Strand

 

Als ik haar neer wil zetten, klemt ze haar handjes stevig om mijn armen heen. Maar ik moet toch echt even naar de wc – dat is één voordeel van die lelijke strandhuisjes in de zomer: naast het pad naar zee is een wc-huisje waar wij tegen betaling ook gebruik van mogen maken. En dat hebben manlief en ik er graag voor over.
‘Moet jij ook naar de wc?’ vraag ik aan Bonkje.
‘Nee, ik hoef niet.’
‘Zou jij dan even op Bloem willen letten?’
‘Ja. Kijk Bloem! De bal’

Maar Bloem heeft nauwelijks oog voor de bal. Ze kijkt argwanend naar de vreemde, golvende ondergrond. Ik laat mijn tas vallen en probeer me los te wurmen uit Bloems greep. Ze schudt haar hoofdje heen en weer en haar knokkeltjes worden wit van het knijpen. Ik moet behoorlijk mijn best doen, maar uiteindelijk lukt het me om haar neer te zetten.
‘Mama moet even naar de wc, maar Bonkje is bij je.’
Bloem jammert, Bonkje troost en ik schiet snel de wc in. Als ik terugkom strekt Bloem haar armpjes naar me uit en als ik haar optil vleit ze haar warme hoofdje tegen mijn schouder. Bonkje is ook blij dat we nu ‘eindelijk’ door mogen lopen en zoekt samen met manlief een plekje uit waar we kunnen zitten. Vlak bij de duinrand hebben we nog een klein beetje beschutting tegen de wind en dat is met Bloem wel fijn.

Bonkje staat al in haar bikini. Haar kleren – half binnenste buiten – liggen op het zand.
‘Mag ik naar de zee?’
‘Ja, dat mag.’
Nog voor ik ben uitgesproken rent ze al weg. Manlief kleedt zich ook verder uit en gaat haar snel achterna, terwijl ik met Bloem, die zich nog steeds angstvallig vastklemt, op de handdoek ga zitten.

Vanaf mijn schoot kijkt Bloem toe hoe ik wat zand door mijn handen glijden.
‘Kijk, dat is zand.’
(…)
Over het ruisen van de wind heen hoor ik Bonkje lachen.
Ik graaf mijn voet in het zand en ‘tover’ hem weer tevoorschijn.
‘Zand. Wil je ook eens voelen?’
Ze schudt haar hoofd.

‘Mama, Mama!’ – Bonkje komt aangerend.
‘Ik ben in zee geweest!’
‘Zo, stoer hoor! Was het niet veel te koud?’
‘Ja, het was wel een beetje koud. Hallo Bloem, is het leuk op het strand? Dag!’
Weg is ze weer.
Ze roept iets naar manlief, maar ik kan niet verstaan wat.

‘Bonkje gaat naar de zee, zie je dat?’
Met haar ogen volgt ze haar grote zus. Dan kijkt ze weer naar het zand. En de zandkorrels op de handdoek.
Langzaam, heel langzaam, ontspant ze zich een beetje.
Ik mag haar nu ook tussen mijn benen zetten, maar zodra haar teentjes het zand raken, trekt ze ze snel weer terug op de handdoek.
Op het zand is duidelijk nog een brug te ver.

Manlief en Bonkje komen terug.
‘Wil jij een emmertje water halen?’ vraagt manlief aan Bonkje.
Dat wil ze wel.
‘Kijk uit, niet te dichtbij, giet het daar maar uit.’
‘Kijk Bloem!’ zegt Bonkje. ‘Nou kan je iets maken. Want dat zand is veel te zacht maar nu is het harder. Zal ik nog een emmertje water halen?’

Bonkje schept.
Bonkje rent.
Bonkje giet.
Bonkje draaft.
‘Hallo Bloem! Leuk hè?’
Bonkje graaft een gracht.
Maar je moet wel erg vaak water halen, zo ver op het strand.
De gracht wordt een kuiltje met wat vochtig zand.
Manlief en Bonkje gaan voetballen.

Ik pak een schepje en een paar vormpjes.
‘Kijk, een eendje!’
‘Die! diejz!’
‘Zullen we er nog één maken? Oh, die is niet zo goed gelukt. Nog een keer.’
‘Ejund!’
‘Ja, eendjes.’
Nu wil Bloem ook wel iets vasthouden.

Het gietertje.
De emmer.
Het vormpje.

Als we weer opbreken, wil ze zowaar zelf aan de hand over het strand lopen. Dat valt nog niet mee, zeker niet als we tegen de duinen op moeten klimmen. Ook liggen er steeds meer kleine doorntjes in het zand, dus het laatste stukje til ik haar maar weer op. Daar is ze het niet mee eens.
Ze schudt haar hoofdje heen en weer en probeert zich los te wurmen uit mijn greep. Boven gekomen kloppen we het zand van onze voeten af en kijken we nog even naar de zee. Jammer dat we alweer naar huis moeten – we zijn helemaal in vakantiestemming.

Gelukkig hebben we een goede reden om binnenkort nog keer terug te komen. In de zomer gaan we naar Griekenland. Nog een beetje ‘oefenen’ met Bloem lijkt ons geen overbodige luxe.

Verjaardagscadeau

Bonkje heeft het er al weken over.
– Eén worden is heel bijzonder. Veel bijzonderder dan zeven.
–  Ik vind zeven ook heel bijzonder.
– Ja, maar als je één wordt, ben je daarvoor niets – want dan ben je nul!

