Nieuw

Ieder jaar gaan we een lang weekend weg met een groep vrienden die ooit begon als groep van vijf studenten in een jaarclub, daarna uitbreidde naar studenten-met-aanhang en inmiddels bestaat uit vijf getrouwde stellen en elf kinderen in de leeftijd van 0 tot 10 jaar.

De weekenden zien er inmiddels iets anders uit dan in het begin maar het inpakken vóór het weekend begint is gebleven. Bij dat inpakken moet er goed worden opgelet. Vorig jaar bleek namelijk, toen we op de plaats van bestemming waren gearriveerd, dat we de tas met Bonkjes pyama, schone kleren, bedknuffel en laarzen thuis hadden laten staan. Waarna we – zodra de winkels de volgende dag open waren – maar een nieuwe garderobe voor haar hebben aangeschaft.

Tot haar grote geluk kreeg ze toen we terug kwamen bij het vakantiehuis bovendien nog een set met zeven Hello-Kitty-onderbroeken van onze vrienden, voor het geval wij geen kledingwinkel hadden kunnen vinden.

Hoewel Bonkje het leuk vond om nieuwe kleren te krijgen, is ze toch een beetje bezorgd of het dit jaar wel goed zal gaan. Als alle bagage beneden in de hal staat, hoor ik haar tegen manlief zeggen dat we niet moeten vergeten om Bloem mee te nemen, die nog in haar bedje ligt.

‘Nee hoor,’ zegt manlief, ‘we vergeten jou toch ook niet?’
‘Ja, maar Bloem is nog nieuw’ antwoordt Bonkje.
Ik moet er stilletjes om lachen.
‘We vergeten haar niet – we zijn jou, óók toen je zo klein was als Bloem nu is, nog nooit vergeten.’

Bonkje is gerustgesteld – een nieuw babyzusje kan je tenslotte niet kopen.

Placeboslapen

‘Welterusten…’ zeg ik tegen Bonkje als ik naar mijn werk vertrek. ‘… ach – veel plezier op school bedoel ik natuurlijk’. Bonkje giechelt en ze vindt het erg grappig dat ik me ’s avonds aan tafel wéér vergis.

Mijn onderbewuste probeert me geloof ik iets duidelijk te maken. En dat terwijl ik de afgelopen tijd zo’n mooi systeem heb ontwikkeld om mijzelf voor de gek te houden.

Het zit namelijk zo. Eigenlijk heb ik iedere nacht minimaal acht uur slaap nodig. Wanneer ik die acht uur niet haal, is de kans groot dat ik de volgende dag niet alleen ’s ochtends maar ook de rest van de dag bijzonder slecht gehumeurd ben. Met een baby in huis is acht uur slapen echter niet haalbaar.

Je kunt natuurlijk gaan jammeren dat je nog maar vier uur kunt slapen, of een volgende nacht dat je nog maar twéé uur kunt slapen voor de wekker weer gaat. Daar word je echter niet vrolijk van en beslist ook niet uitgeruster.

En daar komt mijn systeem om de hoek kijken. Het is gebaseerd op de aanname dat een positieve instelling een belangrijke bijdrage kan leveren aan je welbevinden. Ik denk tegenwoordig namelijk niet meer: ‘ik kan nog maar twéé uur slapen’, maar ‘Nu ga ik slapen van hier tot Groningen!’, of ‘Nu ga ik slapen van hier tot Zuid-Limburg’, of, als ik heel veel geluk heb ‘Nu ga ik slapen van hier tot Zuid-Limburg en weer terug*!’

Van hier naar Groningen rijden duurt voor mijn gevoel namelijk veel langer dan twee uur slapen. Dus waardeer ik mijn twee uur slapen op door er iets anders voor in de plaats te denken. Helemaal tot Groningen, dat is best lang!
En als ik maar tot Den Haag kan slapen, dan probeer ik dat snel te rekken door te visualiseren wat ik onderweg allemaal tegenkom (met een beetje geluk rijdt er een vliegtuig over het viaduct boven de snelweg – en o ja, daar tussen Leiden en het Prins Clausplein staan die twee windmolens met een stukje verderop een ouderwetse molen die plotseling heel klein lijkt). Op die manier kan zelfs slapen tot Den Haag van zijn negatieve ‘maar’-bijklank worden verlost.

