Rio

‘Heb je wel gereserveerd?’
‘Nee, ik heb niet gereserveerd, maar ik denk dat dat niet nodig is.’
Niet helemaal gerust stapt ze in. Onderweg telt ze het aantal keren dat ze al naar de bioscoop is geweest. Een paar keer met manlief, een paar keer met de naschoolse opvang, op haar verjaardagsfeestje vorig jaar, twee keer op een feestje van iemand anders en een keer met oma. Dat is aardig wat!

Als we bij de kassa komen blijken er nog genoeg plaatsen te zijn. Gelukkig maar, want het zou wel heel stom zijn geweest als ons uitje niet door kon gaan doordat de bioscoop toch vol bleek te zitten.

‘Je mag 10 snoepjes uitkiezen en in een zak doen, maar daar moet je wel de hele film mee doen. In de pauze nemen we wel iets te drinken.’
Gezien mijn streven om deze zomer eindelijk weer eens zonder gêne die paar leuke jurkjes aan te kunnen die al veel te lang ongedragen in mijn kast hangen, zou ik zelf natuurlijk niets moeten nemen, maar de verleiding is te groot. Ik besluit dat ik óók 10 snoepjes uit mag zoeken. Nu lopen er twee blije kinderen om de snoepbakken heen. Als we weten wat voor snoepjes er allemaal zijn, zijn de eerste snoepjes snel gekozen. Daarna wordt het lastiger.

‘Mama, denk je dat ik die ook lekker vindt?’
‘Ik denk het wel.’
‘Dan neem ik er daar ook één van.’
‘Je mag ook best een paar dezelfde snoepjes nemen als je een snoepje heel lekker vindt.’
‘Nee, ik neem allemaal verschillende. En deze, zou ik die lekker vinden?’
Ze wijst naar een bak met gele, oranje en paarse snoepslierten.
‘Ik weet het niet, die zien er een beetje uit als zure matten en die vond je geloof ik niet zo lekker?’
‘Mmm – maar ik denk dat ik deze toch ga proberen.’
Voorzichtig vist ze met een tangetje een paarse sliert uit de bak en stopt hem in haar snoepzak.
‘Nu heb ik er één, twee, ….(telt zachtjes door, terwijl ze de snoepjes aanwijst)… acht. Ik mag er nog twee!’

Even later staan we voor de deur van de zaal, onze snoepzakken stevig in onze handen geklemd.
‘Wil jij de kaartjes laten zien?’
‘Nee, doe jij het maar.’
Onze kaartjes worden gescheurd en we krijgen allebei een 3-D-bril – zij een kinderformaat, ik een grotere variant.
Nu onze rij en stoel opzoeken. De rij hebben we snel gevonden, maar stoelnummers kan ik nergens ontdekken.
Bonkje wel. Ze wijst naar de grond: ‘Daar!’ – en inderdaad, helemaal onderaan de stoelen zijn nummerplaatjes op de vloer geplakt.

Ik zet mijn bril op mijn neus. Bonkje giechelt.
‘Je ziet er heel gek uit!’
‘O ja? Zet jij de jouwe eens op dan…. ja, dat ziet er inderdaad wel een beetje gek uit. Dan zet ik ‘m nog maar even af. Zo. Ik neem vast een snoepje.’
‘Ik niet, ik ga mijn snoepjes bewaren tot de film begint.’

Na de wat knullig ogende reclames van winkeliers in de omgeving – de reclames volgen elkaar veel te snel op en foto’s zijn niet altijd bewerkt tot het juiste formaat, waardoor ze soms deels van het scherm vallen – beginnen de voorfilmpjes.

‘Zet nu uw 3-D-bril op.’
Je zou zeggen dat ik er zo langzamerhand wel aan gewend moest zijn dat ze zelf kan lezen, maar een moment als dit maakt dat ik me er toch weer extra bewust van ben hoe groot ze al is. En dat ik in gedachten weer even dat kleutertje zie, dat zo trots een letter aanwees die ze herkende.
Zo groot ook, dat ze haar 3D-bril de hele film ophoudt. Toen we twee? drie? jaar geleden in de Efteling naar de 3d-filmvoorstelling-PandaDroom gingen, deed ze haar 3-D-bril na een paar tellen af en heeft ze ‘m ook niet meer op gezet. Maar ja, daar kwam als ik het me goed herinner dan ook een levensechte slang uit het beeld recht op ons af. Alleen het geluid zou voor haar wel wat zachter mogen.
‘Mama, wat staat het geluid hard!’
‘Ja, in bioscopen staat het geluid meestal erg hard.’

Af en toe werp ik een blik opzij.
Als het erg spannend wordt, stopt ze haar vingers in haar oren.
Maar ze zit ook hardop te schateren.
Om een blauwe ara die zijn kooi met zijn spiegeltje en zijn belletje mist.
Om de man in zijn ‘onderbroek’ die met strandstoel en al de lucht in vliegt.
Om een hond met een berg fruit op zijn kop.
Om de gemene vogel die aan het eind zijn veren kwijt is en door een aapje in zijn blootje op de foto wordt gezet – terwijl de slechterik zich achter een blaadje probeert te verschuilen.

Ook ik vermaak me prima en geniet van de glimmende ogen van mijn dochter.
Mijn ‘noodgedwongen’ vrije dag (manlief moest werken, Bloem kon naar de opvang – alleen Bonkje had vakantie) kwam eigenlijk als geroepen. Eindelijk weer eens tijd om met zijn tweetjes iets te doen en mijn aandacht niet te hoeven verdelen.

Na afloop heeft Bonkje nog een paar snoepjes over, zo zuinig is ze er op geweest. Ik krijg er ook nog één, want mijn snoepjes zijn allang op en dat vindt ze zielig.
‘We hebben nog wat tijd over voor we Bloem moeten ophalen, vind je het leuk om nog even naar de hei te gaan of wil je liever naar huis?’
Ze kiest voor het laatste. Lekker nog even samen thuis, want ‘we hebben al iets superleuks gedaan’.

*****
Recensie ‘Rio’ op filmtotaal.nl
Rio-Trailer FoxMovies