed zal komen met de rugzak. Voor Lune is de vermoeidheid en nu deze ontwikkeling echter net iets te veel. Ze wilde ook nog niet eerder met onze ouders mee om alvast iets te drinken, maar heeft met haar oranje koffertje continu gespannen voor de deuren op ons staan wachten. De tranen biggelen over haar wangen. Wat dat betreft is het maar goed dat Bloem nog een stuk kleiner is – die rent uitgelaten heen en weer en trekt gekke gezichten met oma. ’s Avonds bij het naar bed gaan vraagt ze wel:
‘Waar is pop?’
– want hoewel ze verder niet veel met pop speelt, ligt pop ’s nachts de laatste tijd vaak wel stevig vastgeklemd in haar armen.
‘Pop is nog even op reis’ antwoord ik, ondertussen een schietgebedje doend dat het inderdaad maar even zal zijn – en niet heel lang – of voor eeuwig.

“Please accept our apologies…” indeed
De volgende dag krijgen we in de loop van de morgen een berichtje van klm-courier:
KLM has found your lost luggage (2 bags). We will deliver it 5-8 between 12-16 hrs at …. (postcode). With kind regards, Besseling Koeriersdienst’

Twee tassen? Zou Murphy’s invloed nog niet uitgewerkt zijn? Maar ergens tussen het berichtje en de aflevering is er toch iets goed gaan, want er wordt maar één rugzak bezorgd – en het is inderdaad de onze. Hèhè…

KLM apologies
*Nieuwe blognaam voor Bonkje, die haar peuterblognaam inmiddels een beetje ontgroeid was.

*****
Uiteindelijk hebben we, nadat we ene klacht hadden ingediend, het grootste deel van de kosten van onze tickets van KLM teruggekregen – daar waren we heel blij mee. We hebben het geld opzij gelegd voor de volgende vakantie.

We hopen alleen wel dat vliegtuigmaatschappijen niet te vaak met dit soort stroppen te maken hebben, want dan kunnen we in de toekomst nooit meer vliegen omdat alle maatschappijen failliet zijn.