Zoeff is dood

“Dag Zoeff!”
Bonkje zwaait naar de hemel.

Zoeff is niet meer. Zoeff is dood.
Begin juli moesten we haar laten inslapen. In een paar weken tijd veranderde ze van een blije hond in een onherkenbaar hoopje ellende. Ze had duidelijk pijn, kon nauwelijks meer lopen, at bijna niets meer. Behandelingen van de dierenarts boden ook geen uitkomst meer. Dus maakten we een afspraak om Zoeff in te laten slapen.

Dat was heel onwerkelijk. Zo hoorde het helemaal niet te gaan. Eén of twee avonden voor het zover was, zat ik bij haar. Ik streelde haar en hoopte maar dat haar hart vanzelf zou stoppen met kloppen. Maar dat deed het niet.

“De dierenarts gaat Zoeff helpen doodgaan. Dat is verdrietig, maar het is ook heel verdrietig als Zoeff zoveel pijn heeft.”

We hebben een afspraak om één uur ’s middags.
Maar voor het zover is, zullen we nog één keer met zijn allen naar het park rijden waar we Zoeff zo vaak hebben uitgelaten – en waar ze heeft leren zwemmen.

’s Ochtends loopt Bonkje naar Zoeff toe. Ze heeft van de dierenarts een doosje gekregen met hondensnoepjes.
“Jij gaat bijna dood hè?” zegt ze opgewekt, terwijl ze Zoeff zachtjes aait en een hondensnoepje toestopt.
Wonder boven wonder eet Zoeff het snoepje op.
In de tuin maak ik nog een paar foto’s van Bonkje en Zoeff.
“Mag ik Zoeff nog een snoepje geven?”
“Vooruit. Maar de rest van de snoepjes moet je maar even bewaren tot we in het park zijn.”
“Ja, maar we moeten het niet vergeten hè? Want dan kan ik ze niet meer aan haar geven.”
“Nee hoor, dat vergeten we niet.”
Het is een prachtige dag – warm en zonnig.

In het park lopen we naar Zoeffs favoriete zwemplek toe, zodat ze er nog één keer even kan pootjebaden. Moeizaam laat ze zich in het water zakken. Manlief, Bonkje en ik stappen ook in het water.
“Weet je nog die keer, dat Zoeff opeens ophield met zwemmen, om te kijken waar de bal gebleven was?”
In gedachten zien we Zoeff weer kopje onder gaan – ze had duidelijk even het idee ze op de kant stond en rustig stil kon gaan staan. Gelukkig kwam ze meteen weer in beweging toen ze merkte dat ze zonk. Oeps – foutje!
We denken aan alle keren dat manlief startklaar heeft gestaan – schoenen al uit – om Zoeff te redden, want een goede zwemster is ze nooit geworden. Maar hij kon zijn schoenen altijd weer aantrekken.

We helpen Zoeff op de kant, spreiden in de schaduw een grote handdoek uit op het gras. We hebben drinken bij ons en ham-kaascroissants van de bakker. Zoeff mag ook een halve croissant – haar eerste ooit. En net als de snoepjes eet ze ‘m op. Ze kijkt zelfs even op om te zien of dat alles is.

Manlief en Bonkje voetballen wat en daarna gooit manlief nog één keer een bal voor Zoeff. De wil is er wel – ze strompel-hinkt erachteraan.

Dan moeten we echt gaan.
Met lood in onze schoenen naar de auto.
Manlief tilt Zoeff erin.

Naar de dierenarts.
We willen niet, maar zodra we naar Zoeff kijken weten we dat het beter is zo.
We denken het.
We hopen het. Hopen met heel ons hart dat we gelijk hebben.

Bij de dierenarts neemt de assistente Bonkje mee naar de wachtkamer.
Het lijkt ons beter als Bonkje er op het moment dat Zoeff wérkelijk overlijdt, niet bij is.

Wij blijven bij Zoeff, die op een dekentje mag liggen.
De dierarts legt uit dat ze haar eerst een middel geeft waardoor ze in slaap valt.
We geven Zoeff een kus, een aai, houden haar vast.

Ik voel me een vreselijke verrader. Hoe kan ik dit nou laten gebeuren terwijl ik haar ogenschijnlijk zo goed bescherm?
De wereld staat op zijn kop.
Vandaag ís dit de beste bescherming die we haar nog kunnen bieden.
De bescherming tegen verder lijden.

De dierenarts geeft Zoeff een paar spuiten om haar onder narcose te brengen.
Zoeff kermt een keer. Ach beest toch, lief beest.

Zoeffs lijf ontspant zich. Ze snurkt.
Door onze tranen heen moeten we er toch een beetje om lachen.
We horen hoe de assistente Bonkje een verhaaltje voorleest.

De dierenarts scheert een stukje van Zoeffs poot kaal om de laatste, dodelijke injectie toe te kunnen dienen en bereidt ons erop voor dat dit heel snel gaat.

De dierenarts heeft gelijk.
“Dag lieve Zoeff,” fluisteren we, “dag, dag…”

De dierenarts veegt wat vrijgekomen urine van de vloer en dan mag Bonkje weer binnenkomen.
Samen met haar leggen we onze handen op Zoeffs lijf.
“Voel je? Helemaal stil. Zoeff ademt niet meer. Zoeff is dood.”
Bonkje knikt en geeft Zoeff nog een aai.

’s Avonds, voor ze naar bed gaat, loopt Bonkje nog even de tuin in.
Ze zwaait naar de hemel.
“Dag Zoeff!”

Zwarte Witte Huis-hond

Zwarte Witte Huis-vrouw, Zwarte Witte Huis-hond? Mochten de dochtertjes van Barack en Michelle Obama een zwarte pup krijgen, dan zal deze zich in ieder geval niet in dezelfde mate hoeven te bewijzen als President Obama. Andere zwarte Witte Huis-honden baanden het pad. In Wikipedia staat een mooi lijstje van presidentiële huisdieren. Sommige presidenten hielden er een ware dierentuin op na. De mooiste verzameling vind ik wel die van Calvin Coolidge, president van 2 augustus 1923 tot 4 maart 1929, met onder andere:

(…) Rebecca and Horace – Raccoons, Ebeneezer – Donkey , Enoch – Goose, Smoky – Bobcat, Tax Reduction and Budget Bureau – lion cubs, Billy – Pygmy hippo, A Wallaby, A Duiker (a very small antelope),  A black bear.

Volgens mij had Barney, de Schotse Terriër van Bush, in november vorig jaar een veel beter bijtmotief dan tot nu toe verondersteld werd. Genoeg van verslaggevers? Welnee. Volgens mij probeerde hij wanhopig zijn Woeste Witte Huis-voorgangers te doen vergeten.

***
CNN (video’s): Beëdiging Obama als 44ste president van de Verenigde Staten en Obama’s inaugurele toespraak. Vernieuwde Witte Huis-website: Welcome to the White House