Bloemstelen

Het is zondag, vroeg in de ochtend. Ik zit Bloem te voeden in haar kamertje. Bonkje is wakker geworden en is er bij komen zitten. Ze zit op een kleuterstoeltje dat Bloem van mijn schoonouders gekregen heeft. Ze heeft het zo dicht mogelijk naast mijn stoel geschoven.

“Dit stoeltje zit niet zo lekker. Het is ook een beetje te klein voor mij. Mijn zitzak zit veel lekkerder.”
Inwendig moet ik een beetje lachen. In de huiskamer staan drie stoeltjes van hetzelfde formaat waar Bonkje nog dagelijks zonder problemen op zit. Maar de – roze – zitzak die ze van Sinterklaas heeft gekregen voor in haar nieuwe kamer is inderdaad een stuk groter.
“Jullie mogen ook op mijn zitzak zitten.”
“Dat vind ik wel fijn.”
“En dat doe je ook hè, als je voorleest?”
“Ja.”

Ze kijkt naar Bloem, die nog steeds ligt te drinken en wil haar een kusje geven, maar bedenkt zich dan, want ze weet dat ik dat niet goed vind tijdens het voeden.
Dan geeft ze mij een zoen.
“Jij houdt altijd van mij, ook als je boos bent.”
“Ja, ik hou altijd van jou. Ik vind je niet altijd lief, maar ik hou altijd van jou.”
“Jij bent de allerliefste mama van de hele wereld en Bloem is de allerliefste baby en papa de allerliefste papa. En ik ben zelf ook de allerliefste. Vind jij ons ook de allerliefste?”
“Jullie zijn mijn schatten.”

Bonkje knikt tevreden. Ze loopt de kamer uit om even later al sluipend terug te komen. Ze schijnt nog steeds te denken dat ze dat heel onopvallend kan.
Ik ben behoorlijk moe en heb geen puf om het spelletje mee te spelen, dus komt ze al snel weer naast me zitten.

“Als Bloem groot is, krijgt ze dan ook een nieuwe kamer?”
“We hebben geen nieuwe kamer meer.”
“Maar ze krijgt wel een nieuw bed? En dat komt hier?”
“Ja, als ze groter wordt dan krijgt ze een ledikantje. In deze kamer.”
“Ja, dat weet ik. Dan krijgt ze een bed met stelen hè?”
“Met spijlen.”
“Ik hoef geen bed met stelen meer, want ik ben al een groot kind. Ik ben zes jaar ouder dan Bloem.”
“Ja, jij bent al groot.”
“En als Bloem één jaar wordt, dan…” – Bonkje moet even rekenen – “… ben ik al zeven! En hoe oud ben ik als Bloem zeven is?”
“Dan ben jij zeven plus zes jaar. Want jij blijft altijd zes jaar ouder.”
Weer is het even stil.
Bonkje telt op haar vingers en roept dan verrukt: “dan ben ik al dértien! Dan ben ik echt héél groot!”

Bloem laat de borst los.
Bonkje hangt meteen boven haar om haar te overladen met kusjes en streeltjes. De streeltjes zijn een beetje onstuimig.
Bloem begint te huilen.
“Stil maar, Bloem, stil maar, ik ben het, je grote zus! Dat vind je leuk hè, als je mijn stem hoort?”
En warempel, het lijkt te werken. In ieder geval voor even.