De OV-chipkaart en Eva van de NS

Het is zo makkelijk om er gewoon OV-…kaart van te maken. Niet erg origineel of ‘kindproof’, maar wel verleidelijk. Want als mij spontaan gevraagd zou worden het meest klantonvriendelijke product te noemen van de laatste jaren, staat de OV-chipkaart bovenaan.

Leeftijdskorting
Op de website ov-chipkaart.nl staat vermeld:
Kinderen en reizigers ouder dan 65 jaar reizen met korting vanwege hun leeftijd. Die korting kan alleen worden verrekend als u met een persoonlijke OV-chipkaart op saldo reist.

Dus hebben wij voor onze kinderen braaf gepersonaliseerde ov-chipkaarten aangeschaft, om te voorkomen dat we opeens het volle tarief zouden moeten betalen waar we voorheen nog gebruik konden maken van een roze strippenkaart of railrunner.

Is het heel vreemd om te denken dat je met zo’n leeftijdsgebonden, persoonlijke ov-chipkaart dan ook kunt in- en uitchecken en dat daarbij automatisch het bij jouw leeftijd horende tarief wordt berekend? De NS vindt blijkbaar van wel, want als we onze kleuterdochter op het NS-station met haar gepersonaliseerde OV-chipkaart in laten checken, zien we bij het uitchecken tot onze verbijstering dat  de volle prijs voor een volwassene in rekening is gebracht. Aangezien dat verschil zeker bij een lange treinreis behoorlijk kan oplopen, is het wel de moeite waard om te proberen dat verschil terug te krijgen.

Eva
Eerst maar eens zoeken op de website van de NS. En tada! Daar is EVA!
“(…) onze virtuele medewerker. EVA is geen echt persoon maar kan u wel overal mee helpen.”

Toevallig heb ik EVA een paar jaar geleden al een keer ‘ontmoet’. Wat ik me daar nog van kan herinneren is niet echt positief, maar misschien heeft ze in de tussentijd een upgrade gehad en heeft zelflerende software haar naar een hoger niveau getild.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Ons dochtertje van vijf heeft een gepersonaliseerde ov-chipkaart. Daar hebben we mee ingecheckt, maar bij het uitchecken moesten we gewoon het volle tarief betalen. Hoe kunnen we het verschil tussen het volle tarief en het kindertarief terugvragen?
EVA zegt: Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, ik wil graag weten hoe we het teveel betaalde geld voor de reis met ons vijfjarige dochtertje terug kunnen krijgen.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, het in- en uitchecken is wel gelukt. Er is alleen een veel te groot bedrag geïncasseerd.
EVA zegt: Ok, dat is niet wat u bedoelt. U wilt geld terug vanwege een fout tijdens het uitchecken met uw OV-chipkaart?
U zegt: Zoiets.
EVA zegt: Ik begrijp het nog niet helemaal. Heeft u niet kunnen uitchecken en wilt weten hoe u het instaptarief terug kan krijgen?
U zegt: Nee, we willen graag het railrunnertarief voor ons dochtertje betalen en niet het volwassen tarief. Ze heeft een eigen ov-chipkaart die op haar naam staat en waar haar geboortedatum aan gekoppeld is.
EVA zegt: Ok, daar gaat het niet over. Wilt u informatie over wat een geldige check-in en check-out is?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u een melding maken van een overvolle trein?
U zegt: NEE.
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. U wilt informatie over het meenemen van kinderen in de trein en weten wat het kost?
U zegt: Ja.
EVA zegt: Kinderen t/m 3 jaar reizen gratis. Kinderen van 4 t/m 11 jaar kunnen gebruik maken van een Railrunner voor € 2,50, ook als zij alleen reizen. Alleenreizende kinderen kunnen gebruik maken van de 2e klas. Een Railrunner kan op een OV-chipkaart worden geladen of gekocht worden in de NS-kaartautomaat als eenmalige OV-chipkaart. Voor kinderen vanaf 12 jaar gelden de reguliere abonnementen of ze kunnen op saldo reizen met de OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Niet helemaal. Hoe zit het met een gepersonaliseerde ov-chipkaart, moet je daar dan nog steeds eerst apart een railrunner opzetten? Dat lijkt me een beetje dubbelop?
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mmm. Ik denk dat er geen geld was voor een upgrade. Maar laat ik het nog eens proberen.

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Als een kind van vijf met een gepersonaliseerde ov-chipkaart incheckt, waarom wordt dan toch het volwassenentarief gerekend?
EVA zegt: Wilt u weten wat te doen als het in- of uitchecken niet gelukt is?
U zegt: Nee, ik wil weten waarom je geen railrunnertarief krijgt als je met een kinderkaart op naam in- en uitcheckt
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u informatie over het in- en uitchecken met een OV-chipkaart?
U zegt: Nee, hoe kan je een railrunner op een kinderkaart laden en waar ik ik teveel betaald geld terugvragen?
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u iets weten over de status van uw aanvraag voor geld terug bij vertraging?
U zegt: Nee. Railrunner kind gepersonaliseerde ov-chipkaart teveel betaald geld terug
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Heeft u een vraag over hoe u bij vertraging geld terug kunt krijgen?
U zegt: nee, hoe je geld voor een kaartje waar je teveel voor hebt betaald terug kunt krijgen
EVA zegt: Ok, dat was niet wat u bedoelde. Wilt u weten hoe u saldo op uw OV-chipkaart kunt laden?
U zegt: ja zoiets. een railrunner op een ov-chipkaart
EVA zegt: Wat voor soort OV-chipkaart heeft u? Een anonieme of een persoonlijke?
U zegt: Een persoonlijke
EVA zegt: U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: We hebben al meer dan 50 euro saldo op de ov-chipkaart staan.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. U kunt zelf saldo laden op uw persoonlijke OV-chipkaart bij alle NS-kaartautomaten, NS-servicebalies en oplaadpunten van andere vervoerders. Of wilt u het saldo op uw kaart automatisch opwaarderen?
U zegt: Ja, maar hoe kan je een railrunner op je kaart laden?
EVA zegt: Alleen voor een persoonlijke OV-chipkaart is het mogelijk om het saldo automatisch op te laten waarderen. Via de pagina OV-chipkaart automatisch opladen kun instellen. U kunt kiezen voor een oplaadbedrag van € 10,-, € 20,- of € 50,-. Bij NS-kaartautomaten en overige oplaadpunten met het roze OV-chipkaartsymbool kunt u zelf saldo op uw kaart laden als u reist met een uw anonieme OV-chipkaart.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Degene die u heeft bedacht bedoelde het vast goed maar ik ben er nog nooit een steek verder mee gekomen.
EVA zegt: NS is benieuwd naar uw mening over deze geautomatiseerde chat.
EVA zegt: Als u de Virtuele Assistent van NS middels een rapportcijfer (1 t/m 10) zou moeten beoordelen, wat voor cijfer zou u de Virtuele Assistent dan geven?
U zegt: Een acht voor het idee maar een drie voor de uitvoering. Denk ik. Ik mag tenminste hopen dat je met een vraag als: hoe laat vertrekt de eerstvolgende trein naar Lutjebroek wel een zinnig antwoord krijgt.
EVA zegt: Als u wilt weten hoe laat uw trein vertrekt, waar deze stopt of wat uw reis kost, kijk dan in deReisplanner. Daar vindt u ook een overzicht van de actuele vertrek- en aankomsttijden en eventuele storingen. Bent u in het bezit van een smartphone, dan kunt u ook gebruik maken van onze handige appReisplanner Xtra.
EVA zegt: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord?
U zegt: Nee. Ik weet nog steeds niet waar ik het verschil terug kan vragen voor het veel te dure virtuele treinkaartje voor onze dochter van vijf.
EVA zegt: Mijn excuses. Mijn collega’s kunnen u verder helpen. De klantenservice is op dit moment gesloten. U kunt via mij een e-mailbericht achterlaten voor NS Klantenservice. Wilt u dat?

