Bekentenissen

Een poosje geleden las ik een boek over een bekentenis. Althans – toen ik het boek uit had besefte ik dat het boek zélf de bekentenis was. De bladzijden van Ivo Victoria’s Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won -en dat het me spijt leken steeds zwaarder te worden. Het was een bekentenis waar ik – door plaatsvervangende schaamte – nauwelijks getuige van kon zijn, zo naakt en kwetsbaar toonde Victoria zijn hoofdpersoon. En de taal waarmee hij dit deed maakte dat ik me schaamde voor mijn eigen taalgebruik. Wat kent het Vlaams toch een schitterende uitdrukkingen – daar steekt het vaak met Engelse woorden doorspekte Nederlands maar mager bij af.

Hoe zou het komen dat het Vlaams zoveel puurder is gebleven? Zou het te maken hebben met de taalstrijd in België, waardoor de Vlaamstalige Belgen hun taal uit een soort reflex niet alleen tegen de Waalse taal bewaken maar ook tegen anderstalige invloeden?

Het is niet dat ik iets tegen Engels heb – ik mag het graag horen in Engelstalige landen en Engelse films; en lezen in Engelse boeken. Ik kan me echter mateloos ergeren aan in Nederland gevestigde Nederlandse bedrijven die zoveel mogelijk Engelse woorden gebruiken, terwijl er normale Nederlandse equivalenten voorhanden zijn. Of aan mensen die schijnen te denken dat ze door kwistig met Engelse termen te strooien erg interessant cool zijn. Het meest tenenkrommend vind ik echter de – Nederlandse versie van de – tekenfilmpjes van Dora the Explorer die Bonkje een paar jaar geleden cadeau kreeg. Dora en haar vriendjes spreken namelijk niet alleen Nederlands, maar zijn ook dol op Engelse uitdrukkingen.
Volgens Wikipedia is dat omdat Dora tweetalig wordt opgevoed. Degene die het lemma geschreven heeft, vindt dat leerzaam voor kinderen:

In dit programma kunnen door de jonge kijkers ook de eerste woorden Engels geleerd worden. In de oorspronkelijk Amerikaans-Engelse versie spreekt Dora enige woorden Spaans.

Het kan aan mij liggen, maar alle kinderen die ìk ken die tweetalig opgevoed worden (of opgevoed zijn), spreken met hun ene ouder de ene – en met hun andere ouder de andere taal. Zij vergissen zich daarbij heus wel eens: zo vroeg het meisje in het gezin waar ik jaren geleden au-pair was een keer aan haar moeder: ‘Mummy, where are my zakdoekjes?’. In principe houden ze die talen echter van elkaar gescheiden.  Niet zo in Dora’s wereld. Daar gaat het als volgt:

(…fragment uit dialoog…)
Dora: De grote rode kip geeft een supergekke party.
(Als nar uitgedost aapje) Boots: Een party?
Dora: In het Nederlands heet dat een feest. In het Engels noem je dat party.
Boots: Een supergekke party! Een supergekke party! Ik wil meteen naar een supergekke party gaan.
Dora: Ik ook! (mislukt lachje) En wil jij met ons mee naar de supergekke party van de grote rode kip?

(…liedje…)
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s snow, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s snow, klopt dat wel? Nee, dat doen we opnieuw!
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s row, wij gaan samen op pad!
Dora: Let’s row, klopt dat wel? Nee, nu gaan we het goed zingen! Zing maar mee.
Dora en Boots: Kom maar mee, let’s go, wij gaan samen op pad! Wees niet bang, het lukt je, het wordt een heel leuk stukje.
Dora: Waar gaat de tocht heen?
Boots: Naar het feest! Waar gaat de tocht heen?
Dora: Naar het feest!
Dora en Boots: Waar gaat de tocht heen?
Koortje (drie bontgekleurde insektachtigen met piepstemmetjes): Naar het feest!
Dora: Where are we going?
Dora, Boots en koortje: Naar het feest!

Mogen kinderen alsjeblieft eerst goed Nederlands leren spreken voor ze bestookt worden met Engelse kreten?! En als dat dan zonodig moet, kan het Engels dan tenminste worden uitgesproken door mensen met een mooi Engels accent? Goed, ik geef toe dat ik de manier waarop Dora getekend is suf vind, dat ik de stemmetjes irritant vind en dat de herhalingen me op de zenuwen werken.  Zelfs als er geen Engelse termen gebruikt zouden worden zou Dora dus hoog op mijn ergernissenlijstje staan.  Maar mijn punt is hopelijk duidelijk.

Dus is het de hoogste tijd voor datgene waar het me eigenlijk om te doen is. Ik moet namelijk iets bekennen.

Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik, terwijl ik aan het praten ben, opeens een Engels woord gebruik. En het hoeft niet eens te gaan om een woord waarvoor in het Nederlands eigenlijk geen goed equivalent bestaat. Die woorden bestaan natuurlijk ook – woorden waarvan je denkt:  die dekken de lading net niet helemaal. Nee, het gaat vaak om doodgewone woorden.

Maar wat ik pas echt bijzonder vind – en ook wel een beetje gênant, is dat ik tijdens de bevalling van Bloem, als in een soort mantra, urenlang afwisselend heb gedacht:
~ B r e a t h e ! (fijn ademhalen door mijn neus zat er trouwens niet in, want ik was snipverkouden)
~ D o n ‘ t   f i g h t   i t !
~ G o  w i t h   t h e   f  l o w !
Waar het vandaan kwam? Ik heb geen idee. Ik had het in ieder geval niet geleerd tijdens zwangerschapsyoga, dus ik kan niemand anders de schuld geven. Maar gênant of niet – het werkte wel. Mijn lijf trok zich er niets van aan dat ik het niet in het Nederlands dacht. En als ik erover nadenk vind ik het in het Nederlands ook een beetje gekunsteld overkomen:
~ H a a l  a d e m!
~ V e c h t  e r  n i e t  t e g e n!
~ G a   m e e   m e t  d e  s t r o o m!
Nee, dat zie ik geen barende vrouw denken – en ik hoor het mezelf al helemaal niet zeggen. In het Nederlands krijgt het meteen ook iets heel zweverigs, terwijl het in het Engels juist ook iets oppeppends kan hebben – You go girl!

Misschien heeft een klein beetje Engels op zijn tijd dus toch wel nut…