Hondenverjaardagspartijtje

Op de komst van een baby kun je je meestal negen maanden voorbereiden. Drie dagen voor de komst van Zoeff wisten wij nog niet eens van haar bestaan af. We gingen mee met mijn schoonouders, om naar Boxerpuppy’s te kijken. Op het adres waar mijn schoonouders hun oog op pup Bologna lieten vallen, liep ook de driejarige Zoeff rond. Zij was één van de honden die de fokker zelf had gehouden, maar ze bleek geen puppy’s te kunnen krijgen en was dus te koop. Na een weekend wikken en wegen hakten we de knoop door. En zo hadden wij opeens een hond. Nog eerder dan mijn schoonouders, want zij moesten nog een paar weken geduld hebben voor ze Bologna op mochten halen.

Drie jaar later lag er een uitnodiging in de brievenbus. De uitnodiging was gericht aan Zoeff.

Lieve vrienden,
Wij, Bologna en Brutus worden drie jaar. Dat vieren we vrijdag 2 juli aanstaande om 11 uur. Komen jullie op ons partijtje in het park? We wachten op jullie bij de picknicktafel op het grote grasveld vlak bij het witte bruggetje.
Tot dan!

Lebbers van Brutus en Bologna

Manlief zei dat ik gek was als ik er heen zou gaan. Maar Brutus komt uit hetzelfde nest als Bologna en als halfzus van de jarigen kon Zoeff niet verstek laten gaan. Vond ik. Bovendien zei mijn schoonmoeder dat het bazinnetje van Brutus het wel op zou lossen als het vechten werd. Dus togen Zoeff en ik, voorzien van twee identieke speeltouwen en botten – om afgunst tussen de jarigen te voorkomen – op de bewuste dag naar het park waar het feest zou plaatsvinden. In het park aangekomen volgden we de bandensporen van de auto van Brutus’ bazinnetje – want zo’n feest behoeft natuurlijk wel enige aankleding – naar een tafel tussen twee bomen. De tafel was feestelijk gedekt en aan versnaperingen voor de genodigden – naast Zoeff waren er nog drie andere gast-boxers en één gast-bulldog – en hun  bazinnetjes was geen gebrek. Het geheel, inclusief de bazinnetjes, zou niet hebben misstaan in Gooische Vrouwen.

We waren nog maar net gearriveerd of Brutus en Zoeff, die elkaar niet zo goed kenden, kregen het met elkaar aan de stok. De andere honden verdrongen elkaar om vooral ook hun zegje te kunnen doen.
“Hé, wat moet jij, ík ben hier de baas!” – scheen Brutus duidelijk te willen maken.
“Opschepper! Ik ben de oudste!” – bracht Zoeff daar tegenin.
Meestal kun je honden het beste zelf laten uitmaken wie de baas is. Als dat eenmaal duidelijk is, schikt elke hond zich in zijn rol en is er niets meer aan de hand.
Helaas zal ik nooit weten wie er zou hebben gewonnen. Het bazinnetje van Brutus riep namelijk heel hard:
“Hij heeft HD! Hij heeft HD!”
Het duurde een paar seconden voordat tot me doordrong wat ze daarmee bedoelde.
ADHD?
Oh. HeupDysplasie.
En in plaats van dat ik het haar zelf liet oplossen, voelde ik me genoodzaakt om zelf in te grijpen. Het was tenslotte mijn hond die mot had met een andere hond. Bovendien had het bazinnetje van Brutus me wel daadkrachtig geleken, maar nu klonk ze vooral paniekerig en alleen armenzwaaien loste ook niets op.

Ik greep Zoeff dus vast bij haar achterlijf, met het idee haar uit de kluwen weg te trekken, maar dat was niet zo’n goed idee.
Ik had beter een harde brul kunnen geven en haar stevig bij haar nekvel kunnen grijpen, zoals een moederhond zou hebben gedaan als het gedrag van haar kroost haar niet zou bevallen.
Zoals het was, dacht Zoeff waarschijnlijk dat ze ook van achteren belaagd werd en ze beet me in mijn vinger.
Van schrik liet ik haar meteen weer los.