Mijn frustratie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor berusting en een zekere fascinatie. Wie zou EVA hebben geprogrammeerd – en hoe stelde die persoon zich voor dat het zou gaan? Weet je wat…

EVA zegt: Welkom bij de klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Goedenavond
EVA zegt: Goedenavond. Waarmee kan ik u helpen?
U zegt: Ik vroeg me af hoeveel woorden u kent.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja, ik vraag me af hoeveel woorden en zinnetjes er zijn geprogrammeerd
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?
U zegt: Nee, liever niet
EVA zegt: Ok, u wilt geen contact opnemen met de klantenservice. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Wat is de meestgestelde vraag en kunt u die oplossen?
EVA zegt: Wat wilt u vragen?
U zegt: Hoe vaak moet u doorverwijzen naar de klantenservice?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vermaak me wel inmiddels.
EVA zegt: Hier weet ik helaas niets over. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee. Wat weet u wel?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Ja hoor. Het gaat over kunstmatige intelligentie
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja hoor, zelfdenkende helpdesk-sofware. Wat komt daar eigenlijk bij kijken?
EVA zegt: Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee, ik vind u veel aardiger.
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Wilt u me nog een keer vertellen wat u bedoelt?
U zegt: Ja. Gaat u vanavond gezellig mee in de trein?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Nergens mee ben ik bang. Maar toch bedankt voor de moeite.
EVA zegt: Ik heb er even moeite mee. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Nee hoor, laat maar. Fijne avond nog.
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Goedenavond.
EVA zegt: Goedenavond. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Welterusten
EVA zegt:Sorry, dat snapte ik even niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Over en uit.
EVA zegt: Tot ziens!

Ja, ‘converseren’ met EVA is best vermakelijk, zolang je maar geen antwoord verwacht waar je iets aan hebt. Of en hoe we ons teveel betaalde geld terug kunnen krijgen leren we pas als manlief overdag contact opneemt met een niet-virtuele medewerker van de NS. Ja, dat kunnen we terugvragen, dat is geen probleem. Heel fijn, maar eigenlijk vind ik het wel een probleem dat Bloem en Lune bij de NS blijkbaar helemaal niets aan hun gepersonaliseerde OV-chipkaart hebben. Het is niet alsof we niets beters te doen hebben dan elke keer op een omslachtige manier achteraf geld terug te moeten vragen…

‘Geen pinpas maar een reismiddel’
Als Bloem gaat logeren bij oma, stap ik dan ook op de kaartjesautomaat af om een railrunnertje te kopen. Er staat 58 euro op Bloems kaart, dan hoeft oma als ze met Bloem op stap gaat tenminste niet telkens zelf kaartjes voor haar te betalen. Ik hou Bloems kaart voor de kaartlezer van de NS-automaat en zie het saldo inderdaad op het scherm verschijnen. Maar wat blijkt: ook al heb je er een saldo van 58 euro op staan: dat kan je niet gebruiken voor de railrunner, nee, die moet je apart betalen – heel logisch, want, zo luidt het antwoord bij de gratis telefonische helpdesk van de NS, “de OV-chipkaart is geen pinpas maar een reismiddel dus natuurlijk kan je er niet mee pinnen”.

Ik vind de redenatie een beetje krom, want op het moment dat je ermee incheckt kan je er wel degelijk mee betalen, dus waarom zou dat bij de automaat niet kunnen? Helaas kan je er ook niet mee reizen bij de NS. Niet voor het kindertarief tenminste.

Enfin – om niet op nog meer onaangename verrassingen te stuiten koop ik uiteindelijk maar een losse railrunner. Met mijn pinpas.

Een aantal weken later blijkt dat dat ook de beste keus was. Als manlief met Lune in de trein zit en gecontroleerd wordt, blijkt namelijk dat er nog meer mis kan gaan.

Dat is handig: railrunner op datum
Je kunt er namelijk voor kiezen om de railrunner die je – met een echte pinpas natuurlijk – bij de automaat koopt, niet uit te laten printen als kaartje, maar te laden op de gepersonaliseerde kinder-ov-chipkaart. En dat doet manlief. Hij koopt een railrunner-kaartje voor de betreffende dag en laadt dit op Lunes chipkaart.

Als de conducteur langskomt, wordt duidelijk dat de NS dit helaas niet als geldig vervoersbewijs herkent, omdat manlief en Lune daarna haar kaart niet hebben ingecheckt. De conducteur laat zien dat hij op zijn scanner alleen te zien krijgt dat er niet is ingecheckt – verdere informatie ontbreekt. Gelukkig gelooft hij het verhaal en schrijft hij geen boete uit. Dank u wel, conducteur.

