Huilen

 

Terwijl ik haar luier verschoon, ‘leest’ Bloem een boekje van Nijntje.
‘Huiwle! Nijtje huiwle!’ zegt Bloem, terwijl ze naar de voorkant van het boekje wijst. Daar staat inderdaad een tekeningetje op van een huilende Nijntje.
‘Loem huiwle!’
‘Nee, jij hoeft toch niet te huilen?’

Bloem opent het boekje middenin. De bladzijden zijn her en der ietwat verkreukeld, maar gelukkig zitten er nergens flapjes of schuifjes die je op kan tillen of heen en weer kan schuiven. Zelfs de meest robuuste versies van dik karton overleven Bloems geestdrift nooit lang.

‘Nijtje!’
‘Ja, daar is Nijntje. Wat doet Nijntje?’
‘Nijtje huiwle!’
“Ja, Nijntje huilt. Nijntje is verdrietig omdat ze haar beertje kwijt is. Ze zoekt haar beer overal, zie je dat? Kijk, ze zoekt achter de kast. Maar daar is beer niet.’
‘Niet’
‘Nee. Weet jij waar beer wel is?’
‘Bir!’
‘Ja, beer.’
‘Nijtje bir! Jaaaaa!’
‘Ja, dáár is beer weer. Beer lag onder de dekens.’
”llo bir!’
‘Hallo beer!’

Even later kijken we een paar foto’s. Op één ervan heb ik Bloem gefotografeerd op een moment dat ze haar zin niet kreeg.
‘Loem huiwle!’ roept ze lachend.
En als ze zichzelf even later op een andere foto ontdekt, met een traan onder haar oog, wordt ze nog enthousiaster.
‘Loem huiwle!’
‘Nee, daar hoefde je niet te huilen, je hebt wel vaker zomaar een traan op je wang.’
Bloem trekt zich weinig van mijn uitleg aan – als ze die al snapt. Als je een traan hebt huil je en dat is reuze interessant.

’s Avonds wil ze niet gaan slapen. Zelfs nadat we haar slaapzak opnieuw hebben aangetrokken, aap weer in haar bed hebben gelegd, het laken weer hebben rechtgetrokken, nog een tijdje tegen haar aan hebben gepraat en haar muziekknuffel aan hebben gedaan, begint ze weer te brullen zodra we haar kamer uitlopen.

Na een paar minuten stopt het brullen.
‘Huiwle! Huiwle!’ klinkt het plotseling.