Hoe de honden daarna precies uit elkaar zijn gehaald, kan ik me niet meer herinneren. Ik stond waarschijnlijk te verbouwereerd naar mijn vinger te kijken.
En me af te vragen hoe ik ook zo stom kon zijn om met Zoeff naar een hondenpartijtje te gaan.
Hoewel Zoeff niet had doorgebeten en het feestje eigenlijk nog moest beginnen, vond ik het wel mooi geweest. Ik lijnde Zoeff aan en nam haar mee naar het huis van mijn schoonouders. Voor de zekerheid liet ik mijn schoonvader, die huisarts is, even naar mijn vinger kijken – maar het was inderdaad niets ernstigs.

Na het feest kwamen ook mijn schoonmoeder en Bologna thuis. Toen ik hoorde wat er nog meer was voorgevallen, vond ik het toch wel jammer dat ik daar geen getuige van was geweest. Als fly on the wall wel te verstaan, want als mens was ik denk ik het liefst door de grond gezakt van plaatsvervangende schaamte.

Er was een oudere heer met een klein hondje langs de feestgangers gewandeld. De bulldog, die blijkbaar vond dat het feestje een beetje inkakte, was op het kleine hondje afgestormd. De andere honden vonden dat natuurlijk ook weer reuze interessant, dus binnen een mum van tijd wist de arme man zich omringd door grote monsters. Ten einde raad probeerde hij ze met zijn paraplu weg te jagen, maar dat was niet zo’n goed idee….

De bazin van de bulldog – die in het dagelijks leven een beroep uitoefent dat hoog in aanzien staat – ontpopte zich tot een ware furie die de grote monsters met gemak tot ongevaarlijke hondjes deed verbleken.
“Hoe durft u mijn hond te slaan! Hoe durft u!”
Binnen de kortste keren had ze de oudere heer zijn paraplu afhandig gemaakt en mepte ze de man met zijn eigen plu de struiken in. Al struikelend en met zijn hondje in zijn armen maakte de man zich uit de voeten. Nog nabriesend brak de bazin van de bulldog de paraplu doormidden. Daarna keerde ze terug naar de andere dames. Aangezien je moet stoppen op het hoogtepunt, besloten de bazinnetjes van Brutus en Bologna dat dit een goed moment was om het partijtje te beëindigen.

Voor zover ik weet hebben Brutus en Bologna de afgelopen jaren geen verjaardagsfeestje meer mogen geven.

Zoeff is er helaas niet meer. Zij is vorig jaar overleden.

Goois

Als ik het klaslokaal van Bonkje uitloop, moet ik niezen. Een andere moeder blijft staan.
“Zit je aan het begin of het einde van je verkoudheid?”
Zij is al weken niet echt ziek, maar voelt zich wel belabberd en heeft last van een naar hoestje. Dat herken ik. Man- en dochterlief lopen met diezelfde hardnekkige hoest rond. Hoewel ik me niet helemaal fit voel, heb ik daar dit keer weinig last van. Hopelijk blijft het zo, maar de ervaring heeft geleerd dat ik er waarschijnlijk ook nog wel aan zal moeten geloven.
“Toch maar een griepprik halen” zegt ze.
“Als er zoveel verschillende virussen in de lucht hangen vraag ik me af hoeveel zin dat heeft. Volgens mij word je dan nog steeds ziek.”
“Reis jij weleens met openbaar vervoer?”
“Ja” – ze weet nog niet dat we geen auto hebben, want haar dochtertje zit nog niet zo lang bij Bonkje in de klas.
“Een zakenpartner van mij kan een tijdje niet autorijden, dus reist ze nu met het openbaar vervoer. Dat is echt één grote bron van bacterieën hè? Alles blijft hangen!”