Het kán wel…
Ik vraag me af hoe dat in Londen gaat. Manlief en ik hebben begin dit jaar in ieder geval zulke positieve ervaringen met de Oyster card – en dat als toerist – dat ik vermoed dat ook reizen met kinderen tegen gereduceerd tarief daar een stuk soepeler zou gaan.

 

Flip en Flap

Vrijdag zou ik bij Bloem gaan logeren en daar had ze zich al heel lang op verheugd. Maar Bloem was ziek en kon niet naar school. Dat was wel heel verdrietig, maar gelukkig bedacht juf Emmy dat Bloems grote zus Lune mij wel mee kon nemen.

Flip in zijn bloteberenvel
Brrr! Koud! Dat ben ik niet meer gewend, in mijn blote-berenvel!

Wat was Bloem blij toen ze me zag! En ik was ook blij want het is altijd fijn als je iemand kan troosten en aan het lachen kan maken. En ik ben ook heel goed tegen ziek zijn, want zaterdag had Bloem geen koorts meer en voelde ze zich weer veel beter!

Bloem is pas vijf geworden en toen heeft ze Flap gekregen van haar opa. Flap is een piraat en hij heeft me heel veel geleerd over piraten. Ik heb ook heel goed geluisterd naar de verhalen in de piratenboeken van Bloem.

Dus weet ik nu dat ik altijd met de wind mee moet plassen als ik op een piratenschip ben, anders worden mijn voeten nat. En ik weet ook dat piraten soms niet kunnen zwemmen en bang zijn om zich te wassen. Bah, dat gaat toch heel erg stinken, als je je nooit wast? En het is toch ook niet handig als je niet kan zwemmen?

Flap en Flip lezen een piratenverhaal
Flap leert Flip alles over piraten

Gelukkig zit Bloem op zwemles. En ik mocht mee. Jammer genoeg was Bloems papa vergeten dat ik er bij was, dus toen kon ik het niet zien omdat ik nog in de tas zat in de kleedkamer.

Flap houdt niet zo van water en daarom heb ik hem verteld dat de wasmachine helemaal niet zo eng is en dat je dan weer lekker schoon wordt. Het is wel jammer dat ik nooit meer met de grotere kinderen mee ga, want ik zou best wel eens een werkstuk willen maken over wasmachines. Daar weet ik heeeeel veel vanaf.

Flip helpt Flap over zijn wasmachinefobie heen
Zie je wel, daar is niks engs aan!

Vannacht mag ik met Flap bij Bloem onder haar nieuwe dekbed slapen, van Planes. Daar staan allemaal stoere brandblusvliegtuigen op. Poehee, nu voel ik me extra veilig en het is ook heel lekker warm.

Morgen gaan we weer naar school. Wat jammer dat het weekend alweer voorbij is. Maar volgende week mag ik weer ergens anders logeren. Eigenlijk ben ik wel een echte bofbeer, dat ik bij zoveel lieve kinderen mag logeren. Krijg ik nu ook een sticker?

Slaap lekker lieve Bloem, tot een volgende keer!

Flip

 

Zwartepietenhysterie

Op 15 oktober stonden in het NRC deze afbeeldingen onder elkaar.
‘Zwarte Piet!’ riep mijn kleuterdochter enthousiast. Zo simpel is het dus…

Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014
Zwarte Piet Stroopwafelpiet Kaaspiet NRC, 15 oktober 2014

….of: zo simpel zou het kunnen zijn.

Toen ik voor het eerst iets las over de bezwaren die tegen Zwarte Piet werden opgeworpen, vond ik het een beetje flauwekul. Mijn voornaamste associatie was die met een buurvrouw van vroeger, die altijd voor het raam zat, zich stoorde aan alles wat ze door dat raam zag en consequent overal over zeurde en klaagde. Mens, erger je niet! Maar vanuit de positie van iemand die alleen positieve herinneringen aan het sinterklaasfeest heeft en nooit met discriminatie te maken heeft gehad, is dat wel erg makkelijk geredeneerd.

Aan de andere kant snapte ik de enorme ophef over de door de NTR/ het Sinterklaasjournaal in het leven geroepen regeboogpieten in 2006 al evenmin.

De hele zwartepietendiscussie neemt steeds hysterischer vormen aan en ik word een beetje zwartepietenmoe. Wat mij betreft wordt het een bonte pietenverzameling. Zwart, wit, gekleurd, man, vrouw – voor ieder wat wils. Niet alléén maar zus of alléén maar zo, maar een beetje geven en nemen, zoals kinderen op de kleuterschool al leren.

Ik ben echter bang dat op dit moment geen enkele oplossing goed genoeg is voor de strijdende kampen.

Afgelopen week las ik dat actiegroep “Pro Zwarte Piet” bij de landelijke intocht van Sinterklaas in Gouda, uit protest tegen de wafel- en kaaspieten (die door de gemeente waren bedacht om tegemoet te komen aan de tegenstanders van Zwarte Piet) zoveel mogelijk kinderen zwart gaat schminken. Volgens de actiegroep, die het “zo onschuldig en vreedzaam mogelijk” wil houden, “een ludieke actie (…) Het is tenslotte een kinderfeest en kinderen moeten het naar hun zin hebben op deze dag.”

Wacht even – ludieke actie? Onschuldig en vreedzaam? Ben ik de enige op wie het eerder overkomt als de volgende stap in een steeds bloediger loopgravenoorlog?

Ik kijk nog eens naar mijn kleuterdochter, die nergens last van heeft. Zwarte Piet, Stroopwafelpiet, Kaaspiet – wat haar betreft is het één pot nat. En feest, vooral feest.  Ik hoop dat dat zo blijft als ze straks beelden ziet van de intocht.

Voetbalschoen

Terwijl de verkoper Lune helpt bij het passen van nieuwe balletschoentjes en gymschoenen – ze is uit haar oude paren gegroeid – valt mijn oog plotseling op Bloem. Ze staat helemaal verlekkerd te kijken naar een blauwe kindervoetbalschoen (precies zo één als op het plaatje). Ze heeft ‘m precies naast haar laars gezet.

