Als de man van huis is

Als puber en in het begin van mijn studietijd kon ik me nogal opwinden over stereotype rolverdelingen tussen mannen en vrouwen. Zo verhuisde een vriendin van de ene naar de andere studentenkamer, waarbij onder andere haar vader kwam helpen. Toen we een kast of een bed van haar in elkaar wilden zetten, nam haar vader het meteen van ons over omdat dat natuurlijk helemaal niets zou worden anders. Het ergste vond ik dat het helemaal niet neerbuigend bedoeld was – nee, het werd gewoon gebracht als vanzelfsprekend feit. En mijn vriendin merkte het niet eens – of misschien kon het haar niet schelen. Bij veel ouders van vrienden om me heen zou de moeder ook nooit een fietsband plakken. Dat de vader een baan had, was normaal. Dat de moeder dat in veel gevallen niet had, ook. Bij sommige moeders bekroop me zelfs het gevoel dat ze als een soort spartelende visjes op het droge achterbleven als hun echtgenoot voor zijn werk een paar dagen van huis was.

Het zal mede gekomen zijn doordat ik jarenlang samen met mijn moeder ben opgegroeid. Bij ons geen vader die schijnbaar vastgeroeste deksels met veel aplomb opendraaide. Wij moesten het zelf oplossen. En dat deden we ook. Meestal. En als ik zo’n andere moeder hulpeloos naar lucht zag happen, was ik heimelijk trots op mijn moeder. Mijn moeder kwam overal waar ze wilde. Daar had ze niemands hulp bij nodig. En zo hoorde het ook, vond ik. En zelfs als je getrouwd was, dan mocht dat in mijn ogen niet ten koste gaan van je zelfstandigheid.

Dit jaar in oktober ben ik alweer negentien jaar samen met manlief. Daarvan zijn we er bijna – over twee dagen – tien getrouwd. Ik geloof dat het met de stereotype rolverdeling bij ons wel meevalt. Wel is in de loop der jaren geleidelijk een bepaalde taakverdeling ontstaan. Vanzelf. Meestal omdat de één iets al net iets vaker deed dan de ander. Omdat de één iets leuker vindt om te doen dan de ander*, of net iets minder erg. Omdat de één zich net iets eerder aan iets stoort dan de ander. Of simpelweg omdat de één iets beter kan dan de ander. Vaak hebben we daar ook wel vrede mee – al is het soms moeilijk de balans te vinden. Want het is natuurlijk wel makkelijk als de ander veel doet (en ik heb een man die heel veel doet), maar het moet wel eerlijk verdeeld blijven.

Enfin. Manlief is een paar dagen naar Duitsland voor zijn werk. En hoewel ik mezelf toch echt niet als hulpeloos visje zie, moet ik wel toegeven dat het vandaag niet allemaal vlekkeloos verliep.
Zoals beloofd mocht Bonkje** bij me in het grote bed slapen – op voorwaarde dat ze stil zou liggen en echt goed zou proberen te slapen. Voor de zekerheid zette ik niet alleen mijn eigen wekker, maar ook die van manlief. Een half uur eerder dan normaal.
Volkomen overbodig, want een uur voor die tijd jammert Bloem me al uit mijn slaap. Nou, vooruit, zij mag er ook even bij. Helaas is ze nog niet zo getraind in het stil liggen als haar zus, dus een paar kleine, zich om me heen klemmende armpjes ten spijt, breng ik haar een half uur later toch maar terug naar haar eigen bedje. Even was het heel knus, maar als ik te lang uit mijn slaap gehouden word krijgt mijn nachtchagrijn c.q. ochtendhumeur toch echt de overhand. Gelukkig is er geen explosie nodig: als ik haar heb ingestopt, het spooklampje weer aan heb gedaan, Pips muziekkoordje heb uitgetrokken, haar een kus en een aai over haar bol heb gegeven, zegt ze ‘welterusten mama! slaap lekker! tot ziens!’.