En slapen van hier tot Oostenrijk of misschien zelfs wel tot Italië, zoals in de pré-dochters-tijd nog wel eens kon? Pfft! Moet je horen hoe belachelijk dat klinkt. Slapen tot Oostenrijk; zonde van je tijd!

Maar mijn  placebosysteem kan mijn onderbewuste blijkbaar niet voldoende overtuigen. Want mijn onderbewuste doet fervente pogingen om die acht uur slaap toch te bereiken. Dus zeg ik op de meest ongepaste momenten ‘welterusten’. En hoor ik mijn stem bij het voorlezen plotseling dalen en vertragen alsof het een elpee is die in plaats van op 33 toeren op 78 toeren wordt gedraaid. Op mijn werk is dat me – in de twee dagen dat mijn zwangerschapsverlof nu voorbij is – gelukkig nog niet overkomen. Mocht mijn onderbewuste me binnenkort ook dáár weten te vinden, dan zit er nog maar één ding op. Koffie.

* Sinds we een half jaar geleden een auto hebben gekocht denk ik meestal in reistijd per auto. De tijd dat ik weer kan slapen ‘van hier tot Zuid-Limburg en weer terug met openbaar vervoer’ zal nog wel even op zich laten wachten.

Borsten en baarden

Aan welke drie woorden denk je het eerst als je het woord ‘man’ leest?
En wat zijn je eerste associaties bij het woord ‘vrouw’?
En bij het woord ‘aarbei’?

In het decembernummer van Onze Taal staat een artikel over de resultaten van (een vorige fase van) een recente studie over woordassociaties. In dit onderzoek, uitgevoerd door prof.dr. Gert Storms en dr. Simon De Deyne van de Katholieke Universiteit Leuven, werd en wordt aan deelnemers een lijst voorgelegd met een aantal woorden. Het is de bedoeling dat je achter elk woord drie associaties invult: de drie woorden die spontaan bij je opkomen als je het woord leest.

Het is een onderzoek – en een artikel – dat me erg aanspreekt.
Zo vond ik het grappig om te lezen dat de meest genoemde associaties bij het woord ‘olifant’ dicht in de buurt liggen bij de omschrijving in een woordenboek voor kinderen, maar veel verder af staan van de definitie in het woordenboek voor volwassenen:

Voor olifant geeft de hedendaagse Van Dale: “groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf”. De associaties zijn:

olifant: grijs, groot, slurf, dik, Afrika

Het Juniorwoordenboek Nederlands van Van Dale, bestemd voor kinderen, komt veel dichter in de buurt van deze spontane associaties: “Een olifant is een heel groot, grijs zoogdier. Olifanten hebben een lange slurf. Ze leven vooral in Afrika.”

Bron: Onze Taal, 78ste jaargang nummer 12, december 2009, 336 – 339, ‘Het verschil tussen naakt en bloot – Het woordenboek in ons hoofd’, Berthold van Maris.

Van Maris haalt ook woorden aan waarvan de betekenis nagenoeg gelijk is, maar waarbij de associaties laten zien dat ze toch een hele verschillende lading kunnen hebben:

Op pornografische afbeeldingen zijn mensen bloot, op schilderijen naakt. (…) Naakt en bloot roepen allebei de associaties ‘mooi’, ‘koud’ en ’seks’ op, maar de volgorde verschilt: bij naakt scoort ‘mooi’ het hoogst, bij bloot komt ’seks’ op de eerste plaats.