Blauwe voetbalschoen met drie witte strepen

Kijk mama, deze past wel! Die kan ik aan als ik ga voetballen!
O – en mama, ze hebben hier ook hele kleine hockeysticks!

We zullen zien – eerst maar eens op zwemles…

In memoriam

Begin juni hebben we mijn laatste oma begraven – ‘oeroma’ voor Lune en Bloem. Ze stierf op Hemelvaartsdag.

Tot mijn verwondering heb ik gemerkt dat ik, als ik aan haar en mijn andere grootouders terugdenk, me vooral dingen herinner uit mijn kindertijd. Of misschien is dat ook wel logisch. Niet dat ik het niet waardevol vond ze ook op oudere leeftijd te hebben gekend, met ze te hebben kunnen praten – integendeel. Toen ik groter werd ben ik pas gaan beseffen hoe bijzonder het was dat ik al mijn opa’s en oma’s nog had. En ook dat ze, zonder dat ik me er bewust van was geweest, heel belangrijk voor me waren. Maar de herinneringen aan hun laatste jaren zijn soms pijnlijk.

Hoe verdrietig is het om te zien hoe het geheugen soms steeds wredere spelletjes gaat spelen tot je tenslotte nog maar een heel kort gesprekje kan voeren dat zich daarna precies weer zo herhaalt. En herhaalt. Of tot kinderen vreemden worden…

Hoe moeilijk is het om te zien als een lichaam steeds meer aftakelt, of steeds minder goed herstelt van letsel – soms steeds meer pijn veroorzaakt – en de onafhankelijkheid van wie eens zo kwiek en fier was steeds verder afbrokkelt.

Hoe onrechtvaardig voelt het als twee mensen die een groot deel van hun leven samen echt een eenheid vormden, op latere leeftijd door de dood worden gescheiden – en dat één van de twee de ander dan jaar na jaar nog moet missen.

Nee, misschien is het niet zo gek dat me vooral beelden en geluiden uit mijn kindertijd te binnen schieten.

Heerlen
Opa en oma

We rijden de oprit op naast het huis. Oma en opa komen al naar buiten door de keukendeur aan de achterkant – oma roept ‘Kijk eens wie we daar hebben!’ en ze lacht zoals alleen oma lachen kan. Opa haalt mijn neus eraf en heeft hem zomaar tussen zijn vingers. Gelukkig plakt hij hem er ook altijd weer op.

De tuin is groot en je kan helemaal om het huis heen lopen, dat vind ik wel leuk. Als het mooi weer is, dan is er een groot zonnescherm uit aan de achterkant en kunnen we allemaal lekker buiten zitten. In het huis blijf ik vooral graag even in de gang staan – en later in het hoekje van de kamer, bij de tuindeur. Want op die plaatsen staan oma’s laarzen. Ze heeft er heel veel en ze zijn lang met hoge hakken. Zulke mooie laarzen zou ik ook wel willen. Ik vind het wel een beetje gek dat de laarzen onder de kapstok in de gang achter een gordijn staan.

Als we gaan eten – opa en oma eten ‘s middags warm – mag ik met een speciaal stokje met een rond ding eraan altijd op de gong slaan in de gang, zelfs als iedereen in de kamer is en het allang weet. De gong heeft een heel mooi geluid.

Ik mag voorbidden, dat vind ik altijd leuk. Het laatste stukje bidden we met zijn allen. Vaak krijgen we eerst soep. Oma maakt altijd soep met vermicelli en van die hele lekkere grote dingen erin. Ze zijn licht van kleur, bol in het midden, puntvormig aan de uiteinden en ik kan nooit onthouden hoe ze heten. Soms krijgen we rollade. Daar snijdt opa dan altijd plakjes van met een groot mes – precies tussen de grepen van een ijzeren tang door, waarmee hij de rollade vasthoudt. En toe – ook al zo’n feest – krijgen we hopjesvla. Vanille, chocolade of karamel. Ik hou het meest van vanille en karamel.

‘s Ochtends om 07:00 uur sta ik altijd samen met oma op. Dan gaan we ochtendgymnastieken met de mevrouw van radio en daarna samen ontbijten. Er mag ook niemand anders naar beneden komen, want dit is óns moment. Opa en oma hebben een doorzichtig plastic potje met een oranje tuutdop. Daar zit hagelslag in.

Als we er op zondag zijn ga ik graag met oma mee naar de kerk. Oma kent de priester goed. Ik vind het hele ritueel wel spannend en ik krijg van oma altijd muntjes die ik bij de collecte zelf in het zakje mag doen.

Ik vind het ook wel leuk om mee te gaan met boodschappen doen. De winkel is heel anders dan die bij ons en ze hebben er ook van die omaworst, die opa en oma ook weleens meenemen als ze bij ons op bezoek komen omdat ik die zo lekker vind.

Op de wc bij opa en oma hangt een verjaardagskalender met allemaal plaatjes die gemaakt zijn door mond- en voetschilders. De plaatjes zijn niet zo bijzonder, maar de fotootjes van de schilders erbij, terwijl ze aan het schilderen zijn met een penseel tussen hun tenen of in hun mond, vind ik heel fascinerend. Ik doe dan ook altijd wat langer over mijn wc-bezoek.

In de kamer staat een piano met een metronoom erop. Die herken ik wel, want thuis hebben we ook een piano en een metronoom, maar die hebben allebei wel een andere kleur. Op de klep van de piano ligt een lang rood kleedje, dat hebben we thuis niet. En op de piano ligt allemaal bladmuziek want oma zingt in een koor. Operettes en andere klassieke muziek. Ze treedt ook vaak op. Ik vind het wel leuk als oma zingt. Mama zingt ook. Als ze moet oefenen, zing ik graag met haar, al snap ik niet waar het over gaat want het is altijd in een andere taal. Mama zingt mooi, maar ze zingt ook vaak op straat en dan schaam ik me altijd heel erg want dat is gek en dan kan iedereen het horen.

In de kamer staat achter de bank een klein tafeltje met een klein stoeltje waar ik graag zit. Oma heeft Libelles. Die vind ik wel interessant, want er staan stripjes in. En soms gaat de klep van een kast langs de muur open en dan schenkt opa een glaasje limonade in. En uit de lage kast voor het zijraam komt weleens iets heel lekkers: een kinderchocolaatje.