Pfffff… denk ik wel, als ik weer in bed kruip. Die wekker van manlief zet ik maar uit. Anders wordt Bonkje ook weer meteen wakker.
En een half uur eerder opstaan dan normaal – is dat nou echt wel nodig? Kom, ik zet mijn wekker gewoon op het normale tijdstip.
Hèhè.
Bonkje keert zich naar me toe en schenkt me een slaperige glimlach. Haar zusje is best lief, maar wat een drukte was dat zeg. Nog even samen genieten van de rust. Ze valt weer in slaap.
Ik streel haar hand. Hij ligt ontspannen in de mijne.
Herinner me plotseling hoe ze tussen ons in sliep de nacht na haar geboorte. Op het aankleedkussen, omdat we bang waren dat we haar zouden pletten. Hoe diezelfde hand toen nog een piepklein vuistje was, waarmee ze mijn pink stevig omklemde.

Tussen waken en slapen.
Vaag voel ik dat er iets niet klopt. Zou die wekker niet allang?
Ik schrik, kijk op de klok en schiet overeind. Aaargh!
Als ik mijn horloge omdoe zie ik dat het stil staat. Ook dat nog. Snel zet ik ‘m weer goed.
Gelukkig is Bonkje heel behulpzaam. Waar we normaal gesproken ’s ochtends snel in de ’schiet-nou-toch-op/ jaa-haa-ik-kom-al’-modus schieten, stelt ze nu voor of zij alvast brood zal gaan smeren voor zichzelf en voor Bloem.
‘Da’s heel lief van je, maar zorg eerst maar voor je zelf.’
Snel Bloem uit bed halen, aankleden, tas controleren, naar beneden brengen, brood smeren, drinken inschenken, lunchpakketje voor Bonkje maken, afwasmachine uitruimen, vuilniszak verwisselen, legeflessentas in de gang zetten om mee te nemen, Bonkjes haar kammen – ze wil een knotje met lint want er is vandaag en prinsen-en-prinsessenbal op school – groenbak op straat zetten, erbij geleende groenbak van de buren ook op straat zetten, tussendoor zelf nog snel even iets naar binnen werken ….. en dan ergens in die chaos ontdekken dat…?

Ik kijk op mijn horloge. Kijk op de klok van de stereo. Loopt die nu ook al verkeerd?
Ik loop naar boven. Kijk op mijn wekker. Kijk op de wekker van manlief.
Volgens de wekker van manlief is het een stuk vroeger dan volgens de mijne.
Ik heb het wekalarm niet vooruitgezet, maar de klok.
En vervolgens mijn horloge.
En bijna de klok van de stereo-installatie.

Toch nog met gepoetste tanden stappen we even later de auto in. Fijn, want het regent. Minder fijn als ik mijn voet een beetje voel glibberen over het gaspedaal. En de rem. Maar we hebben niet zoveel tijdwinst geboekt dat ik daar nu iets aan kan doen. Ik meen ook al iets te ruiken. Draai ondanks de regen toch het raampje open.
Als ik Bonkje even later heb afgezet ‘je hoeft niet helemaal mee te lopen hoor mama, ga jij dat maar doen’, schraap ik de zool van mijn laars schoon aan wat gras en haal ik met een paar zakdoekjes zo goed mogelijk de hondenpoep van de pedalen af. Jakkes.
Nadat ik Bloem ook heb weggebracht, kan ik naar mijn werk. Onderweg maak ik nog wel een kleine tussenstop. Om Glorixdoekjes te kopen. Om het nog iets beter schoon te kunnen maken. Want degene die meestal de klos is als het om hondenpoep verwijderen gaat, is in Duitsland.

*******
* Misschien werd de vader van mijn vriendin wel supergelukkig als hij een kast of bed in elkaar mocht zetten.
**Bonkje wordt inmiddels zo groot dat ik al langer vind dat ze eigenlijk een nieuwe blognaam nodig heeft. Eén die haar meer eer aandoet. Want ze is niet meer dat kleutertje van eerst, met die ministaartjes. Haar roze balletpakje met fladdermouwtjes heeft plaatsgemaakt voor een zwart pakje met los rokje en ze heeft inmiddels lang haar. Ze is heus nog wel eens hyper maar kan zich ook heel sierlijk bewegen. Tot nu toe heb ik nog niets kunnen bedenken waar ik echt blij mee ben. En dat liefst ook nog een beetje past bij de blognaam die ik haar zusje heb gegeven (Bloem), zonder te zoetsappig te worden Iemand een goed idee?