En hoewel het voor de hand mag liggen dat associaties van vrouwen bij bepaalde woorden significant verschillen van de associaties van mannen, vond ik het ook leuk om daar voorbeelden van te zien:

(…) vanuit de vrouwen:
vrouw: man, kind(eren), mooi, moeder, meisje
man: vrouw, groot, sterk, jongen, kind

En vanuit de mannen:
vrouw: mooi, man, borsten, moeder, lief
man: vrouw, baard, penis, ik, vader

De blijkbaar veel voorkomende associatie met het woord ‘baard’ bij mannen vind ik overigens opvallend, want ik ken veel meer mannen zonder- dan met baard. En mijn eigen associaties bij het woord baard zijn overwegend negatief. Een baard doet in mijn ogen eerder afbreuk aan ‘mannelijkheid’, dan dat hij er een positieve bijdrage aan levert. Alleen Sinterklaas moet zijn baard maar behouden. Maar wellicht hebben er vooral baarddragende mannen meegedaan aan het onderzoek? Of zouden veel baardloze mannen diep in hun hart graag een baard laten staan maar durven ze dit om de een of andere reden niet?

Waar ik zelf na het lezen van het artikel – en na de geboorte van Bloem – eigenlijk bijzonder nieuwsgierig naar ben, is naar associaties bij het woord ‘baby’. Ik verwacht dat ook dát een woord is waarbij de associaties van mannen en vrouwen significant van elkaar verschillen. Maar misschien zit ik er wel helemaal naast.
Kortom: wat zijn jouw eerste assocaties bij het woord ‘baby’?

*****
Online deelnemen aan het onderzoek: Studie over woordassociaties 2009-2010 (v 2.4).
Zie ook: Beschrijving van het Nederlandse Woordassociatie Project. Op deze pagina staat, naast een korte beschrijving van het onderzoek, o.a. een schematische afbeelding van de meest genoemde woordassociaties bij het woord ‘aardbei’. Ook kun je via deze pagina twee bestanden downloaden waarin de woordassociaties uit een vorige fase van de studie zijn opgenomen (1424 stimuliwoorden).

Pril geluk

maandag 9 november 2009

Een samenvatting

Dag 1: 07.00 – 08.00 – 11.00 – 14.00 – 17.00 – 20.00 – 23.00.
Dag 2: 03.30 – 06.00 – 09.00 – 12.00 – 15.00 – 17.30 – 21.00 -23.00 – 24.00.
Dag 3: 02.00 – 06.00 – 09.00 – 12.00 – 16.00 – 18.30 – 21.00 – 24.00.
Dag 4: 03.00 – 06.00 – 07.00 – 10.00 – 13.00 – 16.00 – 20.00 – 23.30.
Dag 5: 03.00 – 06.00 – 09.30 – 13.30 – 16.30 – 18.30 – 21.00 – 22.00.
Dag 6: 01.00 – 04.00 – 08.30 – 12.00 – 15.00 – 17.30 – 19.30 – 22.30.
Dag 7: 02.00 – 05.00 – 08.30 – 11.30 – 15.30 – 18.30 – 20.30 – 23.00.
Dag 8: 02.00 – 06.30 – 09.30 – 12.00 – 15.30 – 18.30 – 21.00 – 22.30.
Dag 9: 02.00 – 05.00 – 08.30 – 12.00 – 13.00 – 16.00 – 20.00 – 21.00 – 22.00.
Dag 10: 01.30 – 05.30 – 09.00 – 12.00 – 15.00 – 18.30 – 20.00 – 21.00 – 24.00.
Dag 11: 04.10 – 08.15 – 11.15 – 13.15 – 14.15 – 17.00 – 20.45 – 22.45.
Dag 12: 01:00 – 05.45 – 09.15 – 12.15 – 16.15 – 19.05 – 23.25.
Dag 13: 03.50 – 08.15 – 11.30 – 15.15 – 18.45 – 23.15.
Dag 14: 03.30 – 07.30 – 09.45 – 12.45 – 15.30 – 17.35 – 20.25 – 22.22.
Dag 15: 01.30 – 03.00 – 04.30 – 08.45 – 13.00 – 16.40 – 20.10 – 23.45.
Dag 16: 03.45 – 06.45 – 08.30 – 11.15 – 13.00 – 16.00 – 19.45 – 23.25.
Dag 17: 02.15 – 05.40 – 09.20 – 11.45 – 15.30 – 17.30 – 20.00 –

Wallen onder onze ogen. Maar wat een rijkdom, wat een geluk.
Bonkje heeft een zusje!