Soms zet opa de filmprojector neer in de kamer en dan gaan we filmpjes van de vakantie kijken die opa heeft gemaakt, met titels ertussen. Na een tijdje moet opa de spoel altijd verwisselen. Oma vertelt alles erbij. Ze wordt er altijd helemaal blij van als ze de filmpjes ziet en ze gaat steeds sneller praten en harder lachen. De filmpjes zijn wel een beetje wiebelig. Ik heb er niet zo’n last van, maar mama wordt er altijd en beetje misselijk van.

Opa en oma hebben een caravan. Daar gaan ze vaak mee op vakantie. Als ik al wat groter ben, ga ik op tienertoer met een vriendinnetje en gaan we logeren bij haar oma, maar ook in Heerlen – waar we in de tuin in de caravan mogen slapen. Jammer genoeg zijn er wel veel muggen. Opa en oma nemen ons ook een dagje mee naar de Eifel. Een grote koelbox voor de picknick gaat mee. Dat is een leuk tochtje. Leuker dan een andere tocht die ik me van een andere keer vaag herinner. Toen gingen we geloof ik naar Gemert, waar het graf was van opa’s ouders – en daarna brachten ze me denk ik helemaal naar huis. Hoe dan ook duurde het allemaal heel erg lang, want we reden niet over de snelweg, maar over allemaal binnendoorweggetjes. En oma zat bijna bovenop het stuur van de Mazda. Na die keer wilde ik liever niet meer met ze mee in de auto.

Opa stuurt elke week een kaart (net zoals Lune en Bloem nu bijna elk weekend een kaart van mama krijgen). En als het Sinterklaas is krijgen we altijd ieder een eigen doorzichtige zak met lekkers erin. Ik krijg een chocoladeletter, een speculaaspop, hazelnoten (mama krijgt ook walnoten en andere noten, maar die vind ik niet zo lekker), mandarijnen en nog wat ander fruit. Dat is wel heel bijzonder, zoveel lekkers helemaal voor mij alleen, mmm!

Veenendaal
Opa en oma
Als we op het station aankomen staat opa in zijn legergroene jack al op ons te wachten, want het is nog best een eindje rijden naar de flat van opa en oma toe. De flat ziet er anders uit dan onze flat en het allerleukste vind ik dat er naast het keukenraam een kiepbak zit. Daar doet oma door het keukenraam volle afvalzakken in – en die vallen dan door een koker helemaal naar beneden in het flatgebouw en komen daar in een grote container terecht. Als ik er ben dan hoop ik altijd dat er een volle zak is, want dan mag ik het doen – of als de zak te zwaar is, mag ik helpen.

Opa en oma hebben ook een heel bijzondere bel, veel leuker dan alle andere bellen die ik ken. Hij maakt een heel mooi ding-dong geluid dat je heel goed hoort en hij ziet er ook heel mooi uit. Je kan hem goed zien als je de lange gang binnenkomt. Hij is niet klein en rond maar heeft lange, goudkleurige pijpen.

Het is wel altijd heel erg warm bij opa en oma, maar gelukkig mag ik als ik het heel erg warm krijg lekker op blote voeten en in mijn hemd en onderbroek rondlopen. Dat loopt wel lekker zacht, want er ligt bruine vloerbedekking – met iets donkerdere vlekken erin. Net als de vacht van een hyena, maar dan donkerder. Ik moet dan alleen niet op de groene bank of één van de oranje stoelen gaan zitten, want dat kriebelt. De kussens van de bank en de stoelen zijn trouwens ook heel erg hard, dus je moet altijd voorzichtig gaan zitten. Jammer genoeg vergeet ik dat weleens.

De bank, de stoelen, het vierkante krukje en het tafeltje in het midden hebben randen van bamboe. Het tafeltje heeft een onder- en een bovenplank. Op de onderplank liggen kranten en tijdschriften. En een vliegenmepper maar ik heb nog nooit een vlieg gezien in de flat. Het allermooiste op die plank is echter de oranje koektrommel met een deksel waar een foto van een jongetje in een autootje op staat. En tussen het deksel en de trommel zit altijd een doorzichtig stukje folie, zodat de koekjes niet zacht worden.

We krijgen trouwens ook wel eens andere lekkere dingen dan koekjes. Lumpers bijvoorbeeld. Of een broodje ba pao. Of pisang goreng. Ik denk dat ik dat allemaal nog lekkerder vind dan koekjes. Als we lumpers krijgen, krijgen we ze altijd in een stukje folie, omdat de rijst een beetje kleeft.

Oma kan ook heel lekker Indisch koken. Maar als ik weleens kom logeren maakt ze voor mij vaak erwtjes en worteltjes en een slavink, omdat ik dat zo lekker vind.
Als we Indisch eten dan eet ik nooit de hete dingen. Van opa moet ik niet ‘heet’ zeggen, maar ‘pedis’ – maar dat vind ik een beetje raar, want het is toch hetzelfde? Opa vindt het niet zo snel heet. Of pedis. Hij eet soms zelfs sambal op zijn brood. Bah, sambal op je brood, dat lijkt mij helemáál niet lekker.

Wat mijn neefjes en ik ook heel lekker vinden is de ‘roze salade’ die oma soms maakt als we mijn oom en tante en neefjes er ook zijn. Met rode bietjes en vis erin. Als we met zijn allen zijn gaan we vaak ook wandelen in het bos. Dat is heel leuk. Van oma krijgen we dan alledrie een doorzichtig plastic doosje mee waar nootjes in hebben gezeten. In de dekseltjes mogen we een paar gaatjes prikken en dan verzamelen we in het bos kleine diertjes, mieren en pissebedden enzo, die we dan met wat blaadjes en takjes in het doosje doen. Dan kunnen we ze goed bekijken. (Ik kan me niet meer herinneren wat we dan uiteindelijk met de doosjes deden – de diertjes weer vrijlaten voor we het bos verlieten hoop ik). Als we uitgewandeld zijn mogen we altijd nog even spelen in de grote speeltuin. Daar leer ik mijn neefje schommelen – ik vind het maar niets dat hij dat niet kan, want schommelen is zooooo leuk! En daarna schommelen we altijd samen.

Als ik samen met oma boodschappen doe in de winkel vlakbij, vraagt ze aan de jongen van de groenteafdeling, die ze haar kleinzoon noemt, of de sinaasappels goed zijn, want opa houdt alleen van lekker zoete en sappige navelsinaasappels. De jongen lacht, hij kent haar en zegt dat ze prima zijn.

Opa weet wat hij wil en is in alles heel zorgvuldig. Als hij afwast doet hij dat alleen in water dat goed heet is – en naast dat teiltje met sop zet hij altijd een tweede teiltje, waar heet water zonder sop in zit, om het sop in af te spoelen. Hij kan ook veel met zijn handen – zo heeft hij alle Donald Duckjes waar ik bij papa een abonnement op heb gekregen, ingebonden en op de kaft heeft hij Donald Duck nagetekend. Dat is fijn, want als ik nu ‘s ochtends vroeg als ik bij papa ben naar beneden ga om te lezen dan raak ik er geen kwijt en blijven ze mooi op volgorde.
Soms zijn opa en ik het niet met elkaar eens. Zoals met ‘heet’ en ‘pedis’. Maar ook een keer als ik bezig ben om een broek van mijn barbiepop weer goed te doen, omdat die binnenstebuiten zit. Dan vindt opa dat ik het niet goed doe en dat het veel handiger kan. Maar ik wil het helemaal niet anders doen! En bovendien: wat weet opa nou van barbies?

Oma weet altijd precies wat ik leuk vind om te doen – daar vraagt ze ook altijd naar. Ik voel me wel een beetje schuldig als ik een keer als ik er ben een boekje over papierfiligraan van haar krijg, want dan vind ik eigenlijk alweer iets anders leuk…

Ik kom ook graag in het kleine kamertje, want daar staat oma’s kaptafel met een grote spiegel in het midden en twee zijspiegels die je kan bewegen. Als je op het krukje voor de tafel gaat zitten en de spiegels beweegt dan zie je jezelf wel duizend keer. Naast het kleine kamertje is de slaapkamer van opa en oma. Aan de andere kant van het gangetje, is een kamer waar twee opklapbedden staan. Als ze zijn opgeklapt hangt er een gordijntje voor waar mijn neefjes en ik ons soms achter proberen te verstoppen – maar echt goed gaat dat niet. In één van die bedden mag ik slapen als ik bij opa en oma logeer. Dan ga ik ‘s ochtends altijd heel zachtjes naar de slaapkamer van opa en oma toe en dan mag ik van opa oma kriebelen met een veertje. Dat is altijd heel grappig, want dan denkt oma, die krullers in haar haar heeft, dat het een vlieg is en probeert ze de vlieg weg te slaan. Maar als ze haar ogen opendoet, dan ziet ze mij en dan moet ze lachen.

Opa en oma zijn blij samen en ze houden van lachen. Soms bromt opa iets, met een twinkeling in zijn ogen en dan schatert oma het uit. En als het een keer niet zo goed met ze gaat dan verzinnen ze iets om er toch het beste van te maken. Zoals de keer dat opa geopereerd is aan zijn stembanden en niet kan praten. Dan blaast hij gewoon op een fluitje. Hij heeft een code afgesproken met oma, die oma soms vergeet. Dan worden ze niet boos of verdrietig, maar lachen ze erom. Zoals ze buiten op de foto staan, innig gearmd en lachend – zo herinner ik me ze ook. Als een hecht, onbreekbaar team.

Televisie

Na ongeveer 15 tv-loze jaren hebben we er sinds 5 december weer één. Een tv. Oorspronkelijk waren we van plan er een te kopen als Lune vier werd en naar school ging, zodat ze geen buitenbeentje zou worden. Toen het zover was hadden we echter niet de indruk dat ze het miste. Ze mocht af en toe filmpjes kijken op de computer en dat was prima. Bovendien bleef het zo echt een feest als ze bij onze ouders wel tv kon kijken.

Tijdens het feestje voor Lunes tiende verjaardag merkt echter één van haar vriendinnen er iets over op en uit Lunes reactie merken we duidelijk dat ze dat vervelend vindt. Vooral het idee van sommige klasgenoten dat we dan zeker arm zijn lijkt haar dwars te zitten (haar klasgenoten kunnen zich duidelijk niet voorstellen waarom je anders geen tv hebt , iederéén heeft toch een tv?) Het is maar een kort moment, maar toch zit het ons niet lekker. Niet wat haar klasgenoten denken, maar wel hoe Lune zich daaronder voelt. Als we het er eind november nog eens over hebben, is de beslissing dan ook snel genomen.

En zo komt het dat pakjesavond eindigt met een speurtocht door het huis. Kleine gedichtjes leiden Lune en Bloem naar een doos nieuwe borden onder ons bed, een stapel nieuwe handdoeken in bad en een nieuwe telefoon (want de oude deed het niet meer) in de meterkast. In de meterkast hangt nog een laatste gedichtje. Terwijl Lune het voorleest zien we haar ogen groter worden.

‘Een tv?! Nee, dat is vast ijdele hoop!’
‘Ga maar kijken op zolder, dan zie je het vanzelf.’

In het wasmachinehok ligt een heel groot cadeau. Lune kan het nog steeds niet te geloven en durft nauwelijks iets te zeggen, bang de betovering te verbreken. Bloem heeft daar geen last van.
‘Ja, daar zit een tv in’ stelt ze nuchter vast, alsof ze dagelijks ingepakte tv’s vindt.
Manlief tilt het pakket naar beneden, om het daar samen met Lune voorzichtig uit te pakken. Als het papier eraf is slaakt Lune een kreet die nog het meeste lijkt op de luide roep van een zeeleeuw.
‘Kijk, Bloem, een tv! We hebben een tv gekregen! We hebben een tv gekregen!’
Bloem (net naar school, vier jaar) komt even kijken.
‘O ja’.
Dan rent ze snel weer naar de bank om verder te spelen met het ridderpak dat ze van Sinterklaas gekregen heeft. Best aardig hoor, zo’n tv, maar een ridderpak is tenminste ècht leuk.

Het duurt nog een paar dagen voor we de tv aan kunnen sluiten, maar dat lijkt Lune niet te deren. We hébben er nu tenminste één en dat lijkt al voldoende om ongelovige reacties van haar klasgenoten verder te voorkomen.
‘Als ik zei dat we geen tv hadden dan zeiden de jongens: oh, ik zou echt dóódgaan als we geen tv hadden!’