En telkens komt ze weer iets nieuws laten zien. Kijk! Dit heb ik voor Bloem gemaakt! Het zijn geen afgeraffelde werkjes, zoals ze ze ook wel kan maken als ze niet zo veel zin heeft, nee – het zijn leuke dingen. Een doos versierd met zelfgemaakt pakpapier om alles in te doen: heel veel tekeningen op kleine en grote blaadjes, een ‘kleurplaatenboek’ voor als Bloem groter is, en voor op haar verjaardag een stoelversiering en vier kleurrijke vlaggen aan een touwtje.  Mooi getekend, mooi ingekleurd, mooi geknutseld, mooi geschreven. Geen schots-en-scheve blokletters, maar echte ’schrijfletters’, waar ze duidelijk haar best op heeft gedaan.

Wat ze ook al weken van tevoren weet, is dat ze een cadeau voor Bloem wil kopen van haar eigen zakgeld. Een week voor Bloems verjaardag gaan we met zijn allen naar de speelgoedwinkel. Eindelijk! Trots neemt ze haar grotemensenportemonnee – gekregen op haar eigen verjaardag – mee. Het is al snel duidelijk dat Bonkje het ’dashboard’ met een stuurtje, richtingaanwijzer, versnellingsbak en contactsleutel het allermooist vindt. Geluiden, knipperende lichtjes en een mini-autootje voorop het dashboard dat meebeweegt als je stuurt – dát wil ze  aan haar zusje geven. Van haar eigen zakgeld – €0,50 per week.
– Dat kost wel heel veel, vind je dat niet jammer?
Nee, dat vindt ze niet jammer.
Ze heeft ongeveer dertig euro aan zak- en spaargeld bij elkaar.
Het dashboard kost twintig euro.
– Zullen papa en mama dan de helft betalen? Want het is wel heel erg duur.
Ja, dat mag.
– Maar tien euro is nog steeds veel geld. Weet je het echt zeker?
Ja, ze weet het zeker!

Zondag is het eindelijk zover. Zingend staan we om het bedje van de jarige heen, die ons eerst wat glazig aankijkt maar dan begint te lachen. Nadat we haar hebben verschoond mag ze mee naar het grote bed. Daar haalt Bonkje het ene na het andere elastiekje van de tekeningen om ze blij aan haar kleine zus te laten zien. Bloem heeft gelukkig een uur geleden al wat gedronken en is in een goede stemming. Manlief en ik hoeven niet al te veel te doen om Bloems aandacht op Bonkje gericht te houden.

Als alle knutselwerken zijn onthuld, geeft Bonkje haar het cadeau dat ze in de winkel heeft gekocht. Dat vindt Bloem wel interessant. Een groot pak waar je leuk op kunt slaan. Bonkje vindt dat Bloem er niet op moet slaan, maar het open moet maken.
– Help haar maar een beetje.
Dat doet Bonkje. En ja, nu heeft Bloem ook een stukje papier afgescheurd, maar daarna begint ze weer op de doos te trommelen. Als Bonkje aanstalten maakt om te veel en te snel af te scheuren moeten we haar even afremmen.
– Laat Bloem maar even, het is haar cadeau.
Oei, dat valt niet mee – het gaat Bonkje véél te traag! Gelukkig wordt haar geduld beloond en komt het cadeau uiteindelijk toch tevoorschijn.

– Kijk Bloem!
Bonkje laat zien hoe alles werkt.
– Nee, Bloem, zó! Ja, zo!
En ze doet het nog eens voor. En nog eens. Het is ook wel heel verleidelijk, met al die knopjes, lichtjes en geluidjes. Verleidelijk en… hard. Om de een of andere reden klonk het in de winkel nog veel minder hard.
– Zo, laat Bloem het nu maar even zelf proberen.
Bonkjes handen jeuken – ze zou er het liefst zelf mee willen blijven spelen.

Na alle cadeaus van Bonkje, zit Bloem wel een beetje aan haar tax en gaan we eerst maar even naar beneden om te ontbijten. Bloem kijkt verwonderd omhoog, naar de ballonnen en de slingers. Blij wijst Bonkje haar de slinger aan die zíj gemaakt heeft.

’s Middags, als oma en opa er zijn (mijn schoonouders zijn allebei ziek – waarschijnlijk eerder die week aangestoken door Bloem, die zelf net weer beter is. Bonkje is ook ziek geweest maar lijkt redelijk hersteld en manlief doorstaat de festiviteiten manhaftig ondanks de koorts), zingen we nog een keer voor Bloem en snijden we de verjaardagstaart aan. Bloem zit te trappelen van ongeduld in haar kinderstoel. En omdat Bonkje toen ze één jaar werd een stukje taart kreeg waar ze met haar handjes in mocht slaan, mag Bloem dat nu ook. Anders is het niet eerlijk, vindt Bonkje.

Dus hou ik Bloem een bordje voor met een eigen stukje taart erop. Ze aarzelt geen moment. Hoezo handjes? Die heb je toch helemaal niet nodig! Ze buigt zich voorover en neemt een flinke hap uit de taart. Intens tevreden zit te eten. Dat haar gezicht vol slagroom zit, maakt haar niets uit – mmm, dat is lekker! Ze zwaait met haar armen en duikt naar voren voor een nieuwe hap.

Bonkje stikt bijna van het lachen – de tranen lopen over haar wangen. Wij moeten ook wel erg lachen, maar na een paar happen veeg ik Bloems snoet toch maar schoon en voer ik haar de rest met een lepel. Bloem vindt alles best. En ook Bonkje is helemaal voldaan. Haar zusjes eerste verjaardag zal ze niet snel vergeten.