Spugen

Bonkje springt op van de bank en rent naar de wc. Ik ga haar achterna, op de voet gevolgd door Bloem.
Ik haal Bonkjes haar uit haar gezicht en streel haar zachtjes over haar rug.
‘Bonkje moet spugen’ constateert Bloem.
‘Ja, Bonkje is een beetje ziek,’ zeg ik. ‘Ga maar even naar de kamer, Bloem.’
‘Nee, ik wil ook kijken!’
Met mijn been blokkeer ik haar een beetje, zodat ze niet verder kan lopen om belangstellend náást Bonkje te gaan staan kijken.
‘Mag ik ook aaien?’ vraagt ze dan.
‘Nee Bloem,’ probeer ik nog. ‘Wacht maar even, dan mag je Bonkje straks als het iets beter gaat één aaitje geven.’
Maar mijn been kan niet voorkomen dat er even later toch ook een klein handje op Bonkjes rug ligt. Eventjes. En heel voorzichtig, dat wel.
Later vraag ik me af of er een verband bestaat tussen de liefde voor medische (reality-)
programma’s en de plek in het gezin waar mensen zijn opgegroeid. En of er significant meer mensen naar dergelijke programma’s kijken die de jongste waren dan mensen die de oudste (of enig kind) waren. Het zou me niet verbazen. Want als Bloem ziek is en moet overgeven, vindt Bonkje dat weliswaar heel zielig voor haar, maar dan maakt ze dat ze zo snel mogelijk uit haar buurt is.

Niet zo lekker

Bonkje zou met haar vier jaar oudere nichtje (haar grote heldin) en haar twee jaar jongere neefje (waar ze mee gaat trouwen) twee nachtjes bij mijn schoonouders gaan logeren. Manlief en ik zouden daarvan profiteren door vandaag weer eens heerlijk samen uit eten gaan en naar een theatervoorstelling. Even géén papa en mama, maar man en vrouw.

“Mama, ik voel me niet zo lekker”.
“Dan kun je misschien beter nog even gaan slapen”.

Bonkje zegt zo vaak dat ze zich niet zo lekker voelt, dat wij het niet erg serieus meer nemen. Vooral in het weekend – als we van onszelf niet om 07:00 uur op hoeven te staan, komt Bonkje vaak vragen “Gaan we nu eindelijk ontbijten? Ik wil zo graag ontbijten want ik heb zo’n honger!” Om er, als dat niet het gewenste resultaat heeft, aan toe te voegen dat ze zich niet zo lekker voelt.

Maar op het moment dat ik opmerk dat we dan beter níets kunnen eten, heeft ze plotseling nergens meer last van. Zo ook gisteren.

“Nee, dat hoeft niet, het is alweer over!”

Nadat Bonkje is aangekleed – leuk, schoon wollen jurkje aan en staartjes met elastiekjes in een bijpassende kleur in haar haar – zoeken we haar logeerspulletjes bij elkaar.
Bonkje pakt ook de pop die ze mee wil nemen.

“Kind is wel een beetje ziek, ze heeft al een paar keer gespuugd, hè kind? Dat is wel zielig voor kind hè?”
“Ja, dat is wel zielig.”
“Maar in de trein dan zeg ik gewoon tegen haar dat ze het moet ophouden en dan kan ze dat ook!”
“Wat knap van haar!”

Wat later dan gepland zwaai ik manlief en Bonkje uit.
“Veel plezier! Zal je heel lief zijn en goed luisteren?”

Bonkje knikt en ik krijg behalve een dikke kus ook nog een knutsel- en schrijfwerkje van haar.

Als manlief aan het eind van de middag weer thuiskomt, blijkt dat Bonkje zich dit keer écht niet zo lekker moet hebben gevoeld. De trein is al een aardig eind op weg, als Bonkje plotseling zegt:
“Papa, ik moet spugen!”
Hand in hand snellen manlief en Bonkje naar het dichtsbijzijnde toilet. Bonkje doet heel erg haar best om het op te houden, maar net voor de deur van het toilet gaat het mis. Alles wat ze die morgen heeft gegeten en gedronken, braakt ze weer uit. Over de vloer, over haar laarzen en over haar mouwen. Manlief dept met wc-papiertjes zo veel mogelijk vieze smurrie op, maar komt er niet aan toe om alles op te ruimen voor de trein stopt bij het station waar ze over moeten stappen. Bij een conducteur verontschuldigt hij zich voor de troep die ze achterlaten.

In één van de toiletruimtes van het station helpt manlief Bonkje opfrissen. Ze is onder de indruk van wat er net gebeurd is en is erg stilletjes. Gelukkig voelt ze iets beter als ze weer schone kleren aanheeft. Ook is het fijn dat ze haar mond kan spoelen en wat water kan drinken. Wat nu? Bonkje voelt ze zich niet meer zo ellendig en van omkeren wil ze niets weten. Ze heeft zich zó verheugd op deze logeerpartij… Dus gaat de reis even later toch weer verder – en dit keer zonder onaangename verrassingen.

Gropa en groma vinden het goed dat Bonkje blijft. Manlief spreekt met ze af dat ze zullen bellen als hij haar weer op moet komen halen en ook Bonkje drukt hij op het hart dat ze mag bellen als ze toch liever naar huis wil.

We voelen ons schuldig dat we Bonkje niet geloofden en vragen ons af hoe het nu is.

Na het eten kan ik mijn knagende gevoel niet langer negeren – ik móet Bonkjes stem even horen. De telefoon is pas één keer over gegaan als ik groot nichtje aan de lijn krijg. Ze is heel enthousiast en geeft de telefoon aan Bonkje, die ook erg vrolijk klinkt. Nee hoor, ze voelt zich niet naar meer en ja hoor, ze heeft lekker gegeten. Penne met kaas, bloemkool, een beetje vlees en een toetje. Én zij mag samen met groot nichtje in de kamer van groma slapen. Wat een feest! Het lijkt weer goed te gaan allemaal. Fijn, nu kan ik tenminste rustig genieten van onze kostbare tijd met zijn tweeën. Althans, dat is de bedoeling.

Rond 01:00 uur schrik ik wakker. Ik kan nog net op tijd naar de badkamer sprinten.
Een sprintje dat ik nog een keer of tien mag herhalen.
Ik zit op het toilet met een emmer op mijn schoot. Mijn lijf ziet kans om uit alle openingen tegelijk leeg te stromen.
“Ik voel me niet zo lekker…” denk ik.

Ons avondje uit zal helaas nog even moeten wachten. Mijn romantische diner bestaat – heel gewaagd – uit thee, beschuit en een appel.