Wat me in al die jaren zonder tv het meest is opgevallen, is de grote discrepantie in de reactie van kinderen en van volwassenen als je vertelt dat je geen tv hebt. De meeste kinderen reageren ongeveer net zo als Lunes klasgenoten, de meeste volwassenen schieten – nadat ze eerst hebben gevraagd waarom je dan geen tv hebt (we vonden dat we er te lang achter bleven hangen en dat begon ons steeds meer te irriteren – voor je het wist was er weer een avond voorbij) – meteen in een soort verdedigingsmodus: o, maar wij kijken bijna nooit hoor! Dat laatste heb ik altijd wel frappant gevonden, gezien de enorme hoeveelheid gesprekken die ze vervolgens wel over tv-programma’s en tv-BN’ers met elkaar voeren.

Wat me na een paar maanden mèt tv nog steeds het meeste opvalt en verbijstert is het absurde aantal zenders (ik heb niet eens zin om door te zappen tot ik ze allemaal gezien heb) en het daarmee totaal niet in verhouding staande matige en eenzijdige aanbod. Er zijn een paar formules die je vrijwel elke dag op verschillende zenders tegenkomt (talentenjachtprogramma’s (zingen, dansen, koken), ik-leer-iets-heel-moeilijks-waarbij-ik-flink-op-mijn-bek-kan-gaan-en-leer-dat-hopelijk-sneller-dan-mijn-concurrenten-programma’s (kunstschaatsen, stijldansen, schoonspringen) weetjes-spelprogramma’s, realityseries, praatprogramma’s met ‘experts’, BN’ers-die-hun-BN-status-moeten-opkrikken-en-daarom-aan-alles-meedoen-programma’s)- waarvan de grootste gemene deler volgens mij is: ik wil met mijn kop op tv en het maakt niet uit hoe.

Natuurlijk zijn er ook wel positieve uitzonderingen, maar om nu te zeggen dat televisie kijken mijn leven verrijkt – nee, bepaald niet. Die ellenlange reclameblokken – ik snap eigenlijk niet dat mensen nog zo massaal tv blijven kijken – tegen de tijd dat zo’n reclameblok voorbij is ben je bijna vergeten waar je naar zat te kijken. En het journaal – het journaal mensen, sorry hoor, maar dat is toch echt niet meer van deze tijd? De vaste cameraopstelling heeft plaatsgemaakt voor meerdere gezellig bewegende camera’s, de nieuwslezeres mag niet meerblijven zitten maar moet ook in beweging komen zodat we ook haar kekke hakjes zien en ons na afloop niet alleen de weerman met zijn bewegende kaartjes en satelietbeelden herinneren. Om over de betuttelende manier waarop de onderwerpen gebracht worden nog maar te zwijgen. Nee, sorry, geef mij maar de krant.

En nee, natuurlijk ben ik niet Roomser dan de paus. Als ik niet uitkijk wil ik de volgende uitzending van masterchef-Holland-USA-UK-Australia ook weer zien want ik vind het toch wel fascinerend wat ze nu weer moeten maken en ik hoop toch dat die of die doorgaat want die is sympathiek en die mag wat mij betreft afvallen, want dat is echt een bitch. Maar uiteindelijk word ik er niet echt blij van. Niet zoals ik dat bijvoorbeeld kan worden van het lezen van een boek, of het maken of bewerken van foto’s of iets dergelijks. Af en toe, met mate, dan blijft het wel leuk. En tijdens het strijken (maar dan kijk ik gewoon op de computer, naar uitzending gemist). Anders voel ik me al snel een beetje vies en vadsig – alsof ik te veel fast food heb gegeten.

Maar goed, we deden het ook niet voor onszelf, we deden het voor Lune. En alleen al haar enorme blijdschap bij het uitpakken van de tv was goud waard.

Flip de Beer wil naar de maan en bakt appeltaart

Hallo daar ben ik weer! Ik ben Flip de Beer. Ik logeerde bij Bloem deze keer.

Eerst waren we nog op school, toen mocht ik bij Bloem op schoot. Ik zit graag op schoot, maar Bloem hield me per ongeluk vast aan mijn nek, dus toen kreeg ik het wel een beetje benauwd. Dus piepte ik: Bloe-hoem! wil je me om mijn middel vasthouden?

En…oepsie! Ik had mijn nieuwe pyama nog aan. Dat kwam omdat ik er zó blij mee ben, dat ik helemaal vergeten was iets anders aan te doen.

Het regende heel hard toen we uit school kwamen dus ik was blij dat Bloems mama ons met de auto kwam halen. Daar zag ik wel iets vreemds: een fiets?! In de auto? Even later snapte ik waarom: de fiets was stuk, dus gingen we naar de fietsenmaker. Daar zag ik héél veel fietsen. Er hingen zelfs fietsen aan het plafond!

Voor we gingen slapen kwam Bloems grote zus Lune ons nog even een knuffel geven. Dat was heel leuk, want ik heb ook bij Lune gelogeerd toen die nog veel kleiner was!
Daarna mocht ik onder een fijn zacht dekentje aan het voeteneinde van Bloems bed slapen. Als Bloem met haar voeten wiebelde, kietelde dat wel een beetje aan mijn billen!

Zaterdag hebben we gespeeld met de auto’s en de ridders. Daarna gingen we met Bloems papa en Lune mee naar de bibliotheek.

Lunes fiets was nog bij de fietsenmaker, dus fietste ze op een heel gek fietsje met hele kleine banden maar een heel hoog zadel en heel hoog stuur. En toen we terugkwamen vouwde Bloems papa de fiets op. Een vouwfiets, haha! Ik kan alleen papieren vliegtuigjes vouwen!

Bij de bieb leenden we een boek over astronautje André. Ik zou best ook eens in een raket naar de maan willen, jullie ook? Op de maan kan je heel hoog springen.

Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan
Flip de Beer wil ook in een raket naar de maan

Vandaag kleedden we ons vroeg aan, want Lune moest dansen in een balletvoorstelling en moest de hele dag in het theater zijn.

Bloem en ik mochten een appeltaart bakken, want ‘s middags kwamen Bloems opa’s en oma’s. De hond van Bloems opa & oma kwam ook mee. Hij was heel lief maar wel een beetje druk en ik ben zijn naam vergeten.

Nu gaan we naar bed. Morgen gaan we weer naar school. Slaap lekker lieve Bloem, tot een volgende keer!

Flip

Mindful eten

Wanneer het begon weet ik niet meer, maar plotseling dook overal het woord ‘mindfulness’ op. Aanvankelijk had ik daarbij een beeld van – niet nader gedefinieerde – zweverige toestanden. Het kwam op me over als een hype die je vooral niet te serieus moest nemen. Tot er een bijna tegelijkertijd twee verschillende mensen op mijn pad kwamen die hele positieve en niet-zweverige-ervaringen hadden met mindfulnesstrainingen. Ik kwam er ook achter dat er cursussen bestonden op het gebied van mindful eten. Gezien de nogal heftige eetproblemen waar ik mee heb gekampt, wekte dat mijn interesse.

Her en der heb ik er wat over gelezen en kwam ik erachter dat je ook een online training ‘Mindful eten’ kon volgen. Dat heb ik gedaan. Mindful eten komt neer op heel aandachtig eten en drinken. Hierdoor wordt je je bewuster van wat je eet, hoeveel je eet, van prikkels die maken dat je ergens trek in krijgt – en van waar je lichaam echt om vraagt.

Het klinkt simpel en enerzijds is het dat ook, anderzijds vind ik het knap lastig. Het valt niet mee om jarenlange gewoonten en gedachtes om te buigen. Het doet me soms een beetje denken aan toen ik nog viool speelde. Soms had ik geen zin om voor ik aan een nieuw stuk begon eerst de juiste toonladder te spelen. Dat resulteerde er nogal eens in – vooral als het een wat onbekender werk betrof – dat ik ergens kruisen of mollen speelde die er niet stonden – of vice versa. Ik weet nog hoe moeilijk het was om dat dan weer recht te zetten, simpelweg omdat ik in korte tijd gewend was geraakt aan een verkeerde melodie.

Op momenten dat het lukt, kan het verrassende dingen opleveren. Zo kwam ik er in december achter dat ik kruidnootjes – waarvan mijn eerste automatische gedachte is: ‘o, daar kan ik niet van afblijven; als ik daar een zak van open eet ik ‘m helemaal leeg’ eigenlijk visueel helemaal niet aantrekkelijk vind. De geur is echter een ander verhaal. Als ik die ruik, loopt het water me in mijn mond. Ik merkte ook, dat ik geneigd ben andere dingen te doen terwijl ik eet – als ik alleen ben, pak ik er vaak een boek bij. Maar als ik dat doe zijn die kruidnootjes vrijwel ongemerkt zo op en heb ik er niet eens echt van genoten.

Afgelopen weekend – met gezouten cashewnoten in de dop – merkte ik dat ik automatisch al naar een tweede nootje reikte terwijl ik nog een nootje in mijn mond had. Op dat moment was ik eigenlijk al niet meer bezig met hoe het eerste nootje proefde. Het lijkt zo klein – maar het heeft gek genoeg grote gevolgen. Van tevoren had ik heel veel zin in de cashewnootjes. Mijn eerste gedachte was: nee, dat mag niet. Maar waarom eigenlijk niet? Ik besloot dat ik mezelf best iets lekkers mocht gunnen. Alleen dan niet graaiend uit het zakje, maar 10 in een bakje. Dus telde ik 10 nootjes uit. Toen ik bij 10 was betrapte ik mezelf erop dat ik niet dacht ‘mmm, lekker’ maar ‘o, dat is wel erg weinig’. Toen ik ermee was gaan zitten en de nootjes één voor één zo aandachtig en rustig mogelijk had gegeten, taalde ik tot mijn eigen verbazing echter niet naar meer nootjes. Het was genoeg, ik voelde me voldaan!

Eigenlijk ben ik net een klein kind dat iets nieuws ontdekt – met dezelfde verbazing en verrukking. Nu nog dezelfde volharding en hetzelfde geduld leren opbrengen als een klein kind dat leert lopen. Want het gaat niet altijd goed en makkelijk. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Geduldig oefenen, oefenen, oefenen.

*****
Zie ook:
• De website Mindul eten van Rita Zeelenberg
• Boek ‘Eating mindfully – how to end mindless eating & enjoy a balanced relationship with food’ – second edition van Susan Albers
• Boek ‘Mindful eating – A guide to rediscovering a healthy and joyful relationship with food’ van Jan Chozen Bays
(Van beide boeken zijn ook Nederlandse vertalingen verkrijgbaar).

Mandarijn

Manlief: ‘En, is het gelukt om je mandarijntje te pellen?’
Bloem: ‘De juf heeft een beetje geholpen’
Manlief: ‘Maar zondag heb je het mandarijntje dat in je schoen zat toch helemaal zelf gepeld?’
Bloem: ‘Ja, maar dat was van Sinterklaas’

…‘t Is maar dat jullie het weten: de mandarijnen van Sinterklaas zijn veel makkelijker te pellen.

Lampionnetje

Eigenlijk zouden we dit jaar niet gaan. Maar ja, Bloem had dit jaar maar liefst twéé hele mooie (bijna) zelfgeknutselde lampionnetjes – nog één van het kinderdagverblijf èn een van de eerste week op school. Uiteindelijk hebben we dus toch maar een klein rondje gemaakt. En het liedje ‘lampionnetje’ dat we vorig jaar hadden ingestudeerd was nog steeds een succes.

Bonkje & Bloem zingen ‘Lampionnetje’
Lampionnetje, lampionnetje
schijn maar in de donk’re nacht
als een sterretje
als een zonnetje
licht heeft veel geluk gebracht.

Dat het maar een klein rondjes was, was overigens niet te zien aan de hoeveelheid snoep die de dames hadden opgehaald – bijna overal ‘mochten ze nog wel wat pakken’. Gelukkig telde ik ook nog een paar mandarijnen.

Toen ik Bloem voorstelde dat ze misschien ook opa en oma, die op dinsdag altijd komen, ook iets uit haar snoeptrommeltje kon geven, keek ze een beetje bedrukt. Haar gezichtje klaarde echter op toen ze zich de mandarijntjes herinnerde: die mochten opa en oma wel hebben. Delen valt